zondag 11 juli 2010

Te voet naar huis


11 juli 2010

Met 2 uur vertraging ben ik om 5 uur met de bus in Breda, de eerste Nederlandse stad in 4 maanden. Raar dat ik hier gewoon in mijn eigen taal de weg kan vragen naar de refugio op het Begijnhof, mijn slaapplek voor die avond. Tussen Breda en 's-Hertogenbosch liggen de laatste kilometers van mijn camino, 52 om precies te zijn. Al in Santiago teruglopend van het busstation had ik bedacht om ook dat laatste stuk te lopen, te voet van en naar huis, dat leek me een mooie manier. Het geeft me wat langer de tijd om te aarden op Nederlandse bodem voor ik thuis ben. Ook haalt het de snelheid van de afgelopen dagen uit de bus weg, niet mijn favorietste deel van de pelgrimstocht. In Breda is het koopavond en oranje, ik zal het weten hebben ze gedacht, het is een klein vol land en we zitten in de finale...... Iedereen wil natuurlijk nog wat nieuws oranje scoren voor het feestje van zondag. Het begijnhof daartegen is een oase van rust in de binnenstad. Maria van de refugio is een fervent Santiago en Rome pelgrim op de fiets en ze verteld dolgraag over haar ervaringen. De meeste pelgrims komen bij haar aan op hun eerste of tweede dag, voor mij is het dag 126. Op de begijnhof wonen volgens de oude regels alleen maar dames alleen, alsof de tijd er heeft stilgestaan. De ingang is door een oude poort die om 6 uur in de avond sluit, en daarna ligt een grote kruidentuin met daaromheen zo'n 60 huisjes. Er staat een kapel op het einde van de hof en in de muur ernaast is een stenen maria ingemetseld. Het begijnhof ligt vlak naast het kasteel van de Breda, het woonhuis van de eerste Nassau's die er ook in de kerk begraven liggen. Maria heeft gerekend op het avondeten en na een douche die ik heel hard nodig heb na 2 dagen bussen, schuif ik aan aan tafel in de ''voortuin''. In niets lijkt het op de pelgrimsmaaltijden die ik de afgelopen maanden voorgeschoteld kreeg. Eerst is er pompoen/koriandersoep en daarna Mihoen met groenten en kip met een flesje zoetzure saus van Appie-Happie, toe is er vanillevla met aardbeien. Na het eten moet ik in de stad op zoek naar een pinapparaat. In tegenstelling tot in Spanje waar iedereen bijna alles nog contant betaald en er dus op elke hoek zo'n pin-ding staat, kan ik hier in de binnenstad alleen bij de supermarkt terecht. Alles wordt in Nederland gepind in de winkels zelf, daar zal ik weer opnieuw aan moeten wennen denk ik, de afgelopen maanden leefde ik op een streng en overzichtelijk geld schema, pinnen , weten wat en wanneer, uitgeven, tellen en opnieuw pinnen.
Op een andere manier is het geldverkeer op een pelgrimstocht niet te overzien, daarbij ben ik geen enkele kleine epicerie of tienda tegengekomen met een pinapparaat!!
Op de terugweg geef ik mezelf in de stad een ijsje en loop zo snel mogelijk terug naar de rustige begijnhof. Daar kijk ik in het boekje van Maria van vrienden op de fiets naar een slaapplek in Loon op Zand voor de volgende dag, ik bel en kan er de volgende dag vanaf 5 uur terecht. Meer dan vroeg genoeg want de dag erna is zo een beetje 35 km, en het is warm, on-Nederlands warm. Na een ontbijtje buiten vertek ik veel te laat om 10 uur. Foute inschatting, het is dan wel weer thuis maar het voelt vandaag als tropisch, de thermometers onderweg geven 35 graden aan en ik loop op het heetst van de dag. Ook in Nederland zijn er volop mensen die met alle liefde en plezier mijn waterfles willen vullen. Ik krijg kersen in Oosterhout en Cola in Vaart en mag in Kaatsheuvel onder de tuinsproeier en krijg er een kop koffie. Iedereen is nieuwsgierig naar ''wat doet zo'n meisje met zo'n grote rugzak?''en mijn verhaal van 3500 km naar Santiago en nu op weg terug naar huis maakt indruk en verbazing.
Rond 6 uur kom ik in Loon op Zand aan waar me een meer dan warm welkom wacht, bij pelgrims van 15 jaar geleden. De fotoboeken en de wijn staan al snel op tafel en ik zie dat ook zij zienderogen genieten van alle herinneringen die ze me vertellen over hun tocht. Tot 12 uur 's-nachts kunnen we buitenzitten en voelt het als een verlenging van de camino in Spanje. Met een beter gevoel kan ik de volgende dag niet op weg naar huis, en ook niet met een beter ontbijt trouwens. Dit keer is de prijs een kaart uit 's-Hertogenbosch, en een foto voor vertrek bij hen in de tuin.
Thuis voelt nu heel dichtbij, 18 km zeggen de anwb paaltjes, maar ik geef mezelf de tijd. Met de thuisblijvers spreek ik af om 3 uur op mijn plek van vertrek, de Wilhelminabrug in de stad. Mijn tocht begon er op 1 maart bij de wegwijzer naar Santiago met +/- 2800 km en nu wil ik er ook graag eindigen. Tussendoor drink ik een koffie met taart bij de Rustende Jager, klets ik met een groep kinderen en krijg applaus voor mijn pelgrimage en koel ik af in het water van de IJzerenman in Vught. Om 2 uur is het dan echt tijd mijn laatste 5 km te lopen, eerst nog een half uurtje door Vught en de Lunetten om om half 3 de toren van de Sint-Jan weer te zien.
Bij de brug wachten papa en mama, mijn zus en broer en heel veel familie en beste vrienden me op met tranen en bloemen en gejoel en geklap.
Ik ben weer thuis.... Lopens en te voet!!!!!

maandag 5 juli 2010

Lopen naar het einde van de wereld


5 juli 2010
100 Kilometer is het naar Finisterre, het einde van de wereld. Finis Terraea... daarna hield het op en zakte de zon weg van de aarde. Al sinds de Romeinse tijd zijn er pelgrims op deze oude Keltische route. In heel Galliscia zijn er tekens van Kelten te vinden maar zo dicht bij de zee zijn het er nog veel meer. Soms voelt het er zelfs meer Engels en Noors dan Spaans. Overal zijn er menhirs en grafheuvels en op veel boerderijen zie je Keltische beschermtekens boven de deur. Honderd kilometer in 3 dagen, en ik loop op dag 1 naar Neigrera, een stadje met een kasteel, en een kleine stadsmuur. Het nieuwe gedeelte ligt links en het oude gedeelte rechts van de rivier. Gelukkig ligt de albergue ook aan de rechterkant. Plotseling zijn de albergues weer veel kleiner er is plaats voor 20. Veel pelgrims nemen in Santiago de bus naar Finisterre en dat is jammer want de camino is hier prachtig. Veel bos en oude geplaveide pelgrimspaden. In dit gebied staan heel veel eucalypthus bomen en mint, en dus loop je de hele dag een beetje met een Dampo geurtje om je heen. Dag 2 is naar Olveira, met een rijtje gerenoveerde oude huizen en schuren als albergue. Het is klein maar heel mooi en de mensen zijn er supervriendelijk. In het enige restaurantje eten we de beste pelgrimsmaaltijd sinds weken. Allemaal streekgerechten en niks uit een potje of pakje. Op de tafel voor 6 personen staan 3 flessen wijn, en we krijgen na het toetje een lekkere kop kruidenthee. Met een lekker rozig gevoel gaan we naar bed. Om de volgende ochtend keihard wakker te worden geschut uit onze pelgrimsdroom. Het regent pijpestelen, en we moeten deze dag 42 km naar Finisterre. Na een ontbijt trekken we dapper onze regenpakken aan en gaan over een mooi pad op weg. Gelukkig leid de omgeving ons af van de regen, het is een van de authentiekste delen van de camino. Na een uur of 5 lopen stopt het met regenen en kunnen de regenpakken en poncho's op de rugzak. Tegen de tijd dat we de zee zien schijnt voorzichtig een zonnetje. Het is een fantastisch gevoel om de atlantische oceaan te zien na zo veel verschillend land.                
De pelgrims in de middeleeuwen liepen naar het einde van de wereld na Santiago om er in de zee ' opnieuw geboren' te worden. Ze verbranden hun oude kleren op het strand, en zochten er een St-Jacobsschelp om als een herboren pelgrim terug naar huis te lopen. Op het einde bij de rotsen staat het 0,00 km paaltje en dan is de camino echt op en over. Nog steeds verbranden pelgrims nu symbolisch wat van hun gedragen kleding. Daarna is het wachten op de zonsondergang en dan is de reis echt over. De 3 km die je daarna terugloopt naar het dorp Finisterre zijn de eerste van een nieuwe camino. Eentje die voor de rest van je leven is en nooit meer stopt. De camino is niet over bij 0,00 maar begint er!!