maandag 29 augustus 2011

Wie heen gaat moet ook terug.......


29 aug. 2011    Trieste- ‘s-Hertogenbosch

Het is 6.35 in de ochtend en de trein neemt me mee uit Trieste ; op naar huis.
Hoe ik me moet voelen weet ik niet, ik ben blij en verdrietig , gelukkig en een tikkeltje bang, verwachtingsvol voor het thuisfront en ontzettend dankbaar en verloren voor wat ik hier achterlaat tegelijk.

Te vaak heb ik het al geschreven en herhaald maar toch kan ik niet anders zeggen dat de Via Francigena me meer heeft gebracht dan wat ik ooit had mogen hopen. Een weg die me mijn wereld heeft laten zien en veranderen.

Op weg vandaag naar t station zag ik vandaag de eerste kastanjes op de weg liggen en het deed me beseffen dat ik 1 lange zomer lang heb gelopen. Een heel seizoen is over onbekende wegen heen gepasseerd. Thuis wacht de herfst.

Na een pelgrimstocht naar Santiago lopen veel pelgrims door naar "het einde van de wereld" om daar afscheid te nemen van de weg en van de dingen die je niet meer nodig hebt.
Op de rotsen bij de vuurtoren verbranden pelgrims symbolisch wat kleding om zo het einde van hun pelgrimstocht te vieren en te markeren.
Zelf heb ik dat gevoel nooit echt gehad, ik zag eigenlijk niet zo veel in dat verbrandingsritueel, te voorspelbaar voor mij misschien.

Maar dit keer had ik wel wat in mijn rugzak waar ik heel heel graag van afwilde en het liefst flink de fik in wilde steken. Een geleende slaapzak van iemand die al heel heel lang uitgewist had moeten zijn. Ik liet deze slaapzak al achter in het eerste weekend dat ik in Trieste was, omdat het gewicht figuurlijk te zwaar in mijn rugzak was.
In dat weekend besloot ik dat ik als ik terug zou komen in deze stad en bij mijn lief, dat  ik 'm zou gebruiken om het einde van de Via Francigena te markeren. Maar Assisi deed me anders besluiten, de tijd en moeite die ik in het verbranden zou moeten steken zou al te veel kostbare tijd zijn voor deze persoon.
Gisteravond heb ik de slaapzak met een grote boog in een Trieste-aanse vuilcontainer geknikkerd en zal de afvalstoffendienst voor mij het verbrandingswerk doen.

Thuis wacht wat ik ken en wat onbekend is, want wat ik vorig jaar nog ten stelligste ontkende, je veranderd niet door een pelgrimsweg, is het tegenovergestelde van wat ik nu voel.
In deze trein naar huis zit een ander meisje dan wat vertrok op 11 mei.
   
Sky Fits Heaven......tien dagen was ik bij Fabio in Trieste, dagen waarin er is gelachen en gehuild, gedanst en gezongen, waarin we elkaar waarschijnlijk op elke straathoek hebben gekust en waarin er serieuze gesprekken zijn gevoerd.

In een voor mij onbekende stad in een uiterst puntje van Italie, aan zee en met rotsen. Vanaf juni was voor mij duidelijk dat mijn pelgrimsweg hier zou eindigen. Het "Finisterre" van de weg naar Rome. Geen kilometerpaaltje met 0.00 km te gaan, maar met denkbeeldig paaltje met "hier beginnen alle km die je maar wilt vinden".
Een pelgrimstocht is nooit gelopen, maar gaat met je mee het "gewone" leven in!!

Of mijn leven een "gewoon" leven gaat zijn, dat denk ik niet.
Er wacht in de toekomst een herberg in Spanje, en een lief in Italie.
Mijn nieuwe weg moet leren hoe ik deze twee bij elkaar moet brengen. Maar na deze tocht heb ik het gevoel dat niets onbereikbaar meer is, en is
 "Festina Lente" meer dan waar gebleken;

Haast je langzaam....

vrijdag 12 augustus 2011

Huis van Jacobus....


12 aug. 2011    Rome

Het is mijn eerste echte dag in Rome, natuurlijk was ik er gisteren al, maar die dag was een aankom dag. Nu ben ik er echt, en de stad wacht op mijn ontdekkingstocht.
Alles zien is natuurlijk onmogelijk, er moeten keuzes worden gemaakt en een plan van aanpak. Voor je het weet loop je als een kip zonder kop door de wijken en zie je niks.
Nou ja, niks! Dat is eigenlijk ook onmogelijk, op elke hoek en in elk straatje ligt hier een deel van een geschiedenis die ver ver terug gaat. Juist daardoor moet je een weg uitstippelen, om niet te blijven rondhangen op weer zo'n hoekje.
We hebben 4 hele dagen en dat moet genoeg zijn om ons ook niet mee te laten sleuren in de rush van de toeristen die koortsachtig van highlight naar highlight rennen.

