vrijdag 27 april 2012

In de Boot

26 & 27 april
Pavia- Santa Christina- Orio Litta - Piacenza.

Jippie!!!! Het is gelukt dit keer!!! Met de boot naar Piacenza!!!

Vorig jaar nog een onmogelijke actie, zelfs na talloze telefoontjes waarin Fabio fungeerde als helpdesk op afstand lukte het ons niet om mij naar de andere kant van de Po te krijgen. Een weg te voet was er ook niet omdat de Via Francigena hier volledig onder een dikke laag asfalt in een super strada is veranderd.
No boat, No road schreef ik teleurgesteld, ik had geen andere keus dan de trein tussen Orio Litta en Piacenza te nemen.

Dit jaar hadden we dus veel en veel meer geluk, en lag om half 10 in de morgen de Sigeric voor ons klaar om ons zes kilometer over de Po te vervoeren van oost naar west.
Vooraf moesten we een uurtje lopen van Orio-Litta naar Corte San Andrea waar een gemetselde zuil met daarin een stenen afbeelding van een pelgrim, lopend op water, de plek van vertrek markeerd. Het kleine steigertje ligt verborgen tussen het riet en is onzichtbaar voor wie over de dijk langsloopt. De enige boot die hier aankomt en vertrekt is de Sigeric, vernoemt naar de grondlegger van de Via Francigena. Ook hij maakte gebruik van de Transitum Padi om de Po over te steken.
De eigenaar en bestuurder van de boot woont op de west oever en heeft voor de late overstekers een kleine pelgrimsherberg bij zijn prachtig gerestaureerde dijkhuisje. Alles staat hier in het teken van de Via.

Na de oversteek krijgen we in onze credential een flinke stempel als bewijs voor de historische oversteek. Een brug was er hier in de gloriedagen van de pelgrimstochten nog niet, en de Po is te woest om zo over te steken. Pelgrims zochten dus de hulp van lokale vissers om hen naar de overkant te brengen. In lange lijsten houd de eigenaar van de Sigeric precies bij wie er oversteekt. En de groei is enorm. Staken er 10 jaar geleden precies 2 pelgims de Po over, vorig jaar lag dat aantal al op 400. In verband met de diefstal van zijn boot vorig jaar was hij ook nog eens de twee drukste maanden uit de running. Hij denkt dat hij wel 100 mensen (waaronder mij) heeft moeten teleurstellen.
Hij verontschuldigd zich wel tot drie keer toe vanwege vorig jaar, maar belooft mijn naam toe te voegen aan de lijst van 2011.
Hij geeft ons nog wat tips over de route hierna tot aan Piacenza, die naar zijn zeggen niet de mooiste is op de Via Francigena. Tot aan Calendasco volgen we de dijk, daarna moeten we over de grote brug en dan tot aan Piacenza is een groot industrie terrein en militaire basis van de Ponteniers.
De kaart geeft wel een alternatieve route aan die Fabio en ik na Calendasco proberen, maar die is helaas geen succes.
We moeten bij Malpaga de Trebbia over. Guado Trebbia zegt het bordje, en de gele pelgrim wijst ook die kant op. Eenmaal bij de oever blijkt dat misschien in de zomer maanden deze oversteek wel mogelijk is maar nu zeker niet! Er is namelijk geen brug, de manier waarop we over zouden moeten steken is op de ouderwetse pelgrims manier. Maar het water staat nu hoog, zeker tot aan ons middel, en het stroomt veel te woest. Waar vroeger geen andere keus was, oversteken of wachten hebben wij een brug een kilometer verderop. Met daarachter het aan ons beloofde industrie terrein.
Een uur later lopen we de historische stad in.

We volgen de Via Traversa, de doorsteekweg, vrij vertaald naar Piazza Cavalli, het paardenplein. Daar staat het gotische stadhuis van Piacenza. Iets verderop staat de Duomo. Omdat we vanavond in de jeugdherberg slapen hopen we op een stempel in de duomo, waarschijnlijk een heel stuk mooier. Op piazza duomo wachten we op het open gaan van de kerk om 4 uur met een enorme gelato voor onze neus. Fabio een Banana Split en ik een Macedonia con Yoghurt.
Om letterlijk klokslag 4 gaan de deuren van de duomo open en om vijf over prijkt een prachtige stempel in ons credential. De pater die ons te woord staat is een amicale en stevige man die onze tocht meer dan bewonderd. Hij zou het met zijn postuur nog niet halen tot Pontenure grapt hij, en daarna met de ambulance verder misschien.

We krijgen nog een hele rits heiligen te horen waarvan een net zo lange lijst relieken in deze kerk ligt. Piacenza was daardoor een belangrijke stad op de Via Francigena. Rijk vooral weer, aan de rivier de Po, en rondom grote landerijen vol met te verhandelen groenten, fruit en rijst.

De herberg waar we slapen ligt 2 kilometer uit het centrum, dus met erheen, terug naar de stad om te eten, en daarna weer terug om ons bed te vinden. We plakken dus in de avond nog 6 km aan onze wandeldag vast. Allemaal vlak, dat nog wel. Na Piacenza duurt het niet lang meer voor we in de Appenijnen zijn.

We hebben genoeg rivieren gezien, op naar de heuvels en bergen!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten