Vanmorgen voelde ik het al, Vezelay trekt aan me als aan
me als een magneet. Toch lukt het Steve van de gite me tot half 10 aan het
ontbijt te houden. Daarna wil ik echt weg. Normaal lukt het me goed om de GR in
de gaten te houden en om me heen te kijken en ook nog te praten met mensen
onderweg maar vandaag voel ik me als een kip zonder kop op weg naar.... Net
Arcy sur Cure uit loop ik tegen 2 nieuwe pelgrims aan uit Belgie en Nederland
blijkt later op de dag. Een van hen loopt op GPS en samen pratend raak ik de GR
helemaal kwijt. Dat is niet zo handig want als ik hen uit het oog verlies ben
ik dus echt de weg kwijt. Omdraaien dan maar en de GR terug vinden. Dat lukt
behoorlijk snel en ik ben naar een uurtje in St More waar ik je raad het al de
GR weer kwijt raak maar nu dus voor de echt. Gelukkig hebben we de kaarten
nog....dan maar m'n eigen route maken om in Vezelay te komen. Ik zou nu in dit
verhaaltje anders precies kunnen vertellen welke plaatsen ik ben doorgelopen
maar ook daar heb ik vandaag geen flauw benul van. Wat ik wel kan vertellen is
dat er nu ook overal Salomonszegel begint te groeien en dat ik ook her en der
Wildemanskruid heb gezien. De omgeving wordt veel bergachtiger nu ik de Morvan
in loop en dat is meer klimmen maar ook veel mooier. In Arcy sur Cure en St
More zijn zelfs grotten uit de pre-historie waar rotstekeningen in staan en
waar mensen in hebben gewoond.
Als ik uit een van de dalen langs de rivier loop is daar
ineens boven op een berg Vezelay. Allemaal kerken en torens binnen een
stadsmuur op een rots. Vezelay is gebouwd voor pelgrims en kruistochten en
staat daar al meer dan 1000 jaar hetzelfde te zijn. Als je die rots dan zelf op
gaat klimmen over een pad dat ook al net zo lang geplaveid is. Waar al meer dan
1000 jaar pelgrims over heen lopen met het zelfde doel als jij wordt je daar
wel even stil van. De stad heeft aan drie kanten een toegangspoort. Pelgrims
komen binnen door de Porte de la
Croix recht achter de kathedraal om zo het plein ervoor op te
lopen. Als ik daar eenmaal sta zo naast die enorme kerk voel ik me nog kleiner
als ik me al voelde toen ik dat pad op liep. Kijkend naar de deuren van de kerk
besef ik me wat ik de hele dag eigenlijk al niet kon bevatten..... Ik ben echt
in Vezelay!!!
Ik ben vanaf mijn eigen huis 1000km gelopen naar een
stadje in Frankrijk. Er is niks meer op dat plein dan ik en de kathedraal en
dan zijn er tranen. Van blijdschap, ontroering en trots.
Natuurlijk ben ik niet echt alleen op dat plein, en ik
besef dat een aantal toeristen me een beetje eigenaardig staan aan te
koekeloeren. Als ik richting de deuren van de kathedraal loop de trappen op
waar zij op staan gaan ze allemaal een stap opzij om me er goed doorheen te
laten, en als ik in de grote entree sta maakt een van hen een foto van me. Ik
was in Vezelay en ik zag een echte pelgrim aankomen met een schelp op haar
rugzak. En dat is nog echt waar ook; ik ben een echte pelgrim.. op weg via
Vezelay, naar Santiago de zoveelste in eeuwen.
In de kerk vraag ik om een slaapplaats en wordt in doorgestuurd
naar de Monasteria van de broeders van Jerusalem. Daar kan ik me naar 4 uur
melden. Na me ingeschreven te hebben stuurt een ietwat verlegen pater naar Gite
de Bethanie een huis dat ze bezitten speciaal voor pelgrims. Ik slaap met 5 op
een kamer,een mix van Belgie en Nederland. Mijn spullen laat ik achter en ik
loop terug het stadje in om wat rond te kijken en om om 6 uur in de vespers te
zijn in de kathedraal. De vespers worden helemaal gezongen door de monniken en
zusters van de 2 kloosters in Vezelay en dat klinkt heel erg mooi. En het ziet
er ook mooi uit, de kathedraal is heel erg sober en helemaal wit van binnen,en
de monniken en zusters zijn ook helemaal in het wit.
Wat ook bijzonder is is dat het helemaal niet
afstandelijk voelt, je voelt en merkt dat je als bezoeker er bij hoort en niet
alleen toeschouwer bent. Er worden samen kaarsen aangestoken en iedereen in de
kerk gaat ter communie op het altaar met hosties en wijn. Tijdens de dienst is
er een moment dat iedereen van iedereen een hand krijgt, fijn dat je er bent
wordt er gezegd, geen uitzondering. (Joehoeee Sint-Jan zo kan het ook.)
Daarna trakteer ik en anderen ook me zelf op een etentje
in een echt restaurant. En ik bestel...... Cocqille St-Jacques.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten