zaterdag 17 april 2010

Bibracte........ 17 apr. 2010 Anost – Glux-en-Glenne – Issy’L-Eveque – Paray-Le-Monial


Midden in Frankrijk ligt het echte Asterix  en Obelix dorp, of zeg maar gerust stad. In de hoogtijdagen van Bibracte, op de hoogste berg van de Morvan ,de Mont Bavreux, was het groter dan Parijs was in de 16e eeuw. Bibracte was dus belangrijk genoeg om door Julius Cesaer te willen worden veroverd. Behalve een goed beschermde vesting op de berg was Bibracte een heel belangrijk ''industrieel'' centrum in die tijd. Er woonden allerlei handwerklieden die oa potten bakten en smeedwerk maakten. Rond 1800 werd het ontdekt en sindsdien in het het grootste Keltisch/Gallisch archeologische centrum ter wereld. Nog steeds worden er nieuwe delen ontdekt en in Glux en Glenne in het onderzoekscentrum in kaart gebracht.
Gelukkig staat de Gite vlak voor Mont Bavreux en ben ik er vroeg in de ochtend zodat ik nog tijd heb om wat te bekijken. Wel een plek om te onthouden want naar het museum en alle opgravingen bekijken kan natuurlijk niet. De gite in Glux trouwens ook , splinternieuw en met eten in de avond en ochtend, dat is fijn want in de Morvan is in bijna geen een dorp nog een winkel te bekennen. Ik heb die dag geleefd op een chocolade toetje en brie, en was blij dat de dame van de gite een 3 gangen maaltijd en de volgende dag een vers ontbijtje voor me had.



Mijn einddoel voor de dag erna is Issy'l-Eveque en dat is toch zo'n 30 km verder. Na Bibracte loop ik het nationaal park van de Morvan en de echte bergen uit en wordt het landschap veel glooiender. Dat is wel wat makkelijker lopen dam bergen van 1000 meter op en af te moeten. Larochemillay is de laatste hoge klim en daarna is het heuvel af naar Luzy en verder naar Issy. Daar kom ik terecht in een manege bij een landhuis dat door de omwonenden het chateau wordt genoemd. Het staat nog zo'n 5 km na Issy dus ben ik er redelijk laat maar net voor een flinke regenbui. Op de manege is net een nieuw veulen geboren waarvan de vader en moeder 'gris' zijn maar daar komt altijd een 'marron' baby van....de mevrouw van de manege kan me ook niet precies uitleggen hoe dat werkt, est la nature, zegt ze, punt.

Omdat ik toch al een eind na Issy zit besluit ik de dag erna toch maar naar Paray le Monial te lopen ook weer een afstand van 30+ maar daarna worden de etappes korter omdat er meer overnachtingplekken gaan komen. Nog een keer doorbijten dan maar. In Paray le Monial weet ik dat ik ook niet echt op zoek hoef naar een slaapplek want het is daar het een na het andere klooster. Paray is een oude en nieuwe bedevaartsplek, in de middeleeuwen had het de al na model van Cluny gebouwde baseliek en in 1600 zoveel kreeg een adelijke dame Marguerite er visioenen van Jezus en was er een nieuwe reden, na haar heiligverklaring rond 1800 om er op bedevaart na toe te gaan. Paray bouwde de ene na de andere kerk en kapel en is een drukbezochte plaats voor retraites. Ik kan terecht bij de zusters van het heilig hart in het Maison de Sacre Coeur. Nadat ik  mijn rugzak heb neergezet op mijn kamer ga ik nog snel even het stadje in om al dat kerkelijks te bekijken. Alleen al in de straat van het Maison de Sacre Coeur zijn 3 kappellen en een kerkje en daarna staat nog de baseliek. Kapel een is voor de leermeester van Marguerite, twee voor Marguerite zelf, daarna het kerkje wat is gebouwd op de plek waar ze haar visioenen kreeg en waar de hele dag wordt gezongen.  Een paar deuren verder is de kapel van St- Jean boven op een zolder, waarom daar weet ik niet maar er is een stilte die ik niet uit kan leggen. De rust kun je echt letterlijk om je heen voelen. Je hoort er op een wonderbaarlijke manier niks van de stad die er omheen ligt. De stilte is zo intens dat je er wel mee in moet. Na een minuut of 20 sluip ik de kapel uit. Als laatste ga ik naar de baseliek, met kloostertuin en krijg ik een stempel in mijn credential die bijna vol is. De mevrouw van de kerk verteld dat er om 19.00 een mis is maar daar bedankt ik voor, het zou de stilte die ik net heb ervaren teniet doen. In de supermarkt koop ik wat te eten voor een picknick op bed. Heerlijk die rust na zo een lange dag lopen. Ik blijf lekker op m'n kamertje en val heel stil van binnen in slaap

donderdag 8 april 2010

In tranen in Vezelay....... 8 apr. 2010 Arcy-sur-Cure - Vezelay


Vanmorgen voelde ik het al, Vezelay trekt aan me als aan me als een magneet. Toch lukt het Steve van de gite me tot half 10 aan het ontbijt te houden. Daarna wil ik echt weg. Normaal lukt het me goed om de GR in de gaten te houden en om me heen te kijken en ook nog te praten met mensen onderweg maar vandaag voel ik me als een kip zonder kop op weg naar.... Net Arcy sur Cure uit loop ik tegen 2 nieuwe pelgrims aan uit Belgie en Nederland blijkt later op de dag. Een van hen loopt op GPS en samen pratend raak ik de GR helemaal kwijt. Dat is niet zo handig want als ik hen uit het oog verlies ben ik dus echt de weg kwijt. Omdraaien dan maar en de GR terug vinden. Dat lukt behoorlijk snel en ik ben naar een uurtje in St More waar ik je raad het al de GR weer kwijt raak maar nu dus voor de echt. Gelukkig hebben we de kaarten nog....dan maar m'n eigen route maken om in Vezelay te komen. Ik zou nu in dit verhaaltje anders precies kunnen vertellen welke plaatsen ik ben doorgelopen maar ook daar heb ik vandaag geen flauw benul van. Wat ik wel kan vertellen is dat er nu ook overal Salomonszegel begint te groeien en dat ik ook her en der Wildemanskruid heb gezien. De omgeving wordt veel bergachtiger nu ik de Morvan in loop en dat is meer klimmen maar ook veel mooier. In Arcy sur Cure en St More zijn zelfs grotten uit de pre-historie waar rotstekeningen in staan en waar mensen in hebben gewoond.

Als ik uit een van de dalen langs de rivier loop is daar ineens boven op een berg Vezelay. Allemaal kerken en torens binnen een stadsmuur op een rots. Vezelay is gebouwd voor pelgrims en kruistochten en staat daar al meer dan 1000 jaar hetzelfde te zijn. Als je die rots dan zelf op gaat klimmen over een pad dat ook al net zo lang geplaveid is. Waar al meer dan 1000 jaar pelgrims over heen lopen met het zelfde doel als jij wordt je daar wel even stil van. De stad heeft aan drie kanten een toegangspoort. Pelgrims komen binnen door de Porte de la Croix recht achter de kathedraal om zo het plein ervoor op te lopen. Als ik daar eenmaal sta zo naast die enorme kerk voel ik me nog kleiner als ik me al voelde toen ik dat pad op liep. Kijkend naar de deuren van de kerk besef ik me wat ik de hele dag eigenlijk al niet kon bevatten..... Ik ben echt in Vezelay!!!
Ik ben vanaf mijn eigen huis 1000km gelopen naar een stadje in Frankrijk. Er is niks meer op dat plein dan ik en de kathedraal en dan zijn er tranen. Van blijdschap, ontroering en trots.

Natuurlijk ben ik niet echt alleen op dat plein, en ik besef dat een aantal toeristen me een beetje eigenaardig staan aan te koekeloeren. Als ik richting de deuren van de kathedraal loop de trappen op waar zij op staan gaan ze allemaal een stap opzij om me er goed doorheen te laten, en als ik in de grote entree sta maakt een van hen een foto van me. Ik was in Vezelay en ik zag een echte pelgrim aankomen met een schelp op haar rugzak. En dat is nog echt waar ook; ik ben een echte pelgrim.. op weg via Vezelay, naar Santiago de zoveelste in eeuwen.
In de kerk vraag ik om een slaapplaats en wordt in doorgestuurd naar de Monasteria van de broeders van Jerusalem. Daar kan ik me naar 4 uur melden. Na me ingeschreven te hebben stuurt een ietwat verlegen pater naar Gite de Bethanie een huis dat ze bezitten speciaal voor pelgrims. Ik slaap met 5 op een kamer,een mix van Belgie en Nederland. Mijn spullen laat ik achter en ik loop terug het stadje in om wat rond te kijken en om om 6 uur in de vespers te zijn in de kathedraal. De vespers worden helemaal gezongen door de monniken en zusters van de 2 kloosters in Vezelay en dat klinkt heel erg mooi. En het ziet er ook mooi uit, de kathedraal is heel erg sober en helemaal wit van binnen,en de monniken en zusters zijn ook helemaal in het wit.



Wat ook bijzonder is is dat het helemaal niet afstandelijk voelt, je voelt en merkt dat je als bezoeker er bij hoort en niet alleen toeschouwer bent. Er worden samen kaarsen aangestoken en iedereen in de kerk gaat ter communie op het altaar met hosties en wijn. Tijdens de dienst is er een moment dat iedereen van iedereen een hand krijgt, fijn dat je er bent wordt er gezegd, geen uitzondering. (Joehoeee Sint-Jan zo kan het ook.)
Daarna trakteer ik en anderen ook me zelf op een etentje in een echt restaurant. En ik bestel...... Cocqille St-Jacques.


Wat zoologen zoal kopen....... 8 apr. 2010 Chablis – Auxerre – Arcy-sur-Cure


In Auxerre slaap ik in het huis van Paul Bert een zooloog en longarts van precies hoelang geleden weet ik niet. Het huis is nu van het Maison des Randonneurs een soort wandel en fietshuis. Paul Bert moet een belangrijk en vooraanstaand man zijn geweest want hij heeft in Auxerre ook een straat en een brug met standbeeld. Vooraan in de straat zie je alleen een grote groene poort maar daarachter zit een met planten begroeid straatje dat uitkomt in een gigantische tuin waarin zijn woonhuis en laboratorium staan. Die tuin is dus meteen de vraag van die dag; wat zou zo'n zooloog nou voor dieren kopen. In de tuin zie je namelijk de 'resten' van een minidierentuin. Een waterpartij met daarachter struiken waar ik gelijk pinguins in fantaseer en een soort stenenheuvel waar je een leeuw op zou kunnen houden. Verderop is een bamboobosje voor een pandabeer. Elke ochtend loopt Paul door zijn eigen dierentuin naar het laboratorium en geeft ondertussen de,natuurlijk,tamme leeuw een aai over zijn bol. Daarna gaat hij als een Jules Verne in dieren en longzaken belangrijke dingen ontdekken. Tussen de middag komt er een pinguin eeh ik bedoel butler zeggen dat het middageten op de tafel staat en laat Paul de flesjes en potjes borrelend achter. Om er later op de dag de eerste Ventolin puf uit te destileren.


Ik heb behalve de tuin en huis van Paul Bert in Auxerre nog veel meer kunnen bekijken want ik was er heel erg op tijd. In de kathedraal krijg ik in mijn credential een hele mooie stempel. Auxerre is ook een belangrijke pelgrimsstad want de route uit Parijs komt hier bij de route die ik loop vanuit Reims om samen naar Vezelay te gaan. Net als in alle andere plaatsen tot nu toe krijg ik ook hier te horen dat ik bij een van de eerste hoor. Waar blijven toch al die hordes pelgrims die ze verwachten in dit heilig jaar? Afwachten tot Vezelay.....

 
Na Auxerre loop ik langs de rivieren de Yonne en Cure naar Arcy sur Cure. Een plaats met een hele mooie oude brug maar vooral aardige Engelse mensen met een splinternieuwe Gite waar ik in mag slapen. Steve en Chriss verhuisden 2 jaar geleden naar dit prachtige plaatsje dat enigsinds ingeslapen was. Ze kochten er de oude bakkerij waar niet veel meer van over was dan het uithangbord. Na eerst een aantal kamers voor zichzelf bewoonbaar te hebben gemaakt verbouwden ze het bakhuisje tot een Gite die nog maar net wel net niet open is. Omdat het paasvakantie is hebben ze gasten uit Engeland waaronder de moeder van Steve die wel zeker over 90 is. Ook dit is weer zo'n adresje om te onthouden, voor als iemand ooit hier in de buurt wil overnachten of op vakantie wil gaan. Misschien is een pelgrimsreisbureau wel een gat in de markt.
Behalve Steve en Chriss waren er vandaag veel meer aardige mensen, een jongen uit Auxerre die ik ontmoette in Champs sur Yonne die van origine Marrokaans was en familie heeft in Rotterdam.