Na t ontbijt moet er als eerste een bed worden geregeld voor de laatste 2 dagen. Er zit vlak bij t Vaticaan een soort jeugdherberg en die richting willen we toch ook op. We vinden er voor weinig geld een hotelletje, nog beter! Zaterdag en zondag is er dus ook een bed voor ons midden in t centrum.

Op naar t museum en naar de Sixtijnse Kapel, om daarmee het Vaticaan compleet  te hebben. De rij is redelijk lang, maar tussen al dit mensengedruis kan ik mijn rust binnenin behoorlijk goed vasthouden. Een soort van berusting; Oké ik sta hier en het gaat zo snel of langzaam als het gaat. Ik kan er niets aan veranderen, dus ik wacht. Alles bij elkaar duurt het buiten in de rij een half uurtje, vrij snel dus. Binnen vervolgt de mensenmassa zich verder over dezelfde richting. In het begin moeten we nog wel meeschuifelen maar op sommige plekken hebben de meeste mensen de focus maar op twee "dingen die ik moet zien" de Raphael rooms en de sixtijnse kapel.
Dus lopen ze door en door en zien maar een fractie van de schoonheid en rijkdom die de pausen in de eeuwen hebben verzameld. Van olielampjes uit klei, bustes van wit marmer, landkaarten en globes, lopen we naar schilderijen van Matisse, Marc Chagall en Dali, en weer verder langs sculpturen van brons en keramiek...... Het gaat eindeloos door. Dit alles staat dan ook nog eens uitgestalt in ruimtes die al museumstukken op zich zijn. Nog nooit heb ik zoveel plafonds achter elkaar bekeken en zoveel muren die schilderijen op zich zijn gezien.
Het summum is de Sixtijnse kapel, het meesterwerk van Michelangelo. Een mierennest van mensen, die door hun gedrag een bezienswaardigheid worden.
Ze bekijken de kapel door hun cameralens en zoeken via hun boekjes naar de details die ze echt moeten hebben gezien. De kapel is inderdaad prachtig en indrukwekkend maar de essentie gaat volledig verloren in de "silencio per favore" , ook deze kapel is gewoon onderdeel van t museum geworden. Ik voel er in ieder geval niets van Michelangelo's nalatenschap dat gaat in dit geroezemoes volledig ten onder.

De rust keert na de kapel wonderbaarlijk weder, de highlight is afgecheckt en de mensenmassa lost op. Nog een uurtje lopen we genietend van de leegte door de collecties daarna. 

Op ons zelfde gemak lopen we door de stad heen naar het Ostello waar we slapen. Het ligt vlak bij de rivier de Tiber.
Ik kan niet anders dan zeggen dat het een heel bijzondere plek is. Midden in de drukke stad Rome is zonder veel toeters en bellen een thuis gecreëerd voor pelgrims op het einde van hun tocht.
Onze hospitaleros Mattheo en Antonio doen er alles maar dan ook echt alles aan om ons hier rust te geven na een lange reis. In de ochtend is er ontbijt, met Nutella! Daarna gaan ze aan de schoonmaak en bereiden ze de komst van eventuele nieuwe pelgrims voor. In de avond eten we vanaf 8 uur gezamelijk. Altijd is er veel, en ieder signaal dat we geven wordt feiloos opgepikt.  Praat ik over de "alleen uit Genova" pesto, dan staat er in de avond pasta met pesto op t menu, met pesto uit Genova!
Op de dag dat we arriveren worden we officieel welkom geheten en krijgen we uitleg over het reilen en zeilen in de herberg.
Drie nachten mag ik er blijven in deze oase van rust het Huis van Jacobus in Rome.
Als ik er op vrijdag vertrek  voelt dat als een echte afsluiting van een deel van mijn pelgrimstocht.
Weg tussen de pelgrims en de grote mensenwereld van Rome in.


vrijdag 5 augustus 2011

Feet....


5 aug. 2011   Montefiascone- Viterbo

De Romeinen waren precieze jongens, hun wegen bouwden ze met zo een nauwkeurigheid dat ze nu, 2500 jaar later, nog gebruikt worden.

Ze maakten de weg in een aantal fases. Een basislaag, die de laagste van de laagste slaven moesten aanbrengen. Eerst bomen kappen en het deel ontginnen. Alle stenen en wortels uitgraven, en egaliseren. Alle stenen uit de grond moesten vervolgens vergruist.
En tezamen met een soort kleispul op de bodem van de "greppel" worden aangestampt. Daarop legden de iets gevorderden slaven een laag grind met kalkmortel. Aan de zijkant kwam een opstaande rand van omhoog geplaatste stenen, een soort stootrand. Inmiddels was de basislaag dan stevig genoeg en waren de stenen voor het plaveisel aangevoerd. Die kwamen nauwkeurig tegen elkaar aan geplaatst net wat hoger in t midden en zo vlak mogelijk te liggen op dat grindbed en werden vevolgens vastgevoegd. Aan de zijkanten kwamen eerst twee watergreppels om regenwater af te voeren en aan weerszijden een soort van voetpad. De weg had een exacte breedte van 13 roman feet, een lengtemaat die zij gebruikten ,en die wij nu naar 26,5 cm zouden omrekenen.
Niks meer en niks minder want al het Romeinse legermaterieel was naar deze maatstaven gemaakt. Terwijl de slaven de weg constueerden met bloed , zweet en tranen, reden de keizers met hun paardenspannen erover om het ene naar het andere dorp of stad aan hun rijk toe te voegen. Daar waren die wegen natuurlijk ook voor gemaakt, handel en vervolgens landje-pik.

Al deze wegen begonnen vanaf het centrum van hun universum ; Rome!
Elke keizer vond zichzelf belangrijk genoeg om een nieuw deel aan het rijk toe te voegen, een weg te bouwen en die vervolgens naar zichzelf te noemen.
Hij was tenslotte degene die deze weg had "gerealiseerd". Keizer Cassius besloot de weg tussen Rome en Fidenze aan te pakken. Weinig oorlog en genoeg andere stenen in de buurt hebben ervoor gezorgd dat grote delen nu nog intact zijn. Soms volledig opgegaan in een stuk bos of diep onder ons nieuwe plaveisel asfalt. Maar tussen de kleinere dorpen gewoon nog de weg!
Dus loop ik ,net als Keizer Cassius, de marktkoopman, de boeren, het leger, en andere pelgrims over deze weg: op naar Rome...

Waar Romeinse keizers ook goed in waren was vrije tijd. Een beetje rondhangen in hun paleis, een spannend feestje op z'n tijd( met de dames slaven) en natuurlijk naar het badhuis.

De omgeving hier is een groot vulkanisch gebied, en dus zijn er volop warmwater bronnen. De herkomst van de thermen die wij kennen ligt hier. Een dagje ronddobberen in een van nature warm bad met allerlei mineralen erin. Een scrubje met kwarts-zand. En daarna uitrusten met een tros druiven in de zon op een ligbedje.
Ook sommige pelgrims hebben geluk; wij!
Vlak voor Viterbo liggen de: Sorgente termale del Bagnaccio, aan de Via Francigena.  Oscar en ik spreken af dat we daar op elkaar wachten en stoppen.
Het is een Italiaans onderonsje, geen enkele toerist weet de weg naar deze oude Romeinse baden te vinden.
Vier poelen oplopend in warmte liggen er aan een stroompje met gloeiend heet en kalkrijk water. We blijven er zeker 2 uur ronddobberen. Er is tijd genoeg.
De keizers geloofden in de heilzaamheid van deze bronnen en dat ze er veel en veel mooier van werden. Maar volgens mij moet je er dan wel langer dan twee uur in. Ik merk geen verschil, behalve dat ik de laatste 6 km daarna vooral langzaam wil. Lopen naar zo'n loom badje is toch echt minder.

Viterbo is een grote stad, een van de grotere op mijn route tussen
's-Hertogenbosch en Rome. Ergens had ik bedacht om er twee nachten te blijven maar daar denk ik bij het binnenlopen al anders over. Ik heb gebeld met de parrochie van Saint Andrea voor een overnachtingsplek. De kerk blijkt midden in de oude middeleeuwse wijk "pellegrino" te liggen. Als we om een uur of twee aanbellen mogen we er van een nogal bozig klinkende dame nog niet in. "Dopo tres" klinkt het door de telecom van de bel. Als we om 3 terug komen komt ook de jonge Phillipijnse pastoor net aan.
Ons bed staat in de oude school, die ooit vol met kinderen was zoals de bijbehorende kerk vol mensen zat. Het wonen in een middeleeuwse wijk is en was niet makkelijk. Iedereen verhuisd naar de buitenrand. Historie is er alleen nog voor toeristen die zich door de nauwe straatjes wurmen. "Ooo wat moet het hier vroeger prachtig zijn geweest, zonder al die moderne toevoegingen van electra en zo" zeggen ze. Voor hun eigen gemak vergeten ze hoe het vroeger moet hebben gestonken zonder riool, en dat er in deze schattige huisjes grote gezinnen moesten wonen. Dat er dieren liepen op straat, en dat ze er ook geslacht werden. En dat er in tijden van belegering soms geen poort open was en dus ook geen eten.

Zoals de Via Cassia soms verdwijnt onder t asfalt, zo verdwijnt hier het echte middeleeuwse "woongenot" achter een splinternieuw informatiebord.
Mensen houden van geschiedenis zonder de echte soms gruwelijke en lelijke keerzijde.
 
13 Romeinse voet" breed verbond de ene met de andere stad, en door deze weg werden ze groter en groter. De Romeinse weg was de basis voor de groei van een middeleeuwse stad.
 
Op deze 13 voet brede Via zet ik ergens vandaag uitgerekend mijn 13 miljoenste voetstap van mijn 6000 km pelgrims-tocht!
Ik voel me te klein om te zeggen dat dat geschiedenis is.....