vrijdag 27 april 2012

Corsa bimbimbici

Santhia- Vercelli- Mortara
22 april & 23 april 2012


Net na Santhia komen we op de vroege zondagmorgen een bijzonder fenomeen tegen. Talrijke mannen op de fiets, met in een fietsstoeltje voorop een klein kind. De meeste mannen hebben een pet op en de kinderen voorop dragen een zonnebril......
Vreemd?? Neeeejjjj joh, Fabio denkt een nieuw soort sport, waarbij je een traject aflegt met voorop een kind in een zitje. "Van welke leeftijd tot welke leeftijd mogen die kinderen dan zijn? vraag ik. Maar Fabio zegt dat hij denkt dat de leeftijd niet uitmaakt, je moet het zien als bij jockey's, puur geselecteerd op lengte en gewicht. De mannen rijden viaduct op richting Santhia om te oefenen, omdat ze hier geen heuvels hebben, en omdat ze natuurlijk wel mee willen doen op nationaal nivo.

We lopen nu echt rijstveld na rijstveld
door het platte land van Lombardije. De molshopen waar ik het in mijn vorige blog over had kom ik hier zeker niet tegen. Het plantseizoen voor de rijst is volop in gang en bijna alle velden staan
centimeters onder water. Een ingenieus systeem van kanalen, slootjes en gootjes zorgen ervoor dat de rijst altijd kleddernatte voetjes houdt. Waar al dat water vandaan komt en maar blijft vloeien is te danken aan een aantal flinke rivieren de Po, de Sesia en de Ticino die het landschap domineren.
Miljoenen jaren geleden maakte een gletsjer deze streek al lekker plat. In het achterland staan de Alpen. Het smeltwater gaat dus allemaal linea recta deze kant op. Gelukkig is het nog niet zo warm en laat in het seizoen en is het muggen paradijs waar ik vorig jaar in liep nog niet geopend. Het seizoen van de slangen jammer genoeg wel, en net ietsje gevaarlijker dan de muggen hier. Ik wil graag een foto, maar Fabio vindt dat veeeeeel te gevaarlijk, nou vooruit eentje dan, maar wel van een veilige afstand. Dat maakt dat het een beetje een zoekplaatje is geworden.

Eenmaal in Vercelli moeten we op zoek naar het klooster Biliemme waar we een bed hebben voor deze nacht. Helemaal buiten het centrum blijkt en vreselijk verwaarloosd. Een uitdragerij van allerhande spullen staat tegen de muren gepakt en het ruikt er naar asbak. In dit convento woont nog maar een pater die in dit nog bewoonbare deel van het klooster een soort van opvang heeft voor mensen die niet echt mee kunnen lopen in de maatschappij buiten. Een mooi en nobel streven, maar niet altijd makkelijk te combineren
met pelgrims. We zijn inmiddels met 4, twee fransen, vader en zoon zijn onderweg van net voor Col Saint-Bernardo, naar Rome. Nog niet helemaal gewend aan de soms vreemde hospitaliteit op deze weg vinden zij deze plek vreselijk!!!! met uitroeptekens. In een van de douches hangt een bordje met in gebruik door een persoon met hepatitis, en dat is voldoende om meteen al het water als besmet te beschouwen. Ik probeer me niet mee te laten slepen in dit alles, maar dat is niet eenvoudig als er om je heen alleen maar negatiefs te horen is.
Schoon of niet, ze geven mij wel een bed als pelgrim, en dat vind ik meer waard dan ooooeeeee zand op de vloer.

In de voor avond eten we op de markt van Vercelli Farinata di ceci. Het is feest in de overvolle binnenstad, en er staan kraampjes met locale producten, allemaal lekker maar mee in de rugzak kan het natuurlijk niet.
Als je de hele dag tussen de rijstvelden loopt wil je natuurlijk in de avond wel ook rijst eten! Fabio een met fungi en ik met radiccio en tallegio.
We moeten wel om 9 uur binnen zijn. Tijd een toetje is er dus niet, maar na zo'n lange wandeldag ben je eigenlijk ook blij dat je in je bedje ligt.

De dag erna zijn de rijstvelden onveranderd, eindeloos en nat. We moeten over een lange dijk langs de rivier de Sesia richting Palesto waar we in de kleine panaderia een flinke koek kopen, daarna tussen de rijstvelden door naar Robbio. De fransen hebben daar een slaapplaats maar wij lopen verder richting Mortara om te slapen in Abbazia San-Albino. Afgelopen jaar was het een van de fijnere pelgrims plekken op de Via.

Op onze weg naar Mortara passeren we het gehucht Madonna della Campo, waar we door een clubje dames uit het dorp worden opgewacht die ons het hemd van t lijf vragen. Ons verhaal van onze ontmoeting vorig jaar, mijn verhuizing naar Trieste en nu samen op pad vinden ze Una bella storia....zoooo romantisch. De dame die op dit kruispunt woont en over haar tuinhekje hangend met ons praat dacht dat pelgrimeren alleen maar afzien was. Ze heeft gehoord dat wij pelgrims puur leven op water en een stuk
Parmigiano. En wij bedenken dat parmigiano helemaal niet zo'n fout idee is....

Na 34 km komen we aan in de voormalige Abbazia en worden er net als vorig jaar met open armen ontvangen. De hospitalero's van dit ostello wonen naast de abdij, en zijn dus dezelfde als vorig jaar. Wonderlijk genoeg wordt ik meteen herkend en zoekt ze in het gastenboek van vorig jaar.
Als ik zie wat ik toen schreef ben ik in tranen. Met; "Een pelgrimstocht is nooit gelopen, dus wie weet, tot een volgend keer?" sluit ik mijn stukje af.
Nog geen jaar later zit ik opnieuw aan deze tafel, en schrijf ik mijn naam in de presentie lijst.

Een pelgrimstocht is nooit gelopen!!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten