zaterdag 21 mei 2011

Wandelaars en pelgrims...


21 mei 2011    Einruhr-Marmagen

Het is 6 uur in de ochtend en zondag de kerkklokken van Marmagen doen hun uiterste best voor de vroege mis. Alsof ze willen zeggen, vanaf nu loop je op een pelgrimsweg en niet meer op een wandelroute.

Gisteren hadden we een lange dag gepland, waarin we toch wel het een en ander van de eifelsteig de wandelroute die we tot nu toe volgen moesten afsnijden. We willen graag naar Kloster Steinfeld lopen een dorp dat onstaan is door 2 grote congregaties, de Salvetorianen en Benediktinessen. Meer dan genoeg kans voor een pelgrimsbed zou je denken. Maar helaas in Eifelsteigland gaan wandelaars voor pelgrims. De dames en heren van de klooster winkel vinden het zo een schande dat we in beide kloosters niet worden binnengelaten dat ze Oscar €10 geven om wat te drinken op het terras voor we verder moeten.  Gelukkig voor ons had Ger besloten vandaag naar de Eiffel te rijden, per slot van rekening hadden wij Monschau "so wunderschön" gezien en hij niet. Uitendelijk vinden we via via een bed in een herberg in Marmagen, een dorp door Romeinen gesticht. En omdat Ger met de auto is ook haalbaar, met onze rugzakken in de kofferbak, zijn we in 10min 7 km verder. Bij de kerk van Marmagen krijgen we een mooie stempel in onze pelgrimspas, en de man van de dame van de herberg maakt voor ons een mega-maaltijd.  

In Einruhr vertrekken we heel vroeg omdat we weten dat deze etappe met veel klimmen en dalen zo wie zo boven de 30 km gaat komen. We lopen vandaag door nationaalpark De Eiffel, en dat ligt in de buurt van het dorp. Om 8 lopen we het park al in, en er is niemand. Het eerste gedeelte voert langs een spiegelglad stuwmeer, nog zo mooi met mist erboven zoals je alleen zo vroeg ziet. De hoeveelheid wandelaars neemt per uur toe, mooi weer en zaterdag. 
Bij de stuwdam moeten we aan de klim, 4km ,37% het serieuze werk, het pad brengt ons in Wollseiffen, een niet meer dorp met een bewogen geschiedenis.





In 1932 bouwde de nationale partij van Duitsland er op een steenworp afstand "Burg Vogelsang" . Het zou hét opleidingscentrum van Nazi Duitsland worden. Hier werden hitlerjugend jongeren klaargestoomd voor een 'glansrijke' militaire carrière. Ik hoef denk ik niet uit te leggen dat de toon die daar toen is gezet nu nog steeds meer dan voelbaar is. En zo voelde ik in het verdwenen dorp Wollseiffen voelbaar leed.

Na 1945 was het dorp zwaar beschadigd door de aanvallen op "Vogelsang" en probeerde de boeren hun huizen, kerk en akkers weer op orde te krijgen. In 1946 namen de Engelsen de Burg in om er zelf een kazerne van te maken en werd de bewoners van het dorp opgedragen binnen 3 weken hun huis te verlaten. Achter hen werd hun huis opgeblazen. Alleen de kerk bleef staan en in brand gestoken, waardoor alleen de stenen basis achterbleef. Toen in 2006 de laatste Belgische militairen uit de Burg vertrokken werden Vogelsang en Wollseiffen onderdeel van het nationaal park De Eiffel. De kerk kreeg zijn torenspits terug en 2 moderne deuren.

Een fijn gevoel had ik niet bij het weten dat we deze plekken zouden passeren. Maar toen ik er aankwam intrigeerde me het toch meer dan ik verwachtte. Geschiedenis ook als ie verre van fraai is tekenend voor een gebied.

Ik sta in de deur van de kerk, en kijk in de stilte die er heerst, leeg en kaal. Op het hoogkoor nu een modern vakwerk kruis.
Zachtjes loop ik er naar binnen, in een nisje op het einde brand een kaars.
Als ik er even heb stilgestaan draai ik met er om om de kerk weer uit te lopen. Boven de deur hangt een enorme zwart- wit foto met daarop de kerk hoe hij ooit was. Ervoor spelen kinderen op het kerkplein, onderdeel van de geschiedenis maar niet schuldig aan...
Hier besef ik me wat voor een enorme impact die oorlog door heel de wereld heeft gehad! In deze kerk ligt ook hun verdriet, voelbaar.




woensdag 11 mei 2011

Op weg!.......


12 mei 2011        ’s-Hertogenbosch -Son en Breugel.

Na in de vroege ochtend de laatste dingen in huis te hebben opgeruimd was ik om half 9 op weg naar Oscar. We hadden afgesproken om voor dat we naar de markt zouden lopen naar de Sint-Jan te gaan voor een kaarsje bij Maria en daarna een kopje koffie te drinken op t terras bij t Hart van Brabant.  Ondertussen stond mijn telefoon niet stil, allemaal hele lieve sms-jes van mensen dichtbij en van ver weg. Bemoedigende, mooie woorden en wensen voor een goede reis.

Aangekomen op de markt waren daar al de eerste afscheidnemers en meelopers voor de 'pelgrim voor een dag' ge-arriveerd. Meer dan ik verwacht had, bekenden en onbekenden, maar allemaal met heel veel interesse voor ons aanstaande vertrek. Het Brabants Dagblad was er zelfs om verslag te doen van onze tocht.

Rond 10 uur kregen we van Suzanne van de gemeente onze credentials van de burgemeester overhandigd, waarin hij vraagt de mensen die we onderweg ontmoeten ons gastvrij als pelgrims te onthalen. Volgens mij moet dat gaan lukken, want via het via-via netwerk zitten we al tot aan Monschau in Duitsland onder de pannen! Het is bijzonder te ervaren hoeveel mensen deze tocht ook een beetje van zichzelf te willen maken en daar zijn we heel, heel blij om.

Dus allemaal ;
Check onze route en graaf in je geheugen naar mensen die je kent aan deze weg die ons ook willen ontvangen. Schakel het netwerk in om je heen... 

Welkom op jullie pelgrimstocht naar Rome!!

woensdag 6 april 2011

Haast je langzaam......


6 april 2011

Dat is wat Festina Lente betekend,
gebruikt door vele Romeinse keizers die beseften; Je kunt beter langzaam maar gestaag gaan dan te snel.

Vele wegen leiden naar Rome, zo ook die van mij..
Met de lente en meer zon klopt mijn pelgrimshart steeds harder.
De weg roept.....
Wat als een klein vonkje een aantal jaren geleden begon, is nu een echt vuurtje dat ik nooit meer kan doven geworden.

Ga ik weer op pad, was de vraag die ik mezelf al een aantal weken geleden stelde en waarom?
Is het het gemis van de 'weg' of de pelgrims. Of is het puur de ongeduld van een nog niet verkocht huis die plannen voor de herberg steeds weer vooruit schuiven. 

Geen idee.... maar afgelopen weekend heb ik de knoop doorgehakt, ik ga luisteren naar de stem die steeds harder in mij roept , GA ..Pas ..GA...

Rome dat gaat het dus worden, aansluitend op de route die Oscar en ik gaan lopen naar Trier loop ik door.  ( www.vanhiernaartrier.heelverweg.nl  )
Over de Chemin de Paix vanuit Vezelay, waar ik vorig jaar ook al was op weg naar Santiago, loop ik richting Zwitserland om daar over de Col Saint-Bernhard vlak langs de Mont-Blanc Italie in te lopen.
Daar ga ik de Via Francigena op , de oudste pelgrimsroute van Europa die me via Assisi naar Rome gaat brengen.

Een nieuwe weg roept me, en jullie kunnen wederom allemaal vitueel meelopen.....
Ik wens jullie net zoveel plezier en avontuur op deze nieuwe pelgrimstocht als ik!

Bij; blijf op de hoogte kun je jezelf op de mailinglijst zetten.


zondag 11 juli 2010

Te voet naar huis


11 juli 2010

Met 2 uur vertraging ben ik om 5 uur met de bus in Breda, de eerste Nederlandse stad in 4 maanden. Raar dat ik hier gewoon in mijn eigen taal de weg kan vragen naar de refugio op het Begijnhof, mijn slaapplek voor die avond. Tussen Breda en 's-Hertogenbosch liggen de laatste kilometers van mijn camino, 52 om precies te zijn. Al in Santiago teruglopend van het busstation had ik bedacht om ook dat laatste stuk te lopen, te voet van en naar huis, dat leek me een mooie manier. Het geeft me wat langer de tijd om te aarden op Nederlandse bodem voor ik thuis ben. Ook haalt het de snelheid van de afgelopen dagen uit de bus weg, niet mijn favorietste deel van de pelgrimstocht. In Breda is het koopavond en oranje, ik zal het weten hebben ze gedacht, het is een klein vol land en we zitten in de finale...... Iedereen wil natuurlijk nog wat nieuws oranje scoren voor het feestje van zondag. Het begijnhof daartegen is een oase van rust in de binnenstad. Maria van de refugio is een fervent Santiago en Rome pelgrim op de fiets en ze verteld dolgraag over haar ervaringen. De meeste pelgrims komen bij haar aan op hun eerste of tweede dag, voor mij is het dag 126. Op de begijnhof wonen volgens de oude regels alleen maar dames alleen, alsof de tijd er heeft stilgestaan. De ingang is door een oude poort die om 6 uur in de avond sluit, en daarna ligt een grote kruidentuin met daaromheen zo'n 60 huisjes. Er staat een kapel op het einde van de hof en in de muur ernaast is een stenen maria ingemetseld. Het begijnhof ligt vlak naast het kasteel van de Breda, het woonhuis van de eerste Nassau's die er ook in de kerk begraven liggen. Maria heeft gerekend op het avondeten en na een douche die ik heel hard nodig heb na 2 dagen bussen, schuif ik aan aan tafel in de ''voortuin''. In niets lijkt het op de pelgrimsmaaltijden die ik de afgelopen maanden voorgeschoteld kreeg. Eerst is er pompoen/koriandersoep en daarna Mihoen met groenten en kip met een flesje zoetzure saus van Appie-Happie, toe is er vanillevla met aardbeien. Na het eten moet ik in de stad op zoek naar een pinapparaat. In tegenstelling tot in Spanje waar iedereen bijna alles nog contant betaald en er dus op elke hoek zo'n pin-ding staat, kan ik hier in de binnenstad alleen bij de supermarkt terecht. Alles wordt in Nederland gepind in de winkels zelf, daar zal ik weer opnieuw aan moeten wennen denk ik, de afgelopen maanden leefde ik op een streng en overzichtelijk geld schema, pinnen , weten wat en wanneer, uitgeven, tellen en opnieuw pinnen.
Op een andere manier is het geldverkeer op een pelgrimstocht niet te overzien, daarbij ben ik geen enkele kleine epicerie of tienda tegengekomen met een pinapparaat!!
Op de terugweg geef ik mezelf in de stad een ijsje en loop zo snel mogelijk terug naar de rustige begijnhof. Daar kijk ik in het boekje van Maria van vrienden op de fiets naar een slaapplek in Loon op Zand voor de volgende dag, ik bel en kan er de volgende dag vanaf 5 uur terecht. Meer dan vroeg genoeg want de dag erna is zo een beetje 35 km, en het is warm, on-Nederlands warm. Na een ontbijtje buiten vertek ik veel te laat om 10 uur. Foute inschatting, het is dan wel weer thuis maar het voelt vandaag als tropisch, de thermometers onderweg geven 35 graden aan en ik loop op het heetst van de dag. Ook in Nederland zijn er volop mensen die met alle liefde en plezier mijn waterfles willen vullen. Ik krijg kersen in Oosterhout en Cola in Vaart en mag in Kaatsheuvel onder de tuinsproeier en krijg er een kop koffie. Iedereen is nieuwsgierig naar ''wat doet zo'n meisje met zo'n grote rugzak?''en mijn verhaal van 3500 km naar Santiago en nu op weg terug naar huis maakt indruk en verbazing.
Rond 6 uur kom ik in Loon op Zand aan waar me een meer dan warm welkom wacht, bij pelgrims van 15 jaar geleden. De fotoboeken en de wijn staan al snel op tafel en ik zie dat ook zij zienderogen genieten van alle herinneringen die ze me vertellen over hun tocht. Tot 12 uur 's-nachts kunnen we buitenzitten en voelt het als een verlenging van de camino in Spanje. Met een beter gevoel kan ik de volgende dag niet op weg naar huis, en ook niet met een beter ontbijt trouwens. Dit keer is de prijs een kaart uit 's-Hertogenbosch, en een foto voor vertrek bij hen in de tuin.
Thuis voelt nu heel dichtbij, 18 km zeggen de anwb paaltjes, maar ik geef mezelf de tijd. Met de thuisblijvers spreek ik af om 3 uur op mijn plek van vertrek, de Wilhelminabrug in de stad. Mijn tocht begon er op 1 maart bij de wegwijzer naar Santiago met +/- 2800 km en nu wil ik er ook graag eindigen. Tussendoor drink ik een koffie met taart bij de Rustende Jager, klets ik met een groep kinderen en krijg applaus voor mijn pelgrimage en koel ik af in het water van de IJzerenman in Vught. Om 2 uur is het dan echt tijd mijn laatste 5 km te lopen, eerst nog een half uurtje door Vught en de Lunetten om om half 3 de toren van de Sint-Jan weer te zien.
Bij de brug wachten papa en mama, mijn zus en broer en heel veel familie en beste vrienden me op met tranen en bloemen en gejoel en geklap.
Ik ben weer thuis.... Lopens en te voet!!!!!

maandag 5 juli 2010

Lopen naar het einde van de wereld


5 juli 2010
100 Kilometer is het naar Finisterre, het einde van de wereld. Finis Terraea... daarna hield het op en zakte de zon weg van de aarde. Al sinds de Romeinse tijd zijn er pelgrims op deze oude Keltische route. In heel Galliscia zijn er tekens van Kelten te vinden maar zo dicht bij de zee zijn het er nog veel meer. Soms voelt het er zelfs meer Engels en Noors dan Spaans. Overal zijn er menhirs en grafheuvels en op veel boerderijen zie je Keltische beschermtekens boven de deur. Honderd kilometer in 3 dagen, en ik loop op dag 1 naar Neigrera, een stadje met een kasteel, en een kleine stadsmuur. Het nieuwe gedeelte ligt links en het oude gedeelte rechts van de rivier. Gelukkig ligt de albergue ook aan de rechterkant. Plotseling zijn de albergues weer veel kleiner er is plaats voor 20. Veel pelgrims nemen in Santiago de bus naar Finisterre en dat is jammer want de camino is hier prachtig. Veel bos en oude geplaveide pelgrimspaden. In dit gebied staan heel veel eucalypthus bomen en mint, en dus loop je de hele dag een beetje met een Dampo geurtje om je heen. Dag 2 is naar Olveira, met een rijtje gerenoveerde oude huizen en schuren als albergue. Het is klein maar heel mooi en de mensen zijn er supervriendelijk. In het enige restaurantje eten we de beste pelgrimsmaaltijd sinds weken. Allemaal streekgerechten en niks uit een potje of pakje. Op de tafel voor 6 personen staan 3 flessen wijn, en we krijgen na het toetje een lekkere kop kruidenthee. Met een lekker rozig gevoel gaan we naar bed. Om de volgende ochtend keihard wakker te worden geschut uit onze pelgrimsdroom. Het regent pijpestelen, en we moeten deze dag 42 km naar Finisterre. Na een ontbijt trekken we dapper onze regenpakken aan en gaan over een mooi pad op weg. Gelukkig leid de omgeving ons af van de regen, het is een van de authentiekste delen van de camino. Na een uur of 5 lopen stopt het met regenen en kunnen de regenpakken en poncho's op de rugzak. Tegen de tijd dat we de zee zien schijnt voorzichtig een zonnetje. Het is een fantastisch gevoel om de atlantische oceaan te zien na zo veel verschillend land.                
De pelgrims in de middeleeuwen liepen naar het einde van de wereld na Santiago om er in de zee ' opnieuw geboren' te worden. Ze verbranden hun oude kleren op het strand, en zochten er een St-Jacobsschelp om als een herboren pelgrim terug naar huis te lopen. Op het einde bij de rotsen staat het 0,00 km paaltje en dan is de camino echt op en over. Nog steeds verbranden pelgrims nu symbolisch wat van hun gedragen kleding. Daarna is het wachten op de zonsondergang en dan is de reis echt over. De 3 km die je daarna terugloopt naar het dorp Finisterre zijn de eerste van een nieuwe camino. Eentje die voor de rest van je leven is en nooit meer stopt. De camino is niet over bij 0,00 maar begint er!!

zondag 20 juni 2010

Stenen!.......


20 juni 2010
Foncebadon – Molinaseca – Villafranc del Bierzo

De ene berg is de andere niet en dat geld zeker voor de laatste dagen. Eerst ging ik naar Cruz de Ferro en sliep in de staartje van deze berg, in Molinaseca. Daarna liep ik via Villafranca naar La-Faba om daarna naar O-Ceibrero te lopen. Dan is het gedaan met de bergen op mijn tocht. Allemaal gehad! De Ardennen, de Morvan, een stukje Alpen, het Central Massief, de Pyreneeen, Picos de Europa en de Montes de Leon.

Cruz de Ferro is een van de meest indrukwekkende plaatsen waar je als pelgrim langskomt, het hoogste deel op de Camino Frances. Op deze plek laten pelgrims al meer dan duizend jaar stenen achter die ze meedragen van thuis. Ze staan symbool voor de dingen die ze achter zich willen laten. Middenin staat een houten paal met een ijzeren kruis. Het Cruz de Ferro, al heel vaak opgehoogd omdat de stapel stenen maar bleef groeien. Het zijn inmiddels niet alleen maar stenen die worden achtergelaten maar ook briefjes, foto's en vanalles anders wat pelgrims willen herdenken. Ik zoek tervergeefs naar de stenen van vorige keer maar ze zijn waarschijnlijk al verdwenen onder een heleboel andere.


Ook dit keer heb ik er 3; een van mama; de maansteen uit de ring die ik bij heb, een steen van mezelf, en de steen van het herdenkingskruis van de gestorven Nederlander na St-Jean. Ik leg ze bij elkaar op een grote steen, en weet dat ze hier voor altijd zullen blijven liggen. Na Cruz de Ferro is er nog een heel mooi stuk bergpad naar Majarin, waar Tomas een bijzondere tempeliersherberg runt. Het is er vol met dieren, en de koffie is er altijd klaar. Een goede plek om in de ochtend nog een beetje wakker te worden na een niet al te beste nacht. De camino brengt me daarna door allerlei kleine dorpjes, waarvan ik er in een middageet. In de kleine tienda van Victoria worden super boccadillo's gemaakt. Per stuk neemt ze de tijd om ze te maken, en iedereen wacht rustig in de rij. Buiten is er een soort terrasje waar we in de zon kunnen eten. Na een half uurtje komt ze checken of het allemaal lekker was, en glazen brengen zodat we het sap niet uit het pak hoeven drinken. Na Acebo is het nog maar een klein stuk naar Molinaseca, daar ga ik vandaag stoppen heb ik in de bergen besloten. Niet naar de stad, te veel te groot en te veel mensen. Molinaseca ligt net nog in de kloof en de bergen zijn bijna rondom. Er stroomt een riviertje, met een strandje eraan met een terras. Een betere plek kun je je niet bedenken na een wandeldag. Met mijn voeten in het water drink ik een vino tinto. De albergue in Molinaseca is klein maar ruim, er is maar plaats voor 30, en voor de verandering zijn er een keer geen stapelbedden. Na een slechte nacht in Foncebadon had ik waarschijnlijk overal goed geslapen maar hier is het wel heel erg rustig. Niemand maakt de hele nacht maar enig geluid, geen gesnurk, niks!! Boven mijn bed heb ik een dakraam met de beste sterrenhemel in tijden. Het heet hier niet voor niks de weg onder de sterren...

maandag 7 juni 2010

Wat een Kippenhok...


7 juni 2010
Najera – Santo Domingo de la Calzada

De camino naar Santo Domingo de la Calzada is al even mooi als de dag ervoor. Het landschap lijkt hier eindeloos en ononderbroken door te rollen. Al vroeg vertekken we uit Najera en klimmen meteen via een steile weg omhoog die een kleine Grand-Canyon lijkt, uitgesleten rode rotsen. Het is een dik uur later als ik op het terras in Arzofra ontbijt met mega grote chocoladebroodjes en café solo. Langzaam aan druppelen alle pelgrims het dorp binnen en het terras op. Geen van allen hebben ze ontbeten in de albergue ''waar ze zo snel mogelijk wegwilden''. Het is inmiddels tegen 8 uur en al heel erg warm, de etappe is vandaag niet echt lang maar na 2 uur moet je echt uit de zon zijn. Goed doorlopen en veel water drinken, en misschien nog een pauze in Ciruena, dan zou ik er om 12.00 wel moeten kunnen zijn.

Om 10.00  loop ik tegen de nieuwe golfbaan en nieuwbouwwijk aan en de temperatuur is inmiddels 32•c. In het oude dorp, nog 1 km verder is een terras met rode parasollen en ik drink er een ijskoude Cola. Als ik daarna terug hellingop, hellingaf de camino weer op loop schrik ik me rot, een hele karavaan pelgrims voor me op de weg in de verte. Waar zijn die ineens vandaan gekomen, en waarom gaan ze zo langzaam? Het blijken geen pelgrims maar een schoolklas uit Logrono die een stukje camino lopen en daarna de kathedraal en het klooster bezoeken, en ik, ik ben een echte pelgrim op hun weg. Ze vragen wat over mijn tocht en ik geef hun in mijn beste Spaans antwoord, tot een van hen vraagt, do you speak English? Als ik daar ja op antwoord ben ik nog interesanter, ze willen allemaal heel graag laten horen wat ze in de Engelse les leren. Als ze horen hoe ver ik ben gelopen, beland ik al voor Santo Domingo in een kippenhok....de vragen komen van alle kanten, of ik niet heel moe ben,hoe ik de weg weet, waar ik slaap en eet...ze kunnen zich gewoon niet voorstellen dat dat zo maar kan, lopen vanuit Nederland. Als hun leraar niet net zo enthousiast reageerd als zij, vooral omdat hij 40 kinderen veilig de stad in moet loodsen, zijn ze hevig teleurgesteld.
Hij moet ze op school maar eens wijzen waar Nederland dan precies ligt, en of hij denkt dat hij dan ook zo ver kan lopen!? Als ik voor de pelgrimsherberg sta zouden ze het liefst mee naar binnen gaan om te kijken, maar ze moeten door naar de kerk, ik krijg de meeste buen camino's tegelijkertijd te horen. Ik ga naar binnen en zij gaan door, het pelgrimsproject is een succes. In de albergue worden de pelgrims hier met heel veel vriendelijkheid ontvangen, de albergue is splinternieuw en lijkt wel een pelgrimshotel. Alle vervelende ervaringen van de andere twee albergues verdwijnen als sneeuw voor de zon. Het broederschap verricht hier al 900 jaar wonderen, onafgebroken ontvangen ze hier pelgrims, eerst in het oude pelgrimshospice, dat nu een superluxe Parador hotel is, en sinds 2009 in hun nieuwe albergue vlak naast de kerk. De kamers zijn er ruim, er zijn ontelbaar veel toiletten en douches, en een goed uitgeruste keuken, dus kunnen we ook weer een keer zelf koken. Mijn was gaat weer eens een keer in een echte wasmachine, en komt er schoon en frisruikend uit, de zon en wind doen de rest van het werk.

