zondag 11 juli 2010

Te voet naar huis


11 juli 2010

Met 2 uur vertraging ben ik om 5 uur met de bus in Breda, de eerste Nederlandse stad in 4 maanden. Raar dat ik hier gewoon in mijn eigen taal de weg kan vragen naar de refugio op het Begijnhof, mijn slaapplek voor die avond. Tussen Breda en 's-Hertogenbosch liggen de laatste kilometers van mijn camino, 52 om precies te zijn. Al in Santiago teruglopend van het busstation had ik bedacht om ook dat laatste stuk te lopen, te voet van en naar huis, dat leek me een mooie manier. Het geeft me wat langer de tijd om te aarden op Nederlandse bodem voor ik thuis ben. Ook haalt het de snelheid van de afgelopen dagen uit de bus weg, niet mijn favorietste deel van de pelgrimstocht. In Breda is het koopavond en oranje, ik zal het weten hebben ze gedacht, het is een klein vol land en we zitten in de finale...... Iedereen wil natuurlijk nog wat nieuws oranje scoren voor het feestje van zondag. Het begijnhof daartegen is een oase van rust in de binnenstad. Maria van de refugio is een fervent Santiago en Rome pelgrim op de fiets en ze verteld dolgraag over haar ervaringen. De meeste pelgrims komen bij haar aan op hun eerste of tweede dag, voor mij is het dag 126. Op de begijnhof wonen volgens de oude regels alleen maar dames alleen, alsof de tijd er heeft stilgestaan. De ingang is door een oude poort die om 6 uur in de avond sluit, en daarna ligt een grote kruidentuin met daaromheen zo'n 60 huisjes. Er staat een kapel op het einde van de hof en in de muur ernaast is een stenen maria ingemetseld. Het begijnhof ligt vlak naast het kasteel van de Breda, het woonhuis van de eerste Nassau's die er ook in de kerk begraven liggen. Maria heeft gerekend op het avondeten en na een douche die ik heel hard nodig heb na 2 dagen bussen, schuif ik aan aan tafel in de ''voortuin''. In niets lijkt het op de pelgrimsmaaltijden die ik de afgelopen maanden voorgeschoteld kreeg. Eerst is er pompoen/koriandersoep en daarna Mihoen met groenten en kip met een flesje zoetzure saus van Appie-Happie, toe is er vanillevla met aardbeien. Na het eten moet ik in de stad op zoek naar een pinapparaat. In tegenstelling tot in Spanje waar iedereen bijna alles nog contant betaald en er dus op elke hoek zo'n pin-ding staat, kan ik hier in de binnenstad alleen bij de supermarkt terecht. Alles wordt in Nederland gepind in de winkels zelf, daar zal ik weer opnieuw aan moeten wennen denk ik, de afgelopen maanden leefde ik op een streng en overzichtelijk geld schema, pinnen , weten wat en wanneer, uitgeven, tellen en opnieuw pinnen.
Op een andere manier is het geldverkeer op een pelgrimstocht niet te overzien, daarbij ben ik geen enkele kleine epicerie of tienda tegengekomen met een pinapparaat!!
Op de terugweg geef ik mezelf in de stad een ijsje en loop zo snel mogelijk terug naar de rustige begijnhof. Daar kijk ik in het boekje van Maria van vrienden op de fiets naar een slaapplek in Loon op Zand voor de volgende dag, ik bel en kan er de volgende dag vanaf 5 uur terecht. Meer dan vroeg genoeg want de dag erna is zo een beetje 35 km, en het is warm, on-Nederlands warm. Na een ontbijtje buiten vertek ik veel te laat om 10 uur. Foute inschatting, het is dan wel weer thuis maar het voelt vandaag als tropisch, de thermometers onderweg geven 35 graden aan en ik loop op het heetst van de dag. Ook in Nederland zijn er volop mensen die met alle liefde en plezier mijn waterfles willen vullen. Ik krijg kersen in Oosterhout en Cola in Vaart en mag in Kaatsheuvel onder de tuinsproeier en krijg er een kop koffie. Iedereen is nieuwsgierig naar ''wat doet zo'n meisje met zo'n grote rugzak?''en mijn verhaal van 3500 km naar Santiago en nu op weg terug naar huis maakt indruk en verbazing.
Rond 6 uur kom ik in Loon op Zand aan waar me een meer dan warm welkom wacht, bij pelgrims van 15 jaar geleden. De fotoboeken en de wijn staan al snel op tafel en ik zie dat ook zij zienderogen genieten van alle herinneringen die ze me vertellen over hun tocht. Tot 12 uur 's-nachts kunnen we buitenzitten en voelt het als een verlenging van de camino in Spanje. Met een beter gevoel kan ik de volgende dag niet op weg naar huis, en ook niet met een beter ontbijt trouwens. Dit keer is de prijs een kaart uit 's-Hertogenbosch, en een foto voor vertrek bij hen in de tuin.
Thuis voelt nu heel dichtbij, 18 km zeggen de anwb paaltjes, maar ik geef mezelf de tijd. Met de thuisblijvers spreek ik af om 3 uur op mijn plek van vertrek, de Wilhelminabrug in de stad. Mijn tocht begon er op 1 maart bij de wegwijzer naar Santiago met +/- 2800 km en nu wil ik er ook graag eindigen. Tussendoor drink ik een koffie met taart bij de Rustende Jager, klets ik met een groep kinderen en krijg applaus voor mijn pelgrimage en koel ik af in het water van de IJzerenman in Vught. Om 2 uur is het dan echt tijd mijn laatste 5 km te lopen, eerst nog een half uurtje door Vught en de Lunetten om om half 3 de toren van de Sint-Jan weer te zien.
Bij de brug wachten papa en mama, mijn zus en broer en heel veel familie en beste vrienden me op met tranen en bloemen en gejoel en geklap.
Ik ben weer thuis.... Lopens en te voet!!!!!

maandag 5 juli 2010

Lopen naar het einde van de wereld


5 juli 2010
100 Kilometer is het naar Finisterre, het einde van de wereld. Finis Terraea... daarna hield het op en zakte de zon weg van de aarde. Al sinds de Romeinse tijd zijn er pelgrims op deze oude Keltische route. In heel Galliscia zijn er tekens van Kelten te vinden maar zo dicht bij de zee zijn het er nog veel meer. Soms voelt het er zelfs meer Engels en Noors dan Spaans. Overal zijn er menhirs en grafheuvels en op veel boerderijen zie je Keltische beschermtekens boven de deur. Honderd kilometer in 3 dagen, en ik loop op dag 1 naar Neigrera, een stadje met een kasteel, en een kleine stadsmuur. Het nieuwe gedeelte ligt links en het oude gedeelte rechts van de rivier. Gelukkig ligt de albergue ook aan de rechterkant. Plotseling zijn de albergues weer veel kleiner er is plaats voor 20. Veel pelgrims nemen in Santiago de bus naar Finisterre en dat is jammer want de camino is hier prachtig. Veel bos en oude geplaveide pelgrimspaden. In dit gebied staan heel veel eucalypthus bomen en mint, en dus loop je de hele dag een beetje met een Dampo geurtje om je heen. Dag 2 is naar Olveira, met een rijtje gerenoveerde oude huizen en schuren als albergue. Het is klein maar heel mooi en de mensen zijn er supervriendelijk. In het enige restaurantje eten we de beste pelgrimsmaaltijd sinds weken. Allemaal streekgerechten en niks uit een potje of pakje. Op de tafel voor 6 personen staan 3 flessen wijn, en we krijgen na het toetje een lekkere kop kruidenthee. Met een lekker rozig gevoel gaan we naar bed. Om de volgende ochtend keihard wakker te worden geschut uit onze pelgrimsdroom. Het regent pijpestelen, en we moeten deze dag 42 km naar Finisterre. Na een ontbijt trekken we dapper onze regenpakken aan en gaan over een mooi pad op weg. Gelukkig leid de omgeving ons af van de regen, het is een van de authentiekste delen van de camino. Na een uur of 5 lopen stopt het met regenen en kunnen de regenpakken en poncho's op de rugzak. Tegen de tijd dat we de zee zien schijnt voorzichtig een zonnetje. Het is een fantastisch gevoel om de atlantische oceaan te zien na zo veel verschillend land.                
De pelgrims in de middeleeuwen liepen naar het einde van de wereld na Santiago om er in de zee ' opnieuw geboren' te worden. Ze verbranden hun oude kleren op het strand, en zochten er een St-Jacobsschelp om als een herboren pelgrim terug naar huis te lopen. Op het einde bij de rotsen staat het 0,00 km paaltje en dan is de camino echt op en over. Nog steeds verbranden pelgrims nu symbolisch wat van hun gedragen kleding. Daarna is het wachten op de zonsondergang en dan is de reis echt over. De 3 km die je daarna terugloopt naar het dorp Finisterre zijn de eerste van een nieuwe camino. Eentje die voor de rest van je leven is en nooit meer stopt. De camino is niet over bij 0,00 maar begint er!!

zondag 20 juni 2010

Stenen!.......


20 juni 2010
Foncebadon – Molinaseca – Villafranc del Bierzo

De ene berg is de andere niet en dat geld zeker voor de laatste dagen. Eerst ging ik naar Cruz de Ferro en sliep in de staartje van deze berg, in Molinaseca. Daarna liep ik via Villafranca naar La-Faba om daarna naar O-Ceibrero te lopen. Dan is het gedaan met de bergen op mijn tocht. Allemaal gehad! De Ardennen, de Morvan, een stukje Alpen, het Central Massief, de Pyreneeen, Picos de Europa en de Montes de Leon.

Cruz de Ferro is een van de meest indrukwekkende plaatsen waar je als pelgrim langskomt, het hoogste deel op de Camino Frances. Op deze plek laten pelgrims al meer dan duizend jaar stenen achter die ze meedragen van thuis. Ze staan symbool voor de dingen die ze achter zich willen laten. Middenin staat een houten paal met een ijzeren kruis. Het Cruz de Ferro, al heel vaak opgehoogd omdat de stapel stenen maar bleef groeien. Het zijn inmiddels niet alleen maar stenen die worden achtergelaten maar ook briefjes, foto's en vanalles anders wat pelgrims willen herdenken. Ik zoek tervergeefs naar de stenen van vorige keer maar ze zijn waarschijnlijk al verdwenen onder een heleboel andere.


Ook dit keer heb ik er 3; een van mama; de maansteen uit de ring die ik bij heb, een steen van mezelf, en de steen van het herdenkingskruis van de gestorven Nederlander na St-Jean. Ik leg ze bij elkaar op een grote steen, en weet dat ze hier voor altijd zullen blijven liggen. Na Cruz de Ferro is er nog een heel mooi stuk bergpad naar Majarin, waar Tomas een bijzondere tempeliersherberg runt. Het is er vol met dieren, en de koffie is er altijd klaar. Een goede plek om in de ochtend nog een beetje wakker te worden na een niet al te beste nacht. De camino brengt me daarna door allerlei kleine dorpjes, waarvan ik er in een middageet. In de kleine tienda van Victoria worden super boccadillo's gemaakt. Per stuk neemt ze de tijd om ze te maken, en iedereen wacht rustig in de rij. Buiten is er een soort terrasje waar we in de zon kunnen eten. Na een half uurtje komt ze checken of het allemaal lekker was, en glazen brengen zodat we het sap niet uit het pak hoeven drinken. Na Acebo is het nog maar een klein stuk naar Molinaseca, daar ga ik vandaag stoppen heb ik in de bergen besloten. Niet naar de stad, te veel te groot en te veel mensen. Molinaseca ligt net nog in de kloof en de bergen zijn bijna rondom. Er stroomt een riviertje, met een strandje eraan met een terras. Een betere plek kun je je niet bedenken na een wandeldag. Met mijn voeten in het water drink ik een vino tinto. De albergue in Molinaseca is klein maar ruim, er is maar plaats voor 30, en voor de verandering zijn er een keer geen stapelbedden. Na een slechte nacht in Foncebadon had ik waarschijnlijk overal goed geslapen maar hier is het wel heel erg rustig. Niemand maakt de hele nacht maar enig geluid, geen gesnurk, niks!! Boven mijn bed heb ik een dakraam met de beste sterrenhemel in tijden. Het heet hier niet voor niks de weg onder de sterren...

maandag 7 juni 2010

Wat een Kippenhok...


7 juni 2010
Najera – Santo Domingo de la Calzada

De camino naar Santo Domingo de la Calzada is al even mooi als de dag ervoor. Het landschap lijkt hier eindeloos en ononderbroken door te rollen. Al vroeg vertekken we uit Najera en klimmen meteen via een steile weg omhoog die een kleine Grand-Canyon lijkt, uitgesleten rode rotsen. Het is een dik uur later als ik op het terras in Arzofra ontbijt met mega grote chocoladebroodjes en café solo. Langzaam aan druppelen alle pelgrims het dorp binnen en het terras op. Geen van allen hebben ze ontbeten in de albergue ''waar ze zo snel mogelijk wegwilden''. Het is inmiddels tegen 8 uur en al heel erg warm, de etappe is vandaag niet echt lang maar na 2 uur moet je echt uit de zon zijn. Goed doorlopen en veel water drinken, en misschien nog een pauze in Ciruena, dan zou ik er om 12.00 wel moeten kunnen zijn.

Om 10.00  loop ik tegen de nieuwe golfbaan en nieuwbouwwijk aan en de temperatuur is inmiddels 32•c. In het oude dorp, nog 1 km verder is een terras met rode parasollen en ik drink er een ijskoude Cola. Als ik daarna terug hellingop, hellingaf de camino weer op loop schrik ik me rot, een hele karavaan pelgrims voor me op de weg in de verte. Waar zijn die ineens vandaan gekomen, en waarom gaan ze zo langzaam? Het blijken geen pelgrims maar een schoolklas uit Logrono die een stukje camino lopen en daarna de kathedraal en het klooster bezoeken, en ik, ik ben een echte pelgrim op hun weg. Ze vragen wat over mijn tocht en ik geef hun in mijn beste Spaans antwoord, tot een van hen vraagt, do you speak English? Als ik daar ja op antwoord ben ik nog interesanter, ze willen allemaal heel graag laten horen wat ze in de Engelse les leren. Als ze horen hoe ver ik ben gelopen, beland ik al voor Santo Domingo in een kippenhok....de vragen komen van alle kanten, of ik niet heel moe ben,hoe ik de weg weet, waar ik slaap en eet...ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat dat zo maar kan, lopen vanuit Nederland. Als hun leraar niet net zo enthousiast reageerd als zij, vooral omdat hij 40 kinderen veilig de stad in moet loodsen, zijn ze hevig teleurgesteld.
Hij moet ze op school maar eens wijzen waar Nederland dan precies ligt, en of hij denkt dat hij dan ook zo ver kan lopen!? Als ik voor de pelgrimsherberg sta zouden ze het liefst mee naar binnen gaan om te kijken, maar ze moeten door naar de kerk, ik krijg de meeste buen camino's tegelijkertijd te horen. Ik ga naar binnen en zij gaan door, het pelgrimsproject is een succes. In de albergue worden de pelgrims hier met heel veel vriendelijkheid ontvangen, de albergue is splinternieuw en lijkt wel een pelgrimshotel. Alle vervelende ervaringen van de andere twee albergues verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het broederschap verricht hier al 900 jaar wonderen, onafgebroken ontvangen ze hier pelgrims, eerst in het oude pelgrimshospice, dat nu een superluxe Parador hotel is, en sinds 2009 in hun nieuwe albergue vlak naast de kerk. De kamers zijn er ruim, er zijn ontelbaar veel toiletten en douches, en een goed uitgeruste keuken, dus kunnen we ook weer een keer zelf koken. Mijn was gaat weer eens een keer in een echte wasmachine, en komt er schoon en frisruikend uit, de zon en wind doen de rest van het werk.

Op het heetst van de dag bezoek ik de kerk met het klooster en het museum, lekker koel! In de kerk staat de tombe van Santo Domingo de la Calzada, waar deze plaats zijn naam aan leent. Domingo en Juan waren twee monniken die in rond 1000 heel erg begaan waren met de pelgrims. De weg was toen tussen Logrono en Burgos heel erg gevaarlijk en door de vele rivieren soms onbegaanbaar. Ze besloten de handen uit de mouwen te steken en begonnen met het bouwen van houten bruggen en kapten bos en legden er wegen aan.  Ze werden er in de middeleeuwen zo beroemd mee dat ze als dank heilig zijn verklaard, en ze kregen ieder, de een aan het begin, de andere aan het einde, van 'hun' weg hun eigen klooster. Als snel ontstonden daar steden met kerken, en veel handel. Allebei zijn ze in hun eigen stad begraven, allebei in een indrukwekkende kerk. Zij hebben dus ook voor mij de weg geplaveid, en ik steek een kaarsje op bij de tombe van Domingo als dank.
Behalve de tombe van Domingo staat er in de kerk ook een kippenhok, met een haan en een kip. Om Domingo heilig te kunnen verklaren waren er natuurlijk wel wonderen nodig, een er van is deze......

Een jongeman was met zijn ouders op weg naar Santiago en ze sliepen in een herberg. De dochter van de waard zag de jongeman wel zitten maar hij wees haar af. Woedend stopte ze wat zilverwerk uit de herberg in zijn tas, en in de ochtend bij vertrek beschuldigde ze hem van diefstal. De jongen werdt schuldig verklaard en kreeg ophanging als staf. Zijn ouders vertrokken verdrietig naar Santiago en baden daar bij de apostel voor zijn zieleheil. Op de terugweg zagen ze tot hun verbazing en blijdschap hun zoon nog levend aan de strop hangen. Al die tijd was hij ondersteund door de geest van Domingo. Blij als ze waren gingen ze naar de bisschop om hun verhaal te doen. De bisschop die net ging eten hoorde het verhaal aan? En zei; dit verhaal is ongeloofwaardig. Uw zoon is net zo dood als de haan en kip op mijn bord. Toen hij dat zei kregen de haan en kip weer vleugels en sprongen levend op van zijn bord. Om dit wonder te vereren staat er nog steeds een kippenhok met haan en kip in de kerk. Het waarschijnlijk duurste hok wat er bestaat, 12e eeuws gotisch met goud. De haan en kip worden dagelijks gewisseld. Als de haan kraait als je in de kerk bent betekend dat een voorspoedig einde aan je pelgrimage. En wat denk je.......
KUKELEKUU........

zaterdag 29 mei 2010

De bergen over.......


29 mei 2010
Sain-Jean Pied-dePort - Roncesvalles

De dag begint met een heleboel gespannen pelgrims, vandaag is de dag over de Pyreneeen. De hoogste col is 1700 meter en voor bijna iedereen is het de eerste dag. De rugzakken zijn soms nog enorm en de schoenen splinternieuw. Alles wat erin zit is onmisbaar, en moet nu nog mee naar Santiago, in Pamplona gaat weet ik zeker de helft terug naar huis. Een voor een zie ik ze ongeduldig de eerste klim nemen om ze daarna weer in te halen. Ik weet nu hoe ze zijn aangekomen in Roncesvalles, dood en doodmoe, sommige gaan of moeten morgen alweer naar huis. Ik hoorde hier in de albergue dat 30% stopt in Pamplona en 50% van de mensen die hier nu zijn komen niet aan in Santiago.

Voor mij was de dag in ieder geval heel bijzonder, ik ga Frankrijk na 10 weken verlaten en loop vandaag Spanje in, de rood-witte streepjes van de GR worden blauw-gele schelpjes en knalgele pijlen van de camino Frances.

De pas over de Cisa wordt al heel lang gebruikt als oversteek door de Pyreneeen, er gingen Romeinen overheen en Karel de Grote met zijn leger, aan de andere kant in Roncesvalles worden al 800 jaar pelgrims opgevangen in het klooster. De eerste klim brengt me direct naar 500 meter, net St-Jean uit en loopt daarna vrij snel op naar 1100 meter. Een lekkere steile klim maar met 2 rustpunten, Hunto en Orrison, allebei met een refugio met bar, en koffie. Het eerste gedeelte is nog asfalt, maar na 1100 meter ga je het echte bergpad op, en is het klimmen wel minder steil maar moet je goed oppassen waar je je voeten neerzet. De uitzichten die je op deze hoogte hebt zijn fenomenaal, en het landschap prachtig. Overal lopen kuddes met schapen en paarden.  Gelukkig is het deze dag niet zo warm en een beetje bewolkt en dat maakt het lopen wel eenvoudiger dan de hitte van de afgelopen dagen. Na een kilometer of 11 klimmen kom je bij het Mariabeeld van Orrison, net daar voor staat langs de kant van het pad een kruis voor een in 2009 omgekomen Nederlandse pelgrim. In de krant heeft er zelfs een artikel over gestaan dat papa enmama toen voor me hebben uitgeknipt. Ik was in februari 2009 net terug van mijn eerste tocht naar Santiago. Een monumentje als dit maakt het verhaal van toen ineens tastbaar en werkelijkheid. Overvallen in een sneeuwstorm vindt je in dit gebied bijna de weg niet meer, en in februari ben je dan ook nog eens bijna alleen op deze weg. Als ik doorloop is het een raar idee dat hij wat ik nu zie, niet meer gezien heeft. Bij zijn monumentje neem ik een steen mee die ik bij Cruz de Hierro ga achterlaten.
Nog 4 kilometer verder staat het stenen kruis van Thibault, daarna is het nog 3 km naar de grens van Spanje. Weer 4 km verder ga je over de pas van Cisa op 1500 meter hoogte. Bijna heel deze weg is klimmen, af en toe heb je even een vlakker stukje, of een kleine daling maar die zijn weg te strepen tegen de totale klim van 22 km. Inmiddels weet ik goed hoe ik mijn eigen pas en ritme moet vinden en dat maakt het geheel wel makkelijker. Om 1.30 uur sta ik boven op de pas en zie ik Spanje echt onder me liggen met beneden in het dal het klooster van Roncesvalles. Bovenop de pas kun je 2 routes naar beneden kiezen, over de weg of door het bos,de laatste is steiler maar wel mooier. De refugio gaat niet eerder dan 4 uur open en dus kies ik voor de bosoptie, ik heb tijd genoeg. Het eerste stuk is inderdaad steil, maar daarna is het goed te doen, ik loop door een eeuwenoud beukenbos waar het voelt alsof je op hoogpolig tapijt loopt door het dikke pak blad dat er ligt. Via deze weg doe je er iets langer dan een uur over om bij het klooster te komen. Daarna moet ik wachten, in Spanje gaan de albergues vaak pas om 3 of 4 uur open en ik ben er dus te vroeg. Pauze kan nooit kwaad en ik kan er de andere helft van mijn lunchpakket uit St-Jean opeten.


Precies om 4 gaan de deuren open en moet ik in een soort kantoortje een formuliertje invullen, ik krijg een stempel in m'n credential en een bewijsje van betaling om de albergue in te kunnen. In een oude kapel staan achter de deur 100 stapelbedden in een ruimte, dit is massa pelgrimeren, en langzaam tijdens de middag loopt het helemaal vol. De albergue wordt gerund door vrijwilligers van het Nederlandse Sint-Jacobus genootschap, die er telkens per 4 man 2 weken blijven. Beneden zijn de toiletten en douches, en gelukkig ben ik er snel want al snel staat er een flinke rij bij de dames. We moeten reserveren als we willen eten in de bar en vooraf betalen. Na het eten is er nog net tijd voor een koffie want om 10 uur gaat het licht uit, en morgen om 6 uur weer aan. Oei, dat wordt wennen,dit lijkt wel een pelgrims fabriek, oordoppen in en slapen, maar zien wie er morgen nog start.

maandag 24 mei 2010

Heel veel Pyreneeen......


24 mei 2010
Ostabat – Saint-Jean Pied-de-Port

Ineens waren ze er, in het dorp Pimbo was al verteld dat ze met mooi weer te zien zouden zijn. Maar het landschap deze week was zo plat als wat hooguit een beetje heuvelig als in Limburg. Wat je dan allerminst verwacht zijn de Pyreneeen. En nog vreemder om dan te bedenken dat je hier naar toe bent komen lopen.
Nog 1000 km te gaan zo'n beetje en dan ben ik in Fisterra, en nog maar 2 dagen lopen en dan ben ik in Saint Jean Pied de Port, de laatste plaats in Frankrijk. Daarna kan ik mijn hersens met een nieuwe taal verrassen, ik hoop dat ze er in gaan trappen want ze hebben het taalkundig zwaar. De hele dag switchen van Engels naar Frans naar Duits en af en toe ook nog Nederlands, soms praat ik gewoon in de foute taal tegen een persoon. In Navarrenx waar ik nu ben voelt het al heel Spaans maar dat moet ik hier natuurlijk niet zeggen. Hier is het Baskenland  heel erg belangrijk en zijn ze heel trots op hun roots. Vanaf hier klinken de namen van de plaatsen ook niet echt Frans meer, de afgelopen dagen sliep ik in Azacq en Athez en vanaf morgen loop ik naar Aroue en Ostabat. De temperatuur voelt ook meer aan als Spanje het is de afgelopen dagen zeker 30+ graden en het lopen is dan ook vervroegd naar 6 uur. Dan kan je alvast wennen aan de 5 uur vertrek in Spanje. Ik heb het altijd een belachelijk idee gevonden dat pelgrims daar zo vroeg op pad gingen maar nu begin ik het te snappen. Lopen in de brandende zon is geen goed idee.

De wandeldagen waren ook lang de laatste paar dagen allemaal zo rond de 30 km en dan loop je als je om 8 uur weg gaat toch zeker tot 5 uur in de middag in de zon. Op de ene of andere manier red ik het wel maar fijn is anders.



Gelukkig beginnen vanaf hier de enorme velden met zonnebloemen, maïs en granen ook weer plaats voor bos te maken.
En dat geeft toch ook net weer wat meer schaduw. Kouder zal het er niet op gaan worden, al liggen de Pyreneeen nog wel vol met sneeuw ook op de lagere passen.
Vandaag was de route voor het eerst sinds Moissac ook weer mooi van begin tot eind. Ik hou toch veel meer van wat meer berg! De gebieden tussen Moissac en Condom hebben nog wel wat wijngaarden maar daarna tot Aire sur 'lAdour is het vooral intensieve landbouw op enorme akkers. De grond zit hier vol met rivierkeien, dus ik vermoed dat de ooit gletchers van de bergen er een enorm platte vlakte hebben ingesleten met later rivieren. De grond is in ieder geval goed kleiig en vruchtbaar. Sinds de zon weer zo zijn best doet schiet alles op de velden uit de grond. De kleine schrompelige kooltjes die overal stonden toen ik Frankrijk inliep zijn inmiddels uitgebloeide koolzaadvelden die staan te rijpen in de zon. De sprietjes grassig spul zijn akkers met granen geworden. De tijd is ineens een heel ander ding dan op je horloge, ik loop al een heel seizoen  in Frankrijk. Twaalf weken onderweg, dan kan er dus heel veel heel groot groeien blijkt.      
Langzaam komen en gaan er pelgrims maar er zijn nu ook een aantal blijvertjes waar ook ik toe behoor, een soort pelgrimsfamilie die voor elkaar zorgt en dat voelt fijn en vertrouwd. Je weet dat je altijd wel ergens in elkaars buurt bent.

Samen sliepen we ook in de mooie maar rare gite in Aire-Sur 'lAdour. Heel netjes maar vol regels op briefjes geschreven keurig gelamineerd door de hele hele gite op de muur geplakt. En de hele tijd waren er wijze tips, hij was al 8 keer naar Santiago gelopen en wist en weet ALLES over de route, je voeten, wat je aan moet, dus worden we allemaal gekeurd op ons pelgrimschap. Voor de dag erna geeft hij ons ,blijkt later, onlogische tips voor de route ivm een nieuw aangelegde snelweg. De GR bleek al aangepast zonder dat onze doorgewinterde pelgrim het wist. Ursuline koopt een flesje olie bij hem voor haar voeten, dat ze omdat het zo goed helpt, vandaag weg gooit. Zonder het met elkaar te hebben besproken hebben we het de volgende dag allemaal over zijn zelfde vreemde fratsen. In de ochtend zit hij aan zijn tafeltje bij de deur, met zijn kasboekje en pas als je betaald hebt krijg je een stempel in je credential, brrrrrr met zo'n ondertoontje aardig voor pelgrims. Jammer genoeg komen we er pas later achter dat er in Aire ook een gite communal is.De gites die daarna volgen compenseren gelukkig ons kleine pelgrimsleed.        

Navarrenx waar ik vandaag al vroeg ben aangekomen is een vestingsstadje wat nog behoorlijk goed bewaard is gebleven. Compleet met echte stadspoorten met valhekken erin. Binnen de vestingsmuren staan de huizen los van elkaar met tuinen er omheen, heel anders dan ik ooit heb gezien. Jammer genoeg is het wat bewoners betreft niet meer zo middeleeuws. De ene bar heeft vanavond Europacup en de andere rugby finale op groot beeldscherm. Aan alle kanten joelen en drinken ze tegen elkaar op. Morgen is het Pinksteren en dan kunnen ze allemaal uitslapen, en bij mij......gaat om 5.30 de wekker, het leven van een pelgrim is niet altijd een krentenbol.

vrijdag 14 mei 2010

CSI Moissac.....

14 mei 2010 Moissac – St-Antoin



Nadat ik in Moissac ben vertrokken en m'n zus aan de telefoon heb gehad om haar te feliciteren met haar verjaardag, overkomt me een van de meest bizarre dingen tot nu toe op deze weg. 
De weg Moissac uit kent 2 varianten, een door de bergen en een langs het kanaal. Bijna iedereen kiest het laatste want dat is lekker plat en 4 km korter naar Auvillar. Het nadeel van zo'n kanaal is dat je al snel een beetje achter elkaar aan lijkt te lopen, en elkaar dan weer inhaald of terugziet.
Je loopt dus maar een beetje met elkaar te kletsen en te bonjour-en. Op het kanaal is amper nog vaarverkeer en er drijft dus een heleboel troep in aan takken en blad en andere rommel. Elke boomstronk is dan al snel een, kijk een krokodil of nog grappiger een, kijk daar drijft iemand in het water.
Na de zoveelste krokodil, kijken we met een paar pelgrims nog een even echt goed, en blijkt het echt een mens. Gelukkig is een Duitse pelgrim nog niet helemaal in shock en belt 118 om de politie te waarschuwen. Maar ja wat dan, blijven kijken is zo ongepast, maar weglopen ook. Gelukkig is de politie er heel snel, met 2 auto's en sirenes, en stappen ze uit om in het water te kijken. Daarna vertrekken we want de politie ziet ook wel dat het menes is. Niemand wil er echt bij zijn als ze de man uit het water wordt gehaald. Van andere pelgrims horen we dat er later brandweer is gekomen om de man uit het water te halen, en nog een politieauto met de vrouw van de man voor idetificatie. De route is daarna afgezet en iedereen werdt door de politie omgeleid. Later wordt ons verteld dat de man op donderdag al vermist was en dat hij zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt, op hemelvaart.   

We lopen verder naar Auvillar, en niemand heeft nog de behoefte om alleen te lopen. Ik ontmoet 2 nieuwe Amerikanen van in de 60, John en George ze lopen dit jaar van Moissac naar St-Jean en hebben vorig jaar Le-Puy naar Moissac gelopen. Twee jaar geleden liepen ze van St-Jean naar Santiago  In deze streek is een heleboel fruitteelt, en nu is de aardbeien oogst volop aan de gang. Als we langs een veld lopen bedenk ik dat ik er misschien wel een doosje kan kopen, en precies op dat moment bedenkt een van de jongens die aan het oogsten is dat hij er mij wel een kan geven. Zo loop ik het veld op en hij er af met een doos aardbeien ertussen in. De aardbeien zijn super vers en heel zoet en onderweg met 4 is een doosje zo op. Daarna drinken we in Auvillar koffie in een authentieke Franse blues en jazz bar, het enige open in het stadje en dus vol met pelgrims. Auvillar is een oude handelsstad en de overdekte markthal is dan ook mooi en groot, en heel anders een keer rond, met een soort marktmeestershuisje in het midden.
Bij het verlaten van het stadje komt er een te blij meisje naar ons toe die zich voorsteld met een te gemaakt glimlach als Deborah. Zijn jullie echte pelgrims vraagt ze giegelend, en ze steekt haar hand uit. Ze is in Frankrijk op rondreis met christelijke meisjes doen ook de St-Jacobusroute aan. Zelf komt ze uit Amerika, en ze is blij dat ze mensen treft die Engels spreken legt ze uit. De Amerikanen zien direct wat voor vlees ze in de kuip hebben en duiken verschrikt weg. Heel erg 'in de heer' leggen ze uit. Op mij komt ze over als een Pensilvanian Dutchgirl, die nog steeds zo super sober en gelovig leven. Voor ze op hun geloof ik 17e echt toetreden in de kerk hebben ze een jaar ' vrij' om te zien hoe het er in de samenleving echt aan toe gaat.

Vanaf Auvillar is het nog maar een klein stukje naar St-Antoin waar de gite staat waar ik en nog wat anderen die avond slapen. De gite is een boederij in een gehucht met 8 huizen, en een barretje dat ook winkel en restaurant is. Ik besluit die avond zelf wat te koken, ik ben even klaar met de pelgrim-menu's. Een soepje en een pasta, daarna nog wat lezen en dan .....zzzzzzzzzz

woensdag 5 mei 2010

Duizenden treden.......5 mei 2010 Le-Puy



De hele stad ligt er hier vol mee; trappen..... Het oude Le-Puy is tegen een berg aangebouwd met als hoogste de kathedraal en daaronder de stad. Om van de ene naar de andere straat te lopen, in dit middeleeuwse doolhof, loop je dus of helling of trap op of af. 


De hele dag!

Het verhaal gaat dat je als snel duizend treden per dag loopt. Als je dan ook nog een beetje de stad wil bekijken of als extraatje de kapel van de aartsengel Michael of het madonnabeeld kun je er nog zo 1000 bij op tellen. Maar eerlijk is eerlijk, Le-Puy is een prachtige stad. Elke hoek heeft wel een kapelletje of een torentje en loopt vaak uit in een pleintje. 
De drie markante punten zijn de kathedraal, de kapel en het Mariabeeld. Samen te bezoeken met een soort carnet met korting. Het meest indruk maakt op mij de kapel bovenop de vulkanische piek in het dal. 
De kapel uit de 9e eeuw is gebouwd bovenop een vulkanische piek en heeft de grondvorm van die rots. Het resultaat ziet er daardoor heel organisch uit. 
Met een enorme precisie werden de vele rode en zwarte lavasteen in vormen gehakt en in patronen in de muren gemetseld.







In de kapel vind je nog bijna alle originele fresco's op de wand. Bisschop Godeschalk, de eerste pelgrim naar Santiago gaf persoonlijk opdracht voor de eerste kapel op de rots, later toen er in de 12e eeuw veel meer pelgrims kwamen werd de kapel waar nog kon wat groter gemaakt. 



zaterdag 17 april 2010

Bibracte........ 17 apr. 2010 Anost – Glux-en-Glenne – Issy’L-Eveque – Paray-Le-Monial


Midden in Frankrijk ligt het echte Asterix  en Obelix dorp, of zeg maar gerust stad. In de hoogtijdagen van Bibracte, op de hoogste berg van de Morvan ,de Mont Bavreux, was het groter dan Parijs was in de 16e eeuw. Bibracte was dus belangrijk genoeg om door Julius Cesaer te willen worden veroverd. Behalve een goed beschermde vesting op de berg was Bibracte een heel belangrijk ''industrieel'' centrum in die tijd. Er woonden allerlei handwerklieden die oa potten bakten en smeedwerk maakten. Rond 1800 werd het ontdekt en sindsdien in het het grootste Keltisch/Gallisch archeologische centrum ter wereld. Nog steeds worden er nieuwe delen ontdekt en in Glux en Glenne in het onderzoekscentrum in kaart gebracht.
Gelukkig staat de Gite vlak voor Mont Bavreux en ben ik er vroeg in de ochtend zodat ik nog tijd heb om wat te bekijken. Wel een plek om te onthouden want naar het museum en alle opgravingen bekijken kan natuurlijk niet. De gite in Glux trouwens ook , splinternieuw en met eten in de avond en ochtend, dat is fijn want in de Morvan is in bijna geen een dorp nog een winkel te bekennen. Ik heb die dag geleefd op een chocolade toetje en brie, en was blij dat de dame van de gite een 3 gangen maaltijd en de volgende dag een vers ontbijtje voor me had.



Mijn einddoel voor de dag erna is Issy'l-Eveque en dat is toch zo'n 30 km verder. Na Bibracte loop ik het nationaal park van de Morvan en de echte bergen uit en wordt het landschap veel glooiender. Dat is wel wat makkelijker lopen dam bergen van 1000 meter op en af te moeten. Larochemillay is de laatste hoge klim en daarna is het heuvel af naar Luzy en verder naar Issy. Daar kom ik terecht in een manege bij een landhuis dat door de omwonenden het chateau wordt genoemd. Het staat nog zo'n 5 km na Issy dus ben ik er redelijk laat maar net voor een flinke regenbui. Op de manege is net een nieuw veulen geboren waarvan de vader en moeder 'gris' zijn maar daar komt altijd een 'marron' baby van....de mevrouw van de manege kan me ook niet precies uitleggen hoe dat werkt, est la nature, zegt ze, punt.

Omdat ik toch al een eind na Issy zit besluit ik de dag erna toch maar naar Paray le Monial te lopen ook weer een afstand van 30+ maar daarna worden de etappes korter omdat er meer overnachtingplekken gaan komen. Nog een keer doorbijten dan maar. In Paray le Monial weet ik dat ik ook niet echt op zoek hoef naar een slaapplek want het is daar het een na het andere klooster. Paray is een oude en nieuwe bedevaartsplek, in de middeleeuwen had het de al na model van Cluny gebouwde baseliek en in 1600 zoveel kreeg een adelijke dame Marguerite er visioenen van Jezus en was er een nieuwe reden, na haar heiligverklaring rond 1800 om er op bedevaart na toe te gaan. Paray bouwde de ene na de andere kerk en kapel en is een drukbezochte plaats voor retraites. Ik kan terecht bij de zusters van het heilig hart in het Maison de Sacre Coeur. Nadat ik  mijn rugzak heb neergezet op mijn kamer ga ik nog snel even het stadje in om al dat kerkelijks te bekijken. Alleen al in de straat van het Maison de Sacre Coeur zijn 3 kappellen en een kerkje en daarna staat nog de baseliek. Kapel een is voor de leermeester van Marguerite, twee voor Marguerite zelf, daarna het kerkje wat is gebouwd op de plek waar ze haar visioenen kreeg en waar de hele dag wordt gezongen.  Een paar deuren verder is de kapel van St- Jean boven op een zolder, waarom daar weet ik niet maar er is een stilte die ik niet uit kan leggen. De rust kun je echt letterlijk om je heen voelen. Je hoort er op een wonderbaarlijke manier niks van de stad die er omheen ligt. De stilte is zo intens dat je er wel mee in moet. Na een minuut of 20 sluip ik de kapel uit. Als laatste ga ik naar de baseliek, met kloostertuin en krijg ik een stempel in mijn credential die bijna vol is. De mevrouw van de kerk verteld dat er om 19.00 een mis is maar daar bedankt ik voor, het zou de stilte die ik net heb ervaren teniet doen. In de supermarkt koop ik wat te eten voor een picknick op bed. Heerlijk die rust na zo een lange dag lopen. Ik blijf lekker op m'n kamertje en val heel stil van binnen in slaap

donderdag 8 april 2010

In tranen in Vezelay....... 8 apr. 2010 Arcy-sur-Cure - Vezelay


Vanmorgen voelde ik het al, Vezelay trekt aan me als aan me als een magneet. Toch lukt het Steve van de gite me tot half 10 aan het ontbijt te houden. Daarna wil ik echt weg. Normaal lukt het me goed om de GR in de gaten te houden en om me heen te kijken en ook nog te praten met mensen onderweg maar vandaag voel ik me als een kip zonder kop op weg naar.... Net Arcy sur Cure uit loop ik tegen 2 nieuwe pelgrims aan uit Belgie en Nederland blijkt later op de dag. Een van hen loopt op GPS en samen pratend raak ik de GR helemaal kwijt. Dat is niet zo handig want als ik hen uit het oog verlies ben ik dus echt de weg kwijt. Omdraaien dan maar en de GR terug vinden. Dat lukt behoorlijk snel en ik ben naar een uurtje in St More waar ik je raad het al de GR weer kwijt raak maar nu dus voor de echt. Gelukkig hebben we de kaarten nog....dan maar m'n eigen route maken om in Vezelay te komen. Ik zou nu in dit verhaaltje anders precies kunnen vertellen welke plaatsen ik ben doorgelopen maar ook daar heb ik vandaag geen flauw benul van. Wat ik wel kan vertellen is dat er nu ook overal Salomonszegel begint te groeien en dat ik ook her en der Wildemanskruid heb gezien. De omgeving wordt veel bergachtiger nu ik de Morvan in loop en dat is meer klimmen maar ook veel mooier. In Arcy sur Cure en St More zijn zelfs grotten uit de pre-historie waar rotstekeningen in staan en waar mensen in hebben gewoond.

Als ik uit een van de dalen langs de rivier loop is daar ineens boven op een berg Vezelay. Allemaal kerken en torens binnen een stadsmuur op een rots. Vezelay is gebouwd voor pelgrims en kruistochten en staat daar al meer dan 1000 jaar hetzelfde te zijn. Als je die rots dan zelf op gaat klimmen over een pad dat ook al net zo lang geplaveid is. Waar al meer dan 1000 jaar pelgrims over heen lopen met het zelfde doel als jij wordt je daar wel even stil van. De stad heeft aan drie kanten een toegangspoort. Pelgrims komen binnen door de Porte de la Croix recht achter de kathedraal om zo het plein ervoor op te lopen. Als ik daar eenmaal sta zo naast die enorme kerk voel ik me nog kleiner als ik me al voelde toen ik dat pad op liep. Kijkend naar de deuren van de kerk besef ik me wat ik de hele dag eigenlijk al niet kon bevatten..... Ik ben echt in Vezelay!!!
Ik ben vanaf mijn eigen huis 1000km gelopen naar een stadje in Frankrijk. Er is niks meer op dat plein dan ik en de kathedraal en dan zijn er tranen. Van blijdschap, ontroering en trots.

Natuurlijk ben ik niet echt alleen op dat plein, en ik besef dat een aantal toeristen me een beetje eigenaardig staan aan te koekeloeren. Als ik richting de deuren van de kathedraal loop de trappen op waar zij op staan gaan ze allemaal een stap opzij om me er goed doorheen te laten, en als ik in de grote entree sta maakt een van hen een foto van me. Ik was in Vezelay en ik zag een echte pelgrim aankomen met een schelp op haar rugzak. En dat is nog echt waar ook; ik ben een echte pelgrim.. op weg via Vezelay, naar Santiago de zoveelste in eeuwen.
In de kerk vraag ik om een slaapplaats en wordt in doorgestuurd naar de Monasteria van de broeders van Jerusalem. Daar kan ik me naar 4 uur melden. Na me ingeschreven te hebben stuurt een ietwat verlegen pater naar Gite de Bethanie een huis dat ze bezitten speciaal voor pelgrims. Ik slaap met 5 op een kamer,een mix van Belgie en Nederland. Mijn spullen laat ik achter en ik loop terug het stadje in om wat rond te kijken en om om 6 uur in de vespers te zijn in de kathedraal. De vespers worden helemaal gezongen door de monniken en zusters van de 2 kloosters in Vezelay en dat klinkt heel erg mooi. En het ziet er ook mooi uit, de kathedraal is heel erg sober en helemaal wit van binnen,en de monniken en zusters zijn ook helemaal in het wit.



Wat ook bijzonder is is dat het helemaal niet afstandelijk voelt, je voelt en merkt dat je als bezoeker er bij hoort en niet alleen toeschouwer bent. Er worden samen kaarsen aangestoken en iedereen in de kerk gaat ter communie op het altaar met hosties en wijn. Tijdens de dienst is er een moment dat iedereen van iedereen een hand krijgt, fijn dat je er bent wordt er gezegd, geen uitzondering. (Joehoeee Sint-Jan zo kan het ook.)
Daarna trakteer ik en anderen ook me zelf op een etentje in een echt restaurant. En ik bestel...... Cocqille St-Jacques.


Wat zoologen zoal kopen....... 8 apr. 2010 Chablis – Auxerre – Arcy-sur-Cure


In Auxerre slaap ik in het huis van Paul Bert een zooloog en longarts van precies hoelang geleden weet ik niet. Het huis is nu van het Maison des Randonneurs een soort wandel en fietshuis. Paul Bert moet een belangrijk en vooraanstaand man zijn geweest want hij heeft in Auxerre ook een straat en een brug met standbeeld. Vooraan in de straat zie je alleen een grote groene poort maar daarachter zit een met planten begroeid straatje dat uitkomt in een gigantische tuin waarin zijn woonhuis en laboratorium staan. Die tuin is dus meteen de vraag van die dag; wat zou zo'n zooloog nou voor dieren kopen. In de tuin zie je namelijk de 'resten' van een minidierentuin. Een waterpartij met daarachter struiken waar ik gelijk pinguins in fantaseer en een soort stenenheuvel waar je een leeuw op zou kunnen houden. Verderop is een bamboobosje voor een pandabeer. Elke ochtend loopt Paul door zijn eigen dierentuin naar het laboratorium en geeft ondertussen de,natuurlijk,tamme leeuw een aai over zijn bol. Daarna gaat hij als een Jules Verne in dieren en longzaken belangrijke dingen ontdekken. Tussen de middag komt er een pinguin eeh ik bedoel butler zeggen dat het middageten op de tafel staat en laat Paul de flesjes en potjes borrelend achter. Om er later op de dag de eerste Ventolin puf uit te destileren.


Ik heb behalve de tuin en huis van Paul Bert in Auxerre nog veel meer kunnen bekijken want ik was er heel erg op tijd. In de kathedraal krijg ik in mijn credential een hele mooie stempel. Auxerre is ook een belangrijke pelgrimsstad want de route uit Parijs komt hier bij de route die ik loop vanuit Reims om samen naar Vezelay te gaan. Net als in alle andere plaatsen tot nu toe krijg ik ook hier te horen dat ik bij een van de eerste hoor. Waar blijven toch al die hordes pelgrims die ze verwachten in dit heilig jaar? Afwachten tot Vezelay.....

 
Na Auxerre loop ik langs de rivieren de Yonne en Cure naar Arcy sur Cure. Een plaats met een hele mooie oude brug maar vooral aardige Engelse mensen met een splinternieuwe Gite waar ik in mag slapen. Steve en Chriss verhuisden 2 jaar geleden naar dit prachtige plaatsje dat enigsinds ingeslapen was. Ze kochten er de oude bakkerij waar niet veel meer van over was dan het uithangbord. Na eerst een aantal kamers voor zichzelf bewoonbaar te hebben gemaakt verbouwden ze het bakhuisje tot een Gite die nog maar net wel net niet open is. Omdat het paasvakantie is hebben ze gasten uit Engeland waaronder de moeder van Steve die wel zeker over 90 is. Ook dit is weer zo'n adresje om te onthouden, voor als iemand ooit hier in de buurt wil overnachten of op vakantie wil gaan. Misschien is een pelgrimsreisbureau wel een gat in de markt.
Behalve Steve en Chriss waren er vandaag veel meer aardige mensen, een jongen uit Auxerre die ik ontmoette in Champs sur Yonne die van origine Marrokaans was en familie heeft in Rotterdam.

Behalve 'alles goed' kom hij me ook een kortere route vertellen. Een man in een rolstoel die pizza ging eten met zijn zoon en me verder wees en me bon route wenste. Later een mevrouw met 2
dochters in Cravant die me vertelde dat Arcy sur Cure de beste overnachtingsplek zou zijn voor die dag. Kortom allemaal mensen met goede tips en bedoelingen. Naast dit adres waar ik slaap voor bijna niks,eet ik ook nog een menuutje voor €14.00 , 4 gangen incl. wijn en koffie .    
Leve het pelgrimsbestaan.......





vrijdag 2 april 2010

BRASIL...... 2 apr. 2010 Outines – Brienne-le-Chateau


Na het vertek bij de heks van Ourtines lopen we een eigen route naar Brienne-le-Chateau, over kleine D wegen die grofweg de GR volgen maar dan zonder modder. Na de prachtige lentedag van gisteren is het vandaag de beurt aan de regen, orages noemen ze dat hier. In Nederland zouden we het stortbuien noemen. Al net Ourtines uit moeten de regenpakken al aan en besluiten we samen door te lopen omdat dat langs de soms drukke D wegen veiliger loopt, zeker in de regen. In Lentille een oud vakwerk-huizen dorpje stoppen we voor de Sint-Jacobus kerk helemaal van hout gemaakt en 12e eeuws. Heel anders dan al de imposante kathedralen die tot nu voorbij kwamen. Daarna is het een aaneenschakeling van kleine boerendorpjes tot aan Brienne-le-Chateau. Al van heel ver zie je het kasteel boven op een heuvel liggen, en bij het binnen komen van het stadje lijkt de hoofdstraat verder te lopen in de brede oprijlaan met enorme smeedijzeren poort. Het paleis was ooit van Napoleon die er een flinke verbouwing tegenaan gooide om het helemaal bij de tijds te maken. Napoleon had al eerder in Brienne gewoond toen hij er op de militaire academie zat en was toe al onder de indruk van het paleis, toen hij meer macht kreeg heeft hij het direct gekocht. In Brienne kun je je als pelgrim melden bij de Mairie of het office de tourisme voor de sleutel van de pelgrimsherberg. Bij de mairie hebben ze er niet zo'n zin in en sturen ons naar het office dat juist vandaag gesloten is. Daar meld een man bij het hek dat er misschien plek is in de pastorie, maar ook daar is niemand thuis. Dan maar weer naar de mairie en daar niet opgeven en geduld hebben. Helaas zonder resultaat. De verrassing komt wederom uit onverwachte hoek. Buiten worden we door een meisje aangesproken uit Brazilie, ze had ons al gezien in het stadhuis. Ze woont nog maar 1 jaar in Frankrijk, samen met een franse jongen, de zoon van de burgemeester van het dorp ervoor. Zij zal wel even wat regelen......of we bij haar ondertussen koffie willen drinken. Ondertussen verontschuldigd  ze zich ontelbaar keer voor haar slechte engels, wat toch echt niet slecht is. Eenmaal in haar huis en voorgesteld aan haar man wordt het al snel duidelijk, we slapen daar!! Na een minuut of 5 komt er een vriend binnen die ze heeft gebeld, die meteen moest komen, want hij had 5 maanden in Ierland voor Oxfam gewerkt en sprak dus goed engels, om te tolken. Claucia, zo heet ze, is meteen van de 'mi casa e su casa' gastvrij als in Brazilie. We kunnen douchen en op internet er is volop eten, en wijn, en het wordt die avond reuze gezellig. Voor op onze reis krijgen we ieder van haar een door haarzelf gevonden papegaaien veer uit de Braziliaanse jungle, omdat ze ons als vogels vind, vrij en op weg naar waar ze vliegen. Er worden later op de avond vriendinnen en haar moeder in Brazilie gebeld om te vertellen over de peregrino's die bij haar slapen. Later op de avond kan ik nog wel even serieus met haar praten over het gemis van haar land, en hoe moeilijk ze het vind in Frankrijk te aarden. Vanaf 1april gaat ze werken bij het Office de Tourisme, volgens mij is ze daar helemaal op haar plek. Pas om 12.00 gaan we naar bed, veel te laat maar gelukkig is het de volgende dag niet zo ver. In de ochtend naar het ontbijt bedankt ze ons voor het slapen bij haar, volgens mij hoort dat andersom te zijn, waarschijnlijk hadden wij net zo hard een slaapplek nodig als zij mensen om haar heen. Toeval dat we elkaar gevonden hebben .....?

maandag 29 maart 2010

Nog meer uit Reims.....


Vandaag heb ik dus genoten van een 'vrije' dag. Na het ontbijt ben ik op mijn gemak de stad ingelopen naar de basiliek van St-Remi, Reims is zo'n belangrijke stad dat het dus naast een kathedraal ook een nog een basiliek heeft. De basiliek is ouder en romaans en de kathedraal is gotisch. Allebei mooi maar heel anders, de basiliek is meer ingetogen en puur en ik vond het meer ontroerend. Een zo wie zo mooi ding in de kerken hier en in Belgie is dat ze altijd mooie muziek op hebben staan. In de basiliek waren ze al volop bezig voor palmpasen, dan merk je dat dat hier veel meer een belangrijke rol speelt dan in Nederland, maar ik ben hier dan ook wel elke dag een kerk binnen geweest. In de basiliek hing een rustig en sereen sfeertje ondanks de bedrijvigheid. Ik heb een paar foto's gemaakt die denk ik de toon wel raken.
Na de rust in de kerk stapte ik de hectiek van de stad weer in en ben ik door de parken en de botanische tuin aan de buitenrand van de stad gelopen.
Daarna heb ik genoten van een koffie met een “escargot de raisin” op het terras in het zonnetje met een niet al te best WiFi netwerk waardoor mijn berichtjes halfaf op mijn blog komen. Behalve de koffie en m’n bijbehorende broodje is het wel weer eens lekker als om zo voor je gevoel eindeloos lang op het terrasje te  zitten zonder te denken aan de tijd om maar weer eens door te lopen. In de middag heb ik geboodschapt, doppen voor mijn wandelstokken, spray voor mijn schoenen en mezelf getrakteerd....op een “o ik vind het al zo lang lekker ruiken en nu in een handig klein formaat dus het kan makkelijk mee in m’n rugzak” luchtje van ‘L-Occitaine; Verveine. Het ruikt een beetje citroenig en naar lente en vrijheid!! Precies goed voor nu dus. Ik ben er heel blij mee!!

Rond 3 uur loop ik nog een keer de kathedraal binnen en bezoek daarna het Palais de Tau, naast de kathedraal. In Reims zijn altijd alle koningen van Frankrijk gekroond volgens de traditie van de 9e eeuw en het paleis staat er zelfs al sinds de 5e eeuw.
In de lage zaal sta je zeker 1,5 meter lager dan de bestating nu. Bijzonder om te ervaren hoe hier jarenlang Franse geschiedenis is geschreven. Zowel de kathedraal als het paleis staan op de Unesco erfgoedlijst en ALTIJD in de steigers.
In de middag heb ik gegeten in de stad en dus picknick ik vanavond op een handdoek op mijn bed in het klooster. Baguette met camawattes en een tarte-tatin toe mmmm. Morgen loop ik naar Trepail en de champagnestreek in.
Dat wordt dus vanaf nu elke dag champagne-ontbijt voor vertrek.

donderdag 25 maart 2010

Narcissen, Mistletoe en een oude bekende..... Rocroi – Aubigny-les-Pothees - Wasigny


Mijn eerste etappe in France is een verregende maar botanisch verrassende. Gisteren heb ik in het office de tourisme een boekje gehaald dat me in 4 in plaats van 6 dagen in Reims brengt. De route is uitgezet door lokale pelgrims en bewegwijzerd, 42 km korter dan de GR. Bij mijn vertrek uit Rocroi regent het pijpestelen, en de mensen in het hotel kijken bewonderend als ik toch in regenkleding vertrek. Zij blijven droog en veilig binnen terwijl ik de regen en het onbekende instap, bon courage zeggen ze en dat klinkt mooi en bemoedigend. In het boekje staan ook overnachtings adressen en omdat het zondag is lijkt het me fatsoenlijk om even te bellen dat ik onderweg ben, om dat om 9 uur te doen lijkt me op zondagochtend minder verstandig. De bakker bezorgd me een verse lunch en ik ben onderweg. Na een stukje op de route  loop ik het Bois de Pothees in en daar maakt mijn 'plantenhart' een sprongetje van blijdschap, wilde narsissen, bij een beekje zeker een honderdtal bij elkaar. Jammer genoeg allemaal on knop mijn ze lijken eerder wittig dan geel. Nog nooit gezien zo maar wild in een bos!! Een stukje later op een wat warmere plek zomaar weer een plukje en die zijn wel open, en dus een foto waard. Wel moet ik er een slootje voor over maar dat heb ik graag voor jullie over om bij dit stukje te kunnen zetten. Daarbij was ik toch al nat van de regen. Het lukt zonder in de sloot te vallen of om te kukelen met rugzak op. Daarna als beloning een croissantje zittend op een boomstam. Later op die dag moet het er dan van komen, mijn eerste telefoongesprek in het frans, toch anders dan tegenover iemand te staan en nog wat te kunnen met ' handen' . Het lukt!! 's-Middags arriveer ik bij Marie-Jose en Jean-Marie, in een huis in het bois-de-loup, en terwijl ik toch pas in de middag belde toveren ze een 4 gangen maal op tafel, met 3 soorten wijn.
Als ik de ochtend erna vertrek krijg ik van ieder 2 dikke kussen en wordt ik door Jean-Marie en de honden op het juiste pad gezet. Het zonnetje probeert door de mist te komen en naast me volgen een stuk of wat koeien me het dorp uit. Door het mooie weer kan ik lekker doorlopen en na een koffiepauze in Signy 'lAbbaye ben ik om 4 uur in Wasigny. Daar moet ik bellen naar het overnachtingsadres voor die nacht. Het ligt buiten het dorp en dus halen ze de pelgrims op. Als er een kwartiertje later bij de oude markthal een oude mercedesbus stopt waar blij een hond uit springt en een man uit stapt zit ik midden in een Deja-vue moment. Die ken ik denk ik, dat is Jos van Tessa van de mistletoe. Als sinds ik Frankrijk binnen ben gelopen en al die grote bollen in de bomen zie hangen moet ik aan ze denken. Vroeger reden ze elk jaar rond kerstmis trouw langs de winkel om de mooiste mistletoe te bezorgen. Ze leverden echt de bester mistletoe die je kon wensen. Hoewel ik wist dat ze in de franse ardennen woonden had ik geen idee waar precies, en nu sta je opeens naast elkaar!! Een paar jaar geleden hoorde ik al van Jos, toen ik hem belde voor mistletoe voor OXO dat hij niet meer leverde omdat Tessa was overleden, de details kende ik niet. Toeval bestaat niet zegt hij!! Dit moet zo zijn, we merken straks wel waarom. Mijn spullen gaan in de laadbak en we rijden naar de boerderij die hij en Tessa 15 jaar geleden kochten en die ik als krot van de foto's ken. Jos vertelt me dat hij er net weer samen woont, en over het ongeluk dat Tessa kreeg met een dronken fransman die zo op haar inreed vlak voor kerst. De boerderij is onherkenbaar veranderd, grotendeels gerestaureerd, kippen en schapen eromheen en voor de pelgrims het bakhuisje van het dorp om in te slapen. Er moeten nog boodschappen worden gedaan en de slager is net langs geweest om 3 lammetjes te slachten. De hele avond kletsen we bij, en ik weet Jos zelfs dingen te vertellen die hij was vergeten, gewoon omdat het te moeilijk was ze te onthouden. Daar was het dus goed voor zegt hij, voor herinneringen aan Tessa. Veel later dan normaal ga ik naar bed, jammer want morgen wacht een pittige etappe.  
Misschien net als vandaag van de regen in de blub.

zondag 14 maart 2010

De Dharma van Benedictus.... Saint-Severin – Huy


Vandaag de 14e maart is een dag met een boeddistisch einde, sliep ik in de afgelopen weken nogal eens in katholieke kloosters vandaag eindig ik in het Tibetaans klooster in Huy. En probeer ik de gebedsdienst mee te spreken en chanten, maar daar is als leek haast geen beginnen aan. De ene naar de andere mantra loopt inelkaar over en ondanks mijn inspanning en de hulp van mijn ' buurvrouw' in de tempel komt er niet veel van terecht. Soms moeten teksten een aantal keer achter elkaar en moet ik terugbladeren in mijn gebedsboekje, maar met teksten waarvan je de woorden niet kent, ben je dan al snel de draad kwijt.
Na het gebed wordt er met zijn allen gegeten. In de keuken staat een stapel met borden, en 2 pannen soep en brood. Je pakt wat je wilt hebben en zoekt dan een plaats aan tafel.
Een heleboel mensen uit denk ik Tibet, en wat Europeanen en aan het hoofd Lama Karta die daarnet de gebedsdienst heeft, geleid, als je dat bij een boeddistische dienst zo mag noemen. Lama Karta wil vanalles weten over mijn reis en beweegreden, en verteld me dat hij zelf wel eens in Lourdes is geweest. Het gesprek wordt opgevangen door een andere man aan de tafel die uit Nederland blijkt te komen en zelfs maar 20 km van 's-Hertogenbosch. Hij woont hier vele weken per jaar en schilderd nu in de tempel aan het boeddha beeld.


Heb je Lama Karta wel eens ontmoet vraagt hij , ik vertel hem dat ik eigenlijk per toeval hier terecht ben gekomen, en nog nooit eerder in een boeddistische gebedsdienst ben geweest. En Lama Karta dus niet echt ken. Het schijnt heel bijzonder te zijn dat ik zomaar een eindje met hem weg zit te kletsen, in de boeddistische traditie is hij een vooraanstaand man alsof ik een beetje zit te keuvelen met een of andere kroonprins voor onze begrippen. Als hij me dan ook nog persoonlijk uitnodigd morgen te blijven, kan ik volgens iedereen aan tafel absoluut onmogelijk weigeren, zo een eer is dat. Toch slaat eenmaal op mijn kamer de twijfel toe ,ik wil echt heel graag lopen en niet weer een dag hier stilstaan, hoe ga ik dat brengen denk ik op een fatsoenlijke manier zonder iemand voor het hoofd te stoten. De oplossing staat in een boek dat ik eerder die middag aanschafte in de winkel bij de tempel; de dharma van Benedictus....




Wat daar niet is
Ik ben deze weg ingeslagen-noem het
'liefde' of 'leegte'. Ik weet slechts wat
daar niet is:
de zaden van wrok,hebberigheid en
'voor wat hoort wat' ,
en zorgen om
'wat levert het voor mij op'
angst voor mensen.
Als een vogel weer vrij is gaat hij niet terug op zoek naar;

restjes die op de bodem van de kooi zijn blijven liggen!
Van dichtbij ben ik regen, van veraf een wolk van vuur.
Ik lijk rusteloos,maar ben in mijn diepste wezen vredig.
Boomtakken beven- de wortels van een boom zijn onbewogen.

Ik ben een universum in een hand modder,
heel wanneer ik geheel vernietigd ben.

Spreken over ' keuzes' is mij vreemd.
Daar waar het verstand keuzes overweegt,
ben ik ergens , verloren in de wind.





En dus ga ik.... ;morgen op weg naar Namen......

donderdag 4 maart 2010

Enneagram type 8....... Vessum – Valkenswaard – Gastel


Tjonge tjonge wat heb ik het toch slecht...... Daar zit ik dan in een superleuke bed and breakfast in het nog net in Nederlandse Gastel. Met mijn rug tegen de verwarming en een kopje koffie met chocola ( dank, Bettina en Michiel.) Gisteren was ik pas laat op pad dankzij de inspirerende verhalen van broeder Fons van de pelgrimsherberg. Na het eten in de Gouden Leeuw hebben we tot 11.00 koffie gedronken en gepraat over de Camino. Na heerlijk te hebben geslapen was het 's-morgens ook nog eens lang ontbijten, ik liep pas om 10.00 weg uit Vessum. Vanaf nu is de weg een beetje pelgrimspad en een beetje vanmezelf. En snijd ik dus naar hartelust af of loop ik als vandaag 5 kilometer om. De route bracht me gisteren over Knegsel, en Steensel naar Valkenswaard,en het was lente de eerste lammetjes en krokussen kwamen vaak voorbij. Het is lekker lopen zo in het zonnetje en dan lijkt alles ook sneller te gaan. Voor ik het wist liep ik al bij de Stayokay mijn niet zo inspirerende slaapplek voor die nacht. Lelijk en uitgestorven, ik was de enige gast in de vrouwenvleugel, gelukkig kwamen Ger en Oscar om spullen op te halen en te brengen. Daarna hebben we samen gegeten bij de Bamboo-inn de Chinees van Valkenswaard. Lekker, veel en goedkoop.  Vandaag zit ik dus in Gastel daar ben ik heen gelopen via de Achelse Kluis een benedictijner klooster net in Belgie. We zijn er vroeger al eens geweest, (hè Charlotte,) en nu lag het maar 5 kilometer om op de route, de zon scheen en ik kon er heen lopen via de Leender heide en ik had de tijd. Ik was er al om 11.00 en ze gaan pas om 12.00 open dus heb ik heerlijk in de zon gewacht. Na mijn pauze kwam er een grote groet Belgische wandelaars aan die verbaasd naar mijn schelp op mijn rugzak keken, of ik amaj echt naar Jacobus ging wandelen...... Toen ik daar ja op antwoordde moest ik bij ze komen zitten en werd getrakteerd op koffie en gebak. Als ik maar uitgebreid wilde vertellen, en met de dames van het gezelschap op de foto wilde. Mijn pauze werd er dus een van 2 uur, maar na Achel was het dan ook nog maar 6 km naar Gastel, door een vriendelijke fietser over de mooiste route gestuurd was ik om half 3 bij de bed en breakfast. Eentje in een verbouwde boederij met een pup van 14 weken die ontsnapt en een kip vangt bij de buren, een zoon met een verzwikte pink en een gastvrouw die cursussen geeft en enneagrammen maakt. Kortom leven in de brouwerij!!!!  Het klinkt hier als vroeger thuis, en daar had ik na gisteren enorme behoefte aan. En ik kon het natuurlijk niet laten op internet zo'n enneagram te zoeken en te maken, zelf ook doen? Google enneagram , dan kun je meteen lezen waar ik bij hoor en beoordelen of het klopt. Denk het wel......

dinsdag 2 maart 2010

Kliedernat in de Kampina....... Oisterwijk - Vessum


Het zag er prachtig uit vanochtend vroeg. Wakker worden midden in het bos daar is niks mis mee! Na m'n ontbijtje met de cursusdames ging ik om 9.00 pas weg. De beheerder deed me persoonlijk uitgeleide door het achterompad tot ik weer op het pelgrimspad met bewegwijzering stond. Daarna stond ik alleen in een doodstil bos met 2 herten, dat is ook nog leuk. Het pad ging langs het Belversven en daar was het behoorlijk drassig, de rest van het pad waren meer zandpaden beloofde het boekje. Toen ik hetBelverspad op liep zag dat er ook aardig uit, her en der een plas,goed te doen. Maar dat was uiterlijke schijn bij de fatale ''plas'' van vandaag. Ik herinner me nog dat ik dacht al dit maar lukt, mijn boekje tussen mijn tanden, om mijn handen vrij te hebben voor de balans.
Stap voor stap, kluitje een en twee en toen ZOMP gleed mijn been tot mijn bovenbeen in een gat. Ik probeerde me nog te redden door naar rechts te vallen maar helaas daar was ook water. Op de ene of andere manier heb ik me toch kunnen omdraaien en uit het gat kunnen redden. Met een kleddernatte broek, een natte linkerarm en een verdronken boekje stond ik na een paar minuten weer voor de plas. Eerst maar m'n schoenen redden dacht ik en zo stond ik op blote voeten mijn wandelschoenen leeg te gieten. Mijn broek zou wel drogen, mijn mouw kon ik goed uit uitwringen en het boekje, tja,niks meer aan te doen. Gelukkig lagen er droge sokken bovenop, en maakte ik na een minuut of 5 rechtsomkeerd. Dit pad ging het niet worden!! Na wat gespeur, gegok en navraag bij een passeerende fietser was ik een half uur later terug bij het pelgrimspad. Aan de andere kant van het beruchte pad. De rest van de dag was veel minder avontuurlijk het zonnetje schhen toen ik een boterham at bij een Mariakapel vlak bij Spoordonk, en daarna schuilde ik precies toen ik een koffietje dronk in Middelbeers. Ik heb wel de hele route alle vennengebieden overgeslagen en een alternatieve route gezocht, en 3 keer sokken moeten wisselen omdat ze steeds nat werden in mijn schoenen. Om 16.15 was ik in Vessum waar ik vanavond slaap. Bij broeder Fons in de pelgrimshoeve. Voor de troost en het afzien trakteer ik mezelf vanavond op een wijntje en een lekker pastaatje bij Herberg de Gouden Leeuw!! Het leven is zo slecht nog niet!!

maandag 1 maart 2010

Een echte pelgrim .... ’s-Hertogenbosch - Oisterwijk


Vandaag was het dan eindelijk zo ver,ik ben op weg! Na gisteren de pelgrimszegen in de Sint-Jan,was ik al een beetje pelgrim,maar vertrekken maakt het pas echt echt. De landelijke pers was gister in grote getale naar de Sint-Jan gekomen om mijn pelgrimszegen te verslaan op TV en radio. Of was het toch voor het grote ''de hostie is er niet voor iedereen vraagstuk''.  Waarschijnlijk het laatste. Maar door al deze commotie werd mijn pelgrimszegen tot 2 keer toe vergeten. Uiteindelijk is het allemaal wel gelukt en behalve de zegen prijkt er in mijn pelgrimspaspoort een prachtige stempel van Jacobus.  Vanmorgen was er dan nog het uitzwaaimoment op de Wilhelminabrug, bij de santiagowegwijzer ,en ging ik op pad. De route ging over Vught, richting Esch en Haaren naar Oisterwijk. Een hele mooie route,maar wel nog helemaal op bekend terrein. Dit stuk pelgrimspad heb ik al heel vaak gelopen op mijn oefenrondjes. Wat het vandaag anders maakte was dat ik vanavond niet met de trein naar huis ga. Het vlot ontzettend snel, voor ik het weet ben ik in Haaren, al rond 12.00 voor koffie met m'n broertje, helaas is alles dicht. Ik krijg nog wel koffie aangeboden door 2 wegwerkers in hun keet, maar helaas is daar het koffieapparaat kapot. Doorlopen dan maar.... nog een kus van Ralphie, en weer en route.
Om 1 uur ben ik in de Kampina en vind ik mijn eerste open cafeetje om de hoek bij mijn slaapplek. Vanavond slaap ik in het Nivon natuurvriendenhuis. En ik ben er niet alleen , deze week zijn er 14 dames op speksteen beeldhouwcursus en ik mag met ze meeeten als ik ze alles vertel over mijn '' kind hoe haal je het in je hoofd'' reis. Heel gezellig, 3 gangen Hollandse kost en een hele hoop vragen. Daarna nog met 4 dames aan de afwas, en daarna koffie. Hoe laat ik morgen vertek, dan kan ik ook nog mee ontbijten... Het echte pelgrimsleven is begonnen

woensdag 24 februari 2010

Ik ga op reis en ik neem mee...


Naast de denk ik meest gestelde vragen;
Waar slaap je dan?
Ga je met een groep? of
Hoe weet je dan hoe je moet lopen?....
Is een van de meest gesteld vragen: hoe neem je je spullen mee? En als ik dan zeg; In mijn rugzak, dan wil iedereen natuurlijk weten hoe dat dan kan en hoeveel ik mee neem. Voor iedereen die het wil weten volgt dus hier mijn paklijst met gewicht....
Niet alles zit trouwens in m'n rugzak sommige dingen heb ik natuurlijk aan. Dit is het totaal van wat er mee mag!







Mijn rugzak is de basis en weegt          1.2 kg
Slaapzak                                  0.8 kg
2 afritsbroeken,                          0.4 kg    per stuk
1 T-shirt lange mouw                      0.1 kg
1 t-shirt korte mouw                      0.1 kg
2 hempdjes                   samen        0.1 kg         
2 thermoshirts                            0.09 kg   per stuk
1 thermo lange onderbroek                 0.1 kg
4 paar sokken                samen        0.2 kg
2 setjes ondergoed           samen        0.1 kg
1 jogging/ pyama/vanalles broek           0.1 kg
1 windstopper                             0.5 kg
1 regenjack gore-tex                      0.3 kg
1 regenbroek gore-tex                     0.15.kg
1 sjaal                                   0.1 kg
1 paar windstopper handschoenen           0.02 kg
1 paar gamaschen                          0.06 kg  (terug vanaf Maastricht)
1 setje zwemkleding                       0.1 kg
1 paar wandelschoenen en extra zooltjes
1 paar teva sandalen                      0.3 kg

2 sneldrogende handdoeken     samen       0.2 kg
toiletspullen                             0.2 kg
astma medicatie voor 4 maanden            0.4 kg
ehbo spul                                 0.1 kg

zaklamp                                        (achtergelaten in Valkenswaard)
waterdichte hoezen voor m'n kleding
portomonee, paspoort, pelgrimspaspoort etc
                               samen      0.3 kg

wandelstokken                             0.35 kg
waterzak in m'n rugzak
met 1 liter water                         1.1 kg
sigg fles                                 0.02 kg

een enorme stapel met boekjes en
kaarten over de route....                 2.0 kg

dagboek en schrijfgerei                   0.2 kg
                                        --------

TOTAAL                                    9.14 kg

Daarbij komt dan nog wat eten voor overdag en wat onvoorziene zooi die je voor je het weet mee sleept, dat maakt samen een kilo of 8 die al die tijd, berg op berg af op je rug hangt.

Over het hoe en wat van welke routeboekjes schrijf ik in een later bericht en waarschijnlijk ook nog wel wat over de spullen die ik nu vergeet in dit bovenstaande lijstje







Over 2 kilo aan boekjes......
11 febr.2010

Voor me ligt nu de hele stapel aan boekjes en kaarten die mijn pelgrims-reis van A naar B beschrijven.
En in elk boekje staat ook informatie die ik helemaal niet nodig heb, maar ja, ik ben nou eenmaal een echte boeken liefhebber en kan het niet over mijn hart verkrijgen die boekjes aan stukken te knippen, en alleen mee te nemen wat ik nodig heb.
Gelukkig kan ik onderweg natuurlijk wat ik heb gebruikt en niet meer nodig heb naar huis sturen. De stapel aan gewicht neemt dus af naar mate Santiago dichter bij komt.

We beginnen bij het begin....


-PELGIMSPAD DEEL 2 brengt me van 's-Hertogenbosch naar Vise aan de Belgische           grens.

-VIA MOSANA ( topo guide in het Frans) van Vise via Luik, naar Namen

-SENTIER VERS Saint-Jacques-de Compostelle, VIA VEZELAY  voor de route van Namen naar Vezelay. Topo Guide in het Frans van de GR 654

-SUR LE CHEMIN de Saint-Jacques-de Compostelle van Francois Lepere

-A PIED  MASSIF CENTRAL de cluny au Puy-en Velay

-ST JACOBSROUTE verbinding Vezelay-Le puy

-IGN Kaarten 1:100000 nummers 28, 36, 43, en 50
Voor de route tussen Vezelay en Le-Puy, de eerste 2 boekjes in het Frans, en  het 3e boekje een globale vertaling van die 2. De kaarten omdat de genoemde  boekjes alleen maar tekst bevatten. Boekje 1 en 2 lopen in elkaar over op ongeveer een derde van deze etappe.

-FRANSE ST. JACOBSROUTE van de ANWB wandelgids, voor de weg van de ''Via Podensis''.  Van Le-Puy naar Saint-Jean-Pied-de-Port in de Franse Pyreneeen.

-SPAANSE ST.JACOBSROUTE van de ANWB wandelgids, De ''Camino Frances''.
De Camino van St-Jean naar Santiago-de-Compostelle.

Daarna loop ik nog door van Santiago naar Finisterra, (of Finnis-Terrae,het einde van de wereld) voor deze route neem ik vanaf hier niets mee, die beschrijving is te krijg bij het ''officina de peregrinos'' in Santiago.