zaterdag 21 april 2012

Poedersuiker....

Vanmorgen ligt er op de bergen rondom Ivrea een prachtig laagje verse sneeuw. Als poedersuiker op slagroomsoesjes, een kilometers lange verjaardagstaart rondom me heen. Vandaag is niet alleen wandeldag 1 op de Via maar ook mijn verjaardag-dag!!

De dag begint met een heerlijk verjaars-ontbijtje van voorverpakte droge croisantjes,, koffie uit een automaat en een soort van wicky sap. Maar alles bij elkaar genoeg om een bodempje te leggen voor onze 38 km lange tocht vandaag.

Vanaf de poedersuikerbergen lopen we naar de eeuwige rijstvelden; Ivrea naar Santhia.
Langzaam aan worden de bergen heuveltjes. Tegen de tijd dat we in de campagna aankomen is het hoogste wat we zullen tegenkomen een molshoop.
Maar vandaag lopen we onder een stralend blauwe lucht de uitlopers van de Alpen uit. De temperatuur ligt in de middag echt ver boven de 25•c.
Er is letterlijk geen wolkje aan de lucht.

Vaak voelt het alsof ik hier niet ben weggeweest, alsof de tijd tussen toen en nu niet bestaat. Ik loop alsof het gisteren ook zo was.
Tegen de heuvels aan schieten de eerste wijngaarden in het blad en staan de velden vol knalgeel koolzaad en boterbloemen. De dorpjes ertussen zijn klein en hebben huizen met houten balkonnetjes die de straat aan de voorzijde vullen met schone was en Geraniums.

De dorpjes hebben namen die eindigen op "rone" stuk voor stuk, Piverone, Viverone, en zijn heel oud. Twee ervan hebben net buiten het dorp kleine kerkjes die uit de 11e eeuw zijn. Een is er prachtig gerestaureerd door een flinke gift van een particulier. De laatste staat aan de rand van een wijn en kiwi gaard. Alleen de muren en toren staan er nog, het ooit leistenen dak is bijna volledig weg. Op de muur nog een klein detail van een fresco van een boek.
Aan de ingang staat de grootste moerbei boom die ik ooit gezien heb.

Maar andiamo veel tijd om te treuzelen hebben we niet. Zoals altijd bij zo'n lange tocht hakken de laatste kilometers er altijd flink in. Om 6 uur, na dus een kleine 10 uur lopen komen we Santhia binnen. Voor pelgrims hebben ze een ostello bij de kerk op piazza Roma. De sleutel halen we af bij Bar Della Piazza, de eigenaar wijst ons de weg.
In de ostello zijn al twee andere pelgrims uit Frankrijk aangekomen, vertrokken uit St-Oyen in Zwitserland.
Na een frisse douche en een biertje in de bar kunnen we er weer tegen, en gaan we op zoek naar Spagetteria La vecchia taverna waar ze een pelgrimsmenuutje serveren voor €10.-.
De twee Franse pelgrims liggen al in bed als we terugkomen, maar slapen nog niet. "Je mag het licht gerust aandoen hoor" zegt de oudste, pas de probleme.

Voor ik het weet io parlo e beautifull mix, de France, Italiano e Ingleterre,
Tre lingue, quatro pellegrini, one room. Doppo nog een blog en Olandese.
Dat is toch wel het mooiste wat ik in het afgelopen jaar heb bereikt denk ik, al die talen. En het geluk om in allemaal te kunnen communiceren!!
Weer een jaar ouder en wijzer.....
Bonnanotte, e io spengo la luz!

GO......

Onderweg.....
En vertrekken blijft altijd, altijd spannend. Dit keer des te meer want een ander huis kent een andere routine. Talloze keren check ik of ik alles heb en nog belangrijker echt niets vergeet!
Zit alles in mijn rugzak, en vooral alles op de juiste plek.

Op deze tweede maal op de Via Francigena vertrek ik deze keer vanuit Trieste, dat had ik vorig jaar niet kunnen bedenken. Toen schreef ik nog; vele wegen leiden naar Rome, en de mijne blijkt via Trieste te gaan.
Nu is het de plek voor mijn allereerste stap op deze pelgrimsweg!

Voor Fabio is het de eerste keer op dit deel van de Via ,en ik liep er vorig jaar vooral met mijn hoofd in de wolken. Nu lopen we er ineens samen.

We nemen de trein vanuit Trieste voor een rit die 7 uur zal duren naar Ivrea. Vorig jaar namen we afscheid van elkaar op het treinstation waar we nu aankomen.
Over wonderlijke wegen gesproken!!

We nemen de trein rond half 10 en reizen over Venezia, Verona en langs Lago di Garda naar Milaan. Daar stappen we over op de trein naar Chivasso en daar aangekomen op de trein naar Ivrea.
Rond een uur of 5 komen we daar aan.
Vanaf het treinstation is het een klein half uurtje lopen naar het Convento van San-Giovanni di Bosco. Een klooster net buiten de oude stadsmuren. Ik sliep er vorig jaar ook, en had er tot mijn verrassing een kamertje met badkamer voor mezelf. Een luxe!!

Uit de trein stappen voelt vreemd en vertrouwd tegelijk. Ik ken de weg, en weet wat ik waar kan vinden. Ik moet langs de rivier Dora, richting de stadsmuur. Vanaf daar omhoog de stad in richting het kasteel, door de stadsmuur heen links rechts de poort uit. Daar oversteken, een stukje weg omlaag, en zig-zag weer omhoog. Dan sta ik voor het klooster. Rond zessen staan we voor de kloosterpoort.
We krijgen een stempel in onze credentials, en we zetten onze rugzakken op de kamer.
Daarna lopen we de stad weer terug in.
Een beetje om te sight-seeen, maar niet te veel. Afgelopen jaar sliep ik hier al twee nachten op de vlucht voor Aurelian. En echt heel interessant is de stad dan ook weer niet. Op de top een kasteel en duomo die gesloten zijn en beneden een heeeeeele lange winkelstraat die we twee keer heen en weer lopen.
Wel vinden we de plek waar we vorig jaar aten terug. Een restaurantje met streekgerechten. Ze maken een soort proeverijtje voor ons. Een tiental gerechtjes komt voorbij, allemaal even lekker, op een van de laatste bordjes ligt Rana; echt een lokale specialiteit. Die ik na Fabio zijn vertaling lekker aan me voorbij laat gaan. Brrrrr kikkers, nee dank je!!!

Na het eten lopen we terug naar het klooster om vroeg in ons bedje te kruipen. Morgen wacht ons een lange eerste dag.






maandag 16 april 2012

Via Via

Mijn rugzak staat klaar, er is een nieuwe wandelbroek en twee nieuwe t-shirts.
Vorig jaar was er het een en ander tot op de draad versleten, echt op!


Aanstaande vrijdag reizen we per trein naar Ivrea, de plaats waar Fabio vorig jaar stopte op de Via Francigena. De weg is nog volop in beweging en ontwikkeling, ontdekte ik na vorige week wat rond gesurft te hebben op internet. Waar ik vorig jaar nog een paar etappes van deze route op asfalt en soms zelfs langs de snelweg liep zijn er nu meer pelgrimsvriendelijke varianten bewegwijzerd.


Alhora, ik ga jullie opnieuw op de hoogte houden van mijn gezette voetstappen op de Via Francigena....



maandag 29 augustus 2011

Wie heen gaat moet ook terug.......


29 aug. 2011    Trieste- ‘s-Hertogenbosch

Het is 6.35 in de ochtend en de trein neemt me mee uit Trieste ; op naar huis.
Hoe ik me moet voelen weet ik niet, ik ben blij en verdrietig , gelukkig en een tikkeltje bang, verwachtingsvol voor het thuisfront en ontzettend dankbaar en verloren voor wat ik hier achterlaat tegelijk.

Te vaak heb ik het al geschreven en herhaald maar toch kan ik niet anders zeggen dat de Via Francigena me meer heeft gebracht dan wat ik ooit had mogen hopen. Een weg die me mijn wereld heeft laten zien en veranderen.

Op weg vandaag naar t station zag ik vandaag de eerste kastanjes op de weg liggen en het deed me beseffen dat ik 1 lange zomer lang heb gelopen. Een heel seizoen is over onbekende wegen heen gepasseerd. Thuis wacht de herfst.

Na een pelgrimstocht naar Santiago lopen veel pelgrims door naar "het einde van de wereld" om daar afscheid te nemen van de weg en van de dingen die je niet meer nodig hebt.
Op de rotsen bij de vuurtoren verbranden pelgrims symbolisch wat kleding om zo het einde van hun pelgrimstocht te vieren en te markeren.
Zelf heb ik dat gevoel nooit echt gehad, ik zag eigenlijk niet zo veel in dat verbrandingsritueel, te voorspelbaar voor mij misschien.

Maar dit keer had ik wel wat in mijn rugzak waar ik heel heel graag van afwilde en het liefst flink de fik in wilde steken. Een geleende slaapzak van iemand die al heel heel lang uitgewist had moeten zijn. Ik liet deze slaapzak al achter in het eerste weekend dat ik in Trieste was, omdat het gewicht figuurlijk te zwaar in mijn rugzak was.
In dat weekend besloot ik dat ik als ik terug zou komen in deze stad en bij mijn lief, dat  ik 'm zou gebruiken om het einde van de Via Francigena te markeren. Maar Assisi deed me anders besluiten, de tijd en moeite die ik in het verbranden zou moeten steken zou al te veel kostbare tijd zijn voor deze persoon.
Gisteravond heb ik de slaapzak met een grote boog in een Trieste-aanse vuilcontainer geknikkerd en zal de afvalstoffendienst voor mij het verbrandingswerk doen.

Thuis wacht wat ik ken en wat onbekend is, want wat ik vorig jaar nog ten stelligste ontkende, je veranderd niet door een pelgrimsweg, is het tegenovergestelde van wat ik nu voel.
In deze trein naar huis zit een ander meisje dan wat vertrok op 11 mei.
   
Sky Fits Heaven......tien dagen was ik bij Fabio in Trieste, dagen waarin er is gelachen en gehuild, gedanst en gezongen, waarin we elkaar waarschijnlijk op elke straathoek hebben gekust en waarin er serieuze gesprekken zijn gevoerd.

In een voor mij onbekende stad in een uiterst puntje van Italie, aan zee en met rotsen. Vanaf juni was voor mij duidelijk dat mijn pelgrimsweg hier zou eindigen. Het "Finisterre" van de weg naar Rome. Geen kilometerpaaltje met 0.00 km te gaan, maar met denkbeeldig paaltje met "hier beginnen alle km die je maar wilt vinden".
Een pelgrimstocht is nooit gelopen, maar gaat met je mee het "gewone" leven in!!

Of mijn leven een "gewoon" leven gaat zijn, dat denk ik niet.
Er wacht in de toekomst een herberg in Spanje, en een lief in Italie.
Mijn nieuwe weg moet leren hoe ik deze twee bij elkaar moet brengen. Maar na deze tocht heb ik het gevoel dat niets onbereikbaar meer is, en is
 "Festina Lente" meer dan waar gebleken;

Haast je langzaam....

vrijdag 12 augustus 2011

Huis van Jacobus....


12 aug. 2011    Rome

Het is mijn eerste echte dag in Rome, natuurlijk was ik er gisteren al, maar die dag was een aankom dag. Nu ben ik er echt, en de stad wacht op mijn ontdekkingstocht.
Alles zien is natuurlijk onmogelijk, er moeten keuzes worden gemaakt en een plan van aanpak. Voor je het weet loop je als een kip zonder kop door de wijken en zie je niks.
Nou ja, niks! Dat is eigenlijk ook onmogelijk, op elke hoek en in elk straatje ligt hier een deel van een geschiedenis die ver ver terug gaat. Juist daardoor moet je een weg uitstippelen, om niet te blijven rondhangen op weer zo'n hoekje.
We hebben 4 hele dagen en dat moet genoeg zijn om ons ook niet mee te laten sleuren in de rush van de toeristen die koortsachtig van highlight naar highlight rennen.

Na t ontbijt moet er als eerste een bed worden geregeld voor de laatste 2 dagen. Er zit vlak bij t Vaticaan een soort jeugdherberg en die richting willen we toch ook op. We vinden er voor weinig geld een hotelletje, nog beter! Zaterdag en zondag is er dus ook een bed voor ons midden in t centrum.

Op naar t museum en naar de Sixtijnse Kapel, om daarmee het Vaticaan compleet  te hebben. De rij is redelijk lang, maar tussen al dit mensengedruis kan ik mijn rust binnenin behoorlijk goed vasthouden. Een soort van berusting; Oké ik sta hier en het gaat zo snel of langzaam als het gaat. Ik kan er niets aan veranderen, dus ik wacht. Alles bij elkaar duurt het buiten in de rij een half uurtje, vrij snel dus. Binnen vervolgt de mensenmassa zich verder over dezelfde richting. In het begin moeten we nog wel meeschuifelen maar op sommige plekken hebben de meeste mensen de focus maar op twee "dingen die ik moet zien" de Raphael rooms en de sixtijnse kapel.
Dus lopen ze door en door en zien maar een fractie van de schoonheid en rijkdom die de pausen in de eeuwen hebben verzameld. Van olielampjes uit klei, bustes van wit marmer, landkaarten en globes, lopen we naar schilderijen van Matisse, Marc Chagall en Dali, en weer verder langs sculpturen van brons en keramiek...... Het gaat eindeloos door. Dit alles staat dan ook nog eens uitgestalt in ruimtes die al museumstukken op zich zijn. Nog nooit heb ik zoveel plafonds achter elkaar bekeken en zoveel muren die schilderijen op zich zijn gezien.
Het summum is de Sixtijnse kapel, het meesterwerk van Michelangelo. Een mierennest van mensen, die door hun gedrag een bezienswaardigheid worden.
Ze bekijken de kapel door hun cameralens en zoeken via hun boekjes naar de details die ze echt moeten hebben gezien. De kapel is inderdaad prachtig en indrukwekkend maar de essentie gaat volledig verloren in de "silencio per favore" , ook deze kapel is gewoon onderdeel van t museum geworden. Ik voel er in ieder geval niets van Michelangelo's nalatenschap dat gaat in dit geroezemoes volledig ten onder.

De rust keert na de kapel wonderbaarlijk weder, de highlight is afgecheckt en de mensenmassa lost op. Nog een uurtje lopen we genietend van de leegte door de collecties daarna. 

Op ons zelfde gemak lopen we door de stad heen naar het Ostello waar we slapen. Het ligt vlak bij de rivier de Tiber.
Ik kan niet anders dan zeggen dat het een heel bijzondere plek is. Midden in de drukke stad Rome is zonder veel toeters en bellen een thuis gecreëerd voor pelgrims op het einde van hun tocht.
Onze hospitaleros Mattheo en Antonio doen er alles maar dan ook echt alles aan om ons hier rust te geven na een lange reis. In de ochtend is er ontbijt, met Nutella! Daarna gaan ze aan de schoonmaak en bereiden ze de komst van eventuele nieuwe pelgrims voor. In de avond eten we vanaf 8 uur gezamelijk. Altijd is er veel, en ieder signaal dat we geven wordt feiloos opgepikt.  Praat ik over de "alleen uit Genova" pesto, dan staat er in de avond pasta met pesto op t menu, met pesto uit Genova!
Op de dag dat we arriveren worden we officieel welkom geheten en krijgen we uitleg over het reilen en zeilen in de herberg.
Drie nachten mag ik er blijven in deze oase van rust het Huis van Jacobus in Rome.
Als ik er op vrijdag vertrek  voelt dat als een echte afsluiting van een deel van mijn pelgrimstocht.
Weg tussen de pelgrims en de grote mensenwereld van Rome in.


vrijdag 5 augustus 2011

Feet....


5 aug. 2011   Montefiascone- Viterbo

De Romeinen waren precieze jongens, hun wegen bouwden ze met zo een nauwkeurigheid dat ze nu, 2500 jaar later, nog gebruikt worden.

Ze maakten de weg in een aantal fases. Een basislaag, die de laagste van de laagste slaven moesten aanbrengen. Eerst bomen kappen en het deel ontginnen. Alle stenen en wortels uitgraven, en egaliseren. Alle stenen uit de grond moesten vervolgens vergruist.
En tezamen met een soort kleispul op de bodem van de "greppel" worden aangestampt. Daarop legden de iets gevorderden slaven een laag grind met kalkmortel. Aan de zijkant kwam een opstaande rand van omhoog geplaatste stenen, een soort stootrand. Inmiddels was de basislaag dan stevig genoeg en waren de stenen voor het plaveisel aangevoerd. Die kwamen nauwkeurig tegen elkaar aan geplaatst net wat hoger in t midden en zo vlak mogelijk te liggen op dat grindbed en werden vevolgens vastgevoegd. Aan de zijkanten kwamen eerst twee watergreppels om regenwater af te voeren en aan weerszijden een soort van voetpad. De weg had een exacte breedte van 13 roman feet, een lengtemaat die zij gebruikten ,en die wij nu naar 26,5 cm zouden omrekenen.
Niks meer en niks minder want al het Romeinse legermaterieel was naar deze maatstaven gemaakt. Terwijl de slaven de weg constueerden met bloed , zweet en tranen, reden de keizers met hun paardenspannen erover om het ene naar het andere dorp of stad aan hun rijk toe te voegen. Daar waren die wegen natuurlijk ook voor gemaakt, handel en vervolgens landje-pik.

Al deze wegen begonnen vanaf het centrum van hun universum ; Rome!
Elke keizer vond zichzelf belangrijk genoeg om een nieuw deel aan het rijk toe te voegen, een weg te bouwen en die vervolgens naar zichzelf te noemen.
Hij was tenslotte degene die deze weg had "gerealiseerd". Keizer Cassius besloot de weg tussen Rome en Fidenze aan te pakken. Weinig oorlog en genoeg andere stenen in de buurt hebben ervoor gezorgd dat grote delen nu nog intact zijn. Soms volledig opgegaan in een stuk bos of diep onder ons nieuwe plaveisel asfalt. Maar tussen de kleinere dorpen gewoon nog de weg!
Dus loop ik ,net als Keizer Cassius, de marktkoopman, de boeren, het leger, en andere pelgrims over deze weg: op naar Rome...

Waar Romeinse keizers ook goed in waren was vrije tijd. Een beetje rondhangen in hun paleis, een spannend feestje op z'n tijd( met de dames slaven) en natuurlijk naar het badhuis.

De omgeving hier is een groot vulkanisch gebied, en dus zijn er volop warmwater bronnen. De herkomst van de thermen die wij kennen ligt hier. Een dagje ronddobberen in een van nature warm bad met allerlei mineralen erin. Een scrubje met kwarts-zand. En daarna uitrusten met een tros druiven in de zon op een ligbedje.
Ook sommige pelgrims hebben geluk; wij!
Vlak voor Viterbo liggen de: Sorgente termale del Bagnaccio, aan de Via Francigena.  Oscar en ik spreken af dat we daar op elkaar wachten en stoppen.
Het is een Italiaans onderonsje, geen enkele toerist weet de weg naar deze oude Romeinse baden te vinden.
Vier poelen oplopend in warmte liggen er aan een stroompje met gloeiend heet en kalkrijk water. We blijven er zeker 2 uur ronddobberen. Er is tijd genoeg.
De keizers geloofden in de heilzaamheid van deze bronnen en dat ze er veel en veel mooier van werden. Maar volgens mij moet je er dan wel langer dan twee uur in. Ik merk geen verschil, behalve dat ik de laatste 6 km daarna vooral langzaam wil. Lopen naar zo'n loom badje is toch echt minder.

Viterbo is een grote stad, een van de grotere op mijn route tussen
's-Hertogenbosch en Rome. Ergens had ik bedacht om er twee nachten te blijven maar daar denk ik bij het binnenlopen al anders over. Ik heb gebeld met de parrochie van Saint Andrea voor een overnachtingsplek. De kerk blijkt midden in de oude middeleeuwse wijk "pellegrino" te liggen. Als we om een uur of twee aanbellen mogen we er van een nogal bozig klinkende dame nog niet in. "Dopo tres" klinkt het door de telecom van de bel. Als we om 3 terug komen komt ook de jonge Phillipijnse pastoor net aan.
Ons bed staat in de oude school, die ooit vol met kinderen was zoals de bijbehorende kerk vol mensen zat. Het wonen in een middeleeuwse wijk is en was niet makkelijk. Iedereen verhuisd naar de buitenrand. Historie is er alleen nog voor toeristen die zich door de nauwe straatjes wurmen. "Ooo wat moet het hier vroeger prachtig zijn geweest, zonder al die moderne toevoegingen van electra en zo" zeggen ze. Voor hun eigen gemak vergeten ze hoe het vroeger moet hebben gestonken zonder riool, en dat er in deze schattige huisjes grote gezinnen moesten wonen. Dat er dieren liepen op straat, en dat ze er ook geslacht werden. En dat er in tijden van belegering soms geen poort open was en dus ook geen eten.

Zoals de Via Cassia soms verdwijnt onder t asfalt, zo verdwijnt hier het echte middeleeuwse "woongenot" achter een splinternieuw informatiebord.
Mensen houden van geschiedenis zonder de echte soms gruwelijke en lelijke keerzijde.
 
13 Romeinse voet" breed verbond de ene met de andere stad, en door deze weg werden ze groter en groter. De Romeinse weg was de basis voor de groei van een middeleeuwse stad.
 
Op deze 13 voet brede Via zet ik ergens vandaag uitgerekend mijn 13 miljoenste voetstap van mijn 6000 km pelgrims-tocht!
Ik voel me te klein om te zeggen dat dat geschiedenis is.....

vrijdag 22 juli 2011

Skyline van Toscane....


22 july 2011  Gambassi- San-Gimignano

Twee rijke rivaliserende families bouwden in de 12e en 13e eeuw dat wat San-Gimignano nu een toeristische trekpleister maakt ; torens.
Niet een, maar in totaal 72 stuks, de ene nog hoger dan de andere telkens weer om elkaar af te troeven. Was de familie Ardingnelli klaar met een toren van 12 meter dan bouwde de familie Salvucci er een van 15 meter hoog. Op zich een vredevolle manier van oorlogje voeren.
Samen maakten deze families van dit dorp een sterk en belangrijk fort. Om de stad heen werd een flinke stadsmuur opgetrokken met een aantal stadspoorten. Ieder naar belangrijke uitvalswegen, een natuurlijk naar Rome.


Voor pelgrims maakte dat dat San-Gimignano een veilige plek werd op een route vol gevaar. Er waren in dit betrekkelijk kleine stadje 5 kloosters en 4 hospitals (die hadden toen nog niet veel met ziekenhuis te maken)
Er waren volop gelegenheden om te eten en drinken, en een publiek badhuis om jezelf na een paar weken onderweg eens goed te wassen. En voor wie geloofde in vergeving van alle zonden na aankomst in Rome, was er een bordeel. Al met al de perfecte plek om als pelgrim te blijven.

Van de torens zijn er nu nog 7 intact over, en dat ziet er al prachtig uit.
Al in Gambassi kan ik bij vertek in de ochtend de stad waar ik vandaag heenlop zien liggen. Bovenop een heuvel hoog boven alles in de omgeving uit. Ik loop tussen de enorme wijn en olijfgaarden van een aantal belangrijke fattoria's in de omgeving. Soms staat er een bordje met geen toegang of Privee maar schijnbaar maken ze voor pelgrims graag een uitzondering wij mogen wel over hun landgoed heen op weg naar San-Gimignano. Soms hebben ze zelfs een rustplaats met waterpomp gemaakt of een pelgrimsgedachte op de muur van schuur gemaakt. Langzaam aan begint Italie zich denk ik te beseffen wat de Via Francigena cultureel maar ook economisch kan betekenen. Kleine, niet zo toeristische dorpen zouden enorm kunnen profiteren van de toenemendecstroom aan pelgrims. Want daar ben ik van overtuigd, die gaat er komen. Elke pelgrim die naar Santiago is gelopen wil uiteindelijk ook wel een keer naar Rome. Hoe makkelijker de weg, qua kaarten, bewegwijzering en overnachtingsplekken hoe lager de drempel is om te gaan.
Waar ik nu soms een hele week geen andere pelgrims kan treffen, en mijn maximum op 4 pelgrims in een keer staat zal dat in de nabije toekomst wel anders zijn.

San Gimignano heeft nog twee belangrijke kerken, er staan er natuurlijk ontelbaar veel in dit stadje, maar deze twee hebben een schat aan fresco's tegen de muur. De Duomo en de kerk van San Augustino. In het klooster van de laatste heb ik vannacht een bedje gekregen. En de sleutels van de poort!
Telkens weer als ik zo'n setje sleutels krijg overhandigd ben ik blij verrast. Want met die sleutels heb ik niet alleen de toegang maar ook hun vertrouwen in mijn hand. Hotels, woonhuizen,kastelen, kloosters en kerkdeuren van allemaal heb ik ze al in handen gehad.

In de middag heb ik afgesproken met Debora en Jaap, en hun dochters Eva en Jasmijn. Ze zijn hier in de buurt op vakantie. We spreken af voor de kathedraal om 1 uur om daarna samen te lunchen. Net voor 1 kom ik aan bij de Duomo en wacht zittend op de trappen. Om me heen klinkt het of ik in Nederland voor de kerk wacht.

We vinden een redelijk rustig terras om een hoek bij de kathedraal, en tot mijn verbazing praat het meisje in de bediening engels met ons. Wow, denk ik, echt toerstisch, en lang niet zo leuk als moeite moeten doen je te redden in het Italiaans. Dus bestel ik met;  vorrei...., una botteglia aqua naturale, e vino bianco.
Daarna hebben we nog tijd voor een rondje en kan ik het niet laten ze een sneak-previeuw in de kloostertuin te laten zien. Ik heb tenslotte de sleutels, en vanaf de poort kan je naar binnen kijken. Terwijl ik de poort van het slot af draai verzamelen zich een paar andere toeristen om me heen. No, no, solo por pellegrini leg ik uit, voor ze allemaal mee naar binnen willen. Ik zie de verbazing op hun gezichten als ik de poort daadwerkelijk open, en de middeleeuwse kloostertuin zichtbaar wordt. Volgens mij willen ze ineens allemaal pelgrim zijn!!!
En het is waar, soms slaap ik op de meest waanzinnig mooie plekken, maar soms ook op een matrasje op de grond.

Daarna is er nog tijd voor gelato bij de wereldkampioen ijsmaken en loop ik met ze mee naar de parkeerplaats ,aan de Via Francigena. Even voelde ik mezelf op vakantie in Toscane deze middag. Maar de klokken van de kerk maken me al snel weer pelgrim. Om 5 uur begint de mis, en als bewoner van het klooster moet ik daarheen. Net op tijd schuif ik aan in de kerkbankjes. Het duurt maar 30 minuten alles bij elkaar.
Na de "mis" krijg ik een armbandje met een soort Maria, maar dan anders. Een beschermheilige voor een meisje alleen onderweg. Ik moet toegeven die zijn er inderdaad niet (veel) op deze Via, het zijn toch vooral mannen die hier lopen.

Morgen komt Fabio voor t weekend, (ach het is maar 800 km van Trieste), naar Toscane. Hij komt aan op t station van Pogibonsi (what's in a name?!) zo'n beetje 11 km van San-Gimignano. Dan kan ik gaan zitten wachten tot hij er is, of doen waar ik goed in ben, wandelen!
Morgen dus een solo andata à piedi, naar Pogibonsi.
En daarna met de bus terug naar San-Gimignano...