5 mei 2012
Sarzana- Pietrasanta
Transition-days, zo noemen we ze.
Dagen waarbij de route je puur van A naar B brengt.
Veel asfalt, en weinig moois en of interessants.
Ook nu weer een mooie naam voor een nu niet meer zo mooie weg.
De via Aurelia is de oude romeinse weg langs de kust.
Het leukste wat ik vandaag zie is een foto van kleine neefje Milo breed lachend in Mainstreet in Disney-world Florida. Ook een bestrate weg maar net een stukje vrolijker!
De Via Aurelia;
Vandaag brengt hij ons van Sarzana naar Pietrasanta.... 38 kilometer....
donderdag 10 mei 2012
Make my way......
3 & 4 mei 2012
Pontremoli- Aulla- Sarazana.
Vandaag ontmoet ik zomaar ineens de "makers" op deze weg, diegene die het voor mij deels mogelijk maken de weg naar Rome te volgen. De mannen die de stickers plakken, de markeringen schilderen en de bordjes en pijlen op paaltjes langs de weg plaatsen.
Druk bezig met het vast spijkeren van een gele pelgrim, in mijn ervaringen vaak de beste keuze om te volgen, treffen we ze net voor Villafranca.
Vorig jaar waren er in dit gedeelte van Italië grote overstomingen vanuit de Appenijnen. Hier in het dal komen meerdere grote rivieren samen, en stomen vanuit Pontremoli naar Aulla en dan naar de Middellandse zee.
De verwoestingen en schades waren enorm. Er lagen meters modder in de straten van de lager gelegen dorpen. En hele rivierbeddingen zijn na 25 oktober van koers veranderd.
Deze ochtend nog stonden we nog op een nu halve brug. Aan het begin op de ene oever nog een pijler en een stukje bestrating, daarna plotseling een steile helling met de resten van de middenpijler en het voormalig wegdek.
Er zat niets anders op dan de sporen van de schapen die ons hier voorgingen helling afwaarts te volgen. Alleen zij en wij voetgangers kunnen hier nu nog verder. Auto's en trekkers moeten kilometers ver omrijden om aan de andere kant van het dorp of bij hun weiland te komen.
Voetje voetje schuifelen we de rivierbedding naar beneden tegemoet.
Om aan de andere kant weer steil omhoog te klimmen.
Eenmaal aan de andere kant vinden we een tijdelijke "gele pelgrim" die ons terug op de route brengt.
Een boer op een trekker steekt zijn duim naar ons omhoog, goed gedaan, en op de goede weg!
Andiamo, we moeten verder....
Net na ons brugavontuur treffen we twee nieuwe, ditmaal Duitse, pelgrims. Waarschijnlijk nog maar net op de weg, de spullen zijn nog nieuw, en de kuiten nog spierwit. We lopen op kleine berg paden die vaak meer op watervalletjes lijken na de onweersbuien die we de afgelopen dagen steeds hadden. Gelukkig laten ze ons al vlug passeren want echt snel zijn ze (nog) niet. Daarna moeten we tot twee maal toe een bergbeekje over en zijn we ze helemaal kwijt.
Niet heel veel verderop staan de mannen van de bewegwijzering, voor de grotere spullen hebben ze een autootje bij, maar het meeste moet toch mee in de rugzak. Na de overstromingen van vorig jaar is er ook veel van de signalering verloren gegaan, en nu het weer wat beter is, en ze ook na inventarisering weten waar de grootste problemen zijn zijn ze aan de slag gegaan.
Ze zijn verantwoordelijk voor de route in Toscane, en werken deze hele week om de signalering weer zo goed mogelijk op orde te krijgen. Dat betekend oude en versleten bordjes verwijderen, nieuwe maken, paaltjes slaan, ga zo maar door. Ze slapen in de herberg in Aulla, daar is veel plek, en ze kunnen vanaf daar centraal werken.
We vragen ze of de weg die door het bos loopt wel begaanbaar is. Die is vol kleine bergstroompjes en ligt midden is het toen crisis gebied. Maar ze adviseren ons de gewone asfalt weg te nemen. Er is op dat gedeelte van de route veel bewegwijzering verloren gegaan en sommige paden zijn geheel verdwenen. Ze geven ons een kaartje met een telefoonnummer om eventuele manco's die wij tegen komen te melden. Dan kunnen ze daar extra rekening mee houden. We vertellen ze van de niet bestaande brug van gister op onze route de Ciso af. Daar weten ze al van, maar jammer genoeg kunnen ze daar niets aan doen vinden ze zelf.
Een nieuwe brug is er niet zomaar, de pelgrims die deze zomer lopen kunnen waarschijnlijk wel door de rivier, als het water weer laag staat. Nu zit er nog niets anders op dan teruglopen. Maar ze beloven ons een waarschuwings bordje te maken zodat pelgrims eerder naar de asfaltweg kunnen afbuigen.
Aulla is splinternieuw! Deze herberg had de meeste schade na de overstromingen. Een flinke groep Italiaanse pelgrims heeft er twee weken aan een stuk aan gewerkt om de boel weer op orde te krijgen. Het water heeft er anderhalve meter hoog gestaan wijst de dame van de herberg aan op een pilaar. En nadat het water was weggepompt bleef er nog een tientallen centimeters dikke modderlaag over die handmatig moest worden weg geschept.
Er is geschilderd, gepoetst , getegeld tot de herberg weer open kon voor het nieuwe seizoen.
Nadat wij al lang zijn aangekomen arriveren in de avond ook de mannen van de bordjes. Ik heb inmiddels al een douche gehad in de splinternieuwe badkamer, een koffie met koekjes van de hospitalera, en een stempel van de pastoor op Nike's die er vorig jaar ook was.
En ik besef me ten volste, zonder geen van hen, geen Via Francigena.
Zij, zij maken mijn weg!
Pontremoli- Aulla- Sarazana.
Vandaag ontmoet ik zomaar ineens de "makers" op deze weg, diegene die het voor mij deels mogelijk maken de weg naar Rome te volgen. De mannen die de stickers plakken, de markeringen schilderen en de bordjes en pijlen op paaltjes langs de weg plaatsen.
Druk bezig met het vast spijkeren van een gele pelgrim, in mijn ervaringen vaak de beste keuze om te volgen, treffen we ze net voor Villafranca.
Vorig jaar waren er in dit gedeelte van Italië grote overstomingen vanuit de Appenijnen. Hier in het dal komen meerdere grote rivieren samen, en stomen vanuit Pontremoli naar Aulla en dan naar de Middellandse zee.
De verwoestingen en schades waren enorm. Er lagen meters modder in de straten van de lager gelegen dorpen. En hele rivierbeddingen zijn na 25 oktober van koers veranderd.
Deze ochtend nog stonden we nog op een nu halve brug. Aan het begin op de ene oever nog een pijler en een stukje bestrating, daarna plotseling een steile helling met de resten van de middenpijler en het voormalig wegdek.
Er zat niets anders op dan de sporen van de schapen die ons hier voorgingen helling afwaarts te volgen. Alleen zij en wij voetgangers kunnen hier nu nog verder. Auto's en trekkers moeten kilometers ver omrijden om aan de andere kant van het dorp of bij hun weiland te komen.
Voetje voetje schuifelen we de rivierbedding naar beneden tegemoet.
Om aan de andere kant weer steil omhoog te klimmen.
Eenmaal aan de andere kant vinden we een tijdelijke "gele pelgrim" die ons terug op de route brengt.
Een boer op een trekker steekt zijn duim naar ons omhoog, goed gedaan, en op de goede weg!
Andiamo, we moeten verder....
Net na ons brugavontuur treffen we twee nieuwe, ditmaal Duitse, pelgrims. Waarschijnlijk nog maar net op de weg, de spullen zijn nog nieuw, en de kuiten nog spierwit. We lopen op kleine berg paden die vaak meer op watervalletjes lijken na de onweersbuien die we de afgelopen dagen steeds hadden. Gelukkig laten ze ons al vlug passeren want echt snel zijn ze (nog) niet. Daarna moeten we tot twee maal toe een bergbeekje over en zijn we ze helemaal kwijt.
Niet heel veel verderop staan de mannen van de bewegwijzering, voor de grotere spullen hebben ze een autootje bij, maar het meeste moet toch mee in de rugzak. Na de overstromingen van vorig jaar is er ook veel van de signalering verloren gegaan, en nu het weer wat beter is, en ze ook na inventarisering weten waar de grootste problemen zijn zijn ze aan de slag gegaan.
Ze zijn verantwoordelijk voor de route in Toscane, en werken deze hele week om de signalering weer zo goed mogelijk op orde te krijgen. Dat betekend oude en versleten bordjes verwijderen, nieuwe maken, paaltjes slaan, ga zo maar door. Ze slapen in de herberg in Aulla, daar is veel plek, en ze kunnen vanaf daar centraal werken.
We vragen ze of de weg die door het bos loopt wel begaanbaar is. Die is vol kleine bergstroompjes en ligt midden is het toen crisis gebied. Maar ze adviseren ons de gewone asfalt weg te nemen. Er is op dat gedeelte van de route veel bewegwijzering verloren gegaan en sommige paden zijn geheel verdwenen. Ze geven ons een kaartje met een telefoonnummer om eventuele manco's die wij tegen komen te melden. Dan kunnen ze daar extra rekening mee houden. We vertellen ze van de niet bestaande brug van gister op onze route de Ciso af. Daar weten ze al van, maar jammer genoeg kunnen ze daar niets aan doen vinden ze zelf.
Een nieuwe brug is er niet zomaar, de pelgrims die deze zomer lopen kunnen waarschijnlijk wel door de rivier, als het water weer laag staat. Nu zit er nog niets anders op dan teruglopen. Maar ze beloven ons een waarschuwings bordje te maken zodat pelgrims eerder naar de asfaltweg kunnen afbuigen.
Aulla is splinternieuw! Deze herberg had de meeste schade na de overstromingen. Een flinke groep Italiaanse pelgrims heeft er twee weken aan een stuk aan gewerkt om de boel weer op orde te krijgen. Het water heeft er anderhalve meter hoog gestaan wijst de dame van de herberg aan op een pilaar. En nadat het water was weggepompt bleef er nog een tientallen centimeters dikke modderlaag over die handmatig moest worden weg geschept.
Er is geschilderd, gepoetst , getegeld tot de herberg weer open kon voor het nieuwe seizoen.
Nadat wij al lang zijn aangekomen arriveren in de avond ook de mannen van de bordjes. Ik heb inmiddels al een douche gehad in de splinternieuwe badkamer, een koffie met koekjes van de hospitalera, en een stempel van de pastoor op Nike's die er vorig jaar ook was.
En ik besef me ten volste, zonder geen van hen, geen Via Francigena.
Zij, zij maken mijn weg!
Pass the bottle....
2 mei 2012
Berceto- Pontremoli
Na het ontbijt in een klein barretje in Berceto resten ons twee taken. Een stempel voor ons credential en het beklimmen van de Passo Cisa.
Het eerste blijkt moeilijker, na een half uur in Berceto te hebben gezocht en te hebben aangebeld bij de pastorie vertrekken we met niets. Fabio schrijft in zijn allermooiste schoonschrift; casa gioventu Berceto, en ik sla het gewoon over!!
Daarna is het tijd voor opdracht twee, de Passo Cisa. De wolken lijken langzaam weg te trekken en dus kiezen we voor de oude originele variant, en niet de nieuwe asfalt weg. We moeten daarvoor wel vanaf de andere kant van de voorlaatste berg naar de pas, en dat betekend klimmen tot 1300 meter, en daarna omlaag om de Cisa over te steken op 1040 meter.
Het is bewolkt, en dat betekend dat we boven op de pas naar alle waarschijnlijkheid geen hand voor ogen zullen zien. Maar dit keer hoef ik niet alleen de Ciso over, en dat maakt het een stuk eenvoudiger in mijn hoofd.
Samen kun je op zo'n moment echt meer dan in je eentje.
Alhoewel het zicht dit keer veel langer goed is is het op de top een grote wolk.
De weg voor auto's naar de pas ligt lager dan de originele oude passage die wij volgen. Eerst klimmen we tot boven 1200 meter en dalen dan af naar de Ciso. Om half elf zijn we boven en is het zicht al weer wat beter.
Er is een barretje voor naar we hopen een koffie, maar alles is op slot en de rolluiken zijn hermetisch gesloten. Het enige waar we wat licht zien branden is een soort van souvenir shop. Aan een kant lijkt het misschien ook wel een plek waar we wat kunnen eten. Binnen is er niemand, en we roepen een paar keer; buongiorno...
Na een minuut of 5 komt en iemand te trap naar boven op.
Natuurlijk kan ze voor ons wat te eten maken, een panini met prosciutto en formaggio. Op een oude Berkel snijmachine die nog handmatig is snijdt ze flinterdun de regionale ham, daarop gaat de kaas van een boer uit de buurt.
Koffie, dat heeft ze niet, wel een fles Prosecco.....En dus proosten we om elf uur op onze laatste oversteek over de bergen.
Ook na de Ciso pas zijn en meerdere opties om naar beneden in het dal naar Pontremoli te lopen. We kiezen de oude bergweg, die hier al eeuwen lang reizigers te voet of te paard naar beneden brengt. Maar helaas moeten we halverwege deze weg toch verruilen voor de nieuwe asfaltweg. Een van de rivieren die we over moeten blijkt echt niet over te steken de stroming is te sterk, en de brug, nergens te bekennen.
We hoeven gelukkig niet ver terug te lopen om op de gewone weg te komen. En op het kruispunt tussen de dorpen kunnen we zelfs wat te drinken kopen.
Nadat we de halve liter water met bubbels op hebben vullen we het flesje opnieuw met water uit de pomp.
We hoeven nu alleen nog maar bergafwaarts, en op asfalt gaat dat snel. Het is nog rustig op de weg naar deze pas. De ciso over hoeft natuurlijk allang niet meer, ietsje verderop ligt de nieuwe en nog snellere autostrada, en die gaat dwars door de berg heen.
De asfaltweg die wij nu lopen is vooral in trek bij toeristen in op de motor en in de auto om mooi te rijden. Behalve wij, af en toe een lokale automobilist tussen twee dorpjes in zijn er vooral wielrenners. In een voor ons duizelingwekkende snelheid suizen ze de berg af schuin hangend in de bochten.
Als ik Fabio vraag om de fles met water en hij me die achter mij lopend aanreikt verteld hij me over een beroemde Italiaanse sport foto.
In de jaren 50 waren er twee heel belangrijke wielrenners in Italie. Bartali en Coppi, allebei meer dan goed. Winnaars in zowel de Giro d'Italia als de Tour de France. Elkaars concurrenten dus. Bartali was de oudste en had al wat overwinningen op zijn naam , Coppi de jongere volop in de start van zijn carrière. Legendes in de wielersport zijn het geworden, en waarschijnlijk waren ze zonder elkaar nooit zo ver gekomen. Hen competitie op elkaar stuwde Coppi en Bartali tot op eenzame hoogte tot de rest van de wielrenners in die tijd.
Het is de Tour de France van 1952 als de de foto genomen wordt. Coppi helemaal voorop en net daarachter Bartali De een geeft de ander zijn fles water, wie aan wie daar hebben ze nooit over gesproken!
Want ze wisten; zonder elkaar geen winst, en dus was er deze beroemde samenwerking, zonder daar over na te denken of te praten.....
Pass the bottle!
Berceto- Pontremoli
Na het ontbijt in een klein barretje in Berceto resten ons twee taken. Een stempel voor ons credential en het beklimmen van de Passo Cisa.
Het eerste blijkt moeilijker, na een half uur in Berceto te hebben gezocht en te hebben aangebeld bij de pastorie vertrekken we met niets. Fabio schrijft in zijn allermooiste schoonschrift; casa gioventu Berceto, en ik sla het gewoon over!!
Daarna is het tijd voor opdracht twee, de Passo Cisa. De wolken lijken langzaam weg te trekken en dus kiezen we voor de oude originele variant, en niet de nieuwe asfalt weg. We moeten daarvoor wel vanaf de andere kant van de voorlaatste berg naar de pas, en dat betekend klimmen tot 1300 meter, en daarna omlaag om de Cisa over te steken op 1040 meter.
Het is bewolkt, en dat betekend dat we boven op de pas naar alle waarschijnlijkheid geen hand voor ogen zullen zien. Maar dit keer hoef ik niet alleen de Ciso over, en dat maakt het een stuk eenvoudiger in mijn hoofd.
Samen kun je op zo'n moment echt meer dan in je eentje.
Alhoewel het zicht dit keer veel langer goed is is het op de top een grote wolk.
De weg voor auto's naar de pas ligt lager dan de originele oude passage die wij volgen. Eerst klimmen we tot boven 1200 meter en dalen dan af naar de Ciso. Om half elf zijn we boven en is het zicht al weer wat beter.
Er is een barretje voor naar we hopen een koffie, maar alles is op slot en de rolluiken zijn hermetisch gesloten. Het enige waar we wat licht zien branden is een soort van souvenir shop. Aan een kant lijkt het misschien ook wel een plek waar we wat kunnen eten. Binnen is er niemand, en we roepen een paar keer; buongiorno...
Na een minuut of 5 komt en iemand te trap naar boven op.
Natuurlijk kan ze voor ons wat te eten maken, een panini met prosciutto en formaggio. Op een oude Berkel snijmachine die nog handmatig is snijdt ze flinterdun de regionale ham, daarop gaat de kaas van een boer uit de buurt.
Koffie, dat heeft ze niet, wel een fles Prosecco.....En dus proosten we om elf uur op onze laatste oversteek over de bergen.
Ook na de Ciso pas zijn en meerdere opties om naar beneden in het dal naar Pontremoli te lopen. We kiezen de oude bergweg, die hier al eeuwen lang reizigers te voet of te paard naar beneden brengt. Maar helaas moeten we halverwege deze weg toch verruilen voor de nieuwe asfaltweg. Een van de rivieren die we over moeten blijkt echt niet over te steken de stroming is te sterk, en de brug, nergens te bekennen.
We hoeven gelukkig niet ver terug te lopen om op de gewone weg te komen. En op het kruispunt tussen de dorpen kunnen we zelfs wat te drinken kopen.
Nadat we de halve liter water met bubbels op hebben vullen we het flesje opnieuw met water uit de pomp.
We hoeven nu alleen nog maar bergafwaarts, en op asfalt gaat dat snel. Het is nog rustig op de weg naar deze pas. De ciso over hoeft natuurlijk allang niet meer, ietsje verderop ligt de nieuwe en nog snellere autostrada, en die gaat dwars door de berg heen.
De asfaltweg die wij nu lopen is vooral in trek bij toeristen in op de motor en in de auto om mooi te rijden. Behalve wij, af en toe een lokale automobilist tussen twee dorpjes in zijn er vooral wielrenners. In een voor ons duizelingwekkende snelheid suizen ze de berg af schuin hangend in de bochten.
Als ik Fabio vraag om de fles met water en hij me die achter mij lopend aanreikt verteld hij me over een beroemde Italiaanse sport foto.
In de jaren 50 waren er twee heel belangrijke wielrenners in Italie. Bartali en Coppi, allebei meer dan goed. Winnaars in zowel de Giro d'Italia als de Tour de France. Elkaars concurrenten dus. Bartali was de oudste en had al wat overwinningen op zijn naam , Coppi de jongere volop in de start van zijn carrière. Legendes in de wielersport zijn het geworden, en waarschijnlijk waren ze zonder elkaar nooit zo ver gekomen. Hen competitie op elkaar stuwde Coppi en Bartali tot op eenzame hoogte tot de rest van de wielrenners in die tijd.
Het is de Tour de France van 1952 als de de foto genomen wordt. Coppi helemaal voorop en net daarachter Bartali De een geeft de ander zijn fles water, wie aan wie daar hebben ze nooit over gesproken!
Want ze wisten; zonder elkaar geen winst, en dus was er deze beroemde samenwerking, zonder daar over na te denken of te praten.....
Pass the bottle!
dinsdag 1 mei 2012
Tutti bagnati
Costamezzana- Sivizzano- Berceto
30 april & 1 mei 2012.
De afgelopen twee dagen stonden vooral in het teken van water, heel veel water.
Op de grond en uit de lucht, en als ik zeg veel dan bedoel ik ook echt veel!!
Bergen geven beekjes, en dan watervalletjes, en dat eindigt dan in een rivier. Zo vroeg in het voorjaar zijn al die beekjes en watervalletjes nog lekker vol. Als we dus een guado door moeten, zeg maar een weg die door het water verder gaat, en zonder brug! Dan moeten dus onze schoenen uit, en en waden we naar de andere kant. De ene keer maar een meter of twee maar soms ook wel 8 tot 10. Soms hebben we geluk en liggen er stapstenen zodat we zo over kunnen steken, maar dat kan eigenlijk alleen maar bij de stoompjes op de paden hogerop.
De dag begint zonnig, en al snel kunnen we in een hemdje en korte broek lopen, de temperatuur loopt soms wel op tot boven de 30 graden in de afgelopen dagen. Te warm vinden ze hier voor de tijd van het jaar.
De dorpjes die we passeren zijn stuk voor stuk klein, en liggen op de toppen van de heuvels. Midden in het dorp vrijwel altijd een pomp, waar we onze watervoorraad bij kunnen vullen met bronwater.
De huizen volgen hier de lijn van de heuvel waar ze op staan, en kaarsrechte lange straten vinden we niet meer. De kleuren van deze dorpjes zijn meegaand met de stenen van de bergen er rondom heen.
Hoger op zijn ze van uitgehakte steen, en meer beneden in het dal, langs de grote rivier de Taro gebouwd van de kiezelsteen langs de oevers.
Tussen de dorpen vinden we door al dat water groene frisse weides. Sommige lijken op een afstand knalgeel door flinke hoeveelheden boterbloemen. In het voorjaar zijn deze bergweides op zijn mooist. Er is nog niet gemaaid en de planten hebben al kans gehad uit te groeien tot bloemen.
Ik kan het me nog herinneren van mijn tocht naar Santiago, dat alles zo volop in bloei stond in mei in de Aubrac. Vorig jaar op weg naar Rome liep ik pas op 11 mei weg uit Nederland, en tegen de tijd dat ik hier was, was het Juli. Italie had een van de warmste voorjaars ooit achter de rug. Alles was toen al dor, en in deze weides lagen dikke rollen gras gemaaid gras.
Nu vinden we orchideeen en pioenrozen...... Fabio is een dankbaar doelwit voor al dat botanische moois.
En mijn , oooooo wow, een bruine orchis; die moet op de foto, terwijl ik me tijdens dat ik het zeg, al een weg baan door dichte bosjes, levert me de titel,,,,,,, op.
Maar goed, terug naar het tutti bagnati...
Al dat water zorgt nu dus voor, prachtige watervallen, diepe guado's om door te waden, groene bergweides,
dorpspompen voor watervoorraadjes onderweg.... ga zo maar door.
Maar in combinatie met bergen, 30 graden, en een hoge luchtvochtigheid, geeft het steevast op het eind van de dag onweer.
Op allebei deze dagen redden we het net.... niet, om droog aan te komen.
Rond het middaguur begint het te betrekken.... en rond twee vallen de eerste kleine druppeltjes..... Tegen drie regent het echt..... En daarna lijkt het of ze boven een douche op maximaal open aan zetten en veranderen de weggetjes waarop we lopen in watervalletjes.
Tegen stortbuien als dit is geen regenkleding echt bestand, en beide de dagen komen we doorweekt aan bij onze slaapplaats.
Daarna begint ons droogritueel.
Eerst zelf onder de warme douche, radiatoren aan op maximaal. We bouwen een soort van waslijntjes van wandelstokken, en stoppen kranten in onze doorweekte schoenen. Om de zoveel tijd worden de was en de schoenen vakkkundig gedraaid , om er zeker van te zijn dat de volgende ochtend alles weer kurk droog is.
Om vervolgens in de middag van de volgende dag weer kliedernat te arriveren op onze nieuwe plaats van bestemming.
30 april & 1 mei 2012.
De afgelopen twee dagen stonden vooral in het teken van water, heel veel water.
Op de grond en uit de lucht, en als ik zeg veel dan bedoel ik ook echt veel!!
Bergen geven beekjes, en dan watervalletjes, en dat eindigt dan in een rivier. Zo vroeg in het voorjaar zijn al die beekjes en watervalletjes nog lekker vol. Als we dus een guado door moeten, zeg maar een weg die door het water verder gaat, en zonder brug! Dan moeten dus onze schoenen uit, en en waden we naar de andere kant. De ene keer maar een meter of twee maar soms ook wel 8 tot 10. Soms hebben we geluk en liggen er stapstenen zodat we zo over kunnen steken, maar dat kan eigenlijk alleen maar bij de stoompjes op de paden hogerop.
De dag begint zonnig, en al snel kunnen we in een hemdje en korte broek lopen, de temperatuur loopt soms wel op tot boven de 30 graden in de afgelopen dagen. Te warm vinden ze hier voor de tijd van het jaar.
De dorpjes die we passeren zijn stuk voor stuk klein, en liggen op de toppen van de heuvels. Midden in het dorp vrijwel altijd een pomp, waar we onze watervoorraad bij kunnen vullen met bronwater.
De huizen volgen hier de lijn van de heuvel waar ze op staan, en kaarsrechte lange straten vinden we niet meer. De kleuren van deze dorpjes zijn meegaand met de stenen van de bergen er rondom heen.
Hoger op zijn ze van uitgehakte steen, en meer beneden in het dal, langs de grote rivier de Taro gebouwd van de kiezelsteen langs de oevers.
Tussen de dorpen vinden we door al dat water groene frisse weides. Sommige lijken op een afstand knalgeel door flinke hoeveelheden boterbloemen. In het voorjaar zijn deze bergweides op zijn mooist. Er is nog niet gemaaid en de planten hebben al kans gehad uit te groeien tot bloemen.
Ik kan het me nog herinneren van mijn tocht naar Santiago, dat alles zo volop in bloei stond in mei in de Aubrac. Vorig jaar op weg naar Rome liep ik pas op 11 mei weg uit Nederland, en tegen de tijd dat ik hier was, was het Juli. Italie had een van de warmste voorjaars ooit achter de rug. Alles was toen al dor, en in deze weides lagen dikke rollen gras gemaaid gras.
Nu vinden we orchideeen en pioenrozen...... Fabio is een dankbaar doelwit voor al dat botanische moois.
En mijn , oooooo wow, een bruine orchis; die moet op de foto, terwijl ik me tijdens dat ik het zeg, al een weg baan door dichte bosjes, levert me de titel,,,,,,, op.
Maar goed, terug naar het tutti bagnati...
Al dat water zorgt nu dus voor, prachtige watervallen, diepe guado's om door te waden, groene bergweides,
dorpspompen voor watervoorraadjes onderweg.... ga zo maar door.
Maar in combinatie met bergen, 30 graden, en een hoge luchtvochtigheid, geeft het steevast op het eind van de dag onweer.
Op allebei deze dagen redden we het net.... niet, om droog aan te komen.
Rond het middaguur begint het te betrekken.... en rond twee vallen de eerste kleine druppeltjes..... Tegen drie regent het echt..... En daarna lijkt het of ze boven een douche op maximaal open aan zetten en veranderen de weggetjes waarop we lopen in watervalletjes.
Tegen stortbuien als dit is geen regenkleding echt bestand, en beide de dagen komen we doorweekt aan bij onze slaapplaats.
Daarna begint ons droogritueel.
Eerst zelf onder de warme douche, radiatoren aan op maximaal. We bouwen een soort van waslijntjes van wandelstokken, en stoppen kranten in onze doorweekte schoenen. Om de zoveel tijd worden de was en de schoenen vakkkundig gedraaid , om er zeker van te zijn dat de volgende ochtend alles weer kurk droog is.
Om vervolgens in de middag van de volgende dag weer kliedernat te arriveren op onze nieuwe plaats van bestemming.
Figlio de Barbarossa
29 april 2012
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
Abonneren op:
Posts (Atom)




























