29 mei 2010
Sain-Jean
Pied-dePort - Roncesvalles
De dag begint met een heleboel gespannen pelgrims,
vandaag is de dag over de Pyreneeen. De hoogste col is 1700 meter en voor bijna
iedereen is het de eerste dag. De rugzakken zijn soms nog enorm en de schoenen
splinternieuw. Alles wat erin zit is onmisbaar, en moet nu nog mee naar
Santiago, in Pamplona gaat weet ik zeker de helft terug naar huis. Een voor een
zie ik ze ongeduldig de eerste klim nemen om ze daarna weer in te halen. Ik
weet nu hoe ze zijn aangekomen in Roncesvalles, dood en doodmoe, sommige gaan
of moeten morgen alweer naar huis. Ik hoorde hier in de albergue dat 30% stopt
in Pamplona en 50% van de mensen die hier nu zijn komen niet aan in Santiago.
Voor mij was de dag in ieder geval heel bijzonder, ik ga
Frankrijk na 10 weken verlaten en loop vandaag Spanje in, de rood-witte
streepjes van de GR worden blauw-gele schelpjes en knalgele pijlen van de
camino Frances.
De pas over de Cisa wordt al heel lang gebruikt als
oversteek door de Pyreneeen, er gingen Romeinen overheen en Karel de Grote met
zijn leger, aan de andere kant in Roncesvalles worden al 800 jaar pelgrims
opgevangen in het klooster. De eerste klim brengt me direct naar 500 meter, net St-Jean
uit en loopt daarna vrij snel op naar 1100 meter. Een lekkere
steile klim maar met 2 rustpunten, Hunto en Orrison, allebei met een refugio
met bar, en koffie. Het eerste gedeelte is nog asfalt, maar na 1100 meter ga je het
echte bergpad op, en is het klimmen wel minder steil maar moet je goed oppassen
waar je je voeten neerzet. De uitzichten die je op deze hoogte hebt zijn
fenomenaal, en het landschap prachtig. Overal lopen kuddes met schapen en
paarden. Gelukkig is het deze dag niet
zo warm en een beetje bewolkt en dat maakt het lopen wel eenvoudiger dan de
hitte van de afgelopen dagen. Na een kilometer of 11 klimmen kom je bij het
Mariabeeld van Orrison, net daar voor staat langs de kant van het pad een kruis
voor een in 2009 omgekomen Nederlandse pelgrim. In de krant heeft er zelfs een
artikel over gestaan dat papa enmama toen voor me hebben uitgeknipt. Ik was in
februari 2009 net terug van mijn eerste tocht naar Santiago. Een monumentje als
dit maakt het verhaal van toen ineens tastbaar en werkelijkheid. Overvallen in
een sneeuwstorm vindt je in dit gebied bijna de weg niet meer, en in februari
ben je dan ook nog eens bijna alleen op deze weg. Als ik doorloop is het een
raar idee dat hij wat ik nu zie, niet meer gezien heeft. Bij zijn monumentje
neem ik een steen mee die ik bij Cruz de Hierro ga achterlaten.
Nog 4
kilometer verder staat het stenen kruis van Thibault,
daarna is het nog 3 km
naar de grens van Spanje. Weer 4
km verder ga je over de pas van Cisa op 1500 meter hoogte. Bijna
heel deze weg is klimmen, af en toe heb je even een vlakker stukje, of een
kleine daling maar die zijn weg te strepen tegen de totale klim van 22 km. Inmiddels weet ik goed
hoe ik mijn eigen pas en ritme moet vinden en dat maakt het geheel wel
makkelijker. Om 1.30 uur sta ik boven op de pas en zie ik Spanje echt onder me
liggen met beneden in het dal het klooster van Roncesvalles. Bovenop de pas kun
je 2 routes naar beneden kiezen, over de weg of door het bos,de laatste is
steiler maar wel mooier. De refugio gaat niet eerder dan 4 uur open en dus kies
ik voor de bosoptie, ik heb tijd genoeg. Het eerste stuk is inderdaad steil,
maar daarna is het goed te doen, ik loop door een eeuwenoud beukenbos waar het
voelt alsof je op hoogpolig tapijt loopt door het dikke pak blad dat er ligt.
Via deze weg doe je er iets langer dan een uur over om bij het klooster te
komen. Daarna moet ik wachten, in Spanje gaan de albergues vaak pas om 3 of 4
uur open en ik ben er dus te vroeg. Pauze kan nooit kwaad en ik kan er de
andere helft van mijn lunchpakket uit St-Jean opeten.
Precies om 4 gaan de deuren open en moet ik in een soort
kantoortje een formuliertje invullen, ik krijg een stempel in m'n credential en
een bewijsje van betaling om de albergue in te kunnen. In een oude kapel staan
achter de deur 100 stapelbedden in een ruimte, dit is massa pelgrimeren, en
langzaam tijdens de middag loopt het helemaal vol. De albergue wordt gerund
door vrijwilligers van het Nederlandse Sint-Jacobus genootschap, die er telkens
per 4 man 2 weken blijven. Beneden zijn de toiletten en douches, en gelukkig
ben ik er snel want al snel staat er een flinke rij bij de dames. We moeten
reserveren als we willen eten in de bar en vooraf betalen. Na het eten is er
nog net tijd voor een koffie want om 10 uur gaat het licht uit, en morgen om 6
uur weer aan. Oei, dat wordt wennen,dit lijkt wel een pelgrims fabriek,
oordoppen in en slapen, maar zien wie er morgen nog start.