Op het heetst van de dag bezoek ik de kerk met het klooster en het museum, lekker koel! In de kerk staat de tombe van Santo Domingo de la Calzada, waar deze plaats zijn naam aan leent. Domingo en Juan waren twee monniken die in rond 1000 heel erg begaan waren met de pelgrims. De weg was toen tussen Logrono en Burgos heel erg gevaarlijk en door de vele rivieren soms onbegaanbaar. Ze besloten de handen uit de mouwen te steken en begonnen met het bouwen van houten bruggen en kapten bos en legden er wegen aan.  Ze werden er in de middeleeuwen zo beroemd mee dat ze als dank heilig zijn verklaard, en ze kregen ieder, de een aan het begin, de andere aan het einde, van 'hun' weg hun eigen klooster. Als snel ontstonden daar steden met kerken, en veel handel. Allebei zijn ze in hun eigen stad begraven, allebei in een indrukwekkende kerk. Zij hebben dus ook voor mij de weg geplaveid, en ik steek een kaarsje op bij de tombe van Domingo als dank.
Behalve de tombe van Domingo staat er in de kerk ook een kippenhok, met een haan en een kip. Om Domingo heilig te kunnen verklaren waren er natuurlijk wel wonderen nodig, een er van is deze......

Een jongeman was met zijn ouders op weg naar Santiago en ze sliepen in een herberg. De dochter van de waard zag de jongeman wel zitten maar hij wees haar af. Woedend stopte ze wat zilverwerk uit de herberg in zijn tas, en in de ochtend bij vertrek beschuldigde ze hem van diefstal. De jongen werdt schuldig verklaard en kreeg ophanging als staf. Zijn ouders vertrokken verdrietig naar Santiago en baden daar bij de apostel voor zijn zieleheil. Op de terugweg zagen ze tot hun verbazing en blijdschap hun zoon nog levend aan de strop hangen. Al die tijd was hij ondersteund door de geest van Domingo. Blij als ze waren gingen ze naar de bisschop om hun verhaal te doen. De bisschop die net ging eten hoorde het verhaal aan? En zei; dit verhaal is ongeloofwaardig. Uw zoon is net zo dood als de haan en kip op mijn bord. Toen hij dat zei kregen de haan en kip weer vleugels en sprongen levend op van zijn bord. Om dit wonder te vereren staat er nog steeds een kippenhok met haan en kip in de kerk. Het waarschijnlijk duurste hok wat er bestaat, 12e eeuws gotisch met goud. De haan en kip worden dagelijks gewisseld. Als de haan kraait als je in de kerk bent betekend dat een voorspoedig einde aan je pelgrimage. En wat denk je.......
KUKELEKUU........