21 juni 2011
Yverdon- La Sarraz
Mijn boek zegt ga na Yverdon naar Orbe. Daarna ga je
links via Echallens naar Lausanne. Maar route 70 zegt ga naar rechts. Het boek
zegt; dat is 12 km
langer en meer klimmen en terug naar de Jura. Mijn hart zegt, rechts, daar ligt
Romainmôtier, daar moet je heen!! Volg route 70, neem de tijd...
Ik zoek een plek halverwege de route, en vind een
slaapplaats in La Sarraz,
bij Christine de Raad. Kind van Nederlandse ouders maar opgegroeid in Geneve.
Ze heeft plaats voor me, twee nachten maar liefst. Er moet ook gewassen worden,
mijn kleren hebben al 5 weken geen wasmachine van binnen gezien. Een handwas
dat was het wel zo'n beetje. Tijd voor een dag pauze.
Dus volg ik mijn hart en route 70 Yverdon uit. Eerst naar
Orbe een vlak stuk in naar wat ik denk het slijt dal van een ooit gletcher uit
de Alpen. Uitgesleten tussen rechts de bergen van de Jura en links de
Alpenketen. Niet veel later kom ik in Orbe aan, vlak loopt nu eenmaal heel erg
snel. Na het kleine stadje Orbe volg ik het riviertje stroomopwaarts en moet ik
weer flink klimmen. De weg brengt me diep in het bos. Het is er stil, heel stil,
op wat geritsel om me geen na. Zullen wel weer merels zijn denk ik. Die kunnen geheel
alleen het geluid maken of er een groep zwijnen door het bos loopt. Toch klinkt
het net iets harder, en voor me over het pad steken er ineens twee klein soort
donkerbruine herten over. Niet veel later zie ik er nog een, en nog een. Dit
stuk bos blijkt een enorme hert-dichtheid te bezitten. Nog nooit zag ik er
zoveel op een dag, na twintig ben ik gestopt met tellen. Maar ze zijn snel en
onverwacht, een foto wil dus maar niet lukken. Ik besluit mijn camera dus maar
op te bergen en te genieten van wat ik zie, in plaats van als een sluipschutter
door het bos te lopen gewapend met een fototoestel.
Een informatie bord niet veel later brengt uitkomst. De
herten heten Chamois en komen hier in grote aantallen voor. Als troost heb ik een
foto van de tekening voor jullie gemaakt.
Na het bos maakt de weg een scherpe bocht en loop ik naar
het uiteinde van een diepe kloof toe. Tussen de bomen door zie ik de oude
roestbruine pannen daken van een dorp. Ik kijk op mijn kaart waar ik zou moeten
zijn. Romainmôtier zegt de wandelkaart die ik bij heb. Mijn hart lijkt over te
slaan, nu al denk ik. De Chamois hebben de tijd doen vliegen. Volgens de route
heb ik tussen Orbe en hier twee en een half uur gelopen.
De weg daalt verder af, dieper de kloof in en dichter
naar de pannendaken. Voor me zie ik een dorp liggen als uit een schilderijtje,
Huizen eromheen en een kerktoren die er bovenuitsteekt en op het diepste punt
van de kloof als eerste is gebouwd. Conques daar denk ik aan, een dorp vorig
jaar op mijn weg naar Santiago. Zo voelt het, zo'n plaats die om je heen gaat
zitten,en je omarmt.
Vlak voor het dorp beginnen de klokken te luiden, en het
tovert een glimlach op mijn gezicht. Al vaker heb ik mensen die met me mee
liepen verteld, let maar op , als ik een dorp binnen loop luiden 9 van de 10
keer de klokken. Alsof ze roepen; pelgrim in zicht!!!!
Romainmôtier heeft dus op me gewacht. Ik ben maar een
hoek om van de kerk verwijderd en als ik die omloop bots ik bijna tegen een
zuster uit het klooster aan. Ze heeft haast, de klokken roepen haar ook. Als ze
de schelp op mij rugzak ziet legt ze een hand op mijn schouder en ze lacht.
Daarna loopt ze snel door, de poort onderdoor en de trapjes af naar de deur van
de kerk.
En ik, ik kan niets anders doen dan haar volgen. In het
tempo dat zij aangeeft loop ik door de kerkdeur. En mijn adem stokt, ik sta in
een portaal voor de kerk. Het raakt me dieper dan ik kan omschrijven, het voelt
als een plaats die ik ken. Maar er geweest ben ik er nooit.
Daarna gaat voor me de deur tussen het portaal en de kerk
open, weer moet ik een aantal treden naar beneden. Het klokgelui is gestopt.
Zij haast zich naar de kerkbanken die links en rechts van het kleine altaar staan.
Ze is op mij na de laatste die arriveerd. Ik kies een plaats vooraan, doe mijn
rugzak af, en trek een shirt over mijn hemdje.
Voor me waar de zuster ook is gaan zitten, zitten een
stuk of 20 mensen. Ze zijn niet van de kerk, ze hebben gewone kleren aan en
wandelschoenen.
Als ze gaan staan doe ik dat ook, niet wetende wat me te
wachten staat. Het ziet er niet uit als een kerkdienst die te gebeuren staat.
Een van de mensen leest een gedicht voor uit een boekje,
en na het gedicht wordt er gezongen. Het gaat over God, dat hoor ik maar het is
geen heel echt kerklied. Zonder dat ik het in eerste instantie merk rollen de
tranen over mijn wangen. De bijeenkomst die later eucemenisch blijkt te zijn
wordt door een wandelclub uit Thun samen gevierd. Ze zingen, lezen wat voor en
zijn samen stil. Het duurt alles bij elkaar een kwartier. Mijn tranen ook.
Om me heen is een kerk, die verre van perfect gebouwd is
maar de ontroerenste is die ik ooit gezien heb.
In zijn imperfectie is hij precies goed. Hij staat hier
al lang, hoor ik hem zeggen. En de mensen die hem gebouwd hebben waren gewone
monniken, niet de perfecte bouwmeesters die men inhuurde voor een kathedraal
van stand.
Niet elke muur staat loodrecht, elke zuil heeft wel
ergens een knik. De schilderingen zijn met de hand aangebracht en volgen de
lijnen in steen. Toch is deze kerk in zijn onvolkomenheid perfect, meer dan ik
waar ook ooit voelde dient hij waar hij voor bedoeld is. Mensen het gevoel
geven dat perfect zijn niet hoeft. Dat elke lijn en bocht jou jou maakt, en dat
het prima is zoals het is. Deze kerk brengt die imperfecte mensen samen.
En ik voel dat het goed is; waar ik ben, wie ik ben,
perfect of niet.
Ik ben Pascale, die soms bang is voor een oordeel, of
voor het alleen zijn, de juiste keus niet altijd weet te maken. Maar deze kerk
vind dat ok. Hij is ook niet perfect, maar hij staat hier toch maar meer dan
duizend jaar.
Pelgrimswegen heb ik de laatste weken al veelvuldig
uitgelegd bestaan alleen omdat mensen ze willen (blijven) lopen. Ook deze weg
zou een "gewone" weg worden zonder de continuïteit van pelgrims.
Ulteia zeggen ze op de Camino de Santiago, voorwaarts...continue...
Ook ik ben nodig voor die continuïteit en degene voor en
achter mij. Samen maken wij van deze ogenschijnlijk gewone weg een pelgrimsweg.
Duizenden misschien wel miljoenen
voetstappen staan er op deze wegen, en ook deze kerk waar ik nu inzit
heeft ze voorbij zien komen. Het klooster bij de kerk bood en bied een veilige
plek, verscholen in deze diepe kloof aan elke imperfecte pelgrim die er voorbij
kwam.
Misschien hebben zij ook gevoeld wat ik nu voel;
Dat ik langzaam aan mijn eigen pelgrimstocht ben
geworden.
Dat het gaat om 'het' zijn, en niet het 'er' zijn.
En dat maakt dat op deze plek geen plaats is voor één
geloof, maar voor geloven;
In jezelf.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten