20 juni 2010
Foncebadon – Molinaseca –
Villafranc del Bierzo
De ene berg is de andere niet en dat geld zeker voor de
laatste dagen. Eerst ging ik naar Cruz de Ferro en sliep in de staartje van
deze berg, in Molinaseca. Daarna liep ik via Villafranca naar La-Faba om daarna
naar O-Ceibrero te lopen. Dan is het gedaan met de bergen op mijn tocht.
Allemaal gehad! De Ardennen, de Morvan, een stukje Alpen, het Central Massief,
de Pyreneeen, Picos de Europa en de Montes de Leon.
Cruz de Ferro is een van de meest indrukwekkende plaatsen
waar je als pelgrim langskomt, het hoogste deel op de Camino Frances. Op deze plek
laten pelgrims al meer dan duizend jaar stenen achter die ze meedragen van
thuis. Ze staan symbool voor de dingen die ze achter zich willen laten.
Middenin staat een houten paal met een ijzeren kruis. Het Cruz de Ferro, al
heel vaak opgehoogd omdat de stapel stenen maar bleef groeien. Het zijn
inmiddels niet alleen maar stenen die worden achtergelaten maar ook briefjes,
foto's en vanalles anders wat pelgrims willen herdenken. Ik zoek tervergeefs
naar de stenen van vorige keer maar ze zijn waarschijnlijk al verdwenen onder
een heleboel andere.
Ook dit keer heb ik er 3; een van mama; de maansteen uit
de ring die ik bij heb, een steen van mezelf, en de steen van het
herdenkingskruis van de gestorven Nederlander na St-Jean. Ik leg ze bij elkaar
op een grote steen, en weet dat ze hier voor altijd zullen blijven liggen. Na
Cruz de Ferro is er nog een heel mooi stuk bergpad naar Majarin, waar Tomas een
bijzondere tempeliersherberg runt. Het is er vol met dieren, en de koffie is er
altijd klaar. Een goede plek om in de ochtend nog een beetje wakker te worden
na een niet al te beste nacht. De camino brengt me daarna door allerlei kleine
dorpjes, waarvan ik er in een middageet. In de kleine tienda van Victoria
worden super boccadillo's gemaakt. Per stuk neemt ze de tijd om ze te maken, en
iedereen wacht rustig in de rij. Buiten is er een soort terrasje waar we in de
zon kunnen eten. Na een half uurtje komt ze checken of het allemaal lekker was,
en glazen brengen zodat we het sap niet uit het pak hoeven drinken. Na Acebo is
het nog maar een klein stuk naar Molinaseca, daar ga ik vandaag stoppen heb ik
in de bergen besloten. Niet naar de stad, te veel te groot en te veel mensen.
Molinaseca ligt net nog in de kloof en de bergen zijn bijna rondom. Er stroomt
een riviertje, met een strandje eraan met een terras. Een betere plek kun je je
niet bedenken na een wandeldag. Met mijn voeten in het water drink ik een vino
tinto. De albergue in Molinaseca is klein maar ruim, er is maar plaats voor 30,
en voor de verandering zijn er een keer geen stapelbedden. Na een slechte nacht
in Foncebadon had ik waarschijnlijk overal goed geslapen maar hier is het wel
heel erg rustig. Niemand maakt de hele nacht maar enig geluid, geen gesnurk,
niks!! Boven mijn bed heb ik een dakraam met de beste sterrenhemel in tijden.
Het heet hier niet voor niks de weg onder de sterren...