Onderweg.....
En vertrekken blijft altijd, altijd spannend. Dit keer des te meer want een ander huis kent een andere routine. Talloze keren check ik of ik alles heb en nog belangrijker echt niets vergeet!
Zit alles in mijn rugzak, en vooral alles op de juiste plek.
Op deze tweede maal op de Via Francigena vertrek ik deze keer vanuit Trieste, dat had ik vorig jaar niet kunnen bedenken. Toen schreef ik nog; vele wegen leiden naar Rome, en de mijne blijkt via Trieste te gaan.
Nu is het de plek voor mijn allereerste stap op deze pelgrimsweg!
Voor Fabio is het de eerste keer op dit deel van de Via ,en ik liep er vorig jaar vooral met mijn hoofd in de wolken. Nu lopen we er ineens samen.
We nemen de trein vanuit Trieste voor een rit die 7 uur zal duren naar Ivrea. Vorig jaar namen we afscheid van elkaar op het treinstation waar we nu aankomen.
Over wonderlijke wegen gesproken!!
We nemen de trein rond half 10 en reizen over Venezia, Verona en langs Lago di Garda naar Milaan. Daar stappen we over op de trein naar Chivasso en daar aangekomen op de trein naar Ivrea.
Rond een uur of 5 komen we daar aan.
Vanaf het treinstation is het een klein half uurtje lopen naar het Convento van San-Giovanni di Bosco. Een klooster net buiten de oude stadsmuren. Ik sliep er vorig jaar ook, en had er tot mijn verrassing een kamertje met badkamer voor mezelf. Een luxe!!
Uit de trein stappen voelt vreemd en vertrouwd tegelijk. Ik ken de weg, en weet wat ik waar kan vinden. Ik moet langs de rivier Dora, richting de stadsmuur. Vanaf daar omhoog de stad in richting het kasteel, door de stadsmuur heen links rechts de poort uit. Daar oversteken, een stukje weg omlaag, en zig-zag weer omhoog. Dan sta ik voor het klooster. Rond zessen staan we voor de kloosterpoort.
We krijgen een stempel in onze credentials, en we zetten onze rugzakken op de kamer.
Daarna lopen we de stad weer terug in.
Een beetje om te sight-seeen, maar niet te veel. Afgelopen jaar sliep ik hier al twee nachten op de vlucht voor Aurelian. En echt heel interessant is de stad dan ook weer niet. Op de top een kasteel en duomo die gesloten zijn en beneden een heeeeeele lange winkelstraat die we twee keer heen en weer lopen.
Wel vinden we de plek waar we vorig jaar aten terug. Een restaurantje met streekgerechten. Ze maken een soort proeverijtje voor ons. Een tiental gerechtjes komt voorbij, allemaal even lekker, op een van de laatste bordjes ligt Rana; echt een lokale specialiteit. Die ik na Fabio zijn vertaling lekker aan me voorbij laat gaan. Brrrrr kikkers, nee dank je!!!
Na het eten lopen we terug naar het klooster om vroeg in ons bedje te kruipen. Morgen wacht ons een lange eerste dag.
zaterdag 21 april 2012
maandag 16 april 2012
Via Via
Mijn rugzak staat klaar, er is een nieuwe wandelbroek en twee nieuwe t-shirts.
Vorig jaar was er het een en ander tot op de draad versleten, echt op!
Aanstaande vrijdag reizen we per trein naar Ivrea, de plaats waar Fabio vorig jaar stopte op de Via Francigena. De weg is nog volop in beweging en ontwikkeling, ontdekte ik na vorige week wat rond gesurft te hebben op internet. Waar ik vorig jaar nog een paar etappes van deze route op asfalt en soms zelfs langs de snelweg liep zijn er nu meer pelgrimsvriendelijke varianten bewegwijzerd.
Alhora, ik ga jullie opnieuw op de hoogte houden van mijn gezette voetstappen op de Via Francigena....
Vorig jaar was er het een en ander tot op de draad versleten, echt op!
Aanstaande vrijdag reizen we per trein naar Ivrea, de plaats waar Fabio vorig jaar stopte op de Via Francigena. De weg is nog volop in beweging en ontwikkeling, ontdekte ik na vorige week wat rond gesurft te hebben op internet. Waar ik vorig jaar nog een paar etappes van deze route op asfalt en soms zelfs langs de snelweg liep zijn er nu meer pelgrimsvriendelijke varianten bewegwijzerd.
Alhora, ik ga jullie opnieuw op de hoogte houden van mijn gezette voetstappen op de Via Francigena....
maandag 29 augustus 2011
Wie heen gaat moet ook terug.......
29 aug. 2011
Trieste- ‘s-Hertogenbosch
Het is 6.35
in de ochtend en de trein neemt me mee uit Trieste ; op
naar huis.
Hoe ik me moet voelen weet ik niet, ik ben blij en
verdrietig , gelukkig en een tikkeltje bang, verwachtingsvol voor het
thuisfront en ontzettend dankbaar en verloren voor wat ik hier achterlaat
tegelijk.
Te vaak heb ik het al geschreven en herhaald maar toch
kan ik niet anders zeggen dat de Via Francigena me meer heeft gebracht dan wat
ik ooit had mogen hopen. Een weg die me mijn wereld heeft laten zien en
veranderen.
Op weg vandaag naar t station zag ik vandaag de eerste
kastanjes op de weg liggen en het deed me beseffen dat ik 1 lange zomer lang
heb gelopen. Een heel seizoen is over onbekende wegen heen gepasseerd. Thuis
wacht de herfst.
Na een pelgrimstocht naar Santiago lopen veel pelgrims
door naar "het einde van de wereld" om daar afscheid te nemen van de
weg en van de dingen die je niet meer nodig hebt.
Op de rotsen bij de vuurtoren verbranden pelgrims
symbolisch wat kleding om zo het einde van hun pelgrimstocht te vieren en te
markeren.
Zelf heb ik dat gevoel nooit echt gehad, ik zag eigenlijk
niet zo veel in dat verbrandingsritueel, te voorspelbaar voor mij misschien.
Maar dit keer had ik wel wat in mijn rugzak waar ik heel
heel graag van afwilde en het liefst flink de fik in wilde steken. Een geleende
slaapzak van iemand die al heel heel lang uitgewist had moeten zijn. Ik liet
deze slaapzak al achter in het eerste weekend dat ik in Trieste was, omdat het
gewicht figuurlijk te zwaar in mijn rugzak was.
In dat weekend besloot ik dat ik als ik terug zou komen
in deze stad en bij mijn lief, dat ik 'm
zou gebruiken om het einde van de Via Francigena te markeren. Maar Assisi deed
me anders besluiten, de tijd en moeite die ik in het verbranden zou moeten
steken zou al te veel kostbare tijd zijn voor deze persoon.
Gisteravond heb ik de slaapzak met een grote boog in een
Trieste-aanse vuilcontainer geknikkerd en zal de afvalstoffendienst voor mij
het verbrandingswerk doen.
Thuis wacht wat ik ken en wat onbekend is, want wat ik
vorig jaar nog ten stelligste ontkende, je veranderd niet door een pelgrimsweg,
is het tegenovergestelde van wat ik nu voel.
In deze trein naar huis zit een ander meisje dan wat
vertrok op 11 mei.
Sky Fits Heaven......tien dagen was ik bij Fabio in
Trieste, dagen waarin er is gelachen en gehuild, gedanst en gezongen, waarin we
elkaar waarschijnlijk op elke straathoek hebben gekust en waarin er serieuze
gesprekken zijn gevoerd.
In een voor mij onbekende stad in een uiterst puntje van
Italie, aan zee en met rotsen. Vanaf juni was voor mij duidelijk dat mijn
pelgrimsweg hier zou eindigen. Het "Finisterre" van de weg naar Rome.
Geen kilometerpaaltje met 0.00
km te gaan, maar met denkbeeldig paaltje met "hier
beginnen alle km die je maar wilt vinden".
Een pelgrimstocht is nooit gelopen, maar gaat met je mee
het "gewone" leven in!!
Of mijn leven een "gewoon" leven gaat zijn, dat
denk ik niet.
Er wacht in de toekomst een herberg in Spanje, en een
lief in Italie.
Mijn nieuwe weg moet leren hoe ik deze twee bij elkaar
moet brengen. Maar na deze tocht heb ik het gevoel dat niets onbereikbaar meer
is, en is
"Festina
Lente" meer dan waar gebleken;
Haast je langzaam....
vrijdag 12 augustus 2011
Huis van Jacobus....
12 aug. 2011
Rome
Het is mijn eerste echte dag in Rome, natuurlijk was ik
er gisteren al, maar die dag was een aankom dag. Nu ben ik er echt, en de stad
wacht op mijn ontdekkingstocht.
Alles zien is natuurlijk onmogelijk, er moeten keuzes
worden gemaakt en een plan van aanpak. Voor je het weet loop je als een kip
zonder kop door de wijken en zie je niks.
Nou ja, niks! Dat is eigenlijk ook onmogelijk, op elke
hoek en in elk straatje ligt hier een deel van een geschiedenis die ver ver
terug gaat. Juist daardoor moet je een weg uitstippelen, om niet te blijven
rondhangen op weer zo'n hoekje.
We hebben 4 hele dagen en dat moet genoeg zijn om ons ook
niet mee te laten sleuren in de rush van de toeristen die koortsachtig van
highlight naar highlight rennen.
Na t ontbijt moet er als eerste een bed worden geregeld
voor de laatste 2 dagen. Er zit vlak bij t Vaticaan een soort jeugdherberg en
die richting willen we toch ook op. We vinden er voor weinig geld een
hotelletje, nog beter! Zaterdag en zondag is er dus ook een bed voor ons midden
in t centrum.
Op naar t museum en naar de Sixtijnse Kapel, om daarmee
het Vaticaan compleet te hebben. De rij
is redelijk lang, maar tussen al dit mensengedruis kan ik mijn rust binnenin
behoorlijk goed vasthouden. Een soort van berusting; Oké ik sta hier en het
gaat zo snel of langzaam als het gaat. Ik kan er niets aan veranderen, dus ik
wacht. Alles bij elkaar duurt het buiten in de rij een half uurtje, vrij snel
dus. Binnen vervolgt de mensenmassa zich verder over dezelfde richting. In het
begin moeten we nog wel meeschuifelen maar op sommige plekken hebben de meeste
mensen de focus maar op twee "dingen die ik moet zien" de Raphael
rooms en de sixtijnse kapel.
Dus lopen ze door en door en zien maar een fractie van de
schoonheid en rijkdom die de pausen in de eeuwen hebben verzameld. Van olielampjes
uit klei, bustes van wit marmer, landkaarten en globes, lopen we naar
schilderijen van Matisse, Marc Chagall en Dali, en weer verder langs sculpturen
van brons en keramiek...... Het gaat eindeloos door. Dit alles staat dan ook
nog eens uitgestalt in ruimtes die al museumstukken op zich zijn. Nog nooit heb
ik zoveel plafonds achter elkaar bekeken en zoveel muren die schilderijen op
zich zijn gezien.
Het summum is de Sixtijnse kapel, het meesterwerk van
Michelangelo. Een mierennest van mensen, die door hun gedrag een
bezienswaardigheid worden.
Ze bekijken de kapel door hun cameralens en zoeken via
hun boekjes naar de details die ze echt moeten hebben gezien. De kapel is
inderdaad prachtig en indrukwekkend maar de essentie gaat volledig verloren in
de "silencio per favore" , ook deze kapel is gewoon onderdeel van t
museum geworden. Ik voel er in ieder geval niets van Michelangelo's
nalatenschap dat gaat in dit geroezemoes volledig ten onder.
De rust keert na de kapel wonderbaarlijk weder, de
highlight is afgecheckt en de mensenmassa lost op. Nog een uurtje lopen we
genietend van de leegte door de collecties daarna.
Op ons zelfde gemak lopen we door de stad heen naar het
Ostello waar we slapen. Het ligt vlak bij de rivier de Tiber.
Ik kan niet anders dan zeggen dat het een heel bijzondere
plek is. Midden in de drukke stad Rome is zonder veel toeters en bellen een
thuis gecreëerd voor pelgrims op het einde van hun tocht.
Onze hospitaleros Mattheo en Antonio doen er alles maar
dan ook echt alles aan om ons hier rust te geven na een lange reis. In de
ochtend is er ontbijt, met Nutella! Daarna gaan ze aan de schoonmaak en
bereiden ze de komst van eventuele nieuwe pelgrims voor. In de avond eten we
vanaf 8 uur gezamelijk. Altijd is er veel, en ieder signaal dat we geven wordt
feiloos opgepikt. Praat ik over de
"alleen uit Genova" pesto, dan staat er in de avond pasta met pesto
op t menu, met pesto uit Genova!
Op de dag dat we arriveren worden we officieel welkom
geheten en krijgen we uitleg over het reilen en zeilen in de herberg.
Drie nachten mag ik er blijven in deze oase van rust het
Huis van Jacobus in Rome.
Als ik er op vrijdag vertrek voelt dat als een echte afsluiting van een
deel van mijn pelgrimstocht.
Weg tussen de pelgrims en de grote mensenwereld van Rome
in.
vrijdag 5 augustus 2011
Feet....
5 aug. 2011 Montefiascone-
Viterbo
De Romeinen waren precieze jongens, hun wegen bouwden ze
met zo een nauwkeurigheid dat ze nu, 2500 jaar later, nog gebruikt worden.
Ze maakten de weg in een aantal fases. Een basislaag, die
de laagste van de laagste slaven moesten aanbrengen. Eerst bomen kappen en het
deel ontginnen. Alle stenen en wortels uitgraven, en egaliseren. Alle stenen
uit de grond moesten vervolgens vergruist.
En tezamen met een soort kleispul op de bodem van de
"greppel" worden aangestampt. Daarop legden de iets gevorderden
slaven een laag grind met kalkmortel. Aan de zijkant kwam een opstaande rand
van omhoog geplaatste stenen, een soort stootrand. Inmiddels was de basislaag
dan stevig genoeg en waren de stenen voor het plaveisel aangevoerd. Die kwamen
nauwkeurig tegen elkaar aan geplaatst net wat hoger in t midden en zo vlak
mogelijk te liggen op dat grindbed en werden vevolgens vastgevoegd. Aan de
zijkanten kwamen eerst twee watergreppels om regenwater af te voeren en aan
weerszijden een soort van voetpad. De weg had een exacte breedte van 13 roman
feet, een lengtemaat die zij gebruikten ,en die wij nu naar 26,5 cm zouden omrekenen.
Niks meer en niks minder want al het Romeinse
legermaterieel was naar deze maatstaven gemaakt. Terwijl de slaven de weg
constueerden met bloed , zweet en tranen, reden de keizers met hun
paardenspannen erover om het ene naar het andere dorp of stad aan hun rijk toe
te voegen. Daar waren die wegen natuurlijk ook voor gemaakt, handel en
vervolgens landje-pik.
Al deze wegen begonnen vanaf het centrum van hun
universum ; Rome!
Elke keizer vond zichzelf belangrijk genoeg om een nieuw
deel aan het rijk toe te voegen, een weg te bouwen en die vervolgens naar
zichzelf te noemen.
Hij was tenslotte degene die deze weg had
"gerealiseerd". Keizer Cassius besloot de weg tussen Rome en Fidenze
aan te pakken. Weinig oorlog en genoeg andere stenen in de buurt hebben ervoor
gezorgd dat grote delen nu nog intact zijn. Soms volledig opgegaan in een stuk
bos of diep onder ons nieuwe plaveisel asfalt. Maar tussen de kleinere dorpen
gewoon nog de weg!
Dus loop ik ,net als Keizer Cassius, de marktkoopman, de
boeren, het leger, en andere pelgrims over deze weg: op naar Rome...
Waar Romeinse keizers ook goed in waren was vrije tijd.
Een beetje rondhangen in hun paleis, een spannend feestje op z'n tijd( met de
dames slaven) en natuurlijk naar het badhuis.
De omgeving hier is een groot vulkanisch gebied, en dus
zijn er volop warmwater bronnen. De herkomst van de thermen die wij kennen ligt
hier. Een dagje ronddobberen in een van nature warm bad met allerlei mineralen
erin. Een scrubje met kwarts-zand. En daarna uitrusten met een tros druiven in
de zon op een ligbedje.
Ook sommige pelgrims hebben geluk; wij!
Vlak voor Viterbo liggen de: Sorgente termale del
Bagnaccio, aan de Via Francigena. Oscar
en ik spreken af dat we daar op elkaar wachten en stoppen.
Het is een Italiaans onderonsje, geen enkele toerist weet
de weg naar deze oude Romeinse baden te vinden.
Vier poelen oplopend in warmte liggen er aan een
stroompje met gloeiend heet en kalkrijk water. We blijven er zeker 2 uur
ronddobberen. Er is tijd genoeg.
De keizers geloofden in de heilzaamheid van deze bronnen
en dat ze er veel en veel mooier van werden. Maar volgens mij moet je er dan
wel langer dan twee uur in. Ik merk geen verschil, behalve dat ik de laatste 6 km daarna vooral langzaam
wil. Lopen naar zo'n loom badje is toch echt minder.
Viterbo is een grote stad, een van de grotere op mijn
route tussen
's-Hertogenbosch en Rome. Ergens had ik bedacht om er
twee nachten te blijven maar daar denk ik bij het binnenlopen al anders over.
Ik heb gebeld met de parrochie van Saint Andrea voor een overnachtingsplek. De
kerk blijkt midden in de oude middeleeuwse wijk "pellegrino" te
liggen. Als we om een uur of twee aanbellen mogen we er van een nogal bozig
klinkende dame nog niet in. "Dopo tres" klinkt het door de telecom
van de bel. Als we om 3 terug komen komt ook de jonge Phillipijnse pastoor net
aan.
Ons bed staat in de oude school, die ooit vol met kinderen
was zoals de bijbehorende kerk vol mensen zat. Het wonen in een middeleeuwse
wijk is en was niet makkelijk. Iedereen verhuisd naar de buitenrand. Historie
is er alleen nog voor toeristen die zich door de nauwe straatjes wurmen.
"Ooo wat moet het hier vroeger prachtig zijn geweest, zonder al die
moderne toevoegingen van electra en zo" zeggen ze. Voor hun eigen gemak
vergeten ze hoe het vroeger moet hebben gestonken zonder riool, en dat er in
deze schattige huisjes grote gezinnen moesten wonen. Dat er dieren liepen op
straat, en dat ze er ook geslacht werden. En dat er in tijden van belegering
soms geen poort open was en dus ook geen eten.
Zoals de Via Cassia soms verdwijnt onder t asfalt, zo
verdwijnt hier het echte middeleeuwse "woongenot" achter een splinternieuw
informatiebord.
Mensen houden van geschiedenis zonder de echte soms
gruwelijke en lelijke keerzijde.
13 Romeinse voet" breed verbond de ene met de andere
stad, en door deze weg werden ze groter en groter. De Romeinse weg was de basis
voor de groei van een middeleeuwse stad.
Op deze 13 voet brede Via zet ik ergens vandaag
uitgerekend mijn 13 miljoenste voetstap van mijn 6000 km pelgrims-tocht!
Ik voel me te klein om te zeggen dat dat geschiedenis
is.....
vrijdag 22 juli 2011
Skyline van Toscane....
22 july 2011
Gambassi- San-Gimignano
Twee rijke rivaliserende families bouwden in de 12e en
13e eeuw dat wat San-Gimignano nu een toeristische trekpleister maakt ; torens.
Niet een, maar in totaal 72 stuks, de ene nog hoger dan
de andere telkens weer om elkaar af te troeven. Was de familie Ardingnelli
klaar met een toren van 12
meter dan bouwde de familie Salvucci er een van 15 meter hoog. Op zich een
vredevolle manier van oorlogje voeren.
Samen maakten deze families van dit dorp een sterk en
belangrijk fort. Om de stad heen werd een flinke stadsmuur opgetrokken met een
aantal stadspoorten. Ieder naar belangrijke uitvalswegen, een natuurlijk naar
Rome.
Voor pelgrims maakte dat dat San-Gimignano een veilige
plek werd op een route vol gevaar. Er waren in dit betrekkelijk kleine stadje 5
kloosters en 4 hospitals (die hadden toen nog niet veel met ziekenhuis te
maken)
Er waren volop gelegenheden om te eten en drinken, en een
publiek badhuis om jezelf na een paar weken onderweg eens goed te wassen. En
voor wie geloofde in vergeving van alle zonden na aankomst in Rome, was er een
bordeel. Al met al de perfecte plek om als pelgrim te blijven.
Van de torens zijn er nu nog 7 intact over, en dat ziet
er al prachtig uit.
Al in Gambassi kan ik bij vertek in de ochtend de stad
waar ik vandaag heenlop zien liggen. Bovenop een heuvel hoog boven alles in de
omgeving uit. Ik loop tussen de enorme wijn en olijfgaarden van een aantal
belangrijke fattoria's in de omgeving. Soms staat er een bordje met geen
toegang of Privee maar schijnbaar maken ze voor pelgrims graag een uitzondering
wij mogen wel over hun landgoed heen op weg naar San-Gimignano. Soms hebben ze
zelfs een rustplaats met waterpomp gemaakt of een pelgrimsgedachte op de muur
van schuur gemaakt. Langzaam aan begint Italie zich denk ik te beseffen wat de
Via Francigena cultureel maar ook economisch kan betekenen. Kleine, niet zo
toeristische dorpen zouden enorm kunnen profiteren van de toenemendecstroom aan
pelgrims. Want daar ben ik van overtuigd, die gaat er komen. Elke pelgrim die
naar Santiago is gelopen wil uiteindelijk ook wel een keer naar Rome. Hoe
makkelijker de weg, qua kaarten, bewegwijzering en overnachtingsplekken hoe
lager de drempel is om te gaan.
Waar ik nu soms een hele week geen andere pelgrims kan
treffen, en mijn maximum op 4 pelgrims in een keer staat zal dat in de nabije
toekomst wel anders zijn.
San Gimignano heeft nog twee belangrijke kerken, er staan
er natuurlijk ontelbaar veel in dit stadje, maar deze twee hebben een schat aan
fresco's tegen de muur. De Duomo en de kerk van San Augustino. In het klooster
van de laatste heb ik vannacht een bedje gekregen. En de sleutels van de poort!
Telkens weer als ik zo'n setje sleutels krijg overhandigd
ben ik blij verrast. Want met die sleutels heb ik niet alleen de toegang maar
ook hun vertrouwen in mijn hand. Hotels, woonhuizen,kastelen, kloosters en
kerkdeuren van allemaal heb ik ze al in handen gehad.
In de middag heb ik afgesproken met Debora en Jaap, en
hun dochters Eva en Jasmijn. Ze zijn hier in de buurt op vakantie. We spreken
af voor de kathedraal om 1 uur om daarna samen te lunchen. Net voor 1 kom ik
aan bij de Duomo en wacht zittend op de trappen. Om me heen klinkt het of ik in
Nederland voor de kerk wacht.
We vinden een redelijk rustig terras om een hoek bij de
kathedraal, en tot mijn verbazing praat het meisje in de bediening engels met
ons. Wow, denk ik, echt toerstisch, en lang niet zo leuk als moeite moeten doen
je te redden in het Italiaans. Dus bestel ik met; vorrei....,
una botteglia aqua naturale, e vino bianco.
Daarna hebben we nog tijd voor een rondje en kan ik het
niet laten ze een sneak-previeuw in de kloostertuin te laten zien. Ik heb
tenslotte de sleutels, en vanaf de poort kan je naar binnen kijken. Terwijl ik
de poort van het slot af draai verzamelen zich een paar andere toeristen om me
heen. No, no, solo por pellegrini leg ik uit, voor ze allemaal mee naar binnen
willen. Ik zie de verbazing op hun gezichten als ik de poort daadwerkelijk
open, en de middeleeuwse kloostertuin zichtbaar wordt. Volgens mij willen ze
ineens allemaal pelgrim zijn!!!
En het is waar, soms slaap ik op de meest waanzinnig
mooie plekken, maar soms ook op een matrasje op de grond.
Daarna is er nog tijd voor gelato bij de wereldkampioen
ijsmaken en loop ik met ze mee naar de parkeerplaats ,aan de Via Francigena.
Even voelde ik mezelf op vakantie in Toscane deze middag. Maar de klokken van
de kerk maken me al snel weer pelgrim. Om 5 uur begint de mis, en als bewoner
van het klooster moet ik daarheen. Net op tijd schuif ik aan in de kerkbankjes.
Het duurt maar 30 minuten alles bij elkaar.
Na de "mis" krijg ik een armbandje met een
soort Maria, maar dan anders. Een beschermheilige voor een meisje alleen
onderweg. Ik moet toegeven die zijn er inderdaad niet (veel) op deze Via, het
zijn toch vooral mannen die hier lopen.
Morgen komt Fabio voor t weekend, (ach het is maar 800 km van Trieste), naar
Toscane. Hij komt aan op t station van Pogibonsi (what's in a name?!) zo'n
beetje 11 km
van San-Gimignano. Dan kan ik gaan zitten wachten tot hij er is, of doen waar
ik goed in ben, wandelen!
Morgen dus een solo andata à piedi, naar Pogibonsi.
En daarna met de bus terug naar San-Gimignano...
dinsdag 12 juli 2011
Va bene...
12 july
2011 Fidenze-Fornovo- Sivizzano
Si si va bene, de hele dag.... Alles
goed?
Ja,ja alles goed...
Sommige Italiaanse woorden hoef je niet te leren,
daarvoor wordt wel gezorgd dat je ze onthoud.
Pronto....,
si parrochio...?
Io sono una
peregrina Olandese....
Tutti
sola??? Si si sola....
Madre mia, (en dan met je handen in de lucht uit elkaar
naar boven wijzen) SOLA...
Vraag ik :
dove sei..., of io cherco, hai un...
Waar is, ik zoek, of is hier...
Dan krijg ik steevast een heel uitgebreid antwoord van
tutti dritto, en sinistra...
Het is duidelijk Italianen houden van veel en uitgebreide
woorden.
En dan daarnaast nog al dat gepraat met handen en zonder
woorden, hillarisch!!!
Vandaag heb ik met de 40 kilometers die ik
(zonder dat ik eigenlijk wilde) weer heel wat Italiaans aangehoord en
geprobeerd te begrijpen.
Ik vertrek vroeg, om 6 uur, want ik heb zo'n 30 km te lopen. De
thermometer in Fidenze laat me op dat uur al schrikken, 26 graden.
Ik weet dat ik de eerste 20 kilometers in de
ochtend moet maken, dan kan ik nog redelijk snel. De laatste 10 na de middag en
ik ben rond 3 uur in Fornovo.
En dat klopt. Tot daar is alles ok.
De route is prachtig, al meteen na Fidenze beginnen de
heuvels die het begin van de Appenijnen aankondigen.
Ik heb de route in 3 stukken gedeeld van +/- 10 km en kan precies daar ook
pauze houden. Al om 8 uur heb ik er de eerste 10 opzitten en er is inderdaad
een barretje voor koffie en ontbijt. Een mevrouw op straat verteld me dat hij
zo wel open zal gaan. Ze hebben dan wel geen brood maar wel taart en er wordt
voor me een gigantisch stuk met pruimen en druiven afgesneden. Pas om 9 uur
loop ik er weg. Maar voor m'n gevoel heb ik tijd genoeg.
Om 12 uur ben ik op plek 2 en ik koop er een meloen voor
de lunch die ik op een terrasje opeet met een koffie en water.
De route gaat daarna langs de rivier, prachtig mooi en ik
moet mezelf echt tegen houden niet even in t water te duiken. Achteraf slim
want als ik in Fornovo aankom mijn eindplek voor die dag is het 3 uur. Maar wat
ik nog niet weet is dat ik nog 8
km verder zal moeten !
Het adres op m'n lijst heb ik zo gevonden, en ik heb
vanochtend gebeld en het antwoordapparaat ingesproken. Er doet een dame open, maar
die doet de deur ook gelijk weer dicht. Vreemd vind ik, dus bel ik nog maar
eens.
Ze verteld me dat dit geen adres voor pelgrims is, en wil
de deur meteen weer dichtdoen. Dit keer ben ik echter sneller en ik zet m'n
voet tussen de deur. Het lijkt me toch belachelijk dat ik zo wordt afgescheept.
Zelfs als ik haar vertel dat het toch echt op de lijst staat, verblikt of
verbloost ze niet, haar antwoord is NO, va bene!! En alhoewel ik het natuurlijk
helemaal niet va bene vind zit er niks anders op dan te gaan.
Bij wat navraag op straat weet ook niemand een andere
oplossing dan 5 km
terug. Maar dat vind ik dan niet weer heel handig. Het enige hotel dat er zit
is verschrikkelijk duur en achteraf ook 'complet'.
Ik kijk op m'n lijst wat dan te doen en ik bel de herberg
in Sivizzano, 8 km
verder. Ze hebben zeker plek voor me, en ik vertel ze dat ik er echt nooit voor
half 6 zal zijn, maar dat is gelukkig geen probleem.
Dus stap ik om half 4 opnieuw de hitte in en verbeeld
mezelf in een flinke sneeuwstorm.
Het eerste stuk gaat over de weg, daarna langs de rivier.
Tot daar gaat alles goed, ik moet de rivier oversteken en daar houd t pad
op....
Ik kijk op m'n kaart en zie dat ik de rivier eigenlijk
bijna in z'n geheel moet volgen tot 3 km voor Sivizzano.
In de rivier staat geen druppel water, dus doe ik wat me
t slimste lijkt, lopen door de rivier bedding tot ik bij de brug ben die ik
over moet.
Als ik daar aankom is het inmiddels een uur verder.
Ergens voel ik dat t niet goed met me gaat... Ik verlies
m’n focus en ik voel een soort kippevel onder alle warmte op m'n lijf, en ik
kan niet echt plaatsen wat... Het
lijkt op koude rillingen.
Er zit maar een ding op, spreek ik mezelf streng toe,
zitten in de schaduw, en waarschijnlijk iets doen aan m'n suikerspiegel, en
mijn hele waterzak leegdrinken!! En waag
t niet om flauw te vallen zeg ik boos tegen mezelf!!!
Jij met je stomme acties! 43 km in de bloedhitte
lopen...
Ik klink tegen mezelf zoals m'n moeder boos op me zou
kunnen zijn, en t helpt enigsinds. Dus zit ik op een stoepje als ik wordt
aangesproken door een mevrouw die net van de supermarkt komt, va bene? vraagt
ze, en ik moet toegeven dat het niet va bene gaat...
Kom zegt ze ik zet je voor de herberg af, het is nog 2 km.
Als ik m'n rugzak in de auto zet, zegt ze
Madre Mia, tutti sola, en ze wijst met haar handen in de
lucht.
En ik kan haar dit keer niet anders dan gelijk
geven....ik dacht een paar minuten daarvoor precies t zelfde.
Van de vrouw van de pastoor krijg ik een glas zoete
ranja, en nadat ik heb gedouched gaat het al stukken beter.
Omdat er alleen een echt restaurant in het gehucht zit
verteld ze me dat ze in de keuken van de ostello wat voor me klaar kan zetten
zodat ik kan koken.
Spagetti met tomaten en verse basilicum. Er ligt een groot
stuk parmeggiano en een tube met groentenspul. In de koelkast staat een fles
wijn.
In de avond komt er een splinternieuwe pelgrim aan.
Eerste dag, nieuwe en veel te veel spullen, loeizware rugzak en geen
wandelschoenen, geen ervaring, en 18 dagen om naar Rome te lopen. Vandaag liep
hij van Fornovo naar Sivizzano, mijn laatste stuk van die dag. Hij heeft er 4
uur over gedaan en heeft last van z'n rug van de rugzak.
Maar ik houd wijselijk m'n mond, ik heb mezelf vandaag
net zo overschat als hij voor zijn pelgrimstocht!
Abonneren op:
Posts (Atom)



