5 juli 2010
100 Kilometer is het naar Finisterre, het einde van de
wereld. Finis Terraea... daarna hield het op en zakte de zon weg van de aarde.
Al sinds de Romeinse tijd zijn er pelgrims op deze oude Keltische route. In
heel Galliscia zijn er tekens van Kelten te vinden maar zo dicht bij de zee
zijn het er nog veel meer. Soms voelt het er zelfs meer Engels en Noors dan
Spaans. Overal zijn er menhirs en grafheuvels en op veel boerderijen zie je
Keltische beschermtekens boven de deur. Honderd kilometer in 3 dagen, en ik
loop op dag 1 naar Neigrera, een stadje met een kasteel, en een kleine
stadsmuur. Het nieuwe gedeelte ligt links en het oude gedeelte rechts van de
rivier. Gelukkig ligt de albergue ook aan de rechterkant. Plotseling zijn de
albergues weer veel kleiner er is plaats voor 20. Veel pelgrims nemen in
Santiago de bus naar Finisterre en dat is jammer want de camino is hier
prachtig. Veel bos en oude geplaveide pelgrimspaden. In dit gebied staan heel
veel eucalypthus bomen en mint, en dus loop je de hele dag een beetje met een
Dampo geurtje om je heen. Dag 2 is naar Olveira, met een rijtje gerenoveerde
oude huizen en schuren als albergue. Het is klein maar heel mooi en de mensen zijn
er supervriendelijk. In het enige restaurantje eten we de beste
pelgrimsmaaltijd sinds weken. Allemaal streekgerechten en niks uit een potje of
pakje. Op de tafel voor 6 personen staan 3 flessen wijn, en we krijgen na het
toetje een lekkere kop kruidenthee. Met een lekker rozig gevoel gaan we naar
bed. Om de volgende ochtend keihard wakker te worden geschut uit onze
pelgrimsdroom. Het regent pijpestelen, en we moeten deze dag 42 km naar Finisterre. Na een
ontbijt trekken we dapper onze regenpakken aan en gaan over een mooi pad op
weg. Gelukkig leid de omgeving ons af van de regen, het is een van de
authentiekste delen van de camino. Na een uur of 5 lopen stopt het met regenen
en kunnen de regenpakken en poncho's op de rugzak. Tegen de tijd dat we de zee
zien schijnt voorzichtig een zonnetje. Het is een fantastisch gevoel om de
atlantische oceaan te zien na zo veel verschillend land.
De pelgrims in de
middeleeuwen liepen naar het einde van de wereld na Santiago om er in de zee '
opnieuw geboren' te worden. Ze verbranden hun oude kleren op het strand, en
zochten er een St-Jacobsschelp om als een herboren pelgrim terug naar huis te
lopen. Op het einde bij de rotsen staat het 0,00 km paaltje en dan is
de camino echt op en over. Nog steeds verbranden pelgrims nu symbolisch wat van
hun gedragen kleding. Daarna is het wachten op de zonsondergang en dan is de
reis echt over. De 3 km
die je daarna terugloopt naar het dorp Finisterre zijn de eerste van een nieuwe
camino. Eentje die voor de rest van je leven is en nooit meer stopt. De camino
is niet over bij 0,00 maar begint er!!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten