zaterdag 29 mei 2010

De bergen over.......


29 mei 2010
Sain-Jean Pied-dePort - Roncesvalles

De dag begint met een heleboel gespannen pelgrims, vandaag is de dag over de Pyreneeen. De hoogste col is 1700 meter en voor bijna iedereen is het de eerste dag. De rugzakken zijn soms nog enorm en de schoenen splinternieuw. Alles wat erin zit is onmisbaar, en moet nu nog mee naar Santiago, in Pamplona gaat weet ik zeker de helft terug naar huis. Een voor een zie ik ze ongeduldig de eerste klim nemen om ze daarna weer in te halen. Ik weet nu hoe ze zijn aangekomen in Roncesvalles, dood en doodmoe, sommige gaan of moeten morgen alweer naar huis. Ik hoorde hier in de albergue dat 30% stopt in Pamplona en 50% van de mensen die hier nu zijn komen niet aan in Santiago.

Voor mij was de dag in ieder geval heel bijzonder, ik ga Frankrijk na 10 weken verlaten en loop vandaag Spanje in, de rood-witte streepjes van de GR worden blauw-gele schelpjes en knalgele pijlen van de camino Frances.

De pas over de Cisa wordt al heel lang gebruikt als oversteek door de Pyreneeen, er gingen Romeinen overheen en Karel de Grote met zijn leger, aan de andere kant in Roncesvalles worden al 800 jaar pelgrims opgevangen in het klooster. De eerste klim brengt me direct naar 500 meter, net St-Jean uit en loopt daarna vrij snel op naar 1100 meter. Een lekkere steile klim maar met 2 rustpunten, Hunto en Orrison, allebei met een refugio met bar, en koffie. Het eerste gedeelte is nog asfalt, maar na 1100 meter ga je het echte bergpad op, en is het klimmen wel minder steil maar moet je goed oppassen waar je je voeten neerzet. De uitzichten die je op deze hoogte hebt zijn fenomenaal, en het landschap prachtig. Overal lopen kuddes met schapen en paarden.  Gelukkig is het deze dag niet zo warm en een beetje bewolkt en dat maakt het lopen wel eenvoudiger dan de hitte van de afgelopen dagen. Na een kilometer of 11 klimmen kom je bij het Mariabeeld van Orrison, net daar voor staat langs de kant van het pad een kruis voor een in 2009 omgekomen Nederlandse pelgrim. In de krant heeft er zelfs een artikel over gestaan dat papa enmama toen voor me hebben uitgeknipt. Ik was in februari 2009 net terug van mijn eerste tocht naar Santiago. Een monumentje als dit maakt het verhaal van toen ineens tastbaar en werkelijkheid. Overvallen in een sneeuwstorm vindt je in dit gebied bijna de weg niet meer, en in februari ben je dan ook nog eens bijna alleen op deze weg. Als ik doorloop is het een raar idee dat hij wat ik nu zie, niet meer gezien heeft. Bij zijn monumentje neem ik een steen mee die ik bij Cruz de Hierro ga achterlaten.
Nog 4 kilometer verder staat het stenen kruis van Thibault, daarna is het nog 3 km naar de grens van Spanje. Weer 4 km verder ga je over de pas van Cisa op 1500 meter hoogte. Bijna heel deze weg is klimmen, af en toe heb je even een vlakker stukje, of een kleine daling maar die zijn weg te strepen tegen de totale klim van 22 km. Inmiddels weet ik goed hoe ik mijn eigen pas en ritme moet vinden en dat maakt het geheel wel makkelijker. Om 1.30 uur sta ik boven op de pas en zie ik Spanje echt onder me liggen met beneden in het dal het klooster van Roncesvalles. Bovenop de pas kun je 2 routes naar beneden kiezen, over de weg of door het bos,de laatste is steiler maar wel mooier. De refugio gaat niet eerder dan 4 uur open en dus kies ik voor de bosoptie, ik heb tijd genoeg. Het eerste stuk is inderdaad steil, maar daarna is het goed te doen, ik loop door een eeuwenoud beukenbos waar het voelt alsof je op hoogpolig tapijt loopt door het dikke pak blad dat er ligt. Via deze weg doe je er iets langer dan een uur over om bij het klooster te komen. Daarna moet ik wachten, in Spanje gaan de albergues vaak pas om 3 of 4 uur open en ik ben er dus te vroeg. Pauze kan nooit kwaad en ik kan er de andere helft van mijn lunchpakket uit St-Jean opeten.


Precies om 4 gaan de deuren open en moet ik in een soort kantoortje een formuliertje invullen, ik krijg een stempel in m'n credential en een bewijsje van betaling om de albergue in te kunnen. In een oude kapel staan achter de deur 100 stapelbedden in een ruimte, dit is massa pelgrimeren, en langzaam tijdens de middag loopt het helemaal vol. De albergue wordt gerund door vrijwilligers van het Nederlandse Sint-Jacobus genootschap, die er telkens per 4 man 2 weken blijven. Beneden zijn de toiletten en douches, en gelukkig ben ik er snel want al snel staat er een flinke rij bij de dames. We moeten reserveren als we willen eten in de bar en vooraf betalen. Na het eten is er nog net tijd voor een koffie want om 10 uur gaat het licht uit, en morgen om 6 uur weer aan. Oei, dat wordt wennen,dit lijkt wel een pelgrims fabriek, oordoppen in en slapen, maar zien wie er morgen nog start.

maandag 24 mei 2010

Heel veel Pyreneeen......


24 mei 2010
Ostabat – Saint-Jean Pied-de-Port

Ineens waren ze er, in het dorp Pimbo was al verteld dat ze met mooi weer te zien zouden zijn. Maar het landschap deze week was zo plat als wat hooguit een beetje heuvelig als in Limburg. Wat je dan allerminst verwacht zijn de Pyreneeen. En nog vreemder om dan te bedenken dat je hier naar toe bent komen lopen.
Nog 1000 km te gaan zo'n beetje en dan ben ik in Fisterra, en nog maar 2 dagen lopen en dan ben ik in Saint Jean Pied de Port, de laatste plaats in Frankrijk. Daarna kan ik mijn hersens met een nieuwe taal verrassen, ik hoop dat ze er in gaan trappen want ze hebben het taalkundig zwaar. De hele dag switchen van Engels naar Frans naar Duits en af en toe ook nog Nederlands, soms praat ik gewoon in de foute taal tegen een persoon. In Navarrenx waar ik nu ben voelt het al heel Spaans maar dat moet ik hier natuurlijk niet zeggen. Hier is het Baskenland  heel erg belangrijk en zijn ze heel trots op hun roots. Vanaf hier klinken de namen van de plaatsen ook niet echt Frans meer, de afgelopen dagen sliep ik in Azacq en Athez en vanaf morgen loop ik naar Aroue en Ostabat. De temperatuur voelt ook meer aan als Spanje het is de afgelopen dagen zeker 30+ graden en het lopen is dan ook vervroegd naar 6 uur. Dan kan je alvast wennen aan de 5 uur vertrek in Spanje. Ik heb het altijd een belachelijk idee gevonden dat pelgrims daar zo vroeg op pad gingen maar nu begin ik het te snappen. Lopen in de brandende zon is geen goed idee.

De wandeldagen waren ook lang de laatste paar dagen allemaal zo rond de 30 km en dan loop je als je om 8 uur weg gaat toch zeker tot 5 uur in de middag in de zon. Op de ene of andere manier red ik het wel maar fijn is anders.



Gelukkig beginnen vanaf hier de enorme velden met zonnebloemen, maïs en granen ook weer plaats voor bos te maken.
En dat geeft toch ook net weer wat meer schaduw. Kouder zal het er niet op gaan worden, al liggen de Pyreneeen nog wel vol met sneeuw ook op de lagere passen.
Vandaag was de route voor het eerst sinds Moissac ook weer mooi van begin tot eind. Ik hou toch veel meer van wat meer berg! De gebieden tussen Moissac en Condom hebben nog wel wat wijngaarden maar daarna tot Aire sur 'lAdour is het vooral intensieve landbouw op enorme akkers. De grond zit hier vol met rivierkeien, dus ik vermoed dat de ooit gletchers van de bergen er een enorm platte vlakte hebben ingesleten met later rivieren. De grond is in ieder geval goed kleiig en vruchtbaar. Sinds de zon weer zo zijn best doet schiet alles op de velden uit de grond. De kleine schrompelige kooltjes die overal stonden toen ik Frankrijk inliep zijn inmiddels uitgebloeide koolzaadvelden die staan te rijpen in de zon. De sprietjes grassig spul zijn akkers met granen geworden. De tijd is ineens een heel ander ding dan op je horloge, ik loop al een heel seizoen  in Frankrijk. Twaalf weken onderweg, dan kan er dus heel veel heel groot groeien blijkt.      
Langzaam komen en gaan er pelgrims maar er zijn nu ook een aantal blijvertjes waar ook ik toe behoor, een soort pelgrimsfamilie die voor elkaar zorgt en dat voelt fijn en vertrouwd. Je weet dat je altijd wel ergens in elkaars buurt bent.

Samen sliepen we ook in de mooie maar rare gite in Aire-Sur 'lAdour. Heel netjes maar vol regels op briefjes geschreven keurig gelamineerd door de hele hele gite op de muur geplakt. En de hele tijd waren er wijze tips, hij was al 8 keer naar Santiago gelopen en wist en weet ALLES over de route, je voeten, wat je aan moet, dus worden we allemaal gekeurd op ons pelgrimschap. Voor de dag erna geeft hij ons ,blijkt later, onlogische tips voor de route ivm een nieuw aangelegde snelweg. De GR bleek al aangepast zonder dat onze doorgewinterde pelgrim het wist. Ursuline koopt een flesje olie bij hem voor haar voeten, dat ze omdat het zo goed helpt, vandaag weg gooit. Zonder het met elkaar te hebben besproken hebben we het de volgende dag allemaal over zijn zelfde vreemde fratsen. In de ochtend zit hij aan zijn tafeltje bij de deur, met zijn kasboekje en pas als je betaald hebt krijg je een stempel in je credential, brrrrrr met zo'n ondertoontje aardig voor pelgrims. Jammer genoeg komen we er pas later achter dat er in Aire ook een gite communal is.De gites die daarna volgen compenseren gelukkig ons kleine pelgrimsleed.        

Navarrenx waar ik vandaag al vroeg ben aangekomen is een vestingsstadje wat nog behoorlijk goed bewaard is gebleven. Compleet met echte stadspoorten met valhekken erin. Binnen de vestingsmuren staan de huizen los van elkaar met tuinen er omheen, heel anders dan ik ooit heb gezien. Jammer genoeg is het wat bewoners betreft niet meer zo middeleeuws. De ene bar heeft vanavond Europacup en de andere rugby finale op groot beeldscherm. Aan alle kanten joelen en drinken ze tegen elkaar op. Morgen is het Pinksteren en dan kunnen ze allemaal uitslapen, en bij mij......gaat om 5.30 de wekker, het leven van een pelgrim is niet altijd een krentenbol.

vrijdag 14 mei 2010

CSI Moissac.....

14 mei 2010 Moissac – St-Antoin



Nadat ik in Moissac ben vertrokken en m'n zus aan de telefoon heb gehad om haar te feliciteren met haar verjaardag, overkomt me een van de meest bizarre dingen tot nu toe op deze weg. 
De weg Moissac uit kent 2 varianten, een door de bergen en een langs het kanaal. Bijna iedereen kiest het laatste want dat is lekker plat en 4 km korter naar Auvillar. Het nadeel van zo'n kanaal is dat je al snel een beetje achter elkaar aan lijkt te lopen, en elkaar dan weer inhaald of terugziet.
Je loopt dus maar een beetje met elkaar te kletsen en te bonjour-en. Op het kanaal is amper nog vaarverkeer en er drijft dus een heleboel troep in aan takken en blad en andere rommel. Elke boomstronk is dan al snel een, kijk een krokodil of nog grappiger een, kijk daar drijft iemand in het water.
Na de zoveelste krokodil, kijken we met een paar pelgrims nog een even echt goed, en blijkt het echt een mens. Gelukkig is een Duitse pelgrim nog niet helemaal in shock en belt 118 om de politie te waarschuwen. Maar ja wat dan, blijven kijken is zo ongepast, maar weglopen ook. Gelukkig is de politie er heel snel, met 2 auto's en sirenes, en stappen ze uit om in het water te kijken. Daarna vertrekken we want de politie ziet ook wel dat het menes is. Niemand wil er echt bij zijn als ze de man uit het water wordt gehaald. Van andere pelgrims horen we dat er later brandweer is gekomen om de man uit het water te halen, en nog een politieauto met de vrouw van de man voor idetificatie. De route is daarna afgezet en iedereen werdt door de politie omgeleid. Later wordt ons verteld dat de man op donderdag al vermist was en dat hij zelf een einde aan zijn leven heeft gemaakt, op hemelvaart.   

We lopen verder naar Auvillar, en niemand heeft nog de behoefte om alleen te lopen. Ik ontmoet 2 nieuwe Amerikanen van in de 60, John en George ze lopen dit jaar van Moissac naar St-Jean en hebben vorig jaar Le-Puy naar Moissac gelopen. Twee jaar geleden liepen ze van St-Jean naar Santiago  In deze streek is een heleboel fruitteelt, en nu is de aardbeien oogst volop aan de gang. Als we langs een veld lopen bedenk ik dat ik er misschien wel een doosje kan kopen, en precies op dat moment bedenkt een van de jongens die aan het oogsten is dat hij er mij wel een kan geven. Zo loop ik het veld op en hij er af met een doos aardbeien ertussen in. De aardbeien zijn super vers en heel zoet en onderweg met 4 is een doosje zo op. Daarna drinken we in Auvillar koffie in een authentieke Franse blues en jazz bar, het enige open in het stadje en dus vol met pelgrims. Auvillar is een oude handelsstad en de overdekte markthal is dan ook mooi en groot, en heel anders een keer rond, met een soort marktmeestershuisje in het midden.
Bij het verlaten van het stadje komt er een te blij meisje naar ons toe die zich voorsteld met een te gemaakt glimlach als Deborah. Zijn jullie echte pelgrims vraagt ze giegelend, en ze steekt haar hand uit. Ze is in Frankrijk op rondreis met christelijke meisjes doen ook de St-Jacobusroute aan. Zelf komt ze uit Amerika, en ze is blij dat ze mensen treft die Engels spreken legt ze uit. De Amerikanen zien direct wat voor vlees ze in de kuip hebben en duiken verschrikt weg. Heel erg 'in de heer' leggen ze uit. Op mij komt ze over als een Pensilvanian Dutchgirl, die nog steeds zo super sober en gelovig leven. Voor ze op hun geloof ik 17e echt toetreden in de kerk hebben ze een jaar ' vrij' om te zien hoe het er in de samenleving echt aan toe gaat.

Vanaf Auvillar is het nog maar een klein stukje naar St-Antoin waar de gite staat waar ik en nog wat anderen die avond slapen. De gite is een boederij in een gehucht met 8 huizen, en een barretje dat ook winkel en restaurant is. Ik besluit die avond zelf wat te koken, ik ben even klaar met de pelgrim-menu's. Een soepje en een pasta, daarna nog wat lezen en dan .....zzzzzzzzzz

woensdag 5 mei 2010

Duizenden treden.......5 mei 2010 Le-Puy



De hele stad ligt er hier vol mee; trappen..... Het oude Le-Puy is tegen een berg aangebouwd met als hoogste de kathedraal en daaronder de stad. Om van de ene naar de andere straat te lopen, in dit middeleeuwse doolhof, loop je dus of helling of trap op of af. 


De hele dag!

Het verhaal gaat dat je als snel duizend treden per dag loopt. Als je dan ook nog een beetje de stad wil bekijken of als extraatje de kapel van de aartsengel Michael of het madonnabeeld kun je er nog zo 1000 bij op tellen. Maar eerlijk is eerlijk, Le-Puy is een prachtige stad. Elke hoek heeft wel een kapelletje of een torentje en loopt vaak uit in een pleintje. 
De drie markante punten zijn de kathedraal, de kapel en het Mariabeeld. Samen te bezoeken met een soort carnet met korting. Het meest indruk maakt op mij de kapel bovenop de vulkanische piek in het dal. 
De kapel uit de 9e eeuw is gebouwd bovenop een vulkanische piek en heeft de grondvorm van die rots. Het resultaat ziet er daardoor heel organisch uit. 
Met een enorme precisie werden de vele rode en zwarte lavasteen in vormen gehakt en in patronen in de muren gemetseld.







In de kapel vind je nog bijna alle originele fresco's op de wand. Bisschop Godeschalk, de eerste pelgrim naar Santiago gaf persoonlijk opdracht voor de eerste kapel op de rots, later toen er in de 12e eeuw veel meer pelgrims kwamen werd de kapel waar nog kon wat groter gemaakt. 



zaterdag 17 april 2010

Bibracte........ 17 apr. 2010 Anost – Glux-en-Glenne – Issy’L-Eveque – Paray-Le-Monial


Midden in Frankrijk ligt het echte Asterix  en Obelix dorp, of zeg maar gerust stad. In de hoogtijdagen van Bibracte, op de hoogste berg van de Morvan ,de Mont Bavreux, was het groter dan Parijs was in de 16e eeuw. Bibracte was dus belangrijk genoeg om door Julius Cesaer te willen worden veroverd. Behalve een goed beschermde vesting op de berg was Bibracte een heel belangrijk ''industrieel'' centrum in die tijd. Er woonden allerlei handwerklieden die oa potten bakten en smeedwerk maakten. Rond 1800 werd het ontdekt en sindsdien in het het grootste Keltisch/Gallisch archeologische centrum ter wereld. Nog steeds worden er nieuwe delen ontdekt en in Glux en Glenne in het onderzoekscentrum in kaart gebracht.
Gelukkig staat de Gite vlak voor Mont Bavreux en ben ik er vroeg in de ochtend zodat ik nog tijd heb om wat te bekijken. Wel een plek om te onthouden want naar het museum en alle opgravingen bekijken kan natuurlijk niet. De gite in Glux trouwens ook , splinternieuw en met eten in de avond en ochtend, dat is fijn want in de Morvan is in bijna geen een dorp nog een winkel te bekennen. Ik heb die dag geleefd op een chocolade toetje en brie, en was blij dat de dame van de gite een 3 gangen maaltijd en de volgende dag een vers ontbijtje voor me had.



Mijn einddoel voor de dag erna is Issy'l-Eveque en dat is toch zo'n 30 km verder. Na Bibracte loop ik het nationaal park van de Morvan en de echte bergen uit en wordt het landschap veel glooiender. Dat is wel wat makkelijker lopen dam bergen van 1000 meter op en af te moeten. Larochemillay is de laatste hoge klim en daarna is het heuvel af naar Luzy en verder naar Issy. Daar kom ik terecht in een manege bij een landhuis dat door de omwonenden het chateau wordt genoemd. Het staat nog zo'n 5 km na Issy dus ben ik er redelijk laat maar net voor een flinke regenbui. Op de manege is net een nieuw veulen geboren waarvan de vader en moeder 'gris' zijn maar daar komt altijd een 'marron' baby van....de mevrouw van de manege kan me ook niet precies uitleggen hoe dat werkt, est la nature, zegt ze, punt.

