maandag 27 juni 2011

Op naar de Saint-Bernhard....


27 juni 2011    Orsieres- Col Saint Bernhard.


Het is zeven uur in de ochtend en ik loop langs een waterval op een pad met om me heen honderden orchideeën.
Vandaag is de dag waar ik al maanden naar heb uitgekeken. De dag dat ik naar het hoogste punt van deze pelgrimstocht ga lopen.
Het pad dat ik vandaag heb gevolgd is met geen duizenden woorden te beschrijven. 

Om 5 uur ging de wekker en om 6 uur zaten we aan het ontbijt in hotel
Terminus. Ruim voor de andere wil ik weg zijn, deze dag wil ik graag alleen maken.
Aurelian daarvan weet ik dat ik die wel voor zal blijven, maar Fabio is net als ik een ervaren wandelaar. Maar allebei zijn we ook pelgrim en al eens naar Santiago gelopen, en dus weet ik, dat hij weet en begrijpt dat je sommige stukken gewoon alleen wilt volbrengen.
Het is geen makkelijke weg te voet. Binnen de totale 25 kilometer die ik maak moet ik er bijna 2000 stijgen. Vroeger een gevaarlijke onderneming voor pelgrims, de route is en was zwaar maar wij hebben tegenwoordig wel wat betere middelen om hem te volbrengen. Net als de pelgrims toen houd ik al dagen het weer in de gaten. De grootste valkuil op deze weg. Als het waait is het zo open op een berg al snel een storm. Regen hier beneden betekend daar op die hoogte; sneeuw.


Natuurlijk is er voortaan de tunnel, maar ook dat is voor mij geen optie, dan had ik net als pelgrims toen gewacht tot ik de oversteek zou kunnen maken.

Gelukkig is het stalend weer als ik opsta en fluiten de vogels volop, letterlijk en figuurlijk geen wolkje aan de lucht.
Orsieres uit loop ik over een nog redelijk breed pad maar wel meteen flink omhoog het bos is. Het is er nog muisstil.
Ik volg paden met grote stenen en gravel en steek over Romaanse en houten bruggetjes. Op elke hoek is wel een watervalletje.

Tegen een uur of half elf kom ik aan in Bourg Saint Pierre. Een typisch Alpen dorp met kleine houten huisjes tegen de bergwand aangeplakt. Ik neem er een klein uur pauze. En een espresso op het terrasje in de zon. Met de tijd waarin ik heb gelopen ben ik hardstikke blij.
In kilometers ben ik op de helft. Maar ik weet ook dat dat niks zegt. De stijging die ik nu nog moet is wat belangrijk is.
Ik heb nog zo een duizend meter in de hoogte voor de boeg. En de kilometers die ik in de ochtend heb gemaakt zitten natuurlijk wel in m'n lijf.

Na het verdwijnen van de bomen zijn er marmotten. Met hun hoge fluitgeluid waarschuwen ze elkaar dat en gevaar is. Daarmee vertellen ze mij ook waar ze zitten. Net als de herten zijn ze te snel voor n foto en ik verwacht in deze omstandigheden ook geen informatiebord met een tekening.
Ze rennen achter elkaar aan tussen de overvol in bloei staande alpenweides en springen op de rotsen die er tussenin liggen.

Ik geniet van elke stap die ik zet en let niet op, op hoe moe ik ben of hoe ver nog of hoe laat. Ik weet dat ik het kan halen, dus ben ik nu hier en nergens anders.
De weg is inmiddels en smal en af en toe risicovol paadje geworden. De route is af en toe aangegeven met een geel vierkant. Ik volg vooral het spoor van degene die voor me liepen, over dit smalle paadje moet ik de berg op.

Hannibal met olifanten, Napoleon om tot koning van Italie te worden gekroond, Romeinse legers en koningen en pelgrims net als ik op weg naar Rome.
Er was geen andere weg te voet dan dit pad. Duizenden jaren ligt het er dus al. Alleen het seizoen maakt het verschil.
Af en toe is er nog een geplaveid stuk, of wat uitgehakte treden die de ouderdom en gebruik verraden.

Daarna komt de sneeuw, gelukkig niet al te veel meer. Het is warm genoeg om in een korte broek en een hemdje te lopen.

Het lastige van de sneeuw is dat je niet weet wat eronder zit. Elke stap moet ik voorzichtig zetten of in de stappen van mijn voorganger. De stukken zonder sneeuw zijn bijna zonder uitzondering waterstroompjes met smeltwater. Waar ze breed zijn liggen er wat stapstenen.

Als ik het bordje met hospice zie heb ik het laatste zware uur te gaan.
Het pad is stijl en eindeloos maar het uitzicht onbetaalbaar! Ik ben heel heel erg hoog en helemaal in mijn eentje.

Om 4 uur kom ik aan op Saint-Bernhard tussen de toeristen die met de auto komen. Ik ben dood en doodmoe, maar vooral heel heel erg blij en trots. Gelukkig is een van de toeristen zo aardig een foto van met te maken bij het bord met de hoogte. Normaal ben ik daar niet zo van, maar dit keer,
Hè ik ben wel op de saint Bernhard geklommen.
Daar sta ik dan naast een bord dat niet eens het hoogste punt aangeeft waar ik vandaag ben geweest.

Moe maar meer dan voldaan meld ik me binnen bij de hospice van het klooster op de Col.
Hier kunnen reizigers al heel lang terecht na hun klim de berg op. Ik krijg een warme kop thee met lekker veel suiker en daarna een briefje met mijn kamernummer.
Een warme douche, een handwasje en ik ben weer helemaal de oude. Wat ben ik meer dan tevreden met mijn lijf die deze reis, die ik tot een aantal jaar geleden tot onmogelijk had gerekend, zo sterk heeft volbracht.

Dit is veruit het aller aller leukste bijzonderste en mooiste dat ik ooit met "mezelf" heb gedaan!!!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten