Costamezzana- Sivizzano- Berceto
30 april & 1 mei 2012.
De afgelopen twee dagen stonden vooral in het teken van water, heel veel water.
Op de grond en uit de lucht, en als ik zeg veel dan bedoel ik ook echt veel!!
Bergen geven beekjes, en dan watervalletjes, en dat eindigt dan in een rivier. Zo vroeg in het voorjaar zijn al die beekjes en watervalletjes nog lekker vol. Als we dus een guado door moeten, zeg maar een weg die door het water verder gaat, en zonder brug! Dan moeten dus onze schoenen uit, en en waden we naar de andere kant. De ene keer maar een meter of twee maar soms ook wel 8 tot 10. Soms hebben we geluk en liggen er stapstenen zodat we zo over kunnen steken, maar dat kan eigenlijk alleen maar bij de stoompjes op de paden hogerop.
De dag begint zonnig, en al snel kunnen we in een hemdje en korte broek lopen, de temperatuur loopt soms wel op tot boven de 30 graden in de afgelopen dagen. Te warm vinden ze hier voor de tijd van het jaar.
De dorpjes die we passeren zijn stuk voor stuk klein, en liggen op de toppen van de heuvels. Midden in het dorp vrijwel altijd een pomp, waar we onze watervoorraad bij kunnen vullen met bronwater.
De huizen volgen hier de lijn van de heuvel waar ze op staan, en kaarsrechte lange straten vinden we niet meer. De kleuren van deze dorpjes zijn meegaand met de stenen van de bergen er rondom heen.
Hoger op zijn ze van uitgehakte steen, en meer beneden in het dal, langs de grote rivier de Taro gebouwd van de kiezelsteen langs de oevers.
Tussen de dorpen vinden we door al dat water groene frisse weides. Sommige lijken op een afstand knalgeel door flinke hoeveelheden boterbloemen. In het voorjaar zijn deze bergweides op zijn mooist. Er is nog niet gemaaid en de planten hebben al kans gehad uit te groeien tot bloemen.
Ik kan het me nog herinneren van mijn tocht naar Santiago, dat alles zo volop in bloei stond in mei in de Aubrac. Vorig jaar op weg naar Rome liep ik pas op 11 mei weg uit Nederland, en tegen de tijd dat ik hier was, was het Juli. Italie had een van de warmste voorjaars ooit achter de rug. Alles was toen al dor, en in deze weides lagen dikke rollen gras gemaaid gras.
Nu vinden we orchideeen en pioenrozen...... Fabio is een dankbaar doelwit voor al dat botanische moois.
En mijn , oooooo wow, een bruine orchis; die moet op de foto, terwijl ik me tijdens dat ik het zeg, al een weg baan door dichte bosjes, levert me de titel,,,,,,, op.
Maar goed, terug naar het tutti bagnati...
Al dat water zorgt nu dus voor, prachtige watervallen, diepe guado's om door te waden, groene bergweides,
dorpspompen voor watervoorraadjes onderweg.... ga zo maar door.
Maar in combinatie met bergen, 30 graden, en een hoge luchtvochtigheid, geeft het steevast op het eind van de dag onweer.
Op allebei deze dagen redden we het net.... niet, om droog aan te komen.
Rond het middaguur begint het te betrekken.... en rond twee vallen de eerste kleine druppeltjes..... Tegen drie regent het echt..... En daarna lijkt het of ze boven een douche op maximaal open aan zetten en veranderen de weggetjes waarop we lopen in watervalletjes.
Tegen stortbuien als dit is geen regenkleding echt bestand, en beide de dagen komen we doorweekt aan bij onze slaapplaats.
Daarna begint ons droogritueel.
Eerst zelf onder de warme douche, radiatoren aan op maximaal. We bouwen een soort van waslijntjes van wandelstokken, en stoppen kranten in onze doorweekte schoenen. Om de zoveel tijd worden de was en de schoenen vakkkundig gedraaid , om er zeker van te zijn dat de volgende ochtend alles weer kurk droog is.
Om vervolgens in de middag van de volgende dag weer kliedernat te arriveren op onze nieuwe plaats van bestemming.
dinsdag 1 mei 2012
Figlio de Barbarossa
29 april 2012
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
maandag 30 april 2012
Via Æmilia
Klinkt mooi!
Maar al geef je iets,
een mooie naam.
Dan wil dat nog niet zeggen
dat het ook mooi is.
Een romeinse weg
tot asfalt verworden.
Tussen Piacenza
en Fiorenzola....
20 kilometer ......
En wij liepen erlangs.
Maar al geef je iets,
een mooie naam.
Dan wil dat nog niet zeggen
dat het ook mooi is.
Een romeinse weg
tot asfalt verworden.
Tussen Piacenza
en Fiorenzola....
20 kilometer ......
En wij liepen erlangs.
vrijdag 27 april 2012
In de Boot
26 & 27 april
Pavia- Santa Christina- Orio Litta - Piacenza.
Jippie!!!! Het is gelukt dit keer!!! Met de boot naar Piacenza!!!
Vorig jaar nog een onmogelijke actie, zelfs na talloze telefoontjes waarin Fabio fungeerde als helpdesk op afstand lukte het ons niet om mij naar de andere kant van de Po te krijgen. Een weg te voet was er ook niet omdat de Via Francigena hier volledig onder een dikke laag asfalt in een super strada is veranderd.
No boat, No road schreef ik teleurgesteld, ik had geen andere keus dan de trein tussen Orio Litta en Piacenza te nemen.
Dit jaar hadden we dus veel en veel meer geluk, en lag om half 10 in de morgen de Sigeric voor ons klaar om ons zes kilometer over de Po te vervoeren van oost naar west.
Vooraf moesten we een uurtje lopen van Orio-Litta naar Corte San Andrea waar een gemetselde zuil met daarin een stenen afbeelding van een pelgrim, lopend op water, de plek van vertrek markeerd. Het kleine steigertje ligt verborgen tussen het riet en is onzichtbaar voor wie over de dijk langsloopt. De enige boot die hier aankomt en vertrekt is de Sigeric, vernoemt naar de grondlegger van de Via Francigena. Ook hij maakte gebruik van de Transitum Padi om de Po over te steken.
De eigenaar en bestuurder van de boot woont op de west oever en heeft voor de late overstekers een kleine pelgrimsherberg bij zijn prachtig gerestaureerde dijkhuisje. Alles staat hier in het teken van de Via.
Na de oversteek krijgen we in onze credential een flinke stempel als bewijs voor de historische oversteek. Een brug was er hier in de gloriedagen van de pelgrimstochten nog niet, en de Po is te woest om zo over te steken. Pelgrims zochten dus de hulp van lokale vissers om hen naar de overkant te brengen. In lange lijsten houd de eigenaar van de Sigeric precies bij wie er oversteekt. En de groei is enorm. Staken er 10 jaar geleden precies 2 pelgims de Po over, vorig jaar lag dat aantal al op 400. In verband met de diefstal van zijn boot vorig jaar was hij ook nog eens de twee drukste maanden uit de running. Hij denkt dat hij wel 100 mensen (waaronder mij) heeft moeten teleurstellen.
Hij verontschuldigd zich wel tot drie keer toe vanwege vorig jaar, maar belooft mijn naam toe te voegen aan de lijst van 2011.
Hij geeft ons nog wat tips over de route hierna tot aan Piacenza, die naar zijn zeggen niet de mooiste is op de Via Francigena. Tot aan Calendasco volgen we de dijk, daarna moeten we over de grote brug en dan tot aan Piacenza is een groot industrie terrein en militaire basis van de Ponteniers.
De kaart geeft wel een alternatieve route aan die Fabio en ik na Calendasco proberen, maar die is helaas geen succes.
We moeten bij Malpaga de Trebbia over. Guado Trebbia zegt het bordje, en de gele pelgrim wijst ook die kant op. Eenmaal bij de oever blijkt dat misschien in de zomer maanden deze oversteek wel mogelijk is maar nu zeker niet! Er is namelijk geen brug, de manier waarop we over zouden moeten steken is op de ouderwetse pelgrims manier. Maar het water staat nu hoog, zeker tot aan ons middel, en het stroomt veel te woest. Waar vroeger geen andere keus was, oversteken of wachten hebben wij een brug een kilometer verderop. Met daarachter het aan ons beloofde industrie terrein.
Een uur later lopen we de historische stad in.
We volgen de Via Traversa, de doorsteekweg, vrij vertaald naar Piazza Cavalli, het paardenplein. Daar staat het gotische stadhuis van Piacenza. Iets verderop staat de Duomo. Omdat we vanavond in de jeugdherberg slapen hopen we op een stempel in de duomo, waarschijnlijk een heel stuk mooier. Op piazza duomo wachten we op het open gaan van de kerk om 4 uur met een enorme gelato voor onze neus. Fabio een Banana Split en ik een Macedonia con Yoghurt.
Om letterlijk klokslag 4 gaan de deuren van de duomo open en om vijf over prijkt een prachtige stempel in ons credential. De pater die ons te woord staat is een amicale en stevige man die onze tocht meer dan bewonderd. Hij zou het met zijn postuur nog niet halen tot Pontenure grapt hij, en daarna met de ambulance verder misschien.
We krijgen nog een hele rits heiligen te horen waarvan een net zo lange lijst relieken in deze kerk ligt. Piacenza was daardoor een belangrijke stad op de Via Francigena. Rijk vooral weer, aan de rivier de Po, en rondom grote landerijen vol met te verhandelen groenten, fruit en rijst.
De herberg waar we slapen ligt 2 kilometer uit het centrum, dus met erheen, terug naar de stad om te eten, en daarna weer terug om ons bed te vinden. We plakken dus in de avond nog 6 km aan onze wandeldag vast. Allemaal vlak, dat nog wel. Na Piacenza duurt het niet lang meer voor we in de Appenijnen zijn.
We hebben genoeg rivieren gezien, op naar de heuvels en bergen!
Pavia- Santa Christina- Orio Litta - Piacenza.
Jippie!!!! Het is gelukt dit keer!!! Met de boot naar Piacenza!!!
Vorig jaar nog een onmogelijke actie, zelfs na talloze telefoontjes waarin Fabio fungeerde als helpdesk op afstand lukte het ons niet om mij naar de andere kant van de Po te krijgen. Een weg te voet was er ook niet omdat de Via Francigena hier volledig onder een dikke laag asfalt in een super strada is veranderd.
No boat, No road schreef ik teleurgesteld, ik had geen andere keus dan de trein tussen Orio Litta en Piacenza te nemen.
Dit jaar hadden we dus veel en veel meer geluk, en lag om half 10 in de morgen de Sigeric voor ons klaar om ons zes kilometer over de Po te vervoeren van oost naar west.
Vooraf moesten we een uurtje lopen van Orio-Litta naar Corte San Andrea waar een gemetselde zuil met daarin een stenen afbeelding van een pelgrim, lopend op water, de plek van vertrek markeerd. Het kleine steigertje ligt verborgen tussen het riet en is onzichtbaar voor wie over de dijk langsloopt. De enige boot die hier aankomt en vertrekt is de Sigeric, vernoemt naar de grondlegger van de Via Francigena. Ook hij maakte gebruik van de Transitum Padi om de Po over te steken.
De eigenaar en bestuurder van de boot woont op de west oever en heeft voor de late overstekers een kleine pelgrimsherberg bij zijn prachtig gerestaureerde dijkhuisje. Alles staat hier in het teken van de Via.
Na de oversteek krijgen we in onze credential een flinke stempel als bewijs voor de historische oversteek. Een brug was er hier in de gloriedagen van de pelgrimstochten nog niet, en de Po is te woest om zo over te steken. Pelgrims zochten dus de hulp van lokale vissers om hen naar de overkant te brengen. In lange lijsten houd de eigenaar van de Sigeric precies bij wie er oversteekt. En de groei is enorm. Staken er 10 jaar geleden precies 2 pelgims de Po over, vorig jaar lag dat aantal al op 400. In verband met de diefstal van zijn boot vorig jaar was hij ook nog eens de twee drukste maanden uit de running. Hij denkt dat hij wel 100 mensen (waaronder mij) heeft moeten teleurstellen.
Hij verontschuldigd zich wel tot drie keer toe vanwege vorig jaar, maar belooft mijn naam toe te voegen aan de lijst van 2011.
Hij geeft ons nog wat tips over de route hierna tot aan Piacenza, die naar zijn zeggen niet de mooiste is op de Via Francigena. Tot aan Calendasco volgen we de dijk, daarna moeten we over de grote brug en dan tot aan Piacenza is een groot industrie terrein en militaire basis van de Ponteniers.
De kaart geeft wel een alternatieve route aan die Fabio en ik na Calendasco proberen, maar die is helaas geen succes.
We moeten bij Malpaga de Trebbia over. Guado Trebbia zegt het bordje, en de gele pelgrim wijst ook die kant op. Eenmaal bij de oever blijkt dat misschien in de zomer maanden deze oversteek wel mogelijk is maar nu zeker niet! Er is namelijk geen brug, de manier waarop we over zouden moeten steken is op de ouderwetse pelgrims manier. Maar het water staat nu hoog, zeker tot aan ons middel, en het stroomt veel te woest. Waar vroeger geen andere keus was, oversteken of wachten hebben wij een brug een kilometer verderop. Met daarachter het aan ons beloofde industrie terrein.
Een uur later lopen we de historische stad in.
We volgen de Via Traversa, de doorsteekweg, vrij vertaald naar Piazza Cavalli, het paardenplein. Daar staat het gotische stadhuis van Piacenza. Iets verderop staat de Duomo. Omdat we vanavond in de jeugdherberg slapen hopen we op een stempel in de duomo, waarschijnlijk een heel stuk mooier. Op piazza duomo wachten we op het open gaan van de kerk om 4 uur met een enorme gelato voor onze neus. Fabio een Banana Split en ik een Macedonia con Yoghurt.
Om letterlijk klokslag 4 gaan de deuren van de duomo open en om vijf over prijkt een prachtige stempel in ons credential. De pater die ons te woord staat is een amicale en stevige man die onze tocht meer dan bewonderd. Hij zou het met zijn postuur nog niet halen tot Pontenure grapt hij, en daarna met de ambulance verder misschien.
We krijgen nog een hele rits heiligen te horen waarvan een net zo lange lijst relieken in deze kerk ligt. Piacenza was daardoor een belangrijke stad op de Via Francigena. Rijk vooral weer, aan de rivier de Po, en rondom grote landerijen vol met te verhandelen groenten, fruit en rijst.
De herberg waar we slapen ligt 2 kilometer uit het centrum, dus met erheen, terug naar de stad om te eten, en daarna weer terug om ons bed te vinden. We plakken dus in de avond nog 6 km aan onze wandeldag vast. Allemaal vlak, dat nog wel. Na Piacenza duurt het niet lang meer voor we in de Appenijnen zijn.
We hebben genoeg rivieren gezien, op naar de heuvels en bergen!
Bevrijdingsdag
25 april 2012
Gropello- Pavia.
Op 25 april vieren ze in Italië bevrijdings dag met een heleboel kransen met Italiaanse linten en een soort kerstballetjes erin. Italie kent een totaal andere geschiedenis van de tweede wereldoorlog dan wij. Eerst waren ze pro Duitsland en vochten de Italiaanse soldaten mee met het Duitse leger. Daarna besloot Mussolini tegen Duitsland te zijn en werden ze in 1943 bezet. Een beetje een vreemde dag dus, waarin een bewogen geschiedenis wordt herdacht. Er is vooral veel aandacht is voor de Partigani. Ze waren niet alleen tegen de bezetting van Duitsland maar ook tegen hun eigen toenmalige leider Mussolini. De Partigani waren zoals wij in Nederland de ondergrondse kennen. Niet een echt leger, maar een goed georganiseerde groep die met geheime acties de bezetters saboteerde. Na de bevrijding in 1945 was Italie niet alleen bevrijd van de bezetter maar ook van hun omstreden eigen leider.
Wij lopen vandaag maar een korte route. Van Gropello, een gehucht dat een lange weg is, en je nog het meest doet denken aan een straat uit een cowboy film, naar Pavia.
De Via volgt vandaag de oevers en dijken van de Trebbia richting deze stad.
De rijstvelden zijn inmiddels grotendeels verdwenen en heel heel in de verte zien we de toppen van de Apenijnen al. De 16 kilometer leggen we in zo'n 3 uurtjes af en we komen de stad binnen via de oude wijk Borgo Trebbia.
Een prachtige overdekte brug verbind de twee stadsdelen. Net voor de brug ligt een flink aantal kransen, in memoriam voor de soldaten en burgers die hier vochten. De huidige brug is een exacte kopie van zijn middeleeuwse voorganger die door Duitsland is gebombardeerd. Het enige verschil is dat deze niet op de resten van zijn voorganger is herbouwd maar net ernaast.
Er is een splinternieuw Ostello geopend in Pavia sinds januarie, Op de plek waar in de middeleeuwen ook het pelgrims-hospital was.
Onderweg krijg ik van Oscar een sms dat zich bij De Groene Herberg de inmiddels 5e pelgrim van dit jaar heeft overnacht. Zelf lopend over deze oude pelgrimswegen weet je hoe belangrijk het is dat dit soort gastvrije plekken bestaan. Steeds meer en meer raak ik er van overtuigd dat 's-Hertogenbosch een herberg nodig heeft en verdient. Het is wachten op volgend jaar, dan kunnen we naar verwachting echt open op een autonome plek. De wil is er, maar de stichting waarmee we gaan samenwerken is net als wij volledig afhankelijk van goodwill. Afwachten dan maar, en een extra kaarsje opsteken bij Santa Maria in Betlem, de beschermvrouw van het Ostello in Pavia.
In de middag lopen we de nog rustige stad in, die zijn gloriedagen qua gebouwen kent in de middeleeuwen. Pavia was een rijke stad, aan een belangrijke rivier. Recht vanaf de brug is de hoofdstraat die de aansluiting vormt naar het enorme kasteel van de familie Visconti. Links en rechts van de straat liggen de stadsdelen met allemaal hun eigen kerk, kloosters en marktpleinen. In elk stadsdeel woonden de specifieke ambachtslieden van de stad, die hun waren niet alleen op hun eigen lokale markten verkochten maar ook via de rivier naar andere plaatsen kon verhandelen.
Toch vond de bevolking van Pavia dat ze behalve de kerken voor hun schutspatronen ook nog een heeeeeele grote duomo nodig hadden. Niemand minder dan Leonardo da Vinci strikten ze voor dit klusje. Maar al vanaf het begin van de bouwklus is het een groot fiasco. Problemen rondom de bouw van deze enorme kerk stapelen zich sneller op dan de metselaars de stenen.
Het eindresultaat is een half afgebouwde en scheefzakkende duomo. Die in de jaren 70 ook nog eens prachtig is gestut aan de rivierzijde met gewapend beton. In 1989 stortte de toren volledig in, met talloze slachtoffers op het plein voor de duomo als gevolg.
Binnen in de kerk probeert men nu door middel van betonnen pilaren en een verstevigde vloer de koepel die er pas 150 jaar op staat staande te houden. De buitenkant is van slordig gebouwde baksteen dat nog steeds wacht op zijn marmeren bekleding.
Hemelsbreed verscheelt de ligging van de duomo met de brug amper iets. Je zou denken dat het beter zou zijn geweest als de bommen uit de tweede wereldoorlog net ietsje verder zouden zijn gevallen.
Een gebouw dat door Leonardo da Vinci is bedacht zelf neerhalen doe je natuurlijk niet maar deze duomo heeft op zichzelf geen enkel draagvlak of bestaansrecht. Met veel kunst en vliegwerk wordt hij staande gehouden.
Binnen houden moderne steigers de oude zwakke muren in het gareel.
Een flink staaltje grootdenkerij dus deze duomo.
Alleen is de hoogmoed hier nog wachtende op de val.
Gropello- Pavia.
Op 25 april vieren ze in Italië bevrijdings dag met een heleboel kransen met Italiaanse linten en een soort kerstballetjes erin. Italie kent een totaal andere geschiedenis van de tweede wereldoorlog dan wij. Eerst waren ze pro Duitsland en vochten de Italiaanse soldaten mee met het Duitse leger. Daarna besloot Mussolini tegen Duitsland te zijn en werden ze in 1943 bezet. Een beetje een vreemde dag dus, waarin een bewogen geschiedenis wordt herdacht. Er is vooral veel aandacht is voor de Partigani. Ze waren niet alleen tegen de bezetting van Duitsland maar ook tegen hun eigen toenmalige leider Mussolini. De Partigani waren zoals wij in Nederland de ondergrondse kennen. Niet een echt leger, maar een goed georganiseerde groep die met geheime acties de bezetters saboteerde. Na de bevrijding in 1945 was Italie niet alleen bevrijd van de bezetter maar ook van hun omstreden eigen leider.
Wij lopen vandaag maar een korte route. Van Gropello, een gehucht dat een lange weg is, en je nog het meest doet denken aan een straat uit een cowboy film, naar Pavia.
De Via volgt vandaag de oevers en dijken van de Trebbia richting deze stad.
De rijstvelden zijn inmiddels grotendeels verdwenen en heel heel in de verte zien we de toppen van de Apenijnen al. De 16 kilometer leggen we in zo'n 3 uurtjes af en we komen de stad binnen via de oude wijk Borgo Trebbia.
Een prachtige overdekte brug verbind de twee stadsdelen. Net voor de brug ligt een flink aantal kransen, in memoriam voor de soldaten en burgers die hier vochten. De huidige brug is een exacte kopie van zijn middeleeuwse voorganger die door Duitsland is gebombardeerd. Het enige verschil is dat deze niet op de resten van zijn voorganger is herbouwd maar net ernaast.
Er is een splinternieuw Ostello geopend in Pavia sinds januarie, Op de plek waar in de middeleeuwen ook het pelgrims-hospital was.
Onderweg krijg ik van Oscar een sms dat zich bij De Groene Herberg de inmiddels 5e pelgrim van dit jaar heeft overnacht. Zelf lopend over deze oude pelgrimswegen weet je hoe belangrijk het is dat dit soort gastvrije plekken bestaan. Steeds meer en meer raak ik er van overtuigd dat 's-Hertogenbosch een herberg nodig heeft en verdient. Het is wachten op volgend jaar, dan kunnen we naar verwachting echt open op een autonome plek. De wil is er, maar de stichting waarmee we gaan samenwerken is net als wij volledig afhankelijk van goodwill. Afwachten dan maar, en een extra kaarsje opsteken bij Santa Maria in Betlem, de beschermvrouw van het Ostello in Pavia.
In de middag lopen we de nog rustige stad in, die zijn gloriedagen qua gebouwen kent in de middeleeuwen. Pavia was een rijke stad, aan een belangrijke rivier. Recht vanaf de brug is de hoofdstraat die de aansluiting vormt naar het enorme kasteel van de familie Visconti. Links en rechts van de straat liggen de stadsdelen met allemaal hun eigen kerk, kloosters en marktpleinen. In elk stadsdeel woonden de specifieke ambachtslieden van de stad, die hun waren niet alleen op hun eigen lokale markten verkochten maar ook via de rivier naar andere plaatsen kon verhandelen.
Toch vond de bevolking van Pavia dat ze behalve de kerken voor hun schutspatronen ook nog een heeeeeele grote duomo nodig hadden. Niemand minder dan Leonardo da Vinci strikten ze voor dit klusje. Maar al vanaf het begin van de bouwklus is het een groot fiasco. Problemen rondom de bouw van deze enorme kerk stapelen zich sneller op dan de metselaars de stenen.
Het eindresultaat is een half afgebouwde en scheefzakkende duomo. Die in de jaren 70 ook nog eens prachtig is gestut aan de rivierzijde met gewapend beton. In 1989 stortte de toren volledig in, met talloze slachtoffers op het plein voor de duomo als gevolg.
Binnen in de kerk probeert men nu door middel van betonnen pilaren en een verstevigde vloer de koepel die er pas 150 jaar op staat staande te houden. De buitenkant is van slordig gebouwde baksteen dat nog steeds wacht op zijn marmeren bekleding.
Hemelsbreed verscheelt de ligging van de duomo met de brug amper iets. Je zou denken dat het beter zou zijn geweest als de bommen uit de tweede wereldoorlog net ietsje verder zouden zijn gevallen.
Een gebouw dat door Leonardo da Vinci is bedacht zelf neerhalen doe je natuurlijk niet maar deze duomo heeft op zichzelf geen enkel draagvlak of bestaansrecht. Met veel kunst en vliegwerk wordt hij staande gehouden.
Binnen houden moderne steigers de oude zwakke muren in het gareel.
Een flink staaltje grootdenkerij dus deze duomo.
Alleen is de hoogmoed hier nog wachtende op de val.
"Il presidente"
Mortara- Gropello
24 april 2012
Terwijl heel Nederland waarschijnlijk vol is van nieuwe verkiezingen ontmoet ik "il presidente" in Italie!!
Natuurlijk niet een/de echte van Nederland of Italie maar van de Cammino Celeste. De pelgrimsweg die ik na deze ga lopen in Italie, eind Juni.
De meneer gedraagt zich wel als een echte "il presidente" en stelt mijn geduld en geweten enorm op de proef.
Weg pais en vree!, pelgrimsgedachte!, mijn nekharen staan recht overeind.
Je kent het misschien wel van die mensen die ABSOLUUT niet in je comfort- zone mogen stappen.
"Il presidente" is er zo een.
Vol van al zijn eigen gelopen pelgrimstochten luistert hij vooral graag naar zichzelf. En o o o wat heeft hij al veel gedaan. En o o o wat weet hij toch veel van alle pelgrimswegen ter wereld!!
Hij vraagt zichzelf hardop af of de Chemin de St-Jacques van Le-Puy tot Santiago die Fabio liep echt niet veeeeel korter is dan de Via de la Plata die hij "ook" al liep.
Hij heeft er in ieder geval geen notie van, (nadat én de hospitalero van de Abbazia én Fabio het hem hebben verteld) dat ik vanuit Nederland naar Rome ben gelopen of dat ik zelfs maar ooit een stap op een pelgrimsweg heb gezet.
Oh, vanaf Ivrea vraagt hij. Ja, zeg ik hem, voor de tweede keer op de Via Francigena....
Oh, en je denkt dat je de Cammino Celeste kunt lopen...vraagt hij, het zijn wel bergen hoor, op het eind!!
En o,ja morgen moeten we over die kant weg om opnieuw op de Via te komen....
Mmmmmm denk ik, geen oren!?!
En ik laat het maar zo!
In de ochtend verteld Fabio me, dat hij die meneer eigenlijk niet zo aardig vind. Vooral vol van zichzelf zegt hij, en hij luistert echt niet naar wat je zegt voegt hij er aan toe
Het ligt dus gelukkig niet aan mijn beginners Italiaans maar aan het feit dat il presidente welliswaar maar Italiaans spreekt maar niet verstaat!
Na Abbazia San Albino gaan de rijstvelden gewoon verder. Het enige verschil is dat na de enorme regen van vannacht ook de paden ertussen tot modderpoelen zijn veranderd.
We ploeteren onszelf van drogere plek naar drogere plek tussen de diepere plassen door. De modder zit tot aan mijn knieën. Het is wel lekker koel na de regen van vannacht en we kunnen dus flink doorlopen. Om tien uur zijn we in Tromello waar we ook dit keer van het terras worden gehaald door Carlo.
De plaatselijke pelgrimsverwelkomer.
Jij was hier vorig jaar toch ook, vraagt hij, tu sei Olandesina! no?!
In zijn ooit-barretje naast zijn huis krijgen we een stempel in onze credential en een oorkonde dat we Tromello daadwerkelijk zijn gepasseerd. Alle pelgrims die dit dorp voorbij gaan wacht hij op of rijd hij tegemoet op zijn groen-wit-rode "il tricolore" fiets. Hij loopt met ons mee tot het laatste Via Francigena bordje van het dorp...
Op naar Gropello, de zon komt al weer flink achter de wolken vandaan en de temperatuur loopt op tot boven 23•c.
Tijdens een ijsje in Garlasco, vooral wereldberoemd in Italië vanwege buren die elkaar hebben vermoord, passeert
"Il presidente" ons met de mededeling dat hij ook slaapt in Gropello.
Ik weet dat er maar één pelgrimsonderkomen is in dat gehucht en dat we dus in alle zekerheid weer met hem zitten opgescheept. Hij geeft ons bij aankomst nog een lesje pelgrimeren, als we met een plaatselijke bewoner praten over hoeveel dagen tussen Lucca (waar wij dit jaar stoppen) en Rome. Als ik zeg dat ik er rond de 3 weken over heb gedaan pakt "il presidente" zijn gids uit de rugzak en zegt; nee hoor de gids zegt 16 dagen....
Ja, zegt de man waar wij mee praten, maar een gids is toch maar een leidraad....en zij, zij heeft er al gelopen
Maar ik zeg wijselijk niks!
De zon schijnt op zijn best...
Let the sunshine,
Let the sunshine in...
The sunshine in.....
24 april 2012
Terwijl heel Nederland waarschijnlijk vol is van nieuwe verkiezingen ontmoet ik "il presidente" in Italie!!
Natuurlijk niet een/de echte van Nederland of Italie maar van de Cammino Celeste. De pelgrimsweg die ik na deze ga lopen in Italie, eind Juni.
De meneer gedraagt zich wel als een echte "il presidente" en stelt mijn geduld en geweten enorm op de proef.
Weg pais en vree!, pelgrimsgedachte!, mijn nekharen staan recht overeind.
Je kent het misschien wel van die mensen die ABSOLUUT niet in je comfort- zone mogen stappen.
"Il presidente" is er zo een.
Vol van al zijn eigen gelopen pelgrimstochten luistert hij vooral graag naar zichzelf. En o o o wat heeft hij al veel gedaan. En o o o wat weet hij toch veel van alle pelgrimswegen ter wereld!!
Hij vraagt zichzelf hardop af of de Chemin de St-Jacques van Le-Puy tot Santiago die Fabio liep echt niet veeeeel korter is dan de Via de la Plata die hij "ook" al liep.
Hij heeft er in ieder geval geen notie van, (nadat én de hospitalero van de Abbazia én Fabio het hem hebben verteld) dat ik vanuit Nederland naar Rome ben gelopen of dat ik zelfs maar ooit een stap op een pelgrimsweg heb gezet.
Oh, vanaf Ivrea vraagt hij. Ja, zeg ik hem, voor de tweede keer op de Via Francigena....
Oh, en je denkt dat je de Cammino Celeste kunt lopen...vraagt hij, het zijn wel bergen hoor, op het eind!!
En o,ja morgen moeten we over die kant weg om opnieuw op de Via te komen....
Mmmmmm denk ik, geen oren!?!
En ik laat het maar zo!
In de ochtend verteld Fabio me, dat hij die meneer eigenlijk niet zo aardig vind. Vooral vol van zichzelf zegt hij, en hij luistert echt niet naar wat je zegt voegt hij er aan toe
Het ligt dus gelukkig niet aan mijn beginners Italiaans maar aan het feit dat il presidente welliswaar maar Italiaans spreekt maar niet verstaat!
Na Abbazia San Albino gaan de rijstvelden gewoon verder. Het enige verschil is dat na de enorme regen van vannacht ook de paden ertussen tot modderpoelen zijn veranderd.
We ploeteren onszelf van drogere plek naar drogere plek tussen de diepere plassen door. De modder zit tot aan mijn knieën. Het is wel lekker koel na de regen van vannacht en we kunnen dus flink doorlopen. Om tien uur zijn we in Tromello waar we ook dit keer van het terras worden gehaald door Carlo.
De plaatselijke pelgrimsverwelkomer.
Jij was hier vorig jaar toch ook, vraagt hij, tu sei Olandesina! no?!
In zijn ooit-barretje naast zijn huis krijgen we een stempel in onze credential en een oorkonde dat we Tromello daadwerkelijk zijn gepasseerd. Alle pelgrims die dit dorp voorbij gaan wacht hij op of rijd hij tegemoet op zijn groen-wit-rode "il tricolore" fiets. Hij loopt met ons mee tot het laatste Via Francigena bordje van het dorp...
Op naar Gropello, de zon komt al weer flink achter de wolken vandaan en de temperatuur loopt op tot boven 23•c.
Tijdens een ijsje in Garlasco, vooral wereldberoemd in Italië vanwege buren die elkaar hebben vermoord, passeert
"Il presidente" ons met de mededeling dat hij ook slaapt in Gropello.
Ik weet dat er maar één pelgrimsonderkomen is in dat gehucht en dat we dus in alle zekerheid weer met hem zitten opgescheept. Hij geeft ons bij aankomst nog een lesje pelgrimeren, als we met een plaatselijke bewoner praten over hoeveel dagen tussen Lucca (waar wij dit jaar stoppen) en Rome. Als ik zeg dat ik er rond de 3 weken over heb gedaan pakt "il presidente" zijn gids uit de rugzak en zegt; nee hoor de gids zegt 16 dagen....
Ja, zegt de man waar wij mee praten, maar een gids is toch maar een leidraad....en zij, zij heeft er al gelopen
Maar ik zeg wijselijk niks!
De zon schijnt op zijn best...
Let the sunshine,
Let the sunshine in...
The sunshine in.....
Corsa bimbimbici
Santhia- Vercelli- Mortara
22 april & 23 april 2012
Net na Santhia komen we op de vroege zondagmorgen een bijzonder fenomeen tegen. Talrijke mannen op de fiets, met in een fietsstoeltje voorop een klein kind. De meeste mannen hebben een pet op en de kinderen voorop dragen een zonnebril......
Vreemd?? Neeeejjjj joh, Fabio denkt een nieuw soort sport, waarbij je een traject aflegt met voorop een kind in een zitje. "Van welke leeftijd tot welke leeftijd mogen die kinderen dan zijn? vraag ik. Maar Fabio zegt dat hij denkt dat de leeftijd niet uitmaakt, je moet het zien als bij jockey's, puur geselecteerd op lengte en gewicht. De mannen rijden viaduct op richting Santhia om te oefenen, omdat ze hier geen heuvels hebben, en omdat ze natuurlijk wel mee willen doen op nationaal nivo.
We lopen nu echt rijstveld na rijstveld
door het platte land van Lombardije. De molshopen waar ik het in mijn vorige blog over had kom ik hier zeker niet tegen. Het plantseizoen voor de rijst is volop in gang en bijna alle velden staan
centimeters onder water. Een ingenieus systeem van kanalen, slootjes en gootjes zorgen ervoor dat de rijst altijd kleddernatte voetjes houdt. Waar al dat water vandaan komt en maar blijft vloeien is te danken aan een aantal flinke rivieren de Po, de Sesia en de Ticino die het landschap domineren.
Miljoenen jaren geleden maakte een gletsjer deze streek al lekker plat. In het achterland staan de Alpen. Het smeltwater gaat dus allemaal linea recta deze kant op. Gelukkig is het nog niet zo warm en laat in het seizoen en is het muggen paradijs waar ik vorig jaar in liep nog niet geopend. Het seizoen van de slangen jammer genoeg wel, en net ietsje gevaarlijker dan de muggen hier. Ik wil graag een foto, maar Fabio vindt dat veeeeeel te gevaarlijk, nou vooruit eentje dan, maar wel van een veilige afstand. Dat maakt dat het een beetje een zoekplaatje is geworden.
Eenmaal in Vercelli moeten we op zoek naar het klooster Biliemme waar we een bed hebben voor deze nacht. Helemaal buiten het centrum blijkt en vreselijk verwaarloosd. Een uitdragerij van allerhande spullen staat tegen de muren gepakt en het ruikt er naar asbak. In dit convento woont nog maar een pater die in dit nog bewoonbare deel van het klooster een soort van opvang heeft voor mensen die niet echt mee kunnen lopen in de maatschappij buiten. Een mooi en nobel streven, maar niet altijd makkelijk te combineren
met pelgrims. We zijn inmiddels met 4, twee fransen, vader en zoon zijn onderweg van net voor Col Saint-Bernardo, naar Rome. Nog niet helemaal gewend aan de soms vreemde hospitaliteit op deze weg vinden zij deze plek vreselijk!!!! met uitroeptekens. In een van de douches hangt een bordje met in gebruik door een persoon met hepatitis, en dat is voldoende om meteen al het water als besmet te beschouwen. Ik probeer me niet mee te laten slepen in dit alles, maar dat is niet eenvoudig als er om je heen alleen maar negatiefs te horen is.
Schoon of niet, ze geven mij wel een bed als pelgrim, en dat vind ik meer waard dan ooooeeeee zand op de vloer.
In de voor avond eten we op de markt van Vercelli Farinata di ceci. Het is feest in de overvolle binnenstad, en er staan kraampjes met locale producten, allemaal lekker maar mee in de rugzak kan het natuurlijk niet.
Als je de hele dag tussen de rijstvelden loopt wil je natuurlijk in de avond wel ook rijst eten! Fabio een met fungi en ik met radiccio en tallegio.
We moeten wel om 9 uur binnen zijn. Tijd een toetje is er dus niet, maar na zo'n lange wandeldag ben je eigenlijk ook blij dat je in je bedje ligt.
De dag erna zijn de rijstvelden onveranderd, eindeloos en nat. We moeten over een lange dijk langs de rivier de Sesia richting Palesto waar we in de kleine panaderia een flinke koek kopen, daarna tussen de rijstvelden door naar Robbio. De fransen hebben daar een slaapplaats maar wij lopen verder richting Mortara om te slapen in Abbazia San-Albino. Afgelopen jaar was het een van de fijnere pelgrims plekken op de Via.
Op onze weg naar Mortara passeren we het gehucht Madonna della Campo, waar we door een clubje dames uit het dorp worden opgewacht die ons het hemd van t lijf vragen. Ons verhaal van onze ontmoeting vorig jaar, mijn verhuizing naar Trieste en nu samen op pad vinden ze Una bella storia....zoooo romantisch. De dame die op dit kruispunt woont en over haar tuinhekje hangend met ons praat dacht dat pelgrimeren alleen maar afzien was. Ze heeft gehoord dat wij pelgrims puur leven op water en een stuk
Parmigiano. En wij bedenken dat parmigiano helemaal niet zo'n fout idee is....
Na 34 km komen we aan in de voormalige Abbazia en worden er net als vorig jaar met open armen ontvangen. De hospitalero's van dit ostello wonen naast de abdij, en zijn dus dezelfde als vorig jaar. Wonderlijk genoeg wordt ik meteen herkend en zoekt ze in het gastenboek van vorig jaar.
Als ik zie wat ik toen schreef ben ik in tranen. Met; "Een pelgrimstocht is nooit gelopen, dus wie weet, tot een volgend keer?" sluit ik mijn stukje af.
Nog geen jaar later zit ik opnieuw aan deze tafel, en schrijf ik mijn naam in de presentie lijst.
Een pelgrimstocht is nooit gelopen!!
22 april & 23 april 2012
Net na Santhia komen we op de vroege zondagmorgen een bijzonder fenomeen tegen. Talrijke mannen op de fiets, met in een fietsstoeltje voorop een klein kind. De meeste mannen hebben een pet op en de kinderen voorop dragen een zonnebril......
Vreemd?? Neeeejjjj joh, Fabio denkt een nieuw soort sport, waarbij je een traject aflegt met voorop een kind in een zitje. "Van welke leeftijd tot welke leeftijd mogen die kinderen dan zijn? vraag ik. Maar Fabio zegt dat hij denkt dat de leeftijd niet uitmaakt, je moet het zien als bij jockey's, puur geselecteerd op lengte en gewicht. De mannen rijden viaduct op richting Santhia om te oefenen, omdat ze hier geen heuvels hebben, en omdat ze natuurlijk wel mee willen doen op nationaal nivo.
We lopen nu echt rijstveld na rijstveld
door het platte land van Lombardije. De molshopen waar ik het in mijn vorige blog over had kom ik hier zeker niet tegen. Het plantseizoen voor de rijst is volop in gang en bijna alle velden staan
centimeters onder water. Een ingenieus systeem van kanalen, slootjes en gootjes zorgen ervoor dat de rijst altijd kleddernatte voetjes houdt. Waar al dat water vandaan komt en maar blijft vloeien is te danken aan een aantal flinke rivieren de Po, de Sesia en de Ticino die het landschap domineren.
Miljoenen jaren geleden maakte een gletsjer deze streek al lekker plat. In het achterland staan de Alpen. Het smeltwater gaat dus allemaal linea recta deze kant op. Gelukkig is het nog niet zo warm en laat in het seizoen en is het muggen paradijs waar ik vorig jaar in liep nog niet geopend. Het seizoen van de slangen jammer genoeg wel, en net ietsje gevaarlijker dan de muggen hier. Ik wil graag een foto, maar Fabio vindt dat veeeeeel te gevaarlijk, nou vooruit eentje dan, maar wel van een veilige afstand. Dat maakt dat het een beetje een zoekplaatje is geworden.
Eenmaal in Vercelli moeten we op zoek naar het klooster Biliemme waar we een bed hebben voor deze nacht. Helemaal buiten het centrum blijkt en vreselijk verwaarloosd. Een uitdragerij van allerhande spullen staat tegen de muren gepakt en het ruikt er naar asbak. In dit convento woont nog maar een pater die in dit nog bewoonbare deel van het klooster een soort van opvang heeft voor mensen die niet echt mee kunnen lopen in de maatschappij buiten. Een mooi en nobel streven, maar niet altijd makkelijk te combineren
met pelgrims. We zijn inmiddels met 4, twee fransen, vader en zoon zijn onderweg van net voor Col Saint-Bernardo, naar Rome. Nog niet helemaal gewend aan de soms vreemde hospitaliteit op deze weg vinden zij deze plek vreselijk!!!! met uitroeptekens. In een van de douches hangt een bordje met in gebruik door een persoon met hepatitis, en dat is voldoende om meteen al het water als besmet te beschouwen. Ik probeer me niet mee te laten slepen in dit alles, maar dat is niet eenvoudig als er om je heen alleen maar negatiefs te horen is.
Schoon of niet, ze geven mij wel een bed als pelgrim, en dat vind ik meer waard dan ooooeeeee zand op de vloer.
In de voor avond eten we op de markt van Vercelli Farinata di ceci. Het is feest in de overvolle binnenstad, en er staan kraampjes met locale producten, allemaal lekker maar mee in de rugzak kan het natuurlijk niet.
Als je de hele dag tussen de rijstvelden loopt wil je natuurlijk in de avond wel ook rijst eten! Fabio een met fungi en ik met radiccio en tallegio.
We moeten wel om 9 uur binnen zijn. Tijd een toetje is er dus niet, maar na zo'n lange wandeldag ben je eigenlijk ook blij dat je in je bedje ligt.
De dag erna zijn de rijstvelden onveranderd, eindeloos en nat. We moeten over een lange dijk langs de rivier de Sesia richting Palesto waar we in de kleine panaderia een flinke koek kopen, daarna tussen de rijstvelden door naar Robbio. De fransen hebben daar een slaapplaats maar wij lopen verder richting Mortara om te slapen in Abbazia San-Albino. Afgelopen jaar was het een van de fijnere pelgrims plekken op de Via.
Op onze weg naar Mortara passeren we het gehucht Madonna della Campo, waar we door een clubje dames uit het dorp worden opgewacht die ons het hemd van t lijf vragen. Ons verhaal van onze ontmoeting vorig jaar, mijn verhuizing naar Trieste en nu samen op pad vinden ze Una bella storia....zoooo romantisch. De dame die op dit kruispunt woont en over haar tuinhekje hangend met ons praat dacht dat pelgrimeren alleen maar afzien was. Ze heeft gehoord dat wij pelgrims puur leven op water en een stuk
Parmigiano. En wij bedenken dat parmigiano helemaal niet zo'n fout idee is....
Na 34 km komen we aan in de voormalige Abbazia en worden er net als vorig jaar met open armen ontvangen. De hospitalero's van dit ostello wonen naast de abdij, en zijn dus dezelfde als vorig jaar. Wonderlijk genoeg wordt ik meteen herkend en zoekt ze in het gastenboek van vorig jaar.
Als ik zie wat ik toen schreef ben ik in tranen. Met; "Een pelgrimstocht is nooit gelopen, dus wie weet, tot een volgend keer?" sluit ik mijn stukje af.
Nog geen jaar later zit ik opnieuw aan deze tafel, en schrijf ik mijn naam in de presentie lijst.
Een pelgrimstocht is nooit gelopen!!
Abonneren op:
Posts (Atom)






