Omdat ik toch al een eind na Issy zit besluit ik de dag erna toch maar naar Paray le Monial te lopen ook weer een afstand van 30+ maar daarna worden de etappes korter omdat er meer overnachtingplekken gaan komen. Nog een keer doorbijten dan maar. In Paray le Monial weet ik dat ik ook niet echt op zoek hoef naar een slaapplek want het is daar het een na het andere klooster. Paray is een oude en nieuwe bedevaartsplek, in de middeleeuwen had het de al na model van Cluny gebouwde baseliek en in 1600 zoveel kreeg een adelijke dame Marguerite er visioenen van Jezus en was er een nieuwe reden, na haar heiligverklaring rond 1800 om er op bedevaart na toe te gaan. Paray bouwde de ene na de andere kerk en kapel en is een drukbezochte plaats voor retraites. Ik kan terecht bij de zusters van het heilig hart in het Maison de Sacre Coeur. Nadat ik  mijn rugzak heb neergezet op mijn kamer ga ik nog snel even het stadje in om al dat kerkelijks te bekijken. Alleen al in de straat van het Maison de Sacre Coeur zijn 3 kappellen en een kerkje en daarna staat nog de baseliek. Kapel een is voor de leermeester van Marguerite, twee voor Marguerite zelf, daarna het kerkje wat is gebouwd op de plek waar ze haar visioenen kreeg en waar de hele dag wordt gezongen.  Een paar deuren verder is de kapel van St- Jean boven op een zolder, waarom daar weet ik niet maar er is een stilte die ik niet uit kan leggen. De rust kun je echt letterlijk om je heen voelen. Je hoort er op een wonderbaarlijke manier niks van de stad die er omheen ligt. De stilte is zo intens dat je er wel mee in moet. Na een minuut of 20 sluip ik de kapel uit. Als laatste ga ik naar de baseliek, met kloostertuin en krijg ik een stempel in mijn credential die bijna vol is. De mevrouw van de kerk verteld dat er om 19.00 een mis is maar daar bedankt ik voor, het zou de stilte die ik net heb ervaren teniet doen. In de supermarkt koop ik wat te eten voor een picknick op bed. Heerlijk die rust na zo een lange dag lopen. Ik blijf lekker op m'n kamertje en val heel stil van binnen in slaap

donderdag 8 april 2010

In tranen in Vezelay....... 8 apr. 2010 Arcy-sur-Cure - Vezelay


Vanmorgen voelde ik het al, Vezelay trekt aan me als aan me als een magneet. Toch lukt het Steve van de gite me tot half 10 aan het ontbijt te houden. Daarna wil ik echt weg. Normaal lukt het me goed om de GR in de gaten te houden en om me heen te kijken en ook nog te praten met mensen onderweg maar vandaag voel ik me als een kip zonder kop op weg naar.... Net Arcy sur Cure uit loop ik tegen 2 nieuwe pelgrims aan uit Belgie en Nederland blijkt later op de dag. Een van hen loopt op GPS en samen pratend raak ik de GR helemaal kwijt. Dat is niet zo handig want als ik hen uit het oog verlies ben ik dus echt de weg kwijt. Omdraaien dan maar en de GR terug vinden. Dat lukt behoorlijk snel en ik ben naar een uurtje in St More waar ik je raad het al de GR weer kwijt raak maar nu dus voor de echt. Gelukkig hebben we de kaarten nog....dan maar m'n eigen route maken om in Vezelay te komen. Ik zou nu in dit verhaaltje anders precies kunnen vertellen welke plaatsen ik ben doorgelopen maar ook daar heb ik vandaag geen flauw benul van. Wat ik wel kan vertellen is dat er nu ook overal Salomonszegel begint te groeien en dat ik ook her en der Wildemanskruid heb gezien. De omgeving wordt veel bergachtiger nu ik de Morvan in loop en dat is meer klimmen maar ook veel mooier. In Arcy sur Cure en St More zijn zelfs grotten uit de pre-historie waar rotstekeningen in staan en waar mensen in hebben gewoond.

Als ik uit een van de dalen langs de rivier loop is daar ineens boven op een berg Vezelay. Allemaal kerken en torens binnen een stadsmuur op een rots. Vezelay is gebouwd voor pelgrims en kruistochten en staat daar al meer dan 1000 jaar hetzelfde te zijn. Als je die rots dan zelf op gaat klimmen over een pad dat ook al net zo lang geplaveid is. Waar al meer dan 1000 jaar pelgrims over heen lopen met het zelfde doel als jij wordt je daar wel even stil van. De stad heeft aan drie kanten een toegangspoort. Pelgrims komen binnen door de Porte de la Croix recht achter de kathedraal om zo het plein ervoor op te lopen. Als ik daar eenmaal sta zo naast die enorme kerk voel ik me nog kleiner als ik me al voelde toen ik dat pad op liep. Kijkend naar de deuren van de kerk besef ik me wat ik de hele dag eigenlijk al niet kon bevatten..... Ik ben echt in Vezelay!!!
Ik ben vanaf mijn eigen huis 1000km gelopen naar een stadje in Frankrijk. Er is niks meer op dat plein dan ik en de kathedraal en dan zijn er tranen. Van blijdschap, ontroering en trots.

Natuurlijk ben ik niet echt alleen op dat plein, en ik besef dat een aantal toeristen me een beetje eigenaardig staan aan te koekeloeren. Als ik richting de deuren van de kathedraal loop de trappen op waar zij op staan gaan ze allemaal een stap opzij om me er goed doorheen te laten, en als ik in de grote entree sta maakt een van hen een foto van me. Ik was in Vezelay en ik zag een echte pelgrim aankomen met een schelp op haar rugzak. En dat is nog echt waar ook; ik ben een echte pelgrim.. op weg via Vezelay, naar Santiago de zoveelste in eeuwen.
In de kerk vraag ik om een slaapplaats en wordt in doorgestuurd naar de Monasteria van de broeders van Jerusalem. Daar kan ik me naar 4 uur melden. Na me ingeschreven te hebben stuurt een ietwat verlegen pater naar Gite de Bethanie een huis dat ze bezitten speciaal voor pelgrims. Ik slaap met 5 op een kamer,een mix van Belgie en Nederland. Mijn spullen laat ik achter en ik loop terug het stadje in om wat rond te kijken en om om 6 uur in de vespers te zijn in de kathedraal. De vespers worden helemaal gezongen door de monniken en zusters van de 2 kloosters in Vezelay en dat klinkt heel erg mooi. En het ziet er ook mooi uit, de kathedraal is heel erg sober en helemaal wit van binnen,en de monniken en zusters zijn ook helemaal in het wit.



Wat ook bijzonder is is dat het helemaal niet afstandelijk voelt, je voelt en merkt dat je als bezoeker er bij hoort en niet alleen toeschouwer bent. Er worden samen kaarsen aangestoken en iedereen in de kerk gaat ter communie op het altaar met hosties en wijn. Tijdens de dienst is er een moment dat iedereen van iedereen een hand krijgt, fijn dat je er bent wordt er gezegd, geen uitzondering. (Joehoeee Sint-Jan zo kan het ook.)
Daarna trakteer ik en anderen ook me zelf op een etentje in een echt restaurant. En ik bestel...... Cocqille St-Jacques.


Wat zoologen zoal kopen....... 8 apr. 2010 Chablis – Auxerre – Arcy-sur-Cure


In Auxerre slaap ik in het huis van Paul Bert een zooloog en longarts van precies hoelang geleden weet ik niet. Het huis is nu van het Maison des Randonneurs een soort wandel en fietshuis. Paul Bert moet een belangrijk en vooraanstaand man zijn geweest want hij heeft in Auxerre ook een straat en een brug met standbeeld. Vooraan in de straat zie je alleen een grote groene poort maar daarachter zit een met planten begroeid straatje dat uitkomt in een gigantische tuin waarin zijn woonhuis en laboratorium staan. Die tuin is dus meteen de vraag van die dag; wat zou zo'n zooloog nou voor dieren kopen. In de tuin zie je namelijk de 'resten' van een minidierentuin. Een waterpartij met daarachter struiken waar ik gelijk pinguins in fantaseer en een soort stenenheuvel waar je een leeuw op zou kunnen houden. Verderop is een bamboobosje voor een pandabeer. Elke ochtend loopt Paul door zijn eigen dierentuin naar het laboratorium en geeft ondertussen de,natuurlijk,tamme leeuw een aai over zijn bol. Daarna gaat hij als een Jules Verne in dieren en longzaken belangrijke dingen ontdekken. Tussen de middag komt er een pinguin eeh ik bedoel butler zeggen dat het middageten op de tafel staat en laat Paul de flesjes en potjes borrelend achter. Om er later op de dag de eerste Ventolin puf uit te destileren.


Ik heb behalve de tuin en huis van Paul Bert in Auxerre nog veel meer kunnen bekijken want ik was er heel erg op tijd. In de kathedraal krijg ik in mijn credential een hele mooie stempel. Auxerre is ook een belangrijke pelgrimsstad want de route uit Parijs komt hier bij de route die ik loop vanuit Reims om samen naar Vezelay te gaan. Net als in alle andere plaatsen tot nu toe krijg ik ook hier te horen dat ik bij een van de eerste hoor. Waar blijven toch al die hordes pelgrims die ze verwachten in dit heilig jaar? Afwachten tot Vezelay.....

 
Na Auxerre loop ik langs de rivieren de Yonne en Cure naar Arcy sur Cure. Een plaats met een hele mooie oude brug maar vooral aardige Engelse mensen met een splinternieuwe Gite waar ik in mag slapen. Steve en Chriss verhuisden 2 jaar geleden naar dit prachtige plaatsje dat enigsinds ingeslapen was. Ze kochten er de oude bakkerij waar niet veel meer van over was dan het uithangbord. Na eerst een aantal kamers voor zichzelf bewoonbaar te hebben gemaakt verbouwden ze het bakhuisje tot een Gite die nog maar net wel net niet open is. Omdat het paasvakantie is hebben ze gasten uit Engeland waaronder de moeder van Steve die wel zeker over 90 is. Ook dit is weer zo'n adresje om te onthouden, voor als iemand ooit hier in de buurt wil overnachten of op vakantie wil gaan. Misschien is een pelgrimsreisbureau wel een gat in de markt.
Behalve Steve en Chriss waren er vandaag veel meer aardige mensen, een jongen uit Auxerre die ik ontmoette in Champs sur Yonne die van origine Marrokaans was en familie heeft in Rotterdam.

Behalve 'alles goed' kom hij me ook een kortere route vertellen. Een man in een rolstoel die pizza ging eten met zijn zoon en me verder wees en me bon route wenste. Later een mevrouw met 2
dochters in Cravant die me vertelde dat Arcy sur Cure de beste overnachtingsplek zou zijn voor die dag. Kortom allemaal mensen met goede tips en bedoelingen. Naast dit adres waar ik slaap voor bijna niks,eet ik ook nog een menuutje voor €14.00 , 4 gangen incl. wijn en koffie .    
Leve het pelgrimsbestaan.......