Behalve 'alles goed' kom hij me ook een kortere route vertellen. Een man in een rolstoel die pizza ging eten met zijn zoon en me verder wees en me bon route wenste. Later een mevrouw met 2
dochters in Cravant die me vertelde dat Arcy sur Cure de beste overnachtingsplek zou zijn voor die dag. Kortom allemaal mensen met goede tips en bedoelingen. Naast dit adres waar ik slaap voor bijna niks,eet ik ook nog een menuutje voor €14.00 , 4 gangen incl. wijn en koffie .    
Leve het pelgrimsbestaan.......





vrijdag 2 april 2010

BRASIL...... 2 apr. 2010 Outines – Brienne-le-Chateau


Na het vertek bij de heks van Ourtines lopen we een eigen route naar Brienne-le-Chateau, over kleine D wegen die grofweg de GR volgen maar dan zonder modder. Na de prachtige lentedag van gisteren is het vandaag de beurt aan de regen, orages noemen ze dat hier. In Nederland zouden we het stortbuien noemen. Al net Ourtines uit moeten de regenpakken al aan en besluiten we samen door te lopen omdat dat langs de soms drukke D wegen veiliger loopt, zeker in de regen. In Lentille een oud vakwerk-huizen dorpje stoppen we voor de Sint-Jacobus kerk helemaal van hout gemaakt en 12e eeuws. Heel anders dan al de imposante kathedralen die tot nu voorbij kwamen. Daarna is het een aaneenschakeling van kleine boerendorpjes tot aan Brienne-le-Chateau. Al van heel ver zie je het kasteel boven op een heuvel liggen, en bij het binnen komen van het stadje lijkt de hoofdstraat verder te lopen in de brede oprijlaan met enorme smeedijzeren poort. Het paleis was ooit van Napoleon die er een flinke verbouwing tegenaan gooide om het helemaal bij de tijds te maken. Napoleon had al eerder in Brienne gewoond toen hij er op de militaire academie zat en was toe al onder de indruk van het paleis, toen hij meer macht kreeg heeft hij het direct gekocht. In Brienne kun je je als pelgrim melden bij de Mairie of het office de tourisme voor de sleutel van de pelgrimsherberg. Bij de mairie hebben ze er niet zo'n zin in en sturen ons naar het office dat juist vandaag gesloten is. Daar meld een man bij het hek dat er misschien plek is in de pastorie, maar ook daar is niemand thuis. Dan maar weer naar de mairie en daar niet opgeven en geduld hebben. Helaas zonder resultaat. De verrassing komt wederom uit onverwachte hoek. Buiten worden we door een meisje aangesproken uit Brazilie, ze had ons al gezien in het stadhuis. Ze woont nog maar 1 jaar in Frankrijk, samen met een franse jongen, de zoon van de burgemeester van het dorp ervoor. Zij zal wel even wat regelen......of we bij haar ondertussen koffie willen drinken. Ondertussen verontschuldigd  ze zich ontelbaar keer voor haar slechte engels, wat toch echt niet slecht is. Eenmaal in haar huis en voorgesteld aan haar man wordt het al snel duidelijk, we slapen daar!! Na een minuut of 5 komt er een vriend binnen die ze heeft gebeld, die meteen moest komen, want hij had 5 maanden in Ierland voor Oxfam gewerkt en sprak dus goed engels, om te tolken. Claucia, zo heet ze, is meteen van de 'mi casa e su casa' gastvrij als in Brazilie. We kunnen douchen en op internet er is volop eten, en wijn, en het wordt die avond reuze gezellig. Voor op onze reis krijgen we ieder van haar een door haarzelf gevonden papegaaien veer uit de Braziliaanse jungle, omdat ze ons als vogels vind, vrij en op weg naar waar ze vliegen. Er worden later op de avond vriendinnen en haar moeder in Brazilie gebeld om te vertellen over de peregrino's die bij haar slapen. Later op de avond kan ik nog wel even serieus met haar praten over het gemis van haar land, en hoe moeilijk ze het vind in Frankrijk te aarden. Vanaf 1april gaat ze werken bij het Office de Tourisme, volgens mij is ze daar helemaal op haar plek. Pas om 12.00 gaan we naar bed, veel te laat maar gelukkig is het de volgende dag niet zo ver. In de ochtend naar het ontbijt bedankt ze ons voor het slapen bij haar, volgens mij hoort dat andersom te zijn, waarschijnlijk hadden wij net zo hard een slaapplek nodig als zij mensen om haar heen. Toeval dat we elkaar gevonden hebben .....?