zaterdag 17 april 2010

Bibracte........ 17 apr. 2010 Anost – Glux-en-Glenne – Issy’L-Eveque – Paray-Le-Monial


Midden in Frankrijk ligt het echte Asterix  en Obelix dorp, of zeg maar gerust stad. In de hoogtijdagen van Bibracte, op de hoogste berg van de Morvan ,de Mont Bavreux, was het groter dan Parijs was in de 16e eeuw. Bibracte was dus belangrijk genoeg om door Julius Cesaer te willen worden veroverd. Behalve een goed beschermde vesting op de berg was Bibracte een heel belangrijk ''industrieel'' centrum in die tijd. Er woonden allerlei handwerklieden die oa potten bakten en smeedwerk maakten. Rond 1800 werd het ontdekt en sindsdien in het het grootste Keltisch/Gallisch archeologische centrum ter wereld. Nog steeds worden er nieuwe delen ontdekt en in Glux en Glenne in het onderzoekscentrum in kaart gebracht.
Gelukkig staat de Gite vlak voor Mont Bavreux en ben ik er vroeg in de ochtend zodat ik nog tijd heb om wat te bekijken. Wel een plek om te onthouden want naar het museum en alle opgravingen bekijken kan natuurlijk niet. De gite in Glux trouwens ook , splinternieuw en met eten in de avond en ochtend, dat is fijn want in de Morvan is in bijna geen een dorp nog een winkel te bekennen. Ik heb die dag geleefd op een chocolade toetje en brie, en was blij dat de dame van de gite een 3 gangen maaltijd en de volgende dag een vers ontbijtje voor me had.



Mijn einddoel voor de dag erna is Issy'l-Eveque en dat is toch zo'n 30 km verder. Na Bibracte loop ik het nationaal park van de Morvan en de echte bergen uit en wordt het landschap veel glooiender. Dat is wel wat makkelijker lopen dam bergen van 1000 meter op en af te moeten. Larochemillay is de laatste hoge klim en daarna is het heuvel af naar Luzy en verder naar Issy. Daar kom ik terecht in een manege bij een landhuis dat door de omwonenden het chateau wordt genoemd. Het staat nog zo'n 5 km na Issy dus ben ik er redelijk laat maar net voor een flinke regenbui. Op de manege is net een nieuw veulen geboren waarvan de vader en moeder 'gris' zijn maar daar komt altijd een 'marron' baby van....de mevrouw van de manege kan me ook niet precies uitleggen hoe dat werkt, est la nature, zegt ze, punt.

Omdat ik toch al een eind na Issy zit besluit ik de dag erna toch maar naar Paray le Monial te lopen ook weer een afstand van 30+ maar daarna worden de etappes korter omdat er meer overnachtingplekken gaan komen. Nog een keer doorbijten dan maar. In Paray le Monial weet ik dat ik ook niet echt op zoek hoef naar een slaapplek want het is daar het een na het andere klooster. Paray is een oude en nieuwe bedevaartsplek, in de middeleeuwen had het de al na model van Cluny gebouwde baseliek en in 1600 zoveel kreeg een adelijke dame Marguerite er visioenen van Jezus en was er een nieuwe reden, na haar heiligverklaring rond 1800 om er op bedevaart na toe te gaan. Paray bouwde de ene na de andere kerk en kapel en is een drukbezochte plaats voor retraites. Ik kan terecht bij de zusters van het heilig hart in het Maison de Sacre Coeur. Nadat ik  mijn rugzak heb neergezet op mijn kamer ga ik nog snel even het stadje in om al dat kerkelijks te bekijken. Alleen al in de straat van het Maison de Sacre Coeur zijn 3 kappellen en een kerkje en daarna staat nog de baseliek. Kapel een is voor de leermeester van Marguerite, twee voor Marguerite zelf, daarna het kerkje wat is gebouwd op de plek waar ze haar visioenen kreeg en waar de hele dag wordt gezongen.  Een paar deuren verder is de kapel van St- Jean boven op een zolder, waarom daar weet ik niet maar er is een stilte die ik niet uit kan leggen. De rust kun je echt letterlijk om je heen voelen. Je hoort er op een wonderbaarlijke manier niks van de stad die er omheen ligt. De stilte is zo intens dat je er wel mee in moet. Na een minuut of 20 sluip ik de kapel uit. Als laatste ga ik naar de baseliek, met kloostertuin en krijg ik een stempel in mijn credential die bijna vol is. De mevrouw van de kerk verteld dat er om 19.00 een mis is maar daar bedankt ik voor, het zou de stilte die ik net heb ervaren teniet doen. In de supermarkt koop ik wat te eten voor een picknick op bed. Heerlijk die rust na zo een lange dag lopen. Ik blijf lekker op m'n kamertje en val heel stil van binnen in slaap

donderdag 8 april 2010

In tranen in Vezelay....... 8 apr. 2010 Arcy-sur-Cure - Vezelay


Vanmorgen voelde ik het al, Vezelay trekt aan me als aan me als een magneet. Toch lukt het Steve van de gite me tot half 10 aan het ontbijt te houden. Daarna wil ik echt weg. Normaal lukt het me goed om de GR in de gaten te houden en om me heen te kijken en ook nog te praten met mensen onderweg maar vandaag voel ik me als een kip zonder kop op weg naar.... Net Arcy sur Cure uit loop ik tegen 2 nieuwe pelgrims aan uit Belgie en Nederland blijkt later op de dag. Een van hen loopt op GPS en samen pratend raak ik de GR helemaal kwijt. Dat is niet zo handig want als ik hen uit het oog verlies ben ik dus echt de weg kwijt. Omdraaien dan maar en de GR terug vinden. Dat lukt behoorlijk snel en ik ben naar een uurtje in St More waar ik je raad het al de GR weer kwijt raak maar nu dus voor de echt. Gelukkig hebben we de kaarten nog....dan maar m'n eigen route maken om in Vezelay te komen. Ik zou nu in dit verhaaltje anders precies kunnen vertellen welke plaatsen ik ben doorgelopen maar ook daar heb ik vandaag geen flauw benul van. Wat ik wel kan vertellen is dat er nu ook overal Salomonszegel begint te groeien en dat ik ook her en der Wildemanskruid heb gezien. De omgeving wordt veel bergachtiger nu ik de Morvan in loop en dat is meer klimmen maar ook veel mooier. In Arcy sur Cure en St More zijn zelfs grotten uit de pre-historie waar rotstekeningen in staan en waar mensen in hebben gewoond.

Als ik uit een van de dalen langs de rivier loop is daar ineens boven op een berg Vezelay. Allemaal kerken en torens binnen een stadsmuur op een rots. Vezelay is gebouwd voor pelgrims en kruistochten en staat daar al meer dan 1000 jaar hetzelfde te zijn. Als je die rots dan zelf op gaat klimmen over een pad dat ook al net zo lang geplaveid is. Waar al meer dan 1000 jaar pelgrims over heen lopen met het zelfde doel als jij wordt je daar wel even stil van. De stad heeft aan drie kanten een toegangspoort. Pelgrims komen binnen door de Porte de la Croix recht achter de kathedraal om zo het plein ervoor op te lopen. Als ik daar eenmaal sta zo naast die enorme kerk voel ik me nog kleiner als ik me al voelde toen ik dat pad op liep. Kijkend naar de deuren van de kerk besef ik me wat ik de hele dag eigenlijk al niet kon bevatten..... Ik ben echt in Vezelay!!!
Ik ben vanaf mijn eigen huis 1000km gelopen naar een stadje in Frankrijk. Er is niks meer op dat plein dan ik en de kathedraal en dan zijn er tranen. Van blijdschap, ontroering en trots.

Natuurlijk ben ik niet echt alleen op dat plein, en ik besef dat een aantal toeristen me een beetje eigenaardig staan aan te koekeloeren. Als ik richting de deuren van de kathedraal loop de trappen op waar zij op staan gaan ze allemaal een stap opzij om me er goed doorheen te laten, en als ik in de grote entree sta maakt een van hen een foto van me. Ik was in Vezelay en ik zag een echte pelgrim aankomen met een schelp op haar rugzak. En dat is nog echt waar ook; ik ben een echte pelgrim.. op weg via Vezelay, naar Santiago de zoveelste in eeuwen.
In de kerk vraag ik om een slaapplaats en wordt in doorgestuurd naar de Monasteria van de broeders van Jerusalem. Daar kan ik me naar 4 uur melden. Na me ingeschreven te hebben stuurt een ietwat verlegen pater naar Gite de Bethanie een huis dat ze bezitten speciaal voor pelgrims. Ik slaap met 5 op een kamer,een mix van Belgie en Nederland. Mijn spullen laat ik achter en ik loop terug het stadje in om wat rond te kijken en om om 6 uur in de vespers te zijn in de kathedraal. De vespers worden helemaal gezongen door de monniken en zusters van de 2 kloosters in Vezelay en dat klinkt heel erg mooi. En het ziet er ook mooi uit, de kathedraal is heel erg sober en helemaal wit van binnen,en de monniken en zusters zijn ook helemaal in het wit.



Wat ook bijzonder is is dat het helemaal niet afstandelijk voelt, je voelt en merkt dat je als bezoeker er bij hoort en niet alleen toeschouwer bent. Er worden samen kaarsen aangestoken en iedereen in de kerk gaat ter communie op het altaar met hosties en wijn. Tijdens de dienst is er een moment dat iedereen van iedereen een hand krijgt, fijn dat je er bent wordt er gezegd, geen uitzondering. (Joehoeee Sint-Jan zo kan het ook.)
Daarna trakteer ik en anderen ook me zelf op een etentje in een echt restaurant. En ik bestel...... Cocqille St-Jacques.


Wat zoologen zoal kopen....... 8 apr. 2010 Chablis – Auxerre – Arcy-sur-Cure


In Auxerre slaap ik in het huis van Paul Bert een zooloog en longarts van precies hoelang geleden weet ik niet. Het huis is nu van het Maison des Randonneurs een soort wandel en fietshuis. Paul Bert moet een belangrijk en vooraanstaand man zijn geweest want hij heeft in Auxerre ook een straat en een brug met standbeeld. Vooraan in de straat zie je alleen een grote groene poort maar daarachter zit een met planten begroeid straatje dat uitkomt in een gigantische tuin waarin zijn woonhuis en laboratorium staan. Die tuin is dus meteen de vraag van die dag; wat zou zo'n zooloog nou voor dieren kopen. In de tuin zie je namelijk de 'resten' van een minidierentuin. Een waterpartij met daarachter struiken waar ik gelijk pinguins in fantaseer en een soort stenenheuvel waar je een leeuw op zou kunnen houden. Verderop is een bamboobosje voor een pandabeer. Elke ochtend loopt Paul door zijn eigen dierentuin naar het laboratorium en geeft ondertussen de,natuurlijk,tamme leeuw een aai over zijn bol. Daarna gaat hij als een Jules Verne in dieren en longzaken belangrijke dingen ontdekken. Tussen de middag komt er een pinguin eeh ik bedoel butler zeggen dat het middageten op de tafel staat en laat Paul de flesjes en potjes borrelend achter. Om er later op de dag de eerste Ventolin puf uit te destileren.


Ik heb behalve de tuin en huis van Paul Bert in Auxerre nog veel meer kunnen bekijken want ik was er heel erg op tijd. In de kathedraal krijg ik in mijn credential een hele mooie stempel. Auxerre is ook een belangrijke pelgrimsstad want de route uit Parijs komt hier bij de route die ik loop vanuit Reims om samen naar Vezelay te gaan. Net als in alle andere plaatsen tot nu toe krijg ik ook hier te horen dat ik bij een van de eerste hoor. Waar blijven toch al die hordes pelgrims die ze verwachten in dit heilig jaar? Afwachten tot Vezelay.....

 
Na Auxerre loop ik langs de rivieren de Yonne en Cure naar Arcy sur Cure. Een plaats met een hele mooie oude brug maar vooral aardige Engelse mensen met een splinternieuwe Gite waar ik in mag slapen. Steve en Chriss verhuisden 2 jaar geleden naar dit prachtige plaatsje dat enigsinds ingeslapen was. Ze kochten er de oude bakkerij waar niet veel meer van over was dan het uithangbord. Na eerst een aantal kamers voor zichzelf bewoonbaar te hebben gemaakt verbouwden ze het bakhuisje tot een Gite die nog maar net wel net niet open is. Omdat het paasvakantie is hebben ze gasten uit Engeland waaronder de moeder van Steve die wel zeker over 90 is. Ook dit is weer zo'n adresje om te onthouden, voor als iemand ooit hier in de buurt wil overnachten of op vakantie wil gaan. Misschien is een pelgrimsreisbureau wel een gat in de markt.
Behalve Steve en Chriss waren er vandaag veel meer aardige mensen, een jongen uit Auxerre die ik ontmoette in Champs sur Yonne die van origine Marrokaans was en familie heeft in Rotterdam.

Behalve 'alles goed' kom hij me ook een kortere route vertellen. Een man in een rolstoel die pizza ging eten met zijn zoon en me verder wees en me bon route wenste. Later een mevrouw met 2
dochters in Cravant die me vertelde dat Arcy sur Cure de beste overnachtingsplek zou zijn voor die dag. Kortom allemaal mensen met goede tips en bedoelingen. Naast dit adres waar ik slaap voor bijna niks,eet ik ook nog een menuutje voor €14.00 , 4 gangen incl. wijn en koffie .    
Leve het pelgrimsbestaan.......





vrijdag 2 april 2010

BRASIL...... 2 apr. 2010 Outines – Brienne-le-Chateau


Na het vertek bij de heks van Ourtines lopen we een eigen route naar Brienne-le-Chateau, over kleine D wegen die grofweg de GR volgen maar dan zonder modder. Na de prachtige lentedag van gisteren is het vandaag de beurt aan de regen, orages noemen ze dat hier. In Nederland zouden we het stortbuien noemen. Al net Ourtines uit moeten de regenpakken al aan en besluiten we samen door te lopen omdat dat langs de soms drukke D wegen veiliger loopt, zeker in de regen. In Lentille een oud vakwerk-huizen dorpje stoppen we voor de Sint-Jacobus kerk helemaal van hout gemaakt en 12e eeuws. Heel anders dan al de imposante kathedralen die tot nu voorbij kwamen. Daarna is het een aaneenschakeling van kleine boerendorpjes tot aan Brienne-le-Chateau. Al van heel ver zie je het kasteel boven op een heuvel liggen, en bij het binnen komen van het stadje lijkt de hoofdstraat verder te lopen in de brede oprijlaan met enorme smeedijzeren poort. Het paleis was ooit van Napoleon die er een flinke verbouwing tegenaan gooide om het helemaal bij de tijds te maken. Napoleon had al eerder in Brienne gewoond toen hij er op de militaire academie zat en was toe al onder de indruk van het paleis, toen hij meer macht kreeg heeft hij het direct gekocht. In Brienne kun je je als pelgrim melden bij de Mairie of het office de tourisme voor de sleutel van de pelgrimsherberg. Bij de mairie hebben ze er niet zo'n zin in en sturen ons naar het office dat juist vandaag gesloten is. Daar meld een man bij het hek dat er misschien plek is in de pastorie, maar ook daar is niemand thuis. Dan maar weer naar de mairie en daar niet opgeven en geduld hebben. Helaas zonder resultaat. De verrassing komt wederom uit onverwachte hoek. Buiten worden we door een meisje aangesproken uit Brazilie, ze had ons al gezien in het stadhuis. Ze woont nog maar 1 jaar in Frankrijk, samen met een franse jongen, de zoon van de burgemeester van het dorp ervoor. Zij zal wel even wat regelen......of we bij haar ondertussen koffie willen drinken. Ondertussen verontschuldigd  ze zich ontelbaar keer voor haar slechte engels, wat toch echt niet slecht is. Eenmaal in haar huis en voorgesteld aan haar man wordt het al snel duidelijk, we slapen daar!! Na een minuut of 5 komt er een vriend binnen die ze heeft gebeld, die meteen moest komen, want hij had 5 maanden in Ierland voor Oxfam gewerkt en sprak dus goed engels, om te tolken. Claucia, zo heet ze, is meteen van de 'mi casa e su casa' gastvrij als in Brazilie. We kunnen douchen en op internet er is volop eten, en wijn, en het wordt die avond reuze gezellig. Voor op onze reis krijgen we ieder van haar een door haarzelf gevonden papegaaien veer uit de Braziliaanse jungle, omdat ze ons als vogels vind, vrij en op weg naar waar ze vliegen. Er worden later op de avond vriendinnen en haar moeder in Brazilie gebeld om te vertellen over de peregrino's die bij haar slapen. Later op de avond kan ik nog wel even serieus met haar praten over het gemis van haar land, en hoe moeilijk ze het vind in Frankrijk te aarden. Vanaf 1april gaat ze werken bij het Office de Tourisme, volgens mij is ze daar helemaal op haar plek. Pas om 12.00 gaan we naar bed, veel te laat maar gelukkig is het de volgende dag niet zo ver. In de ochtend naar het ontbijt bedankt ze ons voor het slapen bij haar, volgens mij hoort dat andersom te zijn, waarschijnlijk hadden wij net zo hard een slaapplek nodig als zij mensen om haar heen. Toeval dat we elkaar gevonden hebben .....?

maandag 29 maart 2010

Nog meer uit Reims.....


Vandaag heb ik dus genoten van een 'vrije' dag. Na het ontbijt ben ik op mijn gemak de stad ingelopen naar de basiliek van St-Remi, Reims is zo'n belangrijke stad dat het dus naast een kathedraal ook een nog een basiliek heeft. De basiliek is ouder en romaans en de kathedraal is gotisch. Allebei mooi maar heel anders, de basiliek is meer ingetogen en puur en ik vond het meer ontroerend. Een zo wie zo mooi ding in de kerken hier en in Belgie is dat ze altijd mooie muziek op hebben staan. In de basiliek waren ze al volop bezig voor palmpasen, dan merk je dat dat hier veel meer een belangrijke rol speelt dan in Nederland, maar ik ben hier dan ook wel elke dag een kerk binnen geweest. In de basiliek hing een rustig en sereen sfeertje ondanks de bedrijvigheid. Ik heb een paar foto's gemaakt die denk ik de toon wel raken.
Na de rust in de kerk stapte ik de hectiek van de stad weer in en ben ik door de parken en de botanische tuin aan de buitenrand van de stad gelopen.
Daarna heb ik genoten van een koffie met een “escargot de raisin” op het terras in het zonnetje met een niet al te best WiFi netwerk waardoor mijn berichtjes halfaf op mijn blog komen. Behalve de koffie en m’n bijbehorende broodje is het wel weer eens lekker als om zo voor je gevoel eindeloos lang op het terrasje te  zitten zonder te denken aan de tijd om maar weer eens door te lopen. In de middag heb ik geboodschapt, doppen voor mijn wandelstokken, spray voor mijn schoenen en mezelf getrakteerd....op een “o ik vind het al zo lang lekker ruiken en nu in een handig klein formaat dus het kan makkelijk mee in m’n rugzak” luchtje van ‘L-Occitaine; Verveine. Het ruikt een beetje citroenig en naar lente en vrijheid!! Precies goed voor nu dus. Ik ben er heel blij mee!!

Rond 3 uur loop ik nog een keer de kathedraal binnen en bezoek daarna het Palais de Tau, naast de kathedraal. In Reims zijn altijd alle koningen van Frankrijk gekroond volgens de traditie van de 9e eeuw en het paleis staat er zelfs al sinds de 5e eeuw.
In de lage zaal sta je zeker 1,5 meter lager dan de bestating nu. Bijzonder om te ervaren hoe hier jarenlang Franse geschiedenis is geschreven. Zowel de kathedraal als het paleis staan op de Unesco erfgoedlijst en ALTIJD in de steigers.
In de middag heb ik gegeten in de stad en dus picknick ik vanavond op een handdoek op mijn bed in het klooster. Baguette met camawattes en een tarte-tatin toe mmmm. Morgen loop ik naar Trepail en de champagnestreek in.
Dat wordt dus vanaf nu elke dag champagne-ontbijt voor vertrek.

donderdag 25 maart 2010

Narcissen, Mistletoe en een oude bekende..... Rocroi – Aubigny-les-Pothees - Wasigny


Mijn eerste etappe in France is een verregende maar botanisch verrassende. Gisteren heb ik in het office de tourisme een boekje gehaald dat me in 4 in plaats van 6 dagen in Reims brengt. De route is uitgezet door lokale pelgrims en bewegwijzerd, 42 km korter dan de GR. Bij mijn vertrek uit Rocroi regent het pijpestelen, en de mensen in het hotel kijken bewonderend als ik toch in regenkleding vertrek. Zij blijven droog en veilig binnen terwijl ik de regen en het onbekende instap, bon courage zeggen ze en dat klinkt mooi en bemoedigend. In het boekje staan ook overnachtings adressen en omdat het zondag is lijkt het me fatsoenlijk om even te bellen dat ik onderweg ben, om dat om 9 uur te doen lijkt me op zondagochtend minder verstandig. De bakker bezorgd me een verse lunch en ik ben onderweg. Na een stukje op de route  loop ik het Bois de Pothees in en daar maakt mijn 'plantenhart' een sprongetje van blijdschap, wilde narsissen, bij een beekje zeker een honderdtal bij elkaar. Jammer genoeg allemaal on knop mijn ze lijken eerder wittig dan geel. Nog nooit gezien zo maar wild in een bos!! Een stukje later op een wat warmere plek zomaar weer een plukje en die zijn wel open, en dus een foto waard. Wel moet ik er een slootje voor over maar dat heb ik graag voor jullie over om bij dit stukje te kunnen zetten. Daarbij was ik toch al nat van de regen. Het lukt zonder in de sloot te vallen of om te kukelen met rugzak op. Daarna als beloning een croissantje zittend op een boomstam. Later op die dag moet het er dan van komen, mijn eerste telefoongesprek in het frans, toch anders dan tegenover iemand te staan en nog wat te kunnen met ' handen' . Het lukt!! 's-Middags arriveer ik bij Marie-Jose en Jean-Marie, in een huis in het bois-de-loup, en terwijl ik toch pas in de middag belde toveren ze een 4 gangen maal op tafel, met 3 soorten wijn.
Als ik de ochtend erna vertrek krijg ik van ieder 2 dikke kussen en wordt ik door Jean-Marie en de honden op het juiste pad gezet. Het zonnetje probeert door de mist te komen en naast me volgen een stuk of wat koeien me het dorp uit. Door het mooie weer kan ik lekker doorlopen en na een koffiepauze in Signy 'lAbbaye ben ik om 4 uur in Wasigny. Daar moet ik bellen naar het overnachtingsadres voor die nacht. Het ligt buiten het dorp en dus halen ze de pelgrims op. Als er een kwartiertje later bij de oude markthal een oude mercedesbus stopt waar blij een hond uit springt en een man uit stapt zit ik midden in een Deja-vue moment. Die ken ik denk ik, dat is Jos van Tessa van de mistletoe. Als sinds ik Frankrijk binnen ben gelopen en al die grote bollen in de bomen zie hangen moet ik aan ze denken. Vroeger reden ze elk jaar rond kerstmis trouw langs de winkel om de mooiste mistletoe te bezorgen. Ze leverden echt de bester mistletoe die je kon wensen. Hoewel ik wist dat ze in de franse ardennen woonden had ik geen idee waar precies, en nu sta je opeens naast elkaar!! Een paar jaar geleden hoorde ik al van Jos, toen ik hem belde voor mistletoe voor OXO dat hij niet meer leverde omdat Tessa was overleden, de details kende ik niet. Toeval bestaat niet zegt hij!! Dit moet zo zijn, we merken straks wel waarom. Mijn spullen gaan in de laadbak en we rijden naar de boerderij die hij en Tessa 15 jaar geleden kochten en die ik als krot van de foto's ken. Jos vertelt me dat hij er net weer samen woont, en over het ongeluk dat Tessa kreeg met een dronken fransman die zo op haar inreed vlak voor kerst. De boerderij is onherkenbaar veranderd, grotendeels gerestaureerd, kippen en schapen eromheen en voor de pelgrims het bakhuisje van het dorp om in te slapen. Er moeten nog boodschappen worden gedaan en de slager is net langs geweest om 3 lammetjes te slachten. De hele avond kletsen we bij, en ik weet Jos zelfs dingen te vertellen die hij was vergeten, gewoon omdat het te moeilijk was ze te onthouden. Daar was het dus goed voor zegt hij, voor herinneringen aan Tessa. Veel later dan normaal ga ik naar bed, jammer want morgen wacht een pittige etappe.  
Misschien net als vandaag van de regen in de blub.

zondag 14 maart 2010

De Dharma van Benedictus.... Saint-Severin – Huy


Vandaag de 14e maart is een dag met een boeddistisch einde, sliep ik in de afgelopen weken nogal eens in katholieke kloosters vandaag eindig ik in het Tibetaans klooster in Huy. En probeer ik de gebedsdienst mee te spreken en chanten, maar daar is als leek haast geen beginnen aan. De ene naar de andere mantra loopt inelkaar over en ondanks mijn inspanning en de hulp van mijn ' buurvrouw' in de tempel komt er niet veel van terecht. Soms moeten teksten een aantal keer achter elkaar en moet ik terugbladeren in mijn gebedsboekje, maar met teksten waarvan je de woorden niet kent, ben je dan al snel de draad kwijt.
Na het gebed wordt er met zijn allen gegeten. In de keuken staat een stapel met borden, en 2 pannen soep en brood. Je pakt wat je wilt hebben en zoekt dan een plaats aan tafel.
Een heleboel mensen uit denk ik Tibet, en wat Europeanen en aan het hoofd Lama Karta die daarnet de gebedsdienst heeft, geleid, als je dat bij een boeddistische dienst zo mag noemen. Lama Karta wil vanalles weten over mijn reis en beweegreden, en verteld me dat hij zelf wel eens in Lourdes is geweest. Het gesprek wordt opgevangen door een andere man aan de tafel die uit Nederland blijkt te komen en zelfs maar 20 km van 's-Hertogenbosch. Hij woont hier vele weken per jaar en schilderd nu in de tempel aan het boeddha beeld.


Heb je Lama Karta wel eens ontmoet vraagt hij , ik vertel hem dat ik eigenlijk per toeval hier terecht ben gekomen, en nog nooit eerder in een boeddistische gebedsdienst ben geweest. En Lama Karta dus niet echt ken. Het schijnt heel bijzonder te zijn dat ik zomaar een eindje met hem weg zit te kletsen, in de boeddistische traditie is hij een vooraanstaand man alsof ik een beetje zit te keuvelen met een of andere kroonprins voor onze begrippen. Als hij me dan ook nog persoonlijk uitnodigd morgen te blijven, kan ik volgens iedereen aan tafel absoluut onmogelijk weigeren, zo een eer is dat. Toch slaat eenmaal op mijn kamer de twijfel toe ,ik wil echt heel graag lopen en niet weer een dag hier stilstaan, hoe ga ik dat brengen denk ik op een fatsoenlijke manier zonder iemand voor het hoofd te stoten. De oplossing staat in een boek dat ik eerder die middag aanschafte in de winkel bij de tempel; de dharma van Benedictus....




Wat daar niet is
Ik ben deze weg ingeslagen-noem het
'liefde' of 'leegte'. Ik weet slechts wat
daar niet is:
de zaden van wrok,hebberigheid en
'voor wat hoort wat' ,
en zorgen om
'wat levert het voor mij op'
angst voor mensen.
Als een vogel weer vrij is gaat hij niet terug op zoek naar;

restjes die op de bodem van de kooi zijn blijven liggen!
Van dichtbij ben ik regen, van veraf een wolk van vuur.
Ik lijk rusteloos,maar ben in mijn diepste wezen vredig.
Boomtakken beven- de wortels van een boom zijn onbewogen.

Ik ben een universum in een hand modder,
heel wanneer ik geheel vernietigd ben.

Spreken over ' keuzes' is mij vreemd.
Daar waar het verstand keuzes overweegt,
ben ik ergens , verloren in de wind.





En dus ga ik.... ;morgen op weg naar Namen......