12 september 2012
Marino- Artena
28.5 km
Na een hele leuke avond gisteren waarin ik een mooi gesprek heb gevoerd met twee Engelsmannen en daarna een leuk met het voetbalteam van Marino lag ik om 11 uur in mijn bed in het ostello.
Het was een vermoeiende dag geweest die me niet in de koude kleren was gaan zitten merkte ik.
Om half zeven zou mijn wekker gaan om om 7 uur echt op weg te zijn. Voor vandaag was een dag met temperaturen boven de 30 graden voorspeld. Het eerste deel Marino uit ging over kleine asfaltwegen maar al snel liep ik in een uitgestorven buitenwijkje. De straten lopen er kriskras en de via Francigena is hier met nul signalering. Net voor een moeilijk punt het bos in kom ik een hardloper tegen die me inderdaad kan vertellen dat ik naar alle waarschijnlijkheid wel goed zit. Ik moet het op deze weg immers doen met een getekend kaartje met de route. En waar die voor mij niet altijd duidelijk is moet het voor deze hardloper volledig abracadabra zijn.
Ah gelukkig zegt hij als hij wegloopt je hebt een stok bij, het zit hier vol met verwilderde honden zegt hij, en die zijn meestal niet al te vriendelijk. Gisteravond had een van de engelsmannen ook al opgemerkt dat er behoorlijk wat honden op dit deel zitten maar ik had er op dat moment niet echt aandacht aan geschonken. Hij leek mij niet echt het type dat ooit maar een stap zou wandelen.
Inderdaad niet al te veel later stonden er een tweetal flink grommend bij een soort illegaal stortplaatsje. Maar mijn zwaai met mijn wandelstok deed ze al snel verdwijnen. Maar de gene die daarna volgde was een stuk hardnekkiger. Zelfs mijn speciale pieper met een hoge toon die honden echt niet leuk vinden hielp niet. Steeds weer opnieuw hoorde ik hem grommend en af en toe happend naar mijn enkels achter me. Een steen die ik opraapte en naar hem gooide deed hem pas besluiten op te geven.
Door dit hele hondenavontuur was ik me niet echt heel zeker meer of ik op de juiste weg zat. Mijn kaartje gaf aan dat ik bij een huis moest uitkomen en dat was gelukkig ook zo. Ik trof er een man op een klein soort trekkertje. Ga maar niet die kant op vertelde hij me, we zijn aan het werk in dat stuk bos en de paden zijn niet echt heel duidelijk meer. Als je deze weg volgt, dan kom je beneden op de doorgaande weg uit, waarschijnlijk kun je vanuit daar je route wel weer op. Het pad naar de weg is zo'n beetje een kilometer lang. Als je daarna naar rechts gaat kun je niet verkeerd lopen.
Inderdaad vond ik beneden de provinciale weg, maar waar ik precies uit was gekomen wist ik natuurlijk niet. En hoe aardig de hardloper en de boshakker ook geweest waren aan deze kant van de heuvel kon er geen lachje vanaf, laat staan een uitleg of aardig woord. Niet veel later vind ik een soort parkeerplaatsje met een barretje en een handvol winkeltjes.
Ik drink er een kop koffie en bekijk mijn kaart. De provinciale weg tot aan Macere is zo'n beetje 15 km lang en heel druk.
Ik vraag nog om wat advies en zelfs of er een bus is op dit stuk tot aan Macere maar ik krijg ook hier niet echt antwoord. Nee begrijp ik wel er is geen bus, want de scholen zijn nog niet begonnen.
De weg volgen dan maar besluit ik, er zit niks anders op.
Na een kleine kilometer loop ik dame nummer 1 in ondergoed tegen het lijf, en ik denk; oh nee niet weer he!
Maar niets is minder waar, ook hier langs deze weg zijn ze in korte afstand van elkaar aan het werk.
En de bijbehorende mannen zijn er net al gisteren ook. Vanachter een bosje hoor ik dat er eentje me aanpreekt. Net doende of ik het niet hoor loop ik verder. Hij loopt me zelfs een stukje achterna. Op het moment dat ik opgelucht adem haal omdat ik hem niet meer hoor gaat er een mij tegemoet komende auto langzamer rijden. Hij rijd de berm in waar ik loop en versperd zo veel als mogelijk is mijn weg. Aan de ene kant zijn de bosjes, aan de andere kant de doorgaande weg waar het verkeer over heen raast. Ik kan geen kant op! In de auto zit een half ontklede man die meer dan duidelijk zin heeft in een dame. Achter me is de man die me vanachter uit de bosjes is gevolgd. Verdere details van hun opgewondenheid zal ik jullie besparen, en kun je waarschijnlijk zelf wel bedenken. In hun ogen "vraag ik er waarschijnlijk zelf om".
Ik ben me in een klap volledig bewust van mijn kwetsbaarheid! Ik loop hier als vrouw alleen en ben anderhalve meter groot. Niemand weet precies waar ik ben.
Nog nooit, echt nooit ben ik op een van mijn pelgrimstochten zo bang geweest.
Ik "ontsnap" via de bosjeskant en de neus van de auto en zet het op een lopen. Het enige wat ik op dat moment hoop is dat ze me niet volgen en dat ik snel een stukje bewoonde wereld vind. Ik voel me letterlijk ziek van angst.
Niet snel daarna vind ik een benzinepomp met een taxi. Die brengt me op mijn verzoek naar het dichtsbijzijnde treinstation in Valmontone.
Later in de middag zit ik na beraad en wijze woorden van het thuisfront in de trein vanuit Rome terug naar Trieste.
Een pelgrimsdroom minder, en me bedenkend dat de grens van alleen kunnen lopen waarschijnlijk is bereikt!
BASTA!! ik weet dat ik dat heel hard tegen ze heb geschreeuwd.
Maar eigenlijk is het omgekeerd, zij zeggen "basta" tegen mij en bepalen met hun manieren de grote van mijn wereld!!!
donderdag 13 september 2012
dinsdag 11 september 2012
One step at the time..
11 sept. 2012
Rome- Marino
26 km
Vertrekken; en dit keer niet vanuit mijn eigen voordeur. Eerst uit Trieste, en vanmorgen vroeg voor het echt vanuit de herberg voor pelgrims in Rome.
Elke keer is het opnieuw een gevoel waaraan ik waarschijnlijk, en ik spreek inmiddels uit ervaring, nooit aan zal wennen. Het schommelt tussen een gevoel van spannend en verwachting. Loslaten van zekerheid voor alke dagen die nu gaan volgen. Hoe loop ik, waar ben ik, waar slaap ik....
Niet te veel vooruitdenken is niet altijd makkelijk, zeker de eerste dagen niet.
Mijn weg is nog maar een dag oud,en heeft nog talloze dagen te gaan. Om me met al die dagen bezig te houden is ondoenlijk. Ik probeer mijn stappen bij vandaag te houden en geen dagen vooruit te kijken.
De weg Rome uit is eerst heeeeel druk, daarna heeeeeel mooi en daarna ben ik voor het eerst echt een beetje bang.
Laat ik beginnen bij het laatste: dan hebben we dat minst leuke gehad.
De Via Appia die me vandaag uit Rome brengt is een toeristische weg op een klein stuk na. Daar zit ook het probleem. Op dit gedeelte net achter het vliegveld speelt zich een vreemd tafereel af als ik aankom. Een auto rijd een stuk van de Via af, een deel waar ik nog naar toe moet. Er stapt een dame uit die ik later passeer en nogal schaars gekleed is. De auto rijd weg en zij blijft achter. Als ik eenmaal op dat stuk loop bedenk ik me dat het hier om een tippel-zone gaat. De grond ligt vol met gebruikte condooms en tissue papier. Niet veel later ontmoet ik man 1 met zijn broek op zijn knieën. Op dat moment kan ik er innerlijk nog wel om lachen. Maar na man 2 en 3 begin ik me toch wel echt ongerust te maken. Ik loop hier wel op een uitgestorven oude weg. Af en toe kruist de Via een doorgaande weg maar de volgende kruising is nog wel een stukje verder zie ik op mijn kaart. Man 4 loopt inmiddels mijn kant op en ik doe letterlijk een schietgebedje. Zijn broek is inmiddels al open en ik kan alleen maar rechtdoor, hem tegemoet. Ik beeld me in dat ik volledig onzichtbaar ben, kijk naar de grond en passeer hem met een pijlsnel tempo. Nog nooit heb ik een gedeelte zo snel gelopen.
Als ik daarna na die kruising op de Via Appia een man die ik al eerder heb gezien op een steen zie zitten zakt de moed me letterlijk in mijn schoenen. Ik ga hier dus echt niet verder lopen bedenkt ik me, ik ga het lot niet lopen tarten. Ik zoek naar een alternatieve weg maar de enige andere die er loopt is de snelweg. Misschien aan de andere kant dan...? Als ik aankom bij de Via Appia zie ik dat de man inmiddels in zijn auto is gestapt en wegrijd. Op het pad loopt inmiddels wel een oudere dame met hond en kleindochter. Op hoop van zegen dan maar denk ik. Ik haal een paar keer diep adem, trek al mijn talismannen uit de kast en loop het pad op. De laatste anderhalve kilometer op dit deel loop ik in minder dan 10 minuten. Een persoonlijk record denk ik!
Nu tijd voor al het moois op mijn weg vandaag. Rome uit is een heksenketel om 7 uur in de morgen maar vergeet de auto's en je hebt een bijzonder weg die je de stad uitbrengt. De Via Appia de oude romeinse weg is over een deel van bijna 10 kilometer nog bijna volledig intact. En naast deze weg ook nog bijna alle monumenten. Een aaneenschakeling van Romeinse villa's en badhuizen, catacomben, tempels en marktplaatsen. Daartussen af en toe een deel van een triomfboog of een standbeeld. Een groot openluchtmuseum. Her en der staat er een bord met uitleg. Maar er is zo veel te zien dat je absoluut vergeet wat nou precies wat was. Aan weerszijden staan er grote cypressen en pijnboom-bomen. Echt een plaatje!
Na de Via Appia ga ik meer en meer de heuvels in op weg naar Marino, beroemd om zijn druivenfeesten. En de wijngaarden hangen hier nu echt overvol met dikke trossen. Marino ligt op een heuveltop en vanuit hier kan ik Rome zien liggen.
De stad waar ik vanmorgen vertrok lijkt zo ver weg en ook zo dicht bij. Gelukkig ligt er een laagje bewolking over, zodat ik het niet heel goed kan zien. Want wat daar is heb ik gehad,en ligt achter me. Aan wat er was kan ik niets meer veranderen. Wat er morgen is: wie weet?
One step at the time, en die op dit moment gaat naar de gelateria....
Rome- Marino
26 km
Vertrekken; en dit keer niet vanuit mijn eigen voordeur. Eerst uit Trieste, en vanmorgen vroeg voor het echt vanuit de herberg voor pelgrims in Rome.
Elke keer is het opnieuw een gevoel waaraan ik waarschijnlijk, en ik spreek inmiddels uit ervaring, nooit aan zal wennen. Het schommelt tussen een gevoel van spannend en verwachting. Loslaten van zekerheid voor alke dagen die nu gaan volgen. Hoe loop ik, waar ben ik, waar slaap ik....
Niet te veel vooruitdenken is niet altijd makkelijk, zeker de eerste dagen niet.
Mijn weg is nog maar een dag oud,en heeft nog talloze dagen te gaan. Om me met al die dagen bezig te houden is ondoenlijk. Ik probeer mijn stappen bij vandaag te houden en geen dagen vooruit te kijken.
De weg Rome uit is eerst heeeeel druk, daarna heeeeeel mooi en daarna ben ik voor het eerst echt een beetje bang.
Laat ik beginnen bij het laatste: dan hebben we dat minst leuke gehad.
De Via Appia die me vandaag uit Rome brengt is een toeristische weg op een klein stuk na. Daar zit ook het probleem. Op dit gedeelte net achter het vliegveld speelt zich een vreemd tafereel af als ik aankom. Een auto rijd een stuk van de Via af, een deel waar ik nog naar toe moet. Er stapt een dame uit die ik later passeer en nogal schaars gekleed is. De auto rijd weg en zij blijft achter. Als ik eenmaal op dat stuk loop bedenk ik me dat het hier om een tippel-zone gaat. De grond ligt vol met gebruikte condooms en tissue papier. Niet veel later ontmoet ik man 1 met zijn broek op zijn knieën. Op dat moment kan ik er innerlijk nog wel om lachen. Maar na man 2 en 3 begin ik me toch wel echt ongerust te maken. Ik loop hier wel op een uitgestorven oude weg. Af en toe kruist de Via een doorgaande weg maar de volgende kruising is nog wel een stukje verder zie ik op mijn kaart. Man 4 loopt inmiddels mijn kant op en ik doe letterlijk een schietgebedje. Zijn broek is inmiddels al open en ik kan alleen maar rechtdoor, hem tegemoet. Ik beeld me in dat ik volledig onzichtbaar ben, kijk naar de grond en passeer hem met een pijlsnel tempo. Nog nooit heb ik een gedeelte zo snel gelopen.
Als ik daarna na die kruising op de Via Appia een man die ik al eerder heb gezien op een steen zie zitten zakt de moed me letterlijk in mijn schoenen. Ik ga hier dus echt niet verder lopen bedenkt ik me, ik ga het lot niet lopen tarten. Ik zoek naar een alternatieve weg maar de enige andere die er loopt is de snelweg. Misschien aan de andere kant dan...? Als ik aankom bij de Via Appia zie ik dat de man inmiddels in zijn auto is gestapt en wegrijd. Op het pad loopt inmiddels wel een oudere dame met hond en kleindochter. Op hoop van zegen dan maar denk ik. Ik haal een paar keer diep adem, trek al mijn talismannen uit de kast en loop het pad op. De laatste anderhalve kilometer op dit deel loop ik in minder dan 10 minuten. Een persoonlijk record denk ik!
Nu tijd voor al het moois op mijn weg vandaag. Rome uit is een heksenketel om 7 uur in de morgen maar vergeet de auto's en je hebt een bijzonder weg die je de stad uitbrengt. De Via Appia de oude romeinse weg is over een deel van bijna 10 kilometer nog bijna volledig intact. En naast deze weg ook nog bijna alle monumenten. Een aaneenschakeling van Romeinse villa's en badhuizen, catacomben, tempels en marktplaatsen. Daartussen af en toe een deel van een triomfboog of een standbeeld. Een groot openluchtmuseum. Her en der staat er een bord met uitleg. Maar er is zo veel te zien dat je absoluut vergeet wat nou precies wat was. Aan weerszijden staan er grote cypressen en pijnboom-bomen. Echt een plaatje!
Na de Via Appia ga ik meer en meer de heuvels in op weg naar Marino, beroemd om zijn druivenfeesten. En de wijngaarden hangen hier nu echt overvol met dikke trossen. Marino ligt op een heuveltop en vanuit hier kan ik Rome zien liggen.
De stad waar ik vanmorgen vertrok lijkt zo ver weg en ook zo dicht bij. Gelukkig ligt er een laagje bewolking over, zodat ik het niet heel goed kan zien. Want wat daar is heb ik gehad,en ligt achter me. Aan wat er was kan ik niets meer veranderen. Wat er morgen is: wie weet?
One step at the time, en die op dit moment gaat naar de gelateria....
maandag 10 september 2012
Talisman
Vanmorgen vroeg, heel vroeg om 5 uur ging de wekker. Om 7 uur moest ik immers in de trein zitten op weg naar Rome. Vlak voor we de deur dicht trokken ging ik samen met Fabio nog een keer hardop langs het lijstje van heb ik alles bij me. Paspoort, pinpas, medicijnen..... Check check check. Maar eerlijk gezegd zijn dat alhoewel heel belangrijk niet de dingen in mijn rugzak die er echt toe doen.
Nee, natuurlijk mag ik ze niet vergeten, want zonder ben je snel klaar met je pelgrimstocht, maar de dag ervoor was ik heel precies langs het lijstje in mijn hoofd gelopen van bijgeloof en talismannen.
Sjaal van Oma, om vast te houden als het lastig is. De twee zusjes op de schouderband van mijn rugzak van mijn zusje een beschermengeltje van mijn broertje. Het kettinkje met De Zoete Moeder van Floor. Een schelp met sleutels van Oscar en zijn vader..
Een hangertje met kom goed thuis van Areke, een armbandje van Fabio..... Etcetera etcetera
Bijgeloof van heb ik me jou daar, maar voor mij onmogelijk om zonder op pad te gaan.
Allemaal zijn ze nodig om een pelgimstocht te kunnen volbrengen.
Ze staan namelijk voor dat wat je achterban, je steun in de rug is.
Telkens als je tocht even niet zo makkelijk of voorspoedig gaat is de energie die met het geven van de talismannen mee kwam net dat wat je soms dat laatste noodzakelijke duwtje kan geven.
Niets droogt tranen beter dan een sjaal van oma. Tegen niets praat het makkelijker als de twee zusjes. Het armbandje dat ik van Fabio kreeg laat me weten dat ik best wel Italiaans kan praten, en geen Madonna ontvangt een kaarsje dat voor haar gebrand wordt beter dan die piepkleine aan het kettinkje om mijn nek. De schelp van Oscar kan gesloten deuren openen. En beschermengelen kun je zo wie zo nooit genoeg hebben.
Vandaag las ik na aankomst in de pelgrimsherberg wat ik vorig jaar hier bij aankomst schreef. Ik liep, maar ik was niet alleen degene die er voor gezorgd had dat ik hier aan kwam.
Een meer dan meewerkend en meedenkend thuisfront heb je nodig om een pelgrimreis te volbrengen.
De talismannen zijn niet meer dan een symbool daarvoor. En hun energie hangt om mijn rugzak en laat mijn voeten bewegen.
Nee, natuurlijk mag ik ze niet vergeten, want zonder ben je snel klaar met je pelgrimstocht, maar de dag ervoor was ik heel precies langs het lijstje in mijn hoofd gelopen van bijgeloof en talismannen.
Sjaal van Oma, om vast te houden als het lastig is. De twee zusjes op de schouderband van mijn rugzak van mijn zusje een beschermengeltje van mijn broertje. Het kettinkje met De Zoete Moeder van Floor. Een schelp met sleutels van Oscar en zijn vader..
Een hangertje met kom goed thuis van Areke, een armbandje van Fabio..... Etcetera etcetera
Bijgeloof van heb ik me jou daar, maar voor mij onmogelijk om zonder op pad te gaan.
Allemaal zijn ze nodig om een pelgimstocht te kunnen volbrengen.
Ze staan namelijk voor dat wat je achterban, je steun in de rug is.
Telkens als je tocht even niet zo makkelijk of voorspoedig gaat is de energie die met het geven van de talismannen mee kwam net dat wat je soms dat laatste noodzakelijke duwtje kan geven.
Niets droogt tranen beter dan een sjaal van oma. Tegen niets praat het makkelijker als de twee zusjes. Het armbandje dat ik van Fabio kreeg laat me weten dat ik best wel Italiaans kan praten, en geen Madonna ontvangt een kaarsje dat voor haar gebrand wordt beter dan die piepkleine aan het kettinkje om mijn nek. De schelp van Oscar kan gesloten deuren openen. En beschermengelen kun je zo wie zo nooit genoeg hebben.
Vandaag las ik na aankomst in de pelgrimsherberg wat ik vorig jaar hier bij aankomst schreef. Ik liep, maar ik was niet alleen degene die er voor gezorgd had dat ik hier aan kwam.
Een meer dan meewerkend en meedenkend thuisfront heb je nodig om een pelgrimreis te volbrengen.
De talismannen zijn niet meer dan een symbool daarvoor. En hun energie hangt om mijn rugzak en laat mijn voeten bewegen.
donderdag 6 september 2012
Een nieuwe weg……
6 sept. 2012, Trieste.
De tijd vliegt, zeker als je mooie plannen maakt.
Over een paar dagen vertrekt mijn trein van Trieste naar Rome, en de dag daarna begint de langste pelgrimsreis in afstand die ik tot nu toe gemaakt heb.
Van Rome te voet naar Jerusalem…..
Alhoewel ik deze reis een aantal stukken met de boot zal maken, blijven de kilometers over land van een aantal dat ik er eigenlijk liever niet echt al te veel over nadenk.
Ik loop voor de winter tot het onderste puntje van Italië en ga ik pas in het vroege, vroege voorjaar verder. In de winter is het niet echt makkelijk om boten te vinden tussen het vaste land van Griekenland en de eilanden en daarna naar Turkije. Gewoonweg omdat die vooral door toeristen gebruikt worden en er die in de koude wintermaanden niet zijn.
Vanaf Rome volg ik een oude Romeinse weg naar het zuiden, de via Appia. Wederom in de voetstappen van de Romeinen dus. Een weg die net als de vorige die ik liep heel precies door de Romeinen werd geplaveid en daardoor een belangrijke hoofdader werd in het netwerk door Europa. Hij brengt me naar Brindisi, de havenplaats die de poort was naar de het oude Turkse rijk, waartoe Griekenland in die tijd ook toebehoorde. Vanaf daar staken pelgrims en handelsreizigers voor het eerst de zee over, weg van het vaste land dat men tot dan toe onder de voeten had gehad op een lange reis door Europa. Helemaal is de route natuurlijk niet bewaard gebleven en dus volg ik een combinatie van de route van Monica d'Atti een pelgrim die me voorging samen met die het Confraternity voor Jerusalem pelgrims nog maar net heeft uitgezet.
Op deze weg zal ik samen de laatste kijken of alles duidelijk is voor de hopelijk vele pelgrims die na ons zullen volgen.
Bij Griekenland dacht ik voorheen vooral aan eilandjes met zandstrandjes en witgeschilderde dorpjes, nu zullen er die op deze tocht zeker voorbij komen, maar tot mijn grote verbazing zag ik bij het bestuderen van mijn route over Pindo en Peloponessos, zeg maar het vaste land van Griekenland dat ik over bergen moet van meer dan 2600 meter hoog. Ook daar dus witte dorpjes in de wintermaanden, maar dan van de sneeuw.
De route die ik ga volgen over Corfu naar het vaste land van Griekenland neemt me op dat gedeelte mee door de eeuwenoude geschiedenis. Langs plaatsen die ik ken uit de Ilias en Odysee van Homerus
Plaatsen waar goden en godinnen weden geboren, de Minotaures leefde en waar koningen hun dochters opsloten in een labyrint. Waar Zeus en Hercules vochten met zoveel koppige draken en waar Griekse tempels en orthodoxe kloosters elkaar zullen afwisselen. Over het eiland Kreta loop ik van west naar oost om over te steken naar Marmaris in Turkije.
Langs deTurkse kust lopend volg ik The Lycian way. De Lycians waar deze weg naar genoemd is was een onafhankelijk volk dat leefde tijdens het Griekse beschaving. Later werd dit gedeelte geregeerd door de Romeinen en het barst er dus letterlijk van de cultuur en geschiedenis. Tel daar een overweldigend mooie natuur bij op en je hebt er een route die meer dan interessant zal zijn. Niet een makkelijke overigens, wat de kliffen langs deze weg stijgen tot een hoogte boven de 1700 meter.
Daarna volgt een uitdaging, het vinden van een boot naar Cyprus, en daar de grens over tussen Turkije en Griekenland. Ik hoop dat het me makkelijk af zal gaan als ik in mijn credential de dan inmiddels flinke aantallen van zowel Turkse als Griekse stempels kan laten zien. Het feit dat ik te voet ben en mijn spullen allemaal in een kleine rugzak passen moet samen met een mooi pelgrimsverhaal zorgen voor een hopelijk supersnelle oversteek over de grens.
Een kleine 100 kilometer loop in van noord naar zuid over het eiland om er aan de Griekse zijde een boot te vinden naar Israel.
Ergens rondom Haifa in Israel ga ik aan land en vervolg ik mijn voettocht langs de highlights van maar liefst 3 grote godsdiensten.
Israel is als het ware een grote smeltkroes van duizenden jaren historie. Een mix van Oosterse- en Westerse wereld.
Hoeveel pelgrims me er voor gingen weet ik niet, ontelbare…..
Met allerlei intenties en motieven liepen ze de poorten van Jerusalem binnen.
De reis moet voor mij nog beginnen, waarom ik ga, wat mijn intentie is dat weet ik nog niet precies.
Ik ga er van uit dat de weg het me net als de voorgaande keren onderweg wel zal vertellen,
Dus ik ga……….
en net als de voorafgaande keren gaan jullie ,naar ik hoop tot het einde mee.
Over een onbekende nieuwe hele lange weg….
En hopelijk wacht op het einde van deze pelgrimage; Jerusalem, de laatste van de drie belangrijke plaatsen voor pelgrims.
donderdag 10 mei 2012
Via Aurelia
5 mei 2012
Sarzana- Pietrasanta
Transition-days, zo noemen we ze.
Dagen waarbij de route je puur van A naar B brengt.
Veel asfalt, en weinig moois en of interessants.
Ook nu weer een mooie naam voor een nu niet meer zo mooie weg.
De via Aurelia is de oude romeinse weg langs de kust.
Het leukste wat ik vandaag zie is een foto van kleine neefje Milo breed lachend in Mainstreet in Disney-world Florida. Ook een bestrate weg maar net een stukje vrolijker!
De Via Aurelia;
Vandaag brengt hij ons van Sarzana naar Pietrasanta.... 38 kilometer....
Sarzana- Pietrasanta
Transition-days, zo noemen we ze.
Dagen waarbij de route je puur van A naar B brengt.
Veel asfalt, en weinig moois en of interessants.
Ook nu weer een mooie naam voor een nu niet meer zo mooie weg.
De via Aurelia is de oude romeinse weg langs de kust.
Het leukste wat ik vandaag zie is een foto van kleine neefje Milo breed lachend in Mainstreet in Disney-world Florida. Ook een bestrate weg maar net een stukje vrolijker!
De Via Aurelia;
Vandaag brengt hij ons van Sarzana naar Pietrasanta.... 38 kilometer....
Make my way......
3 & 4 mei 2012
Pontremoli- Aulla- Sarazana.
Vandaag ontmoet ik zomaar ineens de "makers" op deze weg, diegene die het voor mij deels mogelijk maken de weg naar Rome te volgen. De mannen die de stickers plakken, de markeringen schilderen en de bordjes en pijlen op paaltjes langs de weg plaatsen.
Druk bezig met het vast spijkeren van een gele pelgrim, in mijn ervaringen vaak de beste keuze om te volgen, treffen we ze net voor Villafranca.
Vorig jaar waren er in dit gedeelte van Italië grote overstomingen vanuit de Appenijnen. Hier in het dal komen meerdere grote rivieren samen, en stomen vanuit Pontremoli naar Aulla en dan naar de Middellandse zee.
De verwoestingen en schades waren enorm. Er lagen meters modder in de straten van de lager gelegen dorpen. En hele rivierbeddingen zijn na 25 oktober van koers veranderd.
Deze ochtend nog stonden we nog op een nu halve brug. Aan het begin op de ene oever nog een pijler en een stukje bestrating, daarna plotseling een steile helling met de resten van de middenpijler en het voormalig wegdek.
Er zat niets anders op dan de sporen van de schapen die ons hier voorgingen helling afwaarts te volgen. Alleen zij en wij voetgangers kunnen hier nu nog verder. Auto's en trekkers moeten kilometers ver omrijden om aan de andere kant van het dorp of bij hun weiland te komen.
Voetje voetje schuifelen we de rivierbedding naar beneden tegemoet.
Om aan de andere kant weer steil omhoog te klimmen.
Eenmaal aan de andere kant vinden we een tijdelijke "gele pelgrim" die ons terug op de route brengt.
Een boer op een trekker steekt zijn duim naar ons omhoog, goed gedaan, en op de goede weg!
Andiamo, we moeten verder....
Net na ons brugavontuur treffen we twee nieuwe, ditmaal Duitse, pelgrims. Waarschijnlijk nog maar net op de weg, de spullen zijn nog nieuw, en de kuiten nog spierwit. We lopen op kleine berg paden die vaak meer op watervalletjes lijken na de onweersbuien die we de afgelopen dagen steeds hadden. Gelukkig laten ze ons al vlug passeren want echt snel zijn ze (nog) niet. Daarna moeten we tot twee maal toe een bergbeekje over en zijn we ze helemaal kwijt.
Niet heel veel verderop staan de mannen van de bewegwijzering, voor de grotere spullen hebben ze een autootje bij, maar het meeste moet toch mee in de rugzak. Na de overstromingen van vorig jaar is er ook veel van de signalering verloren gegaan, en nu het weer wat beter is, en ze ook na inventarisering weten waar de grootste problemen zijn zijn ze aan de slag gegaan.
Ze zijn verantwoordelijk voor de route in Toscane, en werken deze hele week om de signalering weer zo goed mogelijk op orde te krijgen. Dat betekend oude en versleten bordjes verwijderen, nieuwe maken, paaltjes slaan, ga zo maar door. Ze slapen in de herberg in Aulla, daar is veel plek, en ze kunnen vanaf daar centraal werken.
We vragen ze of de weg die door het bos loopt wel begaanbaar is. Die is vol kleine bergstroompjes en ligt midden is het toen crisis gebied. Maar ze adviseren ons de gewone asfalt weg te nemen. Er is op dat gedeelte van de route veel bewegwijzering verloren gegaan en sommige paden zijn geheel verdwenen. Ze geven ons een kaartje met een telefoonnummer om eventuele manco's die wij tegen komen te melden. Dan kunnen ze daar extra rekening mee houden. We vertellen ze van de niet bestaande brug van gister op onze route de Ciso af. Daar weten ze al van, maar jammer genoeg kunnen ze daar niets aan doen vinden ze zelf.
Een nieuwe brug is er niet zomaar, de pelgrims die deze zomer lopen kunnen waarschijnlijk wel door de rivier, als het water weer laag staat. Nu zit er nog niets anders op dan teruglopen. Maar ze beloven ons een waarschuwings bordje te maken zodat pelgrims eerder naar de asfaltweg kunnen afbuigen.
Aulla is splinternieuw! Deze herberg had de meeste schade na de overstromingen. Een flinke groep Italiaanse pelgrims heeft er twee weken aan een stuk aan gewerkt om de boel weer op orde te krijgen. Het water heeft er anderhalve meter hoog gestaan wijst de dame van de herberg aan op een pilaar. En nadat het water was weggepompt bleef er nog een tientallen centimeters dikke modderlaag over die handmatig moest worden weg geschept.
Er is geschilderd, gepoetst , getegeld tot de herberg weer open kon voor het nieuwe seizoen.
Nadat wij al lang zijn aangekomen arriveren in de avond ook de mannen van de bordjes. Ik heb inmiddels al een douche gehad in de splinternieuwe badkamer, een koffie met koekjes van de hospitalera, en een stempel van de pastoor op Nike's die er vorig jaar ook was.
En ik besef me ten volste, zonder geen van hen, geen Via Francigena.
Zij, zij maken mijn weg!
Pontremoli- Aulla- Sarazana.
Vandaag ontmoet ik zomaar ineens de "makers" op deze weg, diegene die het voor mij deels mogelijk maken de weg naar Rome te volgen. De mannen die de stickers plakken, de markeringen schilderen en de bordjes en pijlen op paaltjes langs de weg plaatsen.
Druk bezig met het vast spijkeren van een gele pelgrim, in mijn ervaringen vaak de beste keuze om te volgen, treffen we ze net voor Villafranca.
Vorig jaar waren er in dit gedeelte van Italië grote overstomingen vanuit de Appenijnen. Hier in het dal komen meerdere grote rivieren samen, en stomen vanuit Pontremoli naar Aulla en dan naar de Middellandse zee.
De verwoestingen en schades waren enorm. Er lagen meters modder in de straten van de lager gelegen dorpen. En hele rivierbeddingen zijn na 25 oktober van koers veranderd.
Deze ochtend nog stonden we nog op een nu halve brug. Aan het begin op de ene oever nog een pijler en een stukje bestrating, daarna plotseling een steile helling met de resten van de middenpijler en het voormalig wegdek.
Er zat niets anders op dan de sporen van de schapen die ons hier voorgingen helling afwaarts te volgen. Alleen zij en wij voetgangers kunnen hier nu nog verder. Auto's en trekkers moeten kilometers ver omrijden om aan de andere kant van het dorp of bij hun weiland te komen.
Voetje voetje schuifelen we de rivierbedding naar beneden tegemoet.
Om aan de andere kant weer steil omhoog te klimmen.
Eenmaal aan de andere kant vinden we een tijdelijke "gele pelgrim" die ons terug op de route brengt.
Een boer op een trekker steekt zijn duim naar ons omhoog, goed gedaan, en op de goede weg!
Andiamo, we moeten verder....
Net na ons brugavontuur treffen we twee nieuwe, ditmaal Duitse, pelgrims. Waarschijnlijk nog maar net op de weg, de spullen zijn nog nieuw, en de kuiten nog spierwit. We lopen op kleine berg paden die vaak meer op watervalletjes lijken na de onweersbuien die we de afgelopen dagen steeds hadden. Gelukkig laten ze ons al vlug passeren want echt snel zijn ze (nog) niet. Daarna moeten we tot twee maal toe een bergbeekje over en zijn we ze helemaal kwijt.
Niet heel veel verderop staan de mannen van de bewegwijzering, voor de grotere spullen hebben ze een autootje bij, maar het meeste moet toch mee in de rugzak. Na de overstromingen van vorig jaar is er ook veel van de signalering verloren gegaan, en nu het weer wat beter is, en ze ook na inventarisering weten waar de grootste problemen zijn zijn ze aan de slag gegaan.
Ze zijn verantwoordelijk voor de route in Toscane, en werken deze hele week om de signalering weer zo goed mogelijk op orde te krijgen. Dat betekend oude en versleten bordjes verwijderen, nieuwe maken, paaltjes slaan, ga zo maar door. Ze slapen in de herberg in Aulla, daar is veel plek, en ze kunnen vanaf daar centraal werken.
We vragen ze of de weg die door het bos loopt wel begaanbaar is. Die is vol kleine bergstroompjes en ligt midden is het toen crisis gebied. Maar ze adviseren ons de gewone asfalt weg te nemen. Er is op dat gedeelte van de route veel bewegwijzering verloren gegaan en sommige paden zijn geheel verdwenen. Ze geven ons een kaartje met een telefoonnummer om eventuele manco's die wij tegen komen te melden. Dan kunnen ze daar extra rekening mee houden. We vertellen ze van de niet bestaande brug van gister op onze route de Ciso af. Daar weten ze al van, maar jammer genoeg kunnen ze daar niets aan doen vinden ze zelf.
Een nieuwe brug is er niet zomaar, de pelgrims die deze zomer lopen kunnen waarschijnlijk wel door de rivier, als het water weer laag staat. Nu zit er nog niets anders op dan teruglopen. Maar ze beloven ons een waarschuwings bordje te maken zodat pelgrims eerder naar de asfaltweg kunnen afbuigen.
Aulla is splinternieuw! Deze herberg had de meeste schade na de overstromingen. Een flinke groep Italiaanse pelgrims heeft er twee weken aan een stuk aan gewerkt om de boel weer op orde te krijgen. Het water heeft er anderhalve meter hoog gestaan wijst de dame van de herberg aan op een pilaar. En nadat het water was weggepompt bleef er nog een tientallen centimeters dikke modderlaag over die handmatig moest worden weg geschept.
Er is geschilderd, gepoetst , getegeld tot de herberg weer open kon voor het nieuwe seizoen.
Nadat wij al lang zijn aangekomen arriveren in de avond ook de mannen van de bordjes. Ik heb inmiddels al een douche gehad in de splinternieuwe badkamer, een koffie met koekjes van de hospitalera, en een stempel van de pastoor op Nike's die er vorig jaar ook was.
En ik besef me ten volste, zonder geen van hen, geen Via Francigena.
Zij, zij maken mijn weg!
Pass the bottle....
2 mei 2012
Berceto- Pontremoli
Na het ontbijt in een klein barretje in Berceto resten ons twee taken. Een stempel voor ons credential en het beklimmen van de Passo Cisa.
Het eerste blijkt moeilijker, na een half uur in Berceto te hebben gezocht en te hebben aangebeld bij de pastorie vertrekken we met niets. Fabio schrijft in zijn allermooiste schoonschrift; casa gioventu Berceto, en ik sla het gewoon over!!
Daarna is het tijd voor opdracht twee, de Passo Cisa. De wolken lijken langzaam weg te trekken en dus kiezen we voor de oude originele variant, en niet de nieuwe asfalt weg. We moeten daarvoor wel vanaf de andere kant van de voorlaatste berg naar de pas, en dat betekend klimmen tot 1300 meter, en daarna omlaag om de Cisa over te steken op 1040 meter.
Het is bewolkt, en dat betekend dat we boven op de pas naar alle waarschijnlijkheid geen hand voor ogen zullen zien. Maar dit keer hoef ik niet alleen de Ciso over, en dat maakt het een stuk eenvoudiger in mijn hoofd.
Samen kun je op zo'n moment echt meer dan in je eentje.
Alhoewel het zicht dit keer veel langer goed is is het op de top een grote wolk.
De weg voor auto's naar de pas ligt lager dan de originele oude passage die wij volgen. Eerst klimmen we tot boven 1200 meter en dalen dan af naar de Ciso. Om half elf zijn we boven en is het zicht al weer wat beter.
Er is een barretje voor naar we hopen een koffie, maar alles is op slot en de rolluiken zijn hermetisch gesloten. Het enige waar we wat licht zien branden is een soort van souvenir shop. Aan een kant lijkt het misschien ook wel een plek waar we wat kunnen eten. Binnen is er niemand, en we roepen een paar keer; buongiorno...
Na een minuut of 5 komt en iemand te trap naar boven op.
Natuurlijk kan ze voor ons wat te eten maken, een panini met prosciutto en formaggio. Op een oude Berkel snijmachine die nog handmatig is snijdt ze flinterdun de regionale ham, daarop gaat de kaas van een boer uit de buurt.
Koffie, dat heeft ze niet, wel een fles Prosecco.....En dus proosten we om elf uur op onze laatste oversteek over de bergen.
Ook na de Ciso pas zijn en meerdere opties om naar beneden in het dal naar Pontremoli te lopen. We kiezen de oude bergweg, die hier al eeuwen lang reizigers te voet of te paard naar beneden brengt. Maar helaas moeten we halverwege deze weg toch verruilen voor de nieuwe asfaltweg. Een van de rivieren die we over moeten blijkt echt niet over te steken de stroming is te sterk, en de brug, nergens te bekennen.
We hoeven gelukkig niet ver terug te lopen om op de gewone weg te komen. En op het kruispunt tussen de dorpen kunnen we zelfs wat te drinken kopen.
Nadat we de halve liter water met bubbels op hebben vullen we het flesje opnieuw met water uit de pomp.
We hoeven nu alleen nog maar bergafwaarts, en op asfalt gaat dat snel. Het is nog rustig op de weg naar deze pas. De ciso over hoeft natuurlijk allang niet meer, ietsje verderop ligt de nieuwe en nog snellere autostrada, en die gaat dwars door de berg heen.
De asfaltweg die wij nu lopen is vooral in trek bij toeristen in op de motor en in de auto om mooi te rijden. Behalve wij, af en toe een lokale automobilist tussen twee dorpjes in zijn er vooral wielrenners. In een voor ons duizelingwekkende snelheid suizen ze de berg af schuin hangend in de bochten.
Als ik Fabio vraag om de fles met water en hij me die achter mij lopend aanreikt verteld hij me over een beroemde Italiaanse sport foto.
In de jaren 50 waren er twee heel belangrijke wielrenners in Italie. Bartali en Coppi, allebei meer dan goed. Winnaars in zowel de Giro d'Italia als de Tour de France. Elkaars concurrenten dus. Bartali was de oudste en had al wat overwinningen op zijn naam , Coppi de jongere volop in de start van zijn carrière. Legendes in de wielersport zijn het geworden, en waarschijnlijk waren ze zonder elkaar nooit zo ver gekomen. Hen competitie op elkaar stuwde Coppi en Bartali tot op eenzame hoogte tot de rest van de wielrenners in die tijd.
Het is de Tour de France van 1952 als de de foto genomen wordt. Coppi helemaal voorop en net daarachter Bartali De een geeft de ander zijn fles water, wie aan wie daar hebben ze nooit over gesproken!
Want ze wisten; zonder elkaar geen winst, en dus was er deze beroemde samenwerking, zonder daar over na te denken of te praten.....
Pass the bottle!
Berceto- Pontremoli
Na het ontbijt in een klein barretje in Berceto resten ons twee taken. Een stempel voor ons credential en het beklimmen van de Passo Cisa.
Het eerste blijkt moeilijker, na een half uur in Berceto te hebben gezocht en te hebben aangebeld bij de pastorie vertrekken we met niets. Fabio schrijft in zijn allermooiste schoonschrift; casa gioventu Berceto, en ik sla het gewoon over!!
Daarna is het tijd voor opdracht twee, de Passo Cisa. De wolken lijken langzaam weg te trekken en dus kiezen we voor de oude originele variant, en niet de nieuwe asfalt weg. We moeten daarvoor wel vanaf de andere kant van de voorlaatste berg naar de pas, en dat betekend klimmen tot 1300 meter, en daarna omlaag om de Cisa over te steken op 1040 meter.
Het is bewolkt, en dat betekend dat we boven op de pas naar alle waarschijnlijkheid geen hand voor ogen zullen zien. Maar dit keer hoef ik niet alleen de Ciso over, en dat maakt het een stuk eenvoudiger in mijn hoofd.
Samen kun je op zo'n moment echt meer dan in je eentje.
Alhoewel het zicht dit keer veel langer goed is is het op de top een grote wolk.
De weg voor auto's naar de pas ligt lager dan de originele oude passage die wij volgen. Eerst klimmen we tot boven 1200 meter en dalen dan af naar de Ciso. Om half elf zijn we boven en is het zicht al weer wat beter.
Er is een barretje voor naar we hopen een koffie, maar alles is op slot en de rolluiken zijn hermetisch gesloten. Het enige waar we wat licht zien branden is een soort van souvenir shop. Aan een kant lijkt het misschien ook wel een plek waar we wat kunnen eten. Binnen is er niemand, en we roepen een paar keer; buongiorno...
Na een minuut of 5 komt en iemand te trap naar boven op.
Natuurlijk kan ze voor ons wat te eten maken, een panini met prosciutto en formaggio. Op een oude Berkel snijmachine die nog handmatig is snijdt ze flinterdun de regionale ham, daarop gaat de kaas van een boer uit de buurt.
Koffie, dat heeft ze niet, wel een fles Prosecco.....En dus proosten we om elf uur op onze laatste oversteek over de bergen.
Ook na de Ciso pas zijn en meerdere opties om naar beneden in het dal naar Pontremoli te lopen. We kiezen de oude bergweg, die hier al eeuwen lang reizigers te voet of te paard naar beneden brengt. Maar helaas moeten we halverwege deze weg toch verruilen voor de nieuwe asfaltweg. Een van de rivieren die we over moeten blijkt echt niet over te steken de stroming is te sterk, en de brug, nergens te bekennen.
We hoeven gelukkig niet ver terug te lopen om op de gewone weg te komen. En op het kruispunt tussen de dorpen kunnen we zelfs wat te drinken kopen.
Nadat we de halve liter water met bubbels op hebben vullen we het flesje opnieuw met water uit de pomp.
We hoeven nu alleen nog maar bergafwaarts, en op asfalt gaat dat snel. Het is nog rustig op de weg naar deze pas. De ciso over hoeft natuurlijk allang niet meer, ietsje verderop ligt de nieuwe en nog snellere autostrada, en die gaat dwars door de berg heen.
De asfaltweg die wij nu lopen is vooral in trek bij toeristen in op de motor en in de auto om mooi te rijden. Behalve wij, af en toe een lokale automobilist tussen twee dorpjes in zijn er vooral wielrenners. In een voor ons duizelingwekkende snelheid suizen ze de berg af schuin hangend in de bochten.
Als ik Fabio vraag om de fles met water en hij me die achter mij lopend aanreikt verteld hij me over een beroemde Italiaanse sport foto.
In de jaren 50 waren er twee heel belangrijke wielrenners in Italie. Bartali en Coppi, allebei meer dan goed. Winnaars in zowel de Giro d'Italia als de Tour de France. Elkaars concurrenten dus. Bartali was de oudste en had al wat overwinningen op zijn naam , Coppi de jongere volop in de start van zijn carrière. Legendes in de wielersport zijn het geworden, en waarschijnlijk waren ze zonder elkaar nooit zo ver gekomen. Hen competitie op elkaar stuwde Coppi en Bartali tot op eenzame hoogte tot de rest van de wielrenners in die tijd.
Het is de Tour de France van 1952 als de de foto genomen wordt. Coppi helemaal voorop en net daarachter Bartali De een geeft de ander zijn fles water, wie aan wie daar hebben ze nooit over gesproken!
Want ze wisten; zonder elkaar geen winst, en dus was er deze beroemde samenwerking, zonder daar over na te denken of te praten.....
Pass the bottle!
dinsdag 1 mei 2012
Tutti bagnati
Costamezzana- Sivizzano- Berceto
30 april & 1 mei 2012.
De afgelopen twee dagen stonden vooral in het teken van water, heel veel water.
Op de grond en uit de lucht, en als ik zeg veel dan bedoel ik ook echt veel!!
Bergen geven beekjes, en dan watervalletjes, en dat eindigt dan in een rivier. Zo vroeg in het voorjaar zijn al die beekjes en watervalletjes nog lekker vol. Als we dus een guado door moeten, zeg maar een weg die door het water verder gaat, en zonder brug! Dan moeten dus onze schoenen uit, en en waden we naar de andere kant. De ene keer maar een meter of twee maar soms ook wel 8 tot 10. Soms hebben we geluk en liggen er stapstenen zodat we zo over kunnen steken, maar dat kan eigenlijk alleen maar bij de stoompjes op de paden hogerop.
De dag begint zonnig, en al snel kunnen we in een hemdje en korte broek lopen, de temperatuur loopt soms wel op tot boven de 30 graden in de afgelopen dagen. Te warm vinden ze hier voor de tijd van het jaar.
De dorpjes die we passeren zijn stuk voor stuk klein, en liggen op de toppen van de heuvels. Midden in het dorp vrijwel altijd een pomp, waar we onze watervoorraad bij kunnen vullen met bronwater.
De huizen volgen hier de lijn van de heuvel waar ze op staan, en kaarsrechte lange straten vinden we niet meer. De kleuren van deze dorpjes zijn meegaand met de stenen van de bergen er rondom heen.
Hoger op zijn ze van uitgehakte steen, en meer beneden in het dal, langs de grote rivier de Taro gebouwd van de kiezelsteen langs de oevers.
Tussen de dorpen vinden we door al dat water groene frisse weides. Sommige lijken op een afstand knalgeel door flinke hoeveelheden boterbloemen. In het voorjaar zijn deze bergweides op zijn mooist. Er is nog niet gemaaid en de planten hebben al kans gehad uit te groeien tot bloemen.
Ik kan het me nog herinneren van mijn tocht naar Santiago, dat alles zo volop in bloei stond in mei in de Aubrac. Vorig jaar op weg naar Rome liep ik pas op 11 mei weg uit Nederland, en tegen de tijd dat ik hier was, was het Juli. Italie had een van de warmste voorjaars ooit achter de rug. Alles was toen al dor, en in deze weides lagen dikke rollen gras gemaaid gras.
Nu vinden we orchideeen en pioenrozen...... Fabio is een dankbaar doelwit voor al dat botanische moois.
En mijn , oooooo wow, een bruine orchis; die moet op de foto, terwijl ik me tijdens dat ik het zeg, al een weg baan door dichte bosjes, levert me de titel,,,,,,, op.
Maar goed, terug naar het tutti bagnati...
Al dat water zorgt nu dus voor, prachtige watervallen, diepe guado's om door te waden, groene bergweides,
dorpspompen voor watervoorraadjes onderweg.... ga zo maar door.
Maar in combinatie met bergen, 30 graden, en een hoge luchtvochtigheid, geeft het steevast op het eind van de dag onweer.
Op allebei deze dagen redden we het net.... niet, om droog aan te komen.
Rond het middaguur begint het te betrekken.... en rond twee vallen de eerste kleine druppeltjes..... Tegen drie regent het echt..... En daarna lijkt het of ze boven een douche op maximaal open aan zetten en veranderen de weggetjes waarop we lopen in watervalletjes.
Tegen stortbuien als dit is geen regenkleding echt bestand, en beide de dagen komen we doorweekt aan bij onze slaapplaats.
Daarna begint ons droogritueel.
Eerst zelf onder de warme douche, radiatoren aan op maximaal. We bouwen een soort van waslijntjes van wandelstokken, en stoppen kranten in onze doorweekte schoenen. Om de zoveel tijd worden de was en de schoenen vakkkundig gedraaid , om er zeker van te zijn dat de volgende ochtend alles weer kurk droog is.
Om vervolgens in de middag van de volgende dag weer kliedernat te arriveren op onze nieuwe plaats van bestemming.
30 april & 1 mei 2012.
De afgelopen twee dagen stonden vooral in het teken van water, heel veel water.
Op de grond en uit de lucht, en als ik zeg veel dan bedoel ik ook echt veel!!
Bergen geven beekjes, en dan watervalletjes, en dat eindigt dan in een rivier. Zo vroeg in het voorjaar zijn al die beekjes en watervalletjes nog lekker vol. Als we dus een guado door moeten, zeg maar een weg die door het water verder gaat, en zonder brug! Dan moeten dus onze schoenen uit, en en waden we naar de andere kant. De ene keer maar een meter of twee maar soms ook wel 8 tot 10. Soms hebben we geluk en liggen er stapstenen zodat we zo over kunnen steken, maar dat kan eigenlijk alleen maar bij de stoompjes op de paden hogerop.
De dag begint zonnig, en al snel kunnen we in een hemdje en korte broek lopen, de temperatuur loopt soms wel op tot boven de 30 graden in de afgelopen dagen. Te warm vinden ze hier voor de tijd van het jaar.
De dorpjes die we passeren zijn stuk voor stuk klein, en liggen op de toppen van de heuvels. Midden in het dorp vrijwel altijd een pomp, waar we onze watervoorraad bij kunnen vullen met bronwater.
De huizen volgen hier de lijn van de heuvel waar ze op staan, en kaarsrechte lange straten vinden we niet meer. De kleuren van deze dorpjes zijn meegaand met de stenen van de bergen er rondom heen.
Hoger op zijn ze van uitgehakte steen, en meer beneden in het dal, langs de grote rivier de Taro gebouwd van de kiezelsteen langs de oevers.
Tussen de dorpen vinden we door al dat water groene frisse weides. Sommige lijken op een afstand knalgeel door flinke hoeveelheden boterbloemen. In het voorjaar zijn deze bergweides op zijn mooist. Er is nog niet gemaaid en de planten hebben al kans gehad uit te groeien tot bloemen.
Ik kan het me nog herinneren van mijn tocht naar Santiago, dat alles zo volop in bloei stond in mei in de Aubrac. Vorig jaar op weg naar Rome liep ik pas op 11 mei weg uit Nederland, en tegen de tijd dat ik hier was, was het Juli. Italie had een van de warmste voorjaars ooit achter de rug. Alles was toen al dor, en in deze weides lagen dikke rollen gras gemaaid gras.
Nu vinden we orchideeen en pioenrozen...... Fabio is een dankbaar doelwit voor al dat botanische moois.
En mijn , oooooo wow, een bruine orchis; die moet op de foto, terwijl ik me tijdens dat ik het zeg, al een weg baan door dichte bosjes, levert me de titel,,,,,,, op.
Maar goed, terug naar het tutti bagnati...
Al dat water zorgt nu dus voor, prachtige watervallen, diepe guado's om door te waden, groene bergweides,
dorpspompen voor watervoorraadjes onderweg.... ga zo maar door.
Maar in combinatie met bergen, 30 graden, en een hoge luchtvochtigheid, geeft het steevast op het eind van de dag onweer.
Op allebei deze dagen redden we het net.... niet, om droog aan te komen.
Rond het middaguur begint het te betrekken.... en rond twee vallen de eerste kleine druppeltjes..... Tegen drie regent het echt..... En daarna lijkt het of ze boven een douche op maximaal open aan zetten en veranderen de weggetjes waarop we lopen in watervalletjes.
Tegen stortbuien als dit is geen regenkleding echt bestand, en beide de dagen komen we doorweekt aan bij onze slaapplaats.
Daarna begint ons droogritueel.
Eerst zelf onder de warme douche, radiatoren aan op maximaal. We bouwen een soort van waslijntjes van wandelstokken, en stoppen kranten in onze doorweekte schoenen. Om de zoveel tijd worden de was en de schoenen vakkkundig gedraaid , om er zeker van te zijn dat de volgende ochtend alles weer kurk droog is.
Om vervolgens in de middag van de volgende dag weer kliedernat te arriveren op onze nieuwe plaats van bestemming.
Figlio de Barbarossa
29 april 2012
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
Fiuorenzola-Costamezzana.
Vandaag stopt het echt, het vlakke land waar we een week lang doorheen liepen. De Appenijnen beginnen met kleine heuveltjes, met heel af en toe nog een vlak veld ertussen. De boeren planten er volop tomaten. In de vroege ochtend als we Fiuorenzola uitlopen zijn ze al druk in de weer.
Voorop op de tractor een bestuurder, achterop een drietal mannen. Een slim systeem waarbij de tempex kistjes met daarin de tomatenplanten aan een soort beugels hangen zorgt dat de mannen niet hoeven te bukken om te planten. Eigenlijk doet de trekker het werk, twee wieltjes drukken het plantje in de grond en neemt dan direct ook een waterslang mee.
Aan het totaal van de kleine waterslangen die parallel
meelopen met de planten, koppelt de boer een dikkere die in verbinding staat met een enorme pomp.
Makkelijker kan haast niet.
Ietsje verderop komen we langs een enorme leegstaande boerderij. In een carré gebouwd rondom een gigantische binnenplaats. Er zijn stallen, graanschuren, waterpompen.....heel oud dat zie je zo. Maar alles staat leeg, en is niet meer in gebruik.
Op een van de muren hangt een stenen plaquette met daarop een tekst.
We zijn nieuwsgierig genoeg om te gaan checken. Want aan alles kun je zien dat het hier niet om een gewone boerderij gaat.
"De fattoria van het klooster van de orde van Cistercensi mag het water van de Torrente Arda vrij gebruiken vanaf 31 oktober 1191. Dit recht wordt gegeven door L' Imperatore Arrico di Svevia.
Zoon van Frederico Barbarossa".
De landerijen die bij het klooster hoorde waren gigantisch. Maar ook het klooster en de kerk die ernaast staat zijn nog maar amper in gebruik. Op het land dat toen dit klooster zo welvarend maakte planten nu boeren hun tomaten en meloenen.
Onmogelijk lijkt het me om als dat land ooit handmatig te beheren. Waarschijnlijk werd ook toen veel verpacht of werkte lokale bevolking voor de kloosterorde. Maar jammer is het wel dat zo een historische plek nu zo door god en alles verlaten achter gelaten is.
De weg brengt ons meer en meer door heuvelachtige landschappen. En we zien dat hier niet alleen de kloosters steenrijk waren. Er staan boerderijen die meer op kastelen lijken en enorme landhuizen en villa's. In alles is het anders dan wat we in de afgelopen week zagen. Natuurlijk waren daar ook de cascine, de grote rijst boerderijen maar daaromheen was alles behoorlijk arm, en geen enkele adelijke familie dacht eraan om in dit moeras vol met muggen een zomer optrekje te bouwen. De regio Lombardia was in dit deel zo wie zo armer dan hun rijke buur-regio Emilia. Bestuurd door de goed georganiseerde stad Parma maakte het Emilia tot een van de welvarendste van Italie.
We stoppen deze dag in Costamezzana, omdat het ons dan mogelijk is in slechts twee dagen naar de voet van Passo Cisa te lopen.
Een goedgebekte dame uit het op een hand te tellen inwonertal van dit gehucht is de "baas" van de pelgrimsherberg op donativo. Kwekkerdekwek wijst ze ons de weg in rap Italiaans. Ik zeg maar gewoon Va bene, ze weet toch niet of ik alles precies versta. Daarbij kan ik natuurlijk aan Fabio navragen wat t nou allemaal precies was...
Naast de kerk, en de herberg en een handje vol huizen is er ook een Trattoria, Lo Scoiattolo, de eekhoorn.
Voor het totaal van €28 worden we volgestopt met eten en drank.
De broer van de eigenaar van de trattoria is ooit naar Santiago gelopen en kwam zooooo mager terug dat hij het als zijn persoonlijke queeste ziet om pelgrims goed gevoed Costamezzana te laten verlaten.
De volgende ochtend gaat hij zelfs voor ons om 7.30 open zodat we niet zonder een ontbijt op pad hoeven.
Als dat geen luxe is!!
Op de website van de stichting ga ik Costamezzana zeker als niet te missen zetten. De bisschop van Canterbury overnachtte in 900 zeker te weten in het castello ietsje verderop, maar hij wist vast niet wat hij miste hier.
maandag 30 april 2012
Via Æmilia
Klinkt mooi!
Maar al geef je iets,
een mooie naam.
Dan wil dat nog niet zeggen
dat het ook mooi is.
Een romeinse weg
tot asfalt verworden.
Tussen Piacenza
en Fiorenzola....
20 kilometer ......
En wij liepen erlangs.
Maar al geef je iets,
een mooie naam.
Dan wil dat nog niet zeggen
dat het ook mooi is.
Een romeinse weg
tot asfalt verworden.
Tussen Piacenza
en Fiorenzola....
20 kilometer ......
En wij liepen erlangs.
vrijdag 27 april 2012
In de Boot
26 & 27 april
Pavia- Santa Christina- Orio Litta - Piacenza.
Jippie!!!! Het is gelukt dit keer!!! Met de boot naar Piacenza!!!
Vorig jaar nog een onmogelijke actie, zelfs na talloze telefoontjes waarin Fabio fungeerde als helpdesk op afstand lukte het ons niet om mij naar de andere kant van de Po te krijgen. Een weg te voet was er ook niet omdat de Via Francigena hier volledig onder een dikke laag asfalt in een super strada is veranderd.
No boat, No road schreef ik teleurgesteld, ik had geen andere keus dan de trein tussen Orio Litta en Piacenza te nemen.
Dit jaar hadden we dus veel en veel meer geluk, en lag om half 10 in de morgen de Sigeric voor ons klaar om ons zes kilometer over de Po te vervoeren van oost naar west.
Vooraf moesten we een uurtje lopen van Orio-Litta naar Corte San Andrea waar een gemetselde zuil met daarin een stenen afbeelding van een pelgrim, lopend op water, de plek van vertrek markeerd. Het kleine steigertje ligt verborgen tussen het riet en is onzichtbaar voor wie over de dijk langsloopt. De enige boot die hier aankomt en vertrekt is de Sigeric, vernoemt naar de grondlegger van de Via Francigena. Ook hij maakte gebruik van de Transitum Padi om de Po over te steken.
De eigenaar en bestuurder van de boot woont op de west oever en heeft voor de late overstekers een kleine pelgrimsherberg bij zijn prachtig gerestaureerde dijkhuisje. Alles staat hier in het teken van de Via.
Na de oversteek krijgen we in onze credential een flinke stempel als bewijs voor de historische oversteek. Een brug was er hier in de gloriedagen van de pelgrimstochten nog niet, en de Po is te woest om zo over te steken. Pelgrims zochten dus de hulp van lokale vissers om hen naar de overkant te brengen. In lange lijsten houd de eigenaar van de Sigeric precies bij wie er oversteekt. En de groei is enorm. Staken er 10 jaar geleden precies 2 pelgims de Po over, vorig jaar lag dat aantal al op 400. In verband met de diefstal van zijn boot vorig jaar was hij ook nog eens de twee drukste maanden uit de running. Hij denkt dat hij wel 100 mensen (waaronder mij) heeft moeten teleurstellen.
Hij verontschuldigd zich wel tot drie keer toe vanwege vorig jaar, maar belooft mijn naam toe te voegen aan de lijst van 2011.
Hij geeft ons nog wat tips over de route hierna tot aan Piacenza, die naar zijn zeggen niet de mooiste is op de Via Francigena. Tot aan Calendasco volgen we de dijk, daarna moeten we over de grote brug en dan tot aan Piacenza is een groot industrie terrein en militaire basis van de Ponteniers.
De kaart geeft wel een alternatieve route aan die Fabio en ik na Calendasco proberen, maar die is helaas geen succes.
We moeten bij Malpaga de Trebbia over. Guado Trebbia zegt het bordje, en de gele pelgrim wijst ook die kant op. Eenmaal bij de oever blijkt dat misschien in de zomer maanden deze oversteek wel mogelijk is maar nu zeker niet! Er is namelijk geen brug, de manier waarop we over zouden moeten steken is op de ouderwetse pelgrims manier. Maar het water staat nu hoog, zeker tot aan ons middel, en het stroomt veel te woest. Waar vroeger geen andere keus was, oversteken of wachten hebben wij een brug een kilometer verderop. Met daarachter het aan ons beloofde industrie terrein.
Een uur later lopen we de historische stad in.
We volgen de Via Traversa, de doorsteekweg, vrij vertaald naar Piazza Cavalli, het paardenplein. Daar staat het gotische stadhuis van Piacenza. Iets verderop staat de Duomo. Omdat we vanavond in de jeugdherberg slapen hopen we op een stempel in de duomo, waarschijnlijk een heel stuk mooier. Op piazza duomo wachten we op het open gaan van de kerk om 4 uur met een enorme gelato voor onze neus. Fabio een Banana Split en ik een Macedonia con Yoghurt.
Om letterlijk klokslag 4 gaan de deuren van de duomo open en om vijf over prijkt een prachtige stempel in ons credential. De pater die ons te woord staat is een amicale en stevige man die onze tocht meer dan bewonderd. Hij zou het met zijn postuur nog niet halen tot Pontenure grapt hij, en daarna met de ambulance verder misschien.
We krijgen nog een hele rits heiligen te horen waarvan een net zo lange lijst relieken in deze kerk ligt. Piacenza was daardoor een belangrijke stad op de Via Francigena. Rijk vooral weer, aan de rivier de Po, en rondom grote landerijen vol met te verhandelen groenten, fruit en rijst.
De herberg waar we slapen ligt 2 kilometer uit het centrum, dus met erheen, terug naar de stad om te eten, en daarna weer terug om ons bed te vinden. We plakken dus in de avond nog 6 km aan onze wandeldag vast. Allemaal vlak, dat nog wel. Na Piacenza duurt het niet lang meer voor we in de Appenijnen zijn.
We hebben genoeg rivieren gezien, op naar de heuvels en bergen!
Pavia- Santa Christina- Orio Litta - Piacenza.
Jippie!!!! Het is gelukt dit keer!!! Met de boot naar Piacenza!!!
Vorig jaar nog een onmogelijke actie, zelfs na talloze telefoontjes waarin Fabio fungeerde als helpdesk op afstand lukte het ons niet om mij naar de andere kant van de Po te krijgen. Een weg te voet was er ook niet omdat de Via Francigena hier volledig onder een dikke laag asfalt in een super strada is veranderd.
No boat, No road schreef ik teleurgesteld, ik had geen andere keus dan de trein tussen Orio Litta en Piacenza te nemen.
Dit jaar hadden we dus veel en veel meer geluk, en lag om half 10 in de morgen de Sigeric voor ons klaar om ons zes kilometer over de Po te vervoeren van oost naar west.
Vooraf moesten we een uurtje lopen van Orio-Litta naar Corte San Andrea waar een gemetselde zuil met daarin een stenen afbeelding van een pelgrim, lopend op water, de plek van vertrek markeerd. Het kleine steigertje ligt verborgen tussen het riet en is onzichtbaar voor wie over de dijk langsloopt. De enige boot die hier aankomt en vertrekt is de Sigeric, vernoemt naar de grondlegger van de Via Francigena. Ook hij maakte gebruik van de Transitum Padi om de Po over te steken.
De eigenaar en bestuurder van de boot woont op de west oever en heeft voor de late overstekers een kleine pelgrimsherberg bij zijn prachtig gerestaureerde dijkhuisje. Alles staat hier in het teken van de Via.
Na de oversteek krijgen we in onze credential een flinke stempel als bewijs voor de historische oversteek. Een brug was er hier in de gloriedagen van de pelgrimstochten nog niet, en de Po is te woest om zo over te steken. Pelgrims zochten dus de hulp van lokale vissers om hen naar de overkant te brengen. In lange lijsten houd de eigenaar van de Sigeric precies bij wie er oversteekt. En de groei is enorm. Staken er 10 jaar geleden precies 2 pelgims de Po over, vorig jaar lag dat aantal al op 400. In verband met de diefstal van zijn boot vorig jaar was hij ook nog eens de twee drukste maanden uit de running. Hij denkt dat hij wel 100 mensen (waaronder mij) heeft moeten teleurstellen.
Hij verontschuldigd zich wel tot drie keer toe vanwege vorig jaar, maar belooft mijn naam toe te voegen aan de lijst van 2011.
Hij geeft ons nog wat tips over de route hierna tot aan Piacenza, die naar zijn zeggen niet de mooiste is op de Via Francigena. Tot aan Calendasco volgen we de dijk, daarna moeten we over de grote brug en dan tot aan Piacenza is een groot industrie terrein en militaire basis van de Ponteniers.
De kaart geeft wel een alternatieve route aan die Fabio en ik na Calendasco proberen, maar die is helaas geen succes.
We moeten bij Malpaga de Trebbia over. Guado Trebbia zegt het bordje, en de gele pelgrim wijst ook die kant op. Eenmaal bij de oever blijkt dat misschien in de zomer maanden deze oversteek wel mogelijk is maar nu zeker niet! Er is namelijk geen brug, de manier waarop we over zouden moeten steken is op de ouderwetse pelgrims manier. Maar het water staat nu hoog, zeker tot aan ons middel, en het stroomt veel te woest. Waar vroeger geen andere keus was, oversteken of wachten hebben wij een brug een kilometer verderop. Met daarachter het aan ons beloofde industrie terrein.
Een uur later lopen we de historische stad in.
We volgen de Via Traversa, de doorsteekweg, vrij vertaald naar Piazza Cavalli, het paardenplein. Daar staat het gotische stadhuis van Piacenza. Iets verderop staat de Duomo. Omdat we vanavond in de jeugdherberg slapen hopen we op een stempel in de duomo, waarschijnlijk een heel stuk mooier. Op piazza duomo wachten we op het open gaan van de kerk om 4 uur met een enorme gelato voor onze neus. Fabio een Banana Split en ik een Macedonia con Yoghurt.
Om letterlijk klokslag 4 gaan de deuren van de duomo open en om vijf over prijkt een prachtige stempel in ons credential. De pater die ons te woord staat is een amicale en stevige man die onze tocht meer dan bewonderd. Hij zou het met zijn postuur nog niet halen tot Pontenure grapt hij, en daarna met de ambulance verder misschien.
We krijgen nog een hele rits heiligen te horen waarvan een net zo lange lijst relieken in deze kerk ligt. Piacenza was daardoor een belangrijke stad op de Via Francigena. Rijk vooral weer, aan de rivier de Po, en rondom grote landerijen vol met te verhandelen groenten, fruit en rijst.
De herberg waar we slapen ligt 2 kilometer uit het centrum, dus met erheen, terug naar de stad om te eten, en daarna weer terug om ons bed te vinden. We plakken dus in de avond nog 6 km aan onze wandeldag vast. Allemaal vlak, dat nog wel. Na Piacenza duurt het niet lang meer voor we in de Appenijnen zijn.
We hebben genoeg rivieren gezien, op naar de heuvels en bergen!
Bevrijdingsdag
25 april 2012
Gropello- Pavia.
Op 25 april vieren ze in Italië bevrijdings dag met een heleboel kransen met Italiaanse linten en een soort kerstballetjes erin. Italie kent een totaal andere geschiedenis van de tweede wereldoorlog dan wij. Eerst waren ze pro Duitsland en vochten de Italiaanse soldaten mee met het Duitse leger. Daarna besloot Mussolini tegen Duitsland te zijn en werden ze in 1943 bezet. Een beetje een vreemde dag dus, waarin een bewogen geschiedenis wordt herdacht. Er is vooral veel aandacht is voor de Partigani. Ze waren niet alleen tegen de bezetting van Duitsland maar ook tegen hun eigen toenmalige leider Mussolini. De Partigani waren zoals wij in Nederland de ondergrondse kennen. Niet een echt leger, maar een goed georganiseerde groep die met geheime acties de bezetters saboteerde. Na de bevrijding in 1945 was Italie niet alleen bevrijd van de bezetter maar ook van hun omstreden eigen leider.
Wij lopen vandaag maar een korte route. Van Gropello, een gehucht dat een lange weg is, en je nog het meest doet denken aan een straat uit een cowboy film, naar Pavia.
De Via volgt vandaag de oevers en dijken van de Trebbia richting deze stad.
De rijstvelden zijn inmiddels grotendeels verdwenen en heel heel in de verte zien we de toppen van de Apenijnen al. De 16 kilometer leggen we in zo'n 3 uurtjes af en we komen de stad binnen via de oude wijk Borgo Trebbia.
Een prachtige overdekte brug verbind de twee stadsdelen. Net voor de brug ligt een flink aantal kransen, in memoriam voor de soldaten en burgers die hier vochten. De huidige brug is een exacte kopie van zijn middeleeuwse voorganger die door Duitsland is gebombardeerd. Het enige verschil is dat deze niet op de resten van zijn voorganger is herbouwd maar net ernaast.
Er is een splinternieuw Ostello geopend in Pavia sinds januarie, Op de plek waar in de middeleeuwen ook het pelgrims-hospital was.
Onderweg krijg ik van Oscar een sms dat zich bij De Groene Herberg de inmiddels 5e pelgrim van dit jaar heeft overnacht. Zelf lopend over deze oude pelgrimswegen weet je hoe belangrijk het is dat dit soort gastvrije plekken bestaan. Steeds meer en meer raak ik er van overtuigd dat 's-Hertogenbosch een herberg nodig heeft en verdient. Het is wachten op volgend jaar, dan kunnen we naar verwachting echt open op een autonome plek. De wil is er, maar de stichting waarmee we gaan samenwerken is net als wij volledig afhankelijk van goodwill. Afwachten dan maar, en een extra kaarsje opsteken bij Santa Maria in Betlem, de beschermvrouw van het Ostello in Pavia.
In de middag lopen we de nog rustige stad in, die zijn gloriedagen qua gebouwen kent in de middeleeuwen. Pavia was een rijke stad, aan een belangrijke rivier. Recht vanaf de brug is de hoofdstraat die de aansluiting vormt naar het enorme kasteel van de familie Visconti. Links en rechts van de straat liggen de stadsdelen met allemaal hun eigen kerk, kloosters en marktpleinen. In elk stadsdeel woonden de specifieke ambachtslieden van de stad, die hun waren niet alleen op hun eigen lokale markten verkochten maar ook via de rivier naar andere plaatsen kon verhandelen.
Toch vond de bevolking van Pavia dat ze behalve de kerken voor hun schutspatronen ook nog een heeeeeele grote duomo nodig hadden. Niemand minder dan Leonardo da Vinci strikten ze voor dit klusje. Maar al vanaf het begin van de bouwklus is het een groot fiasco. Problemen rondom de bouw van deze enorme kerk stapelen zich sneller op dan de metselaars de stenen.
Het eindresultaat is een half afgebouwde en scheefzakkende duomo. Die in de jaren 70 ook nog eens prachtig is gestut aan de rivierzijde met gewapend beton. In 1989 stortte de toren volledig in, met talloze slachtoffers op het plein voor de duomo als gevolg.
Binnen in de kerk probeert men nu door middel van betonnen pilaren en een verstevigde vloer de koepel die er pas 150 jaar op staat staande te houden. De buitenkant is van slordig gebouwde baksteen dat nog steeds wacht op zijn marmeren bekleding.
Hemelsbreed verscheelt de ligging van de duomo met de brug amper iets. Je zou denken dat het beter zou zijn geweest als de bommen uit de tweede wereldoorlog net ietsje verder zouden zijn gevallen.
Een gebouw dat door Leonardo da Vinci is bedacht zelf neerhalen doe je natuurlijk niet maar deze duomo heeft op zichzelf geen enkel draagvlak of bestaansrecht. Met veel kunst en vliegwerk wordt hij staande gehouden.
Binnen houden moderne steigers de oude zwakke muren in het gareel.
Een flink staaltje grootdenkerij dus deze duomo.
Alleen is de hoogmoed hier nog wachtende op de val.
Gropello- Pavia.
Op 25 april vieren ze in Italië bevrijdings dag met een heleboel kransen met Italiaanse linten en een soort kerstballetjes erin. Italie kent een totaal andere geschiedenis van de tweede wereldoorlog dan wij. Eerst waren ze pro Duitsland en vochten de Italiaanse soldaten mee met het Duitse leger. Daarna besloot Mussolini tegen Duitsland te zijn en werden ze in 1943 bezet. Een beetje een vreemde dag dus, waarin een bewogen geschiedenis wordt herdacht. Er is vooral veel aandacht is voor de Partigani. Ze waren niet alleen tegen de bezetting van Duitsland maar ook tegen hun eigen toenmalige leider Mussolini. De Partigani waren zoals wij in Nederland de ondergrondse kennen. Niet een echt leger, maar een goed georganiseerde groep die met geheime acties de bezetters saboteerde. Na de bevrijding in 1945 was Italie niet alleen bevrijd van de bezetter maar ook van hun omstreden eigen leider.
Wij lopen vandaag maar een korte route. Van Gropello, een gehucht dat een lange weg is, en je nog het meest doet denken aan een straat uit een cowboy film, naar Pavia.
De Via volgt vandaag de oevers en dijken van de Trebbia richting deze stad.
De rijstvelden zijn inmiddels grotendeels verdwenen en heel heel in de verte zien we de toppen van de Apenijnen al. De 16 kilometer leggen we in zo'n 3 uurtjes af en we komen de stad binnen via de oude wijk Borgo Trebbia.
Een prachtige overdekte brug verbind de twee stadsdelen. Net voor de brug ligt een flink aantal kransen, in memoriam voor de soldaten en burgers die hier vochten. De huidige brug is een exacte kopie van zijn middeleeuwse voorganger die door Duitsland is gebombardeerd. Het enige verschil is dat deze niet op de resten van zijn voorganger is herbouwd maar net ernaast.
Er is een splinternieuw Ostello geopend in Pavia sinds januarie, Op de plek waar in de middeleeuwen ook het pelgrims-hospital was.
Onderweg krijg ik van Oscar een sms dat zich bij De Groene Herberg de inmiddels 5e pelgrim van dit jaar heeft overnacht. Zelf lopend over deze oude pelgrimswegen weet je hoe belangrijk het is dat dit soort gastvrije plekken bestaan. Steeds meer en meer raak ik er van overtuigd dat 's-Hertogenbosch een herberg nodig heeft en verdient. Het is wachten op volgend jaar, dan kunnen we naar verwachting echt open op een autonome plek. De wil is er, maar de stichting waarmee we gaan samenwerken is net als wij volledig afhankelijk van goodwill. Afwachten dan maar, en een extra kaarsje opsteken bij Santa Maria in Betlem, de beschermvrouw van het Ostello in Pavia.
In de middag lopen we de nog rustige stad in, die zijn gloriedagen qua gebouwen kent in de middeleeuwen. Pavia was een rijke stad, aan een belangrijke rivier. Recht vanaf de brug is de hoofdstraat die de aansluiting vormt naar het enorme kasteel van de familie Visconti. Links en rechts van de straat liggen de stadsdelen met allemaal hun eigen kerk, kloosters en marktpleinen. In elk stadsdeel woonden de specifieke ambachtslieden van de stad, die hun waren niet alleen op hun eigen lokale markten verkochten maar ook via de rivier naar andere plaatsen kon verhandelen.
Toch vond de bevolking van Pavia dat ze behalve de kerken voor hun schutspatronen ook nog een heeeeeele grote duomo nodig hadden. Niemand minder dan Leonardo da Vinci strikten ze voor dit klusje. Maar al vanaf het begin van de bouwklus is het een groot fiasco. Problemen rondom de bouw van deze enorme kerk stapelen zich sneller op dan de metselaars de stenen.
Het eindresultaat is een half afgebouwde en scheefzakkende duomo. Die in de jaren 70 ook nog eens prachtig is gestut aan de rivierzijde met gewapend beton. In 1989 stortte de toren volledig in, met talloze slachtoffers op het plein voor de duomo als gevolg.
Binnen in de kerk probeert men nu door middel van betonnen pilaren en een verstevigde vloer de koepel die er pas 150 jaar op staat staande te houden. De buitenkant is van slordig gebouwde baksteen dat nog steeds wacht op zijn marmeren bekleding.
Hemelsbreed verscheelt de ligging van de duomo met de brug amper iets. Je zou denken dat het beter zou zijn geweest als de bommen uit de tweede wereldoorlog net ietsje verder zouden zijn gevallen.
Een gebouw dat door Leonardo da Vinci is bedacht zelf neerhalen doe je natuurlijk niet maar deze duomo heeft op zichzelf geen enkel draagvlak of bestaansrecht. Met veel kunst en vliegwerk wordt hij staande gehouden.
Binnen houden moderne steigers de oude zwakke muren in het gareel.
Een flink staaltje grootdenkerij dus deze duomo.
Alleen is de hoogmoed hier nog wachtende op de val.
Abonneren op:
Posts (Atom)
























